Boekbladblogs

7 juni 2014
Sommige blogs bereiken hun plek niet en deze hoorde erbij. Hij bereikte Boekblad niet en toen dat wel gebeurde was er al een nieuwe blog. Maar hier toch te lezen, het gemiste boekbladblog:

Aaf

Vrouwen die columns vol neuzelen over hun kinderen en hun relatie die toch zo hopeloos- rommelig-gezellig-goed is, vind ik oninteressant. Aaf Brandt Cortius sla ik daarom meestal over.
Zo ook vandaag. (VK 2 juni, dacht ik HK)

Echter, op Facebook werd ik vermeld in een bombardement van boosheid en verontwaardiging naar aanleiding van haar schrijfseltje van vandaag dus ging ik het toch maar even lezen.

Het is lulkoek wat ze schrijft, zowel boekinhoudelijk als voorleestechnisch. Maar dat is niet zo relevant, het beoogt geen kennis te etaleren, integendeel het toont een lacune en diepe desinteresse. Zo erg kan het in werkelijkheid niet zijn. Ik snap alleen de Volkskrant niet. Waarom wordt van een dik betaalde columnist geaccepteerd dat ze een bundeltje bullshit inlevert.

Als je aan jouw kinderen antieke houten vertalingen wil voorlezen, dan heb je te maken met ouwe-meuktaal, ouwe-meukopvattingen en ouwe-meukplots. Dat weet je. Je mag als volwassen weldenkend mens in staat geacht worden verhalen voor kleuters in te schatten op geschiktheid voor de doelgroep, vooral als het je eigen broedsel betreft waar je de (voorlees)ontwikkeling van dichtbij volgt. En kun je dat niet dan vraag je een deskundige. Die bestaan en ze werken meestal zonder specialistentarief op openbare plaatsen als kinderboekhandels en bibliotheken.
Kies je dan toch voor Astrid Lindgrens verhaal over een kind dat negerslaven in haar spel fantaseert, heb dan ook de ballen om uit te leggen wat dat waren en waarom je het een stom woord vindt. Maar ga niet op kosten van de Volkskrantlezer zitten zeiken over de woordkeuze van vijftig jaar geleden.

Ik snap de boosheid van de kinderboekenschrijvers omdat ze als intro het bekende riedeltje schrijft over Lindgren, Schmidt en Dahl en dat er na deze goden nooit meer een goed schrijvende sterveling is opgestaan. Dat is niet zo en iedereen weet dat, Aaf ook. Schmidt had dezer dagen nooit meer de roem gekregen die ze nu heeft, omdat ze domweg te veel concurrentie zou hebben. Maar toen was ze nieuw en fris en anders. Ze heeft de weg gebaand voor de boeken die er nu zijn. Ze had haar tijd mee, haar netwerk en haar talent.

Ik begrijp alleen niet waarom kinderboekenschrijvers daarop zo heftig openbaar gaan reageren. Wie willen ze bereiken? De columnist doen ze een plezier, wat ze niet willen en het Nederlandse publiek haalt over zulke dingetjes de schouders op. Het geëtaleerde onbenul van Aaf Brandt Cortius, wat ik weiger serieus te nemen, dient geen ander doel dan de schrijfverplichting vervullen. De schoorsteen moet immers roken. En zij krijgt kritiekloos betaald. Daar zou ik als kinderboekenschrijver nou boos over zijn. Dat je voor je geld geen kwaliteit hoeft te leveren en toch wordt gepubliceerd. Dat is binnen hun vak, als het goed is, ondenkbaar. Als het goed is.






7 juni 2014
Aaf

Vrouwen die columns vol neuzelen over hun kinderen en hun relatie die toch zo hopeloos- rommelig-gezellig-goed is, vind ik oninteressant. Aaf Brandt Cortius sla ik daarom meestal over.
Zo ook vandaag. (VK 2 juni, dacht ik HK)

Echter, op Facebook werd ik vermeld in een bombardement van boosheid en verontwaardiging naar aanleiding van haar schrijfseltje van vandaag dus ging ik het toch maar even lezen.

Het is lulkoek wat ze schrijft, zowel boekinhoudelijk als voorleestechnisch. Maar dat is niet zo relevant, het beoogt geen kennis te etaleren, integendeel het toont een lacune en diepe desinteresse. Zo erg kan het in werkelijkheid niet zijn. Ik snap alleen de Volkskrant niet. Waarom wordt van een dik betaalde columnist geaccepteerd dat ze een bundeltje bullshit inlevert.

Als je aan jouw kinderen antieke houten vertalingen wil voorlezen, dan heb je te maken met ouwe-meuktaal, ouwe-meukopvattingen en ouwe-meukplots. Dat weet je. Je mag als volwassen weldenkend mens in staat geacht worden verhalen voor kleuters in te schatten op geschiktheid voor de doelgroep, vooral als het je eigen broedsel betreft waar je de (voorlees)ontwikkeling van dichtbij volgt. En kun je dat niet dan vraag je een deskundige. Die bestaan en ze werken meestal zonder specialistentarief op openbare plaatsen als kinderboekhandels en bibliotheken.
Kies je dan toch voor Astrid Lindgrens verhaal over een kind dat negerslaven in haar spel fantaseert, heb dan ook de ballen om uit te leggen wat dat waren en waarom je het een stom woord vindt. Maar ga niet op kosten van de Volkskrantlezer zitten zeiken over de woordkeuze van vijftig jaar geleden.

Ik snap de boosheid van de kinderboekenschrijvers omdat ze als intro het bekende riedeltje schrijft over Lindgren, Schmidt en Dahl en dat er na deze goden nooit meer een goed schrijvende sterveling is opgestaan. Dat is niet zo en iedereen weet dat, Aaf ook. Schmidt had dezer dagen nooit meer de roem gekregen die ze nu heeft, omdat ze domweg te veel concurrentie zou hebben. Maar toen was ze nieuw en fris en anders. Ze heeft de weg gebaand voor de boeken die er nu zijn. Ze had haar tijd mee, haar netwerk en haar talent.

Ik begrijp alleen niet waarom kinderboekenschrijvers daarop zo heftig openbaar gaan reageren. Wie willen ze bereiken? De columnist doen ze een plezier, wat ze niet willen en het Nederlandse publiek haalt over zulke dingetjes de schouders op. Het geëtaleerde onbenul van Aaf Brandt Cortius, wat ik weiger serieus te nemen, dient geen ander doel dan de schrijfverplichting vervullen. De schoorsteen moet immers roken. En zij krijgt kritiekloos betaald. Daar zou ik als kinderboekenschrijver nou boos over zijn. Dat je voor je geld geen kwaliteit hoeft te leveren en toch wordt gepubliceerd. Dat is binnen hun vak, als het goed is, ondenkbaar. Als het goed is.






16 januari 2014
Mijn Boekbladblog van gisteren

1 reactie

Schaamte II

Vannacht droomde ik van schrijver Do Van Ranst. Dat is geen verkeerde man om van te dromen, helemaal niet, maar ik droomde niet romantisch of erotisch of eng, ik droomde gewoon werk.


In mijn droom liep Do de kamer binnen waar ik aan tafel zat. Hij droeg zijn wollen jas met knopen en een gestreepte sjaal. Zijn haar was een beetje verwaaid en op zijn kin woonde nog steeds een plukje dat ik een sikje zou noemen, maar misschien is dat puur gebrek aan barbiersjargonkennis. Kortom Do kwam binnen zoals ik Do ken.

We zouden op stap gaan naar Ieper, het decor van zijn boek. ‘Do’ zei ik, ‘voordat we gaan moet ik je iets vertellen.’ En daar stopt mijn droom.

Ik weet precies wat ik wilde zeggen, ik weet alleen niet precies waarom. Kort geleden wijdde de Volkskrant enkele pagina’s aan literatuur over de Eerste Wereldoorlog. Ik had die bekeken en gezien dat er slechts één jeugdboek vermeld stond: Oorlogspaard, of zoals ze het tegenwoordig in het Nederlands noemen: Warhorse, van Michael Morpurgo.

Ik miste Do’s roman Iedereen bleef brood eten. Ik had ernaar gezocht omdat ik het een van de meest aangrijpende romans over die oorlog vond, die ik ooit las. Ik ervoer de verschrikkingen van de loopgraven en de eenzaamheid van de overlevenden daarna, via Jules Matrat van Charles Exbrayat, ik leed via de dieren in (toen nog) Oorlogspaard van Michael Morgpurgo, wiens Soldaat Peaceful mij verbijsterde vanwege de executies binnen het leger van mensen met gezond verstand en in Post voor mevrouw Bromley las ik over de druk van het thuisfront op Engelse jongens om zichzelf te offeren. Ik las Woesten, Godenslaap, Het meisje en de soldaat.

Maar geen boek raakte mij zo als dat van Do. Nou ja, Jules Matrat misschien, maar toen was ik 18 en was een volkomen weggevaagde generatie mannen nauwelijks te bevatten. Nu nog niet trouwens.
Iedereen bleef brood eten leerde mij Ieper, een naam die daarvoor altijd woord was gebleven. Do nam mij mee en wees: ‘Kijk, Koene, er woonden daar mensen en dit is wat ze voelden, dat heb jij al die tijd niet gezien met je boekenkast en je geschiedenislessen’

Dus reageerde ik, toen op Facebook een invloedrijke boekverkoper een boek noemde dat zij miste in de opsomming van de Volkskrant, met de opmerking dat Do Van Ranst ook ontbrak. Haar antwoord: ‘Als we de jeugdboeken erbij betrekken…’

Ik voelde het als een sneer naar jeugdboeken, maar ik zou ongelijk kunnen hebben. Misschien bedoelde ze: ‘…dan is het helemaal een onvolledig stuk’. Ik heb mij nu, al schrijvend, voorgenomen het zo op te vatten. Maar in mijn slaap was ik nog niet zo ver. In mijn slaap kreeg ik het niet over mijn lippen. Misschien dat mijn droom daarom eindigde, omdat ik mij schaamde voor de wal die hier wordt opgeworpen tussen de jeugd en de volwassenen, die maakt dat boeken onbereikbaar worden voor wie ze graag wil lezen. En misschien schaamde ik mij wel voor Nederland.

Reacties
lucie 15/01/2014 17:43
ik ga Iedereen bleef brood eten Nu zien te vinden en lezen! Dank!






16 januari 2014
20 december 2013 Boekbladblog
1 reactie

Schaamte

Vannacht had ik een nachtmerrie. Het enge aan die droom was dat hij echt leek. Er gebeurde niets dat niet zou kunnen, niemand vloog, er waren geen vreemde personages en de tijd klopte ook.
Een vriendelijke klant bracht de vouwfolder over het Boekenwurmblad terug die ze meegenomen had voor haar volwassen zoon, zelf heeft ze al een abonnement. Dat is misschien wel een beetje raar, in het echte leven gooi je dat bij het oud papier en klaar. Maar zij bracht hem dus terug. 'Hij hoeft hem niet', zei ze een beetje beschaamd. 'Hij vindt het zelfs een schande dat je hem durft uit te delen. "Een winkelier die zich laat betalen voor zijn reclamefolder, belachelijk!" zei hij.' 'Maar het is...' wilde ik reageren. 'Ik weet het,' zegt ze, 'ik heb je blad en ik gun je ook die twaalf euro. Ik wil niet dat de winkel verdwijnt en we steunen je graag, mijn man en ik. Maar mijn zoon wilde er niet eens naar kijken, dus hier, geef deze maar aan iemand anders, dit kost immers ook allemaal geld.'

Daarna droomde ik nog wat andere nare dingen waar ik wakker van werd en waarna ik me gelukkig prees dat het een droom was geweest. Pas daarna realiseerde ik me dat dit gesprek ook gedroomd was. Niemand bracht ooit de folder terug. Of ze hem lazen weet ik niet. De meeste zullen hem ongelezen aan de kinderen hebben gegeven om mee te spelen en ach, dan was het een aardige attentie van ons, soit.

'Maar er is al zoveel over kinderboeken op internet' was mijn eerste reactie op het plan van mijn broer. En dat is ook zo. Voor agenda's, recensies, activiteiten en acties hoef je inderdaad geen blad te maken en daarvoor hoef je zeker geen geld te vragen, dat is allemaal gratis en in veelvoud op het net te vinden. 'Maar niet van jou en niet bij elkaar gebracht door jou,' antwoordde mijn broer. En dat is waar, maar maakt dat het ook bijzonder?

Ik wist niet waar ik aan begon, totdat ik begon. Ik merkte dat ik deed waarvan ik vond dat het al veel eerder had moeten gebeuren: ik bouwde een podium. Ik vond een weg om de wereld te laten zien dat kinderboekenschrijvers interessant zijn voor volwassenen, zonder hen in een schattig decor te zetten met lieve kindjes. Dat ze over hun werk en hun ideeën net zo boeiend kunnen vertellen (of niet) als hun collega-schrijvers-voor-volwassenen.

En ik was vrij om mijn onderwerpen te kiezen, los van actualiteit of belangrijkheid. Schrijvers aan het woord laten die in de reguliere media niet aan bod komen omdat er geen duizenden exemplaren van hun boek verkocht zijn of bekende schrijvers die ik persoonlijk ken weer eens op te zoeken en aan het woord te laten. Al doende merkte ik hoe enorm veel je in ruim twintig jaar opbouwt aan meningen, kennis en mensen.

Een mening vindt men in dit land nog wel acceptabel, maar met kennis moet je oppassen. Zeker als boekhandelaar en heel zeker als kinderboekhandelaar. Ik heb geleerd om mijn kennis door anderen te laten formuleren. Mensen van postuur en statuur, mensen waar tegenop gekeken wordt. Mensen waarvan men zegt, 'ja, ja als die man het zegt, dan is het waar.'

Zo was ik in oktober bij een lezing van Jelle Jolles, hoogleraar aan de VU, over lezen en het brein en ik vroeg hem of ik er verslag van mocht doen in het Boekenwurmblad. Dat mocht niet, waarna ik een lezing volgde waarin mij niks nieuws werd verteld en ik eenzelfde verhaal had kunnen schrijven zonder dat ik daar was geweest. Dat heb ik niet gedaan, ik kon immers nooit bewijzen dat ik het al wist en ik had beloofd geen verslag van de avond te maken. Wel heb ik een toezegging van de heer Jolles voor een interview en dat vind ik interessanter, want dan kunnen we doorpraten en kan hij dieper op de zaken in gaan dan bij een lezing gericht op ouders of leerkrachten.

Daarbij is het een digitaal blad, met digitale mogelijkheden en die benut ik. Die benut ik zo erg dat het Boekenwurmblad niet eens op papier kan. Dat betekent dat ik veel moet reizen, geen probleem, ben ik er ook eens uit, en dat ik heel veel uren monteer. En verdomd dat blijk ik leuk te vinden. Ik ben een beginnend autodidact en ik ken nog lang niet alle mogelijkheden die mijn programma mij biedt, maar dat is juist fijn, want binnen de boekhandel had ik de randen wel zo'n beetje gezien en dat stimuleert niet meer.

'Vergeet mijn boekhandel nou toch eens,' reageerde ik in een van onze berichten op iets dat Herman Verschuren (voormalig hoofdredacteur van Leesgoed) schreef. 'Dat is weliswaar mijn werkplek en mijn eerste contactplaats (met de content en daarom ook heel noodzakelijk), maar als ik alleen boekhandelaar was maakte ik geen Boekenwurmblad.'

Ik hoef mij er niet voor te schamen dat ik twaalf euro vraag voor het Boekenwurmblad. Want daar kwam mijn droom natuurlijk vandaan: het feit dat ik mij schaam om geld te vragen voor iets dat ik maak, iets waar ik mijn tijd, geld, aandacht en liefde in steek. Natuurlijk kan ik het als een hobby beschouwen en iedereen gratis mee laten genieten van mijn pret, maar waarom zou ik dat doen? Ik vind het toch ook heel normaal om musici, schrijvers, illustratoren en ontwerpers voor hun werk te betalen.

Reacties
Linda 20/12/2013 20:13
Hoi Hanneke, ik vind het heel normaal dat je abonnementskosten voor je magazine te vraagt. Tijd kost geld. En kennis ook. Succes met je eigen blad! Groetjes, Linda






16 januari 2014

18 december 2013 Boekbladblog

2013 was een goed jaar

Misschien zijn de jaren waar je jezelf tegenkomt wel de beste. Dit jaar leerde ik dat ik niet zo lelijk ben als ik altijd dacht, maar ook dat het me niet meer zoveel kan schelen of dat zo is.
Ik schafte het tv-kijken af en ontwikkelde een nieuwe hobby waarvan ik meteen mijn beroep maakte. Ik ontdekte de deprimerende uitwerking van complimenten, de verlammende sneuheid die daaruit voortvloeit en de energie die ik krijg van iets te moeten presteren waar misschien alleen ik en wellicht een klein broertje in gelooft.

Ik heb de neiging te denken dat wat ik kan, gemakkelijk is en waarschijnlijk is het ook heel doorsnee om dat te denken. Misschien dat mensen die echt goed kunnen schrijven dat ook de denken, dat iedereen dat kan. Maar dat is niet zo. Ik las een manuscript van Sjoerd Kuyper en wat ik, los van de inhoud, vooral dacht was: 'Godsamme wat is het lekker om eens een goed manuscript te lezen!' Niet iedereen kan schrijven, echt niet. Schrijven is een zeldzaam talent, de meeste schrijvende mensen kunnen het niet, een kleine groep kan het acceptabel en soms meer dan acceptabel en een minimuizig klein topje is echt goed.

Ik dacht dus dat iedereen wel een boekhandel kan drijven en een boekenmagazine maken, maar dat is niet zo. De meeste mensen kunnen het niet. 2013 heeft mij trots gemaakt op mijzelf. Dat is ook heel moeilijk om op te schrijven, maar ik durf het toch. Ik heb een schuldeloze boekwinkel die dusdanig geliefd is dat mensen openlijk in beweging kwamen om hem te behouden. Los van het feit dat de het bedrijfje niet meer in staat was mij een inkomen te bezorgen, toch een mooie prestatie. En alle beweging is niet voor niks geweest, want de omzet steeg en het scheepje kwam weer los van de bodem.

Maar er werd ook een nieuw schip op de helling gelegd. Een digitaal magazine waaraan ik begon zonder beeld van wat het moest worden, behalve dat ik wilde dat (jeugd)boeken breed belicht worden en dat het voor mensen die met kinderen omgaan, in welke vorm dan ook, een handreiking is om boeken te gebruiken. Het werd uiteindelijk zo digitaal dat het op papier niet eens te verwezenlijken is. Je moet gestoord zijn om het te maken want het is gigantisch arbeidsintensief en gelukkig ben ik dat.

Ik kan het omdat ik het wil, omdat ik het leuk vind en omdat ik het talent heb om het te doen. Natuurlijk ga ik het geen jaren volhouden om voortdurend te werken, hoe boeiend het ook mag zijn en hoezeer ik ook probeer het nuttige met het aangename te verenigen. Ik zal minder uren in de winkel moeten gaan werken om het blad te maken zodat er tijd komt voor iets anders, iets privé, zonder boeken. Het blad moet gemaakt om de winkel te kunnen houden, de één verkoopt er schrijfspullen, poppen of koffie bij, ik maak een blad. En de winkel moet blijven om het blad te voeden, ik wil geen gepen vanachter een bureau, nooit!

Moet het blad vaker verschijnen? Ja, maar dat lukt me niet in mijn eentje. Moet ik een redactie? Ja, maar daarvoor zal het blad iets moeten gaan opleveren en dat is nog niet zo. Moet ik ermee doorgaan? Ja! Er heeft zich immers nog niemand anders gemeld die het ook doet, beter kan en goedkoper is. 2014 ligt open, dus ik vaar door, wijdbeens, achter het roer, met mijn ogen op de sterren.

Bekijk hier de trailer voor het tweede Boekenwurmblad.






16 januari 2014
oude blog 1 8 september 2013

Culturele afwijzing 2018

Maastricht is geen Culturele Hoofdstad 2018 geworden en ik denk dat dit terecht is. Ik schrijf dit met een pijnlijk gevoel in mijn borst, omdat ik sommige van de mensen achter het project ken en weet hoe zij erin geloofden, erop hoopten en ervoor gewerkt hebben. Hen had ik het gegund.
Ik ken de plannen van Leeuwarden niet, ik heb mij daar nooit in verdiept. Ik had een beeld van Eindhoven, omdat aan die stad veel aandacht werd besteed in mijn krant. Ik ken Maastricht echter al jaren.

Gisteren hoorde ik de wethouder van Cultuur zeggen dat de jury voor het kleine had gekozen en het klonk een beetje zuur. Maastricht doet dat namelijk niet, voor het kleine kiezen. Ja, het kleine mag hen komen toejuichen op het Vrijthof, en als er een feestje is wil er best een ietwatwaardigheidsbekleder komen vertellen hoeveel waarde de gemeente hecht aan kleine lui die zulke fantastische dingen doen, maar ze moeten geen grote mond hebben en zeker geen geld vragen.

Twee jaar geleden vroeg Stichting Leesbevordering Zwaan Kleef Aan – waarbinnen alle werkzaamheden in de loop der jaren door allerlei omstandigheden op mijn bord terecht waren gekomen, een halve onbetaalde baan erbij – subsidie aan om het werk te kunnen bekostigen. Een wethouder van Onderwijs in een stad die de ambitie heeft om Culturele Hoofdstad te worden had, zeker gezien de reputatie van Zwaan Kleef Aan binnen het onderwijs, meteen alert moeten zijn.

De gemeente had moeten zeggen: ‘Geld? Jazeker, dat kan als jullie ons dit en dat en dat leveren.’ En dan had ik eisen verwacht als: ‘… een totaalprogramma voor alle scholen waarin structureel, dat wil zeggen niet projectmatig, het lezen wordt bevorderd en dat is losgekoppeld van de Kinderboekenweek, waarbij wij natuurlijk wel verwachten dat er in die week een groot kinderboekenhoogtepunt wordt gevierd, waar alle burgers van de stad gratis naartoe kunnen.’ Dat was een Culturele Hoofdstad ambiërende gemeente met ballen geweest.

Ze kwamen niet verder dan een mailtje waarin de subsidieaanvraag werd afgewezen omdat de leesbevordering in Maastricht al is geborgd door de bibliotheek.

Proficiat Leeuwarden, Ik hoop dat jullie laten zien hoe groot ‘klein’ en structureel is! Proost!






18 juli 2013
Mijn boekbladblog van vandaag

Luisant, éblouissant, terrible.

Ik heb het er moeilijk mee. Het is niet nodig om dit op te schrijven, maar van de andere kant, wat is wel nodig om op schrift te zetten. Deze week begon ik vol verwachting aan Niets weerstaat de nacht van Delphine de Vigan, een boek dat zo ontzettend aangeprezen werd door het wereld-draait-door-boekhandelarenclubje, (schitterend, schitterend, schitterend) dat de hersenen jeukten om het op te nemen. Ik besef dat ik, wanneer ik verder schrijf, vriendschappen op het spel zet.
Ik lees het boek voor mijn leesclub en zij zouden het wel eens niet kunnen waarderen dat ik al een stukje mening loslaat voordat we bij elkaar komen. Ik gok erop dat geen van hen die aanwezig zullen zijn, mijn blogs leest, zelfs niet wanneer ik die via de moderne media in hun gezicht slinger. De enige die dat wel doet heeft zich afgemeld met het zwakke excuus van een buurtbarbeque alsof gezelligheid voor een hoogwaardig culturele bijeenkomst mag gaan.

En Wim Krings natuurlijk, mijn boekenmaatje, hoe onverwoestbaar is onze vriendschap?

Ik heb geen man die mij liefheeft, wat mij niet verbaast, en die zich zorgen zou kunnen maken over mijn emouverende ervaringen rond dit boek. Dat is een geruststellende gedachte. Wat drijft mij dan dit stuk te schrijven? Waarom kan ik het niet loslaten en de wereld met rust laten in plaats van de mensheid lastig te vallen met mijn bevindingen.

Het is de vertaling. Waarschijnlijk hindert mij mijn kennis van het Frans, maar ik lees het er dwars doorheen. Het begint al meteen als de dochter van de auteur haar moeder vraagt: ‘Grootmoeder…heeft zij eigenlijk zelfmoord gepleegd?’ Franse kinderen doen dat, zij spreken van grandmère wanneer ze het over hun oma hebben, maar Nederlandse kinderen doen dat zelden. Grootmoeder wordt doorgaans hooguit gevolgd door de vraag: ‘Wat heb jij grote oren?’
Ik ga het verder niet over de zin zelf hebben…

Het vervelende van zo’n ergernis is, dat je, eenmaal geïrriteerd, er telkens mee wordt geconfronteerd. Hoezo ‘herhaaldelijk vroeg men ons te komen voor ontmoetingen met psychologen en psychiaters, om…’? Oh zeker, er zal in de oorspronkelijke tekst best sprake zijn van rencontres, maar ontmoeten doen wij doorgaans, meestal onverwacht, in een parkje of op straat of bij de bakker. Misschien dat we bij de eerste geplande afspraak nog over ‘een ontmoeting’ praten, maar dan houdt het toch echt op.

Enfin.
Ik zal stoppen, mijn worsteling duurt nog tot het einde van het boek en dat ga ik wel halen. Ik wil immers weten hoe Lucile het voor elkaar kreeg om nog tot 2008 in leven te blijven, wat toch een wonder van wilskracht en doorzettingsvermogen mag heten en of het wat verwarde, bij tijden onverdraaglijk hoogdravend geschreven verslag van het onderzoek van de schrijfster naar het leven van haar moeder, een erfelijke belasting is of toch echt een kwestie van een zeer, zeer matige vertaling.






18 juli 2013
Luisant, éblouissant, terrible.

Ik heb het er moeilijk mee. Het is niet nodig om dit op te schrijven, maar van de andere kant, wat is wel nodig om op schrift te zetten. Deze week begon ik vol verwachting aan Niets weerstaat de nacht van Delphine de Vigan, een boek dat zo ontzettend aangeprezen werd door het wereld-draait-door-boekhandelarenclubje, (schitterend, schitterend, schitterend) dat de hersenen jeukten om het op te nemen. Ik besef dat ik, wanneer ik verder schrijf, vriendschappen op het spel zet.
Ik lees het boek voor mijn leesclub en zij zouden het wel eens niet kunnen waarderen dat ik al een stukje mening loslaat voordat we bij elkaar komen. Ik gok erop dat geen van hen die aanwezig zullen zijn, mijn blogs leest, zelfs niet wanneer ik die via de moderne media in hun gezicht slinger. De enige die dat wel doet heeft zich afgemeld met het zwakke excuus van een buurtbarbeque alsof gezelligheid voor een hoogwaardig culturele bijeenkomst mag gaan.

En Wim Krings natuurlijk, mijn boekenmaatje, hoe onverwoestbaar is onze vriendschap?

Ik heb geen man die mij liefheeft, wat mij niet verbaast, en die zich zorgen zou kunnen maken over mijn emouverende ervaringen rond dit boek. Dat is een geruststellende gedachte. Wat drijft mij dan dit stuk te schrijven? Waarom kan ik het niet loslaten en de wereld met rust laten in plaats van de mensheid lastig te vallen met mijn bevindingen.

Het is de vertaling. Waarschijnlijk hindert mij mijn kennis van het Frans, maar ik lees het er dwars doorheen. Het begint al meteen als de dochter van de auteur haar moeder vraagt: ‘Grootmoeder…heeft zij eigenlijk zelfmoord gepleegd?’ Franse kinderen doen dat, zij spreken van grandmère wanneer ze het over hun oma hebben, maar Nederlandse kinderen doen dat zelden. Grootmoeder wordt doorgaans hooguit gevolgd door de vraag: ‘Wat heb jij grote oren?’
Ik ga het verder niet over de zin zelf hebben…

Het vervelende van zo’n ergernis is, dat je, eenmaal geïrriteerd, er telkens mee wordt geconfronteerd. Hoezo ‘herhaaldelijk vroeg men ons te komen voor ontmoetingen met psychologen en psychiaters, om…’? Oh zeker, er zal in de oorspronkelijke tekst best sprake zijn van rencontres, maar ontmoeten doen wij doorgaans, meestal onverwacht, in een parkje of op straat of bij de bakker. Misschien dat we bij de eerste geplande afspraak nog over ‘een ontmoeting’ praten, maar dan houdt het toch echt op.

Enfin.
Ik zal stoppen, mijn worsteling duurt nog tot het einde van het boek en dat ga ik wel halen. Ik wil immers weten hoe Lucile het voor elkaar kreeg om nog tot 2008 in leven te blijven, wat toch een wonder van wilskracht en doorzettingsvermogen mag heten en of het wat verwarde, bij tijden onverdraaglijk hoogdravend geschreven verslag van het onderzoek van de schrijfster naar het leven van haar moeder, een erfelijke belasting is of toch echt een kwestie van een zeer, zeer matige vertaling.






2 april 2013
Wat er uit zal komen moet nog blijken, dat er veel gaat gebeuren en veranderen zeker. Mijn Boekbladblog van vandaag

Herrijzen

Kom op, niet huilen, het komt vast goed, gewoon je schouders eronder, niet opgeven.

Maar als ik ga pinnen om wat flesjes wijn te betalen voor de mensen die komen meedenken over mijn winkel, geeft het apparaat aan dat er geen saldo is. Geen saldo! Geen saldo op de rekening waarvan ik over twee dagen 2800 euro huur moet betalen. Ik kan alleen maar zo snel mogelijk het spaargeld aanspreken dat ik vergaard heb om, mocht ik iets krijgen, een paar weken vervanging te regelen en mocht ik niks krijgen, als mijn pensioen te gebruiken.
Als ik met deze winkel doorga, vreet die mijn toekomst op en veel tijd is daar niet voor nodig. Een gedachte die mij de hele dag labiel weet te houden.

Witte Donderdag bleek de avond die ik uitgekozen had om over mijn bedrijf na te denken.
Er was wijn, er waren meelproducten en er waren heel veel toegewijden. In tegenstelling tot de centrale figuur op die beslissende bijeenkomst was mij bevolen zo veel mogelijk mijn mond te houden, maar ik moet toegeven, dat bevel was op eigen verzoek. Er is veel gezegd deze donderdag, en geopperd en bedacht en voorgesteld. Het was een fijne avond, die lang duurde, in mijn hoofd bleef zitten en die ’s morgens verderging alsof ik niet geslapen had.

‘Boekkopers moeten beseffen dat zij hun boeken bij de fysieke boekhandel moeten kopen, als ze willen dat die blijft bestaan’, werd bepleit. En dat is waar. Maar wat als het de boekkopers niet kan schelen? Zij zoeken het product, en gemak dient de mens. Wat kan het hun schelen of er uitgevers zijn die een prachtig fonds hebben met pareltjes ertussen? Wat niet weet wat niet deert, als de behoefte maar bevredigd wordt: een goed boek. Wat kan het de lezer schelen dat er schrijvers zijn die zij niet kennen? Er zijn er zat die ze wel kennen en de paar nieuwelingen die boven komen drijven, lijken het aanbod toch wel te verfrissen.

Wat is het nut van de fysieke boekhandel als de keuzes van het scherm spatten? Misschien moet de boekhandel in de straat maar weg. Dan maken we een knus digitaal boekenboetiekje waar je advies op maat kunt krijgen, desnoods telefonisch, en je het boekje dat je wenst, downloadt of opgestuurd krijgt. Klantvriendelijker kan het internet niet zijn en de boekverkoper heeft geen last van huur, dure voorraad, interieur of etalages. Hij werkt wanneer er klanten zijn en is een vrij mens op alle andere momenten.

Wat nou geur, bladerplezier, reliëf, materiaal, drukpracht, verrassing, onverwachte ontmoetingen, gesprekken, herinneringen, schrijvers? Gaan we nou weer zeiken over beleving? Het woord van deze eeuw, dat beleeft maar en beleeft maar en het liefst met een kop koffie. Als je dat allemaal zo belangrijk vindt, dan betaal je daar toch voor? Dan koop je een entreekaartje of je wordt lid en dan ga je lekker beleven. Oh, dat is niet de bedoeling? Het beleven moet gratis en je wilt verleid worden tot het kopen van een boek en dan moet de belevingsbieder kunnen leven van wat hij aan die boekenverkoop overhoudt.

Dat heet een boekhandel, mensen, en dat bestaat al, of moet ik zeggen ‘nog’?

Voor de Boekenwurm is het einde in zicht en ja, er zijn mogelijkheden om hem te behouden, maar dat vergt heel sterke schouders en heel veel liefde en idealisme en visie en kennis en allerlei vaardigheden van handig met een schroevendraaier tot het bewerken van ambtenaren; en tijd en energie en punctualiteit en structuur en een netwerk en taalvaardigheid en creativiteit en ICT-handigheid en fysieke kracht. En als dat er allemaal is, dan kan er misschien weer genoeg geld binnenkomen om iemand ervan te laten leven.

Witte Donderdag was een bijzondere avond, maar misschien was het geen toeval dat ik daarom op Goede Vrijdag de Boekenwurm zag sterven. Pasen is het feest van de herrijzenis, van het nieuwe leven. Je zou er bijna gelovig van worden, al denk ik niet dat het in drie dagen zal lukken, en ik kan het zeker niet alleen!






28 maart 2013
Twee boekbladblogjes achter mekaar. Die van vandaag en die van vorige week.

Toekomst

Terwijl ik vanmorgen mijn voeten masseerde met een goedkoop maar grandioos crèmepje van het Kruidvat, bedacht ik dat ik morgen bij dit werkje misschien heel anders naar de toekomst zou kijken.
Het gaat niet goed met De Boekenwurm, wat dat betreft niks nieuws onder de zon. De verkopen nemen af en de stiltes in de winkel worden langer en dieper. Als het zo doorgaat, moet de tent dicht. Wanneer je daarover praat, krijg je veel adviezen: waarom organiseer je geen voorleesmiddagen? Benader scholen, ga samenwerken met de bibliotheek en zo meer. Je wilt mensen niet voor het hoofd stoten, maar je beseft toch hoe treurig het is dat ze blijkbaar niet weten dat je dat allemaal al doet, gedaan hebt en op je lijstje hebt staan.

En daarbij: dat levert niet genoeg op. Wat zeg ik: dat levert vrijwel niets op. Eigenlijk kun je stellen dat wanneer het werk van De Boekenwurm bekostigd moet worden uit de verkoop van boeken er niet genoeg binnenkomt. En de kans dat dat verandert in deze tijden van crises en afnemende kinderaantallen is minimaal. Er moet dus heel anders gedacht gaan worden.

Vanavond heb ik daarom een groep mensen van allerlei pluimage uitgenodigd om mee te denken over De Boekenwurm. Eerst dacht ik nog dat ik als discussiepunt moest aanvoeren of men er belang bij heeft dat De Boekenwurm blijft bestaan, maar dat kan ik overslaan. De gretigheid en de interesse waarmee mensen de uitnodiging aannamen, is meer dan veelzeggend. Vanavond gaan we dus meteen ter zake komen. Hoe is de situatie? Wat moet anders? En wat kunnen we doen om dat te bereiken?

Ik heb een beamer, een scherm, een verbindingskabeltje voor de iPad, een koffiezetapparaat dat ook thee kan maken, wit papier en Post-its, dikke stiften, als we de paaltjes kunnen omzeilen genoeg stoelen voor dertig à veertig mensen en een gespreksleider. Vanavond wordt een belangrijke avond.



[b]Borgen[\b]

22 maart 2013 Boekbladblog

Lezen en leesplezier is, zelfs in het onderwijs, waar het topprioriteit zou moeten hebben, in de praktijk vaak een ondergeschoven kindje. Wanneer ik dus van de gemeente bericht krijg dat de leesbevordering in Maastricht is geborgd, dan word ik kritisch. Zeker als daarmee bedoeld wordt dat mijn werk overbodig is. Maar voordat ik ga schieten, zoek ik het even op, het woord ‘borgen’.
Via Van Dale en Encyclo.nl oogst ik: ‘beveiligen tegen losgaan’, ‘beschermen tegen verwateren’, ‘maatregelen treffen zodat iets in orde blijft’, ‘uitstel verlenen’ en ‘crediteren, lenen, poffen’. Uit het puzzelwoordenboek: afgrendelen, sluiten, beveiligen, dichtmaken, dichtdoen en klissen. Borgen, borgde, heeft geborgd.

Ik vind nergens een vervoeging met ‘zijn’, er ís dus niks geborgd. Laat staan dat het in orde was. Gelooft u mij, in Maastricht is nog heel erg veel voor verbetering vatbaar, vooral als het gaat om het structureel implanteren van het bevorderen van het leesplezier in het onderwijs. Wanneer hier woorden bij staan die niet helemaal... Enfin, u weet hoe het werkt.

Gistermorgen opende de wethouder de (eerste) bibliotheek op school (dBOS) in Maastricht. Ik werd teleurgesteld. Behalve dat ze promoveerde tot hoogste baas van de bieb en een ballon losliet, bestond haar woordje uit te zeggen dat ze vroeger graag Wipneus en Pim las. Goed, er zat een groep wiebelende kinderen op de grond, iets wat kinderen vaak wordt aangedaan, en er waren nogal wat praatjes waar die getormenteerde billen en benen naar moesten luisteren, dus ik heb mij neergelegd bij alleen maar lollig. En de kinderen hoef je daar ook niet mee lastig te vallen. Gun hen een feestje.

Toch had ik verwacht dat dit, ook door de pers, goed bezochte moment benut zou worden om duidelijk te maken waarom het nodig is dat het lezen bevorderd wordt en hoe ze dat dan willen doen. Ik miste de ouders, ik miste de kinderopvang, de peuterspeelzaal, de wat-heb-je-allemaal-nog-meer-in-een-kindcentrum, kortom: ik miste de volwassenen die overtuigd moeten worden van het belang van lezen. Nog korter om, ik zag veel gemiste kansen.

De bibliotheek zelf was mooi, gezellig, maar klein. 2600 boeken voor 480 kinderen. Opgedeeld in categorieën ben je er als fervent bovenbouwlezer in een paar maanden doorheen en geloof me, op scholen waar lezen structureel gestimuleerd wordt, heb je veel(-)lezers die wel wat lusten. De collectie zat goed in elkaar, maar ik had ook niet anders verwacht, met de begeleiding en de tijd die erin gestopt is. Ik was geroerd door de gedrevenheid van de leerkrachten, de ouders en de bibliotheekmensen die het in elkaar hebben gestoken. Er is een bezoekschema voor de klassen, er zijn vrijwilligers, er is een computersysteem en er is een mooie begincollectie boeken. Het fundament ligt, nu begint het bouwen aan inhoudelijke kennis, het bewerkstelligen van de natuurlijke integratie van het lezen in het schoolsysteem en onderhoud en opbouw van het boekenaanbod. Nu begint de leesbevordering.

Ik hoop dat het hen gaat lukken om deze, helaas wat verstopt gelegen, schoolbibliotheek een bron van leesplezier te maken, waar de leerlingen zich aan zullen laven. Dat wordt de grootste uitdaging, ervoor zorgen dat de boeken daar niet alleen maar de bieb borgen, maar gelezen worden en nog eens en nog eens totdat de vellen erbij hangen. Het kan!

Toch overschreeuwt de gemeente zichzelf met de bewering dat de leesbevordering hier is geborgd door dBOS. Natuurlijk verhoogt dBOS de bereikbaarheid van boeken voor kinderen en kan dat zelfs maximaal maken bij een strategische plaatsing en een optimale inloopmogelijkheid. Echter, totdat lezen en het gebruik van het boekenaanbod zo vanzelfsprekend zijn dat er geen leescoördinatoren en speciale acties nodig zijn, is leesbevordering noodzakelijk. Pas als het zichzelf overbodig maakt, is het klaar.

Zo bekeken is de leesbevordering in Maastricht in elk geval nog lang niet geborgd, of misschien zelfs bedroevend goed geborgd. ’t Is maar hoe je het definieert.






28 maart 2013
Borgen

22 maart 2013 Boekbladblog

Lezen en leesplezier is, zelfs in het onderwijs, waar het topprioriteit zou moeten hebben, in de praktijk vaak een ondergeschoven kindje. Wanneer ik dus van de gemeente bericht krijg dat de leesbevordering in Maastricht is geborgd, dan word ik kritisch. Zeker als daarmee bedoeld wordt dat mijn werk overbodig is. Maar voordat ik ga schieten, zoek ik het even op, het woord ‘borgen’.
Via Van Dale en Encyclo.nl oogst ik: ‘beveiligen tegen losgaan’, ‘beschermen tegen verwateren’, ‘maatregelen treffen zodat iets in orde blijft’, ‘uitstel verlenen’ en ‘crediteren, lenen, poffen’. Uit het puzzelwoordenboek: afgrendelen, sluiten, beveiligen, dichtmaken, dichtdoen en klissen. Borgen, borgde, heeft geborgd.

Ik vind nergens een vervoeging met ‘zijn’, er ís dus niks geborgd. Laat staan dat het in orde was. Gelooft u mij, in Maastricht is nog heel erg veel voor verbetering vatbaar, vooral als het gaat om het structureel implanteren van het bevorderen van het leesplezier in het onderwijs. Wanneer hier woorden bij staan die niet helemaal... Enfin, u weet hoe het werkt.

Gistermorgen opende de wethouder de (eerste) bibliotheek op school (dBOS) in Maastricht. Ik werd teleurgesteld. Behalve dat ze promoveerde tot hoogste baas van de bieb en een ballon losliet, bestond haar woordje uit te zeggen dat ze vroeger graag Wipneus en Pim las. Goed, er zat een groep wiebelende kinderen op de grond, iets wat kinderen vaak wordt aangedaan, en er waren nogal wat praatjes waar die getormenteerde billen en benen naar moesten luisteren, dus ik heb mij neergelegd bij alleen maar lollig. En de kinderen hoef je daar ook niet mee lastig te vallen. Gun hen een feestje.

Toch had ik verwacht dat dit, ook door de pers, goed bezochte moment benut zou worden om duidelijk te maken waarom het nodig is dat het lezen bevorderd wordt en hoe ze dat dan willen doen. Ik miste de ouders, ik miste de kinderopvang, de peuterspeelzaal, de wat-heb-je-allemaal-nog-meer-in-een-kindcentrum, kortom: ik miste de volwassenen die overtuigd moeten worden van het belang van lezen. Nog korter om, ik zag veel gemiste kansen.

De bibliotheek zelf was mooi, gezellig, maar klein. 2600 boeken voor 480 kinderen. Opgedeeld in categorieën ben je er als fervent bovenbouwlezer in een paar maanden doorheen en geloof me, op scholen waar lezen structureel gestimuleerd wordt, heb je veel(-)lezers die wel wat lusten. De collectie zat goed in elkaar, maar ik had ook niet anders verwacht, met de begeleiding en de tijd die erin gestopt is. Ik was geroerd door de gedrevenheid van de leerkrachten, de ouders en de bibliotheekmensen die het in elkaar hebben gestoken. Er is een bezoekschema voor de klassen, er zijn vrijwilligers, er is een computersysteem en er is een mooie begincollectie boeken. Het fundament ligt, nu begint het bouwen aan inhoudelijke kennis, het bewerkstelligen van de natuurlijke integratie van het lezen in het schoolsysteem en onderhoud en opbouw van het boekenaanbod. Nu begint de leesbevordering.

Ik hoop dat het hen gaat lukken om deze, helaas wat verstopt gelegen, schoolbibliotheek een bron van leesplezier te maken, waar de leerlingen zich aan zullen laven. Dat wordt de grootste uitdaging, ervoor zorgen dat de boeken daar niet alleen maar de bieb borgen, maar gelezen worden en nog eens en nog eens totdat de vellen erbij hangen. Het kan!

Toch overschreeuwt de gemeente zichzelf met de bewering dat de leesbevordering hier is geborgd door dBOS. Natuurlijk verhoogt dBOS de bereikbaarheid van boeken voor kinderen en kan dat zelfs maximaal maken bij een strategische plaatsing en een optimale inloopmogelijkheid. Echter, totdat lezen en het gebruik van het boekenaanbod zo vanzelfsprekend zijn dat er geen leescoördinatoren en speciale acties nodig zijn, is leesbevordering noodzakelijk. Pas als het zichzelf overbodig maakt, is het klaar.

Zo bekeken is de leesbevordering in Maastricht in elk geval nog lang niet geborgd, of misschien zelfs bedroevend goed geborgd. ’t Is maar hoe je het definieert.






7 maart 2013
Mijn boekbladblog van vandaag

Van mijn belastingcenten

Dat ik hier nou zomaar zit, in het zonnetje, op een pleintje met een bankje en een kerk met een kasteel. Gratis. Nou ja ik heb de auto die van mij is met de diesel die ik zelf betaalde over de wegen waar ik aan meebetaal voor een wandelingetje naar deze buurt gereden en geparkeerd, dat dan wel weer gratis. Maar verder zit ik hier op niemands belastingcenten.
Nou nee, dat is ook niet helemaal waar, want er is heel wat belastinggeld in dit pleintje gestopt. Mooi steentje, vakkundig gelegd. En niet alleen het pleintje, ze hebben hier ook een put, op de rijweg, met blauwsteen en een glasplaat afgedekt. En het trapleuninkje naar het kapelletje is niet van goud, maar daar stoppen ook alle bezuinigingen.

Ik denk daar al de hele wandeling over na, over belastingcenten. Over de belastingcenten van Matthijs van Nieuwkerk meer precies. Ik las op de valreep voor ik vertrok een sputter- en spuugstukje in het plaatselijke sufferdje. ‘Wat verdienen die televisiemensen toch veel, daar kan toch nog veel bezuinigd worden.’ Er is vast wel een startertje dat het voor 40.000 euro doet, per jaar dan hè. Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat deze columnist niet voor dat bedrag een vervanging voor Matthijs dacht te regelen, voor dat geld verving hij een of andere dame, die ik niet ken en waarvan ik de naam dus zo snel ook niet weet.

Oh, zeg ik daar per ongeluk iets wezenlijks? Zou Matthijs misschien zo duur zijn omdat hij voor 80 procent het succes van het programma betekent? Zouden ze investeren in unieke kwaliteit? Waarom heeft een omroep zoveel geld over voor een mens? Ik denk zomaar, omdat die iets te bieden heeft wat anderen niet in huis hebben. Men houdt van Matthijs van Nieuwkerk. De kijker wil hem. En omdat de kijker hem wil, is hij veel geld waard. Vergelijk het met een Van Gogh. Toen niemand hem kende, kostte hij niks en ik geloof niet dat hij na zijn dood nog iets aan die doeken veranderde. Men wilde hem later gewoon, daarom werd het duur.

Vorige week heb ik Matthijs van Nieuwkerk eens aan het werk gezien. Ik was, omdat ik ontzettend goed bevriend ben met de enorm beroemde, maar toch zo gewoon gebleven, authentieke Wim Krings, meegegaan om een blikje achter de schermen te werpen. Ik kan niet anders dan er bewondering voor hebben. Ik moet er niet aan denken dat ik elke avond weer zo moet scoren. Ik geniet van vakmanschap. Altijd, of ik nu een metselaar aan het werk zie, of een illustrator, een acteur, een boekverkoper of een tv-presentator. Ik kijk altijd meer naar het werk dan naar het resultaat, dat vind ik spannender en het resultaat merk ik vanzelf. Voor de inspanningen die hij levert, de verantwoordelijkheid die hij draagt, het constant onder hoogspanning moeten presteren, verdient Van Nieuwkerk zeker de balkenendenorm, de rest is zijn waarde. En waarde is zoals ik al zei, bijzonder relatief.

Zo ben ik niks waard, nog niet een gedachte, tenminste voor de overheid. Hoor je een zuigend plopgeluid als de gemeente zich losrukt van Selexyz, wanneer ik de wethouder uitnodig om mee te denken over het belang en de toekomst van mijn kinderboekwinkel, word ik afgewimpeld met het argument dat de gemeente zich niet kan en wil mengen in ondernemerszaken. En dan vraag je geen geld hè, dan vraag je gedachten. Niet dat ik veel verwachtte van deze wethouder van Onderwijs die een multidisciplinair, cultureel, literair scholenprogramma om zeep hielp, omdat ze het niet nodig vond er een euro per kind per jaar aan te besteden. De bibliotheek deed het al... Want, zo schreef ze ook deze keer: ‘De leesbevordering in Maastricht wordt al geborgd door de bibliotheek.’

Het is duidelijk, het enige waar ik in Maastricht goed voor ben, zijn mijn belastingcenten.






28 januari 2013
Er verandert niet zoveel,uiteindelijk. Al had ik toen niet kunnen bedenken wat ik hier ga schrijven. Mijn boekbladblog van vandaag

Leer hem lezen!

Terwijl de dooi de sneeuw kletterend van mijn afdak op mijn stoepje gooit, lees ik in de Volkskrant van dit weekend over wassend water en veranderde ecosystemen. Een nachtmerrie voor iedereen die van beheersing houdt. De wereld verandert, want de wereld leeft. En van alles wat leeft, is de mens misschien wel het wezen dat het minst verandert, omdat het het enige is dat tegen de stroom op probeert te zwemmen. Zoe wie ut vreuger waor zoe mot ut blieve.
Ik las ook de column van een plaatselijke schrijver in het gratis wekelijkse bijpraatkrantje. De woede spatte ervan af. Hij schreef over de zwakke straffen die uitgedeeld worden aan verschrikkelijke jongeren in Eindhoven. ‘Waar is het respect voor een ander gebleven?’ vraagt hij zich af.

Midden jaren zeventig, een aswoensdagnacht denk ik, want we waren niet meer verkleed, liep ik met een vriend en vriendin over straat. Een groepje jongeren kwam ons tegemoet. ‘Kom, laten we die eens pakken’, hoorde ik en het volgende wat ik weet, is dat ik beet werd gepakt, geslagen en geschopt. Het enige wat ik dacht was: ‘Mijn hoofd!’ en ik hield met beide handen mijn haar vast om te voorkomen dat het uitgerukt werd, terwijl een van de dames op mijn hoofd stond te stampen. Ze droeg gelukkig gymschoenen.

Opeens waren ze verdwenen en mijn vriend zat net als ik wat versuft, hij bloedde, op het asfalt. De heren uit het gezelschap hadden zich met hem beziggehouden. Wat ons schrik aanjoeg, was dat onze, zijn, vriendin verdwenen was. Wat was er met haar gebeurd? Van die nacht herinner ik me vooral zoeken en in en uit het politiebureau lopen, waar weinig aandacht was voor twee in elkaar geslagen tieners.

Ik heb er nooit een gedachte aan gewijd wie de daders waren en waarom ze het deden. Er was geen reden en zij waren niet de moeite waard. Ik had geen gezicht gezien, hun stemmen verrieden een plaatselijke afkomst, maar wat heb je daar aan? Geen van ons drieën is blijvend beschadigd of heeft moeite gekregen met andere mensen om te gaan of over straat te lopen. We zijn wel wijzer geworden.

Het gebeurt wanneer mensen in groepen handelen. Het is van alle tijden en het heeft geen zin om daarover te praten alsof het leven opeens stukken gevaarlijker is geworden. De mens ís gevaarlijk. Het collectieve erop los slaan, of het nu met de vuisten op straat of met woorden in het café, op internet of op papier gebeurt, hoort bij de mens. Het uit zich vooral bij de domme mens, dat zijn overigens de meesten.

Maar de mens is ook verrassend handig en in principe gemotiveerd om te leren en in staat om na te denken over zichzelf. Als je wilt dat de mens verandert, maak hem dan wijzer, ontwikkel zijn empathisch vermogen, leer hem communiceren! Geef hem de beste leraren, de beste leeromgeving en de beste boeken.

Ik blijf het zeggen: ‘Leer hem lezen!’ In de brede zin van het woord. Niet alleen technische codes ontcijferen, maar het geconcentreerde, stille lezen. Wat onze hersenen lezend ervaren is voor hen net zo echt als wanneer ze het werkelijk meemaken. Vergeet nou even dat lezen de fantasie stimuleert – voor onze hersenen is fictie het leven zelf en ons gezonde verstand wordt er wijzer van, zeker als we over onze ervaringen mogen praten.






10 december 2012
Mijn boekbladblog van vandaag

Concurrentie

Het lijkt misschien alsof ik als boekhandelaar een soort antipode, of in elk geval een deerniswekkend slachtoffer van internet ben, maar volgens mij valt dat wel mee.


Ik facebook, ik twitter, ik blog, ik maak powerpoints, ik heb een digitale agenda, drie e-mailadressen, een smartphone, een iPad, een laptop, een gewone computer, een volledig geautomatiseerd kassasysteem, een ICT-ex en ik googel… maar ik ben geneigd mezelf te hoog in te schatten. Ik doe mijn boodschappen namelijk gewoon in een winkel. Het liefst bij mensen bij wie ik me prettig voel en van wie ik het idee heb dat ze hart voor hun product, kennis van zaken en oog voor mij, hun klant, hebben.

Het ging mis, die ene keer dat ik iets via internet kocht. Het was een product dat ik met veel gegiebel aangeraden had gekregen van een vriendin omdat het zou helpen bij bekkenbodemproblemen en via een door haar doorgestuurde site met de stimulerende woorden ‘Go get them girl, enjoy!’ Het was een frisse site, met verhelderende uitleg en veel keus. Mijn product kende diverse kleurmogelijkheden en ik koos vast iets blauwigs, want ik kies altijd voor blauw. Ik bestelde en betaalde en zag nimmer ‘een discreet pakketje’ arriveren.

Waarschijnlijk deugde die handel wel, vermoedelijk ging het onderweg mis en heb ik nu een bijdrage geleverd aan het verhelpen van andermans bekkenbodemgemodder, mocht het werkelijk helpen. Dat weet ik niet want ik vond het gênant contact op te nemen over de vermissing en bij een fysieke winkel in dit soort producten durf ik niet naar binnen, terwijl ik daar misschien gedegen advies en wellicht betere suggesties zou krijgen en wie weet ook nog een goed idee. Of er prijsverschillen zijn weet ik evenmin, want ik ben niet op de hoogte van de regels in die branche en ik heb er niet op gegoogeld.

Voor hen lijkt me de concurrentie met internet moordend. Hoe gemakkelijk is het dan toch om boeken te verkopen. Ze kosten overal hetzelfde, je kunt aan de buitenkant niet zien of de binnenkant wat voorstelt, ze hebben een groot vermogen tot het oproepen van spontane sociale interactie en je kunt een boekwinkel binnenlopen en ook weer uit, zonder dat iemand iets van je denkt, dat je niet wil dat van je gedacht wordt. Nou ja, of je moet het vervelend vinden een intelligente indruk te maken.






22 november 2012

Lezen zij wel?

Acht zouden er komen, acht pabo-studenten die in het vmbo aan de slag willen en ik zou met hen met boeken en lezen werken. Acht vrouwen dacht ik, maar dat bleek een denkfout, vijftig procent zou man zijn, wat een hoge score is in die branche. Zes kwamen, waarvan honderd procent van de vrouwen en de rest man, wat nog steeds een heel aardige score is.
Van de afwezige mannen had nul procent zichzelf afgemeld.

Ik had bedacht om hen, voordat ik met mijn verhaal zou beginnen, te laten starten zoals ik ook werk met de middelbare scholieren. Op een tafel lagen een behoorlijk aantal zorgvuldig geselecteerde boeken waaruit zij er een mochten kiezen om vervolgens in te gaan lezen.
Dat ik daarbij hun gedrag observeerde, had ik hen niet verteld.

‘Ik lees nooit’ hoorde ik een dame zeggen. ‘Ik ook niet’ reageerde een mannelijke collega. ‘Kijk’ vervolgde hij, het witte flodderexemplaar van Vrees me in de lucht stekend. ‘Daar zorg ik wel voor, dat ze me vrezen’. Gegrinnik.
‘Misschien is er wel iets over voetbal bij, dan heb jij ook iets te lezen’, werd een lange jongen met donkere krullen voorgesteld.
‘Ik heb de hoe-overleef-ik-boeken gelezen’, merkte iemand op en ze pakt Rosa in New York mee naar haar plaats.
‘Ik had er even behoefte aan’ zegt haar buurvrouw en laat haar keuze, Liefde, zien.
De ‘gevreesde’ jongen koos uiteindelijk voor de Grijze Jager.
Ik liet hen lezen tot het moment dat ik merkte dat het voor sommigen echt te lang werd. Ze lazen tien minuten.

Ik schrok hiervan. Voor mij was dit begin didactisch bedoeld, als illustratie van de lezing die ik zou gaan geven, waarin ik bepleit dat je als leerkracht voor leesmomenten moet zorgen. Ik heb daar meerdere argumenten voor en ik wilde hen die geven om hun leesbevorderend werk te funderen binnen het team waar zij straks ervoor zullen moeten pleiten.

Mijn inschatting van de beginsituatie zat er volkomen naast. Deze zeer nabije toekomstige leerkrachten, want derdejaars, ontstegen qua leesgedrag de leerlingen niet die zij zouden moeten begeleiden. En wat erger was, het belang van het lezen zagen ze nog niet zo, het leek wel alsof ze er nog nooit een gedachte aan hadden gewijd.

En dat herkende ik ook uit mijn eigen tijd. Inzichten moeten je aangereikt worden. En ook al nestelden sommigen zich pas jaren later in mijn denksysteem, de kiem is toen gelegd, binnen mijn opleiding. Daar moet het gebeuren. Ik had anderhalf uur om hen een begin van leesbesef bij te brengen, veel te weinig natuurlijk. En een veel te kleine groep. Ik zou met de hele Pabo aan de slag moeten, elk jaar opnieuw, anderhalf uur in alle groepen, dat zou ze leren.

Het was overigens geen verloren middag. Het was mooi om telkens de achterkant van mijn werk te kunnen laten zien, hen bewust te maken van mijn observaties: Kijk dit doe ik omdat…, merk je wat het effect is van…, heb je eigenlijk in de gaten hoe lang je al in dat boek aan het kijken bent… Het was een fijne groep om mee te werken, want ze waren zeer gemotiveerd om goede leerkrachten te worden.

boekbladblog 21 november 2012






1 oktober 2012
Boekbladblog van vandaag:

waarbij opgemerkt dat buiker Sittards is voor boeken, een woord dat ik sinds 'Harry Potter kalt plat', niet meer uit mijn hoofd krijg.

Buiker in DWDD

-Ik vind het heel goed hoor, van De wereld draait door, dat ze iets doen met boeken, heel nodig ook.
-Maar hoe vond je het?
-Ja, kind, tja, ik...
-Mam, zeg het nou maar. Wat vond je ervan?
-Nou wat ik zeg, het is heel goed...
-Laat ik het anders vragen. Welk boek is je bijgebleven?
-Uh, nou uh toch dat van Wim. Maar ik weet niet of dat komt doordat ik vooral op Wim zat te letten.


Tja, dat weet ik natuurlijk ook niet. Bleef dat boek mij ook het beste bij omdat ik het ken, omdat ik Wim ken, omdat ik heel erg zat te kijken hoe hij het deed? Hoe hij sprak, wat hij zei? Ik weet het niet. Net zo min als ik zeker weet dat ik aan de aankondiging van Matthijs van Nieuwkerk meende te kunnen horen dat het een experiment betrof. En (naar later bleek) zeker het introduceren van een kinderboek, bovendien zonder tekst, en zonder verwijzing naar het excuus 'Kinderboekenweek' , maar gewoon omdat het een prachtig boek is dat de aandacht verdient. En dat al meteen de eerste keer. De wereld draait door nam daarmee een enorme hindernis en dat deden ze glansrijk.

Maar waarom bleef Nederland ons bij? Omdat het rust bracht? Omdat de ogen en de oren konden samenwerken? Door de gemeende, gretige aandacht van Matthijs van Nieuwkerk? Door de manier waarop Wim Krings ons het boek in gidste? Alles denk ik.

Hun gesprek maakte, zonder overbodige uitleg, duidelijk wat het boek bijzonder maakt:
W: in mijn provincie, Limburg, loopt Dolfje Weerwolfje van Paul van Loon een bekende Nederlandse schrijver (ik kon Wim zoenen omdat hij schrijver zei en niet kinderboekenschrijver)
M: Ja, en in Rotterdam staat, heel klein, een beeld van Zadkin (kus voor Matthijs)
Net dat ik zelf Zadkin al gevonden had, maar door die opmerking werd het opeens een boek dat voor jong én gevorderd de moeite waard is.

De andere boeken wist ik niet meer, pas bij het herbekijken van het gesprek bleven ze enigszins hangen al was ik nog steeds niet verleid om ze te lezen. Maar dat hoeft natuurlijk niet iedere keer bij iedereen te lukken. Ik hoorde het echter van meer mensen.

Napratend met Wim vrijdagmorgen tijdens het uitzoeken van het feestdagenpapier bij een aardige vertegenwoordiger (U vindt het toch niet erg dat we even de uitzending evalueren? Nee hoor!) moest ik er toch iets over zeggen. En bemoeizuchtig als ik ben, heb ik hem niet slechts één goede raad, meegegeven.

Ik denk dat het goed komt. Ik denk dat, als DWDD hen de kans geeft te groeien, ze straks allemaal zo in gesprek gaan met elkaar en met Matthijs van Nieuwkerk dat we ons niet buitengesloten voelen, maar we juist graag luistervinken. Het gaat hen lukken ons, de DWDD-kijker, het gevoel te geven dat we lezen lekker vinden, net zoals we geloven dat wetenschap te begrijpen is en het heelal verklaarbaar.

Toch ben ik voor deze keer even bijzonder trots op Wim. Hij bewees dat je als boekhandelaar en als Limburger met een accent, in staat bent over alle boeken zinnige dingen te zeggen, dat mensen naar je luisteren en je begrijpen, zelfs in Bos en Lommer, wat daar dan ook mis mag zijn. En dat kinderboeken kunnen in De wereld draait door.






4 september 2012
Hallo, Wereld draait door

Mijn maatje wordt beroemd. Vanaf binnenkort gaat Wim Krings, met drie collega’s in De wereld draait door over boeken praten. ‘Ah Wim, wel zo nu en dan een kinderboek inbrengen’ kon ik niet nalaten te zeggen. Het werd een beetje stil aan de telefoon.
Kinderboeken kan niet, begreep ik uit die stilte. ‘Young Adults mogen wel’, riep Wim nog om me te troosten. Maar het hielp niet.
Het kinderboek is geen cultuuritem waar volwassenen over mogen praten. Tenzij de schrijver bekend is van tv of theater of het koningshuis, schrijfkwaliteiten niet noodzakelijk, als het publiek maar plakt.


Die vier boekhandelaren kent nu nog niemand, maar die hoofden worden net zo vertrouwd als die van de wetenschapper, de computernerd en de dichter. En dan gaat opeens tellen wat ze zeggen, want als je hoofd bekend is, is je mening meer waard.
En stel je nou toch eens voor, dat zo’n beroemde boekhandelaar opeens zegt dat hij erg genoten heeft van het nieuwe boek van Bette Westera, Agave Kruijssen of Miriam Oldenhave of van het kinderboek van Jef Aerts, om maar wat te noemen.

Opeens zou dan blijken, dat de kinderboekenwereld niet op slot is voor volwassenen. Sterker nog, dat volwassen lezers nodig zijn om kinderen het lezen in en daarna verder te helpen, omdat de kans anders groot is dat ze almaar aan het vertrouwde weerwolfje of muisje blijven hangen en als ze daar te groot voor worden, afhaken.

En laat het nou toch zo zijn, dat een heleboel volwassenen die geregeld naar De wereld draait door kijken, verbonden zijn aan kinderen omdat ze hen opvoeden, opleiden of opvangen. En, echt waar, er bestaat een hele grote groep volwassenen, ’t is toch niet te geloven, die gewoon van kinderboeken houdt.

Het kan daarom zomaar, dat de doelgroep toch niet in bed ligt als De wereld draait door om 19.30 u begint. Ze hoeven daar niet zo bang te wezen dat het volk wegzapt als een kinderboek in beeld komt. En ik kan ze nog wat verklappen, er is een hele grote kans dat een behoorlijk deel van de kinderboekendoelgroep die zij voor ogen hebben, wel kijkt. In ieder geval tot De TV draait door.






15 mei 2012
Boekbladblog 14 mei 2012

Stukgelezen

Vijftig procent van de kinderen beleeft plezier aan lezen, begrijp ik uit de column van Sylvia Witteman in Volkskrant magazine van dit weekend.


Dat lijkt me nog een voorzichtige schatting. In mijn gezin beleeft honderd procent van de kinderen plezier aan lezen. Ik heb echter begrepen uit alle reacties dat ik mijn eigen gezin niet als maatstaf moet nemen, want ‘jahaa natuurlijk leest jouw kind graag met zo’n moeder.’ Bovendien heb ik maar één lezend kind, het andere is dood, maar dat zou best wel eens een hekel aan lezen gehad kunnen hebben. Het is dus mogelijk dat ik een standaard gezin heb.

Het valt mij mee, vijftig procent. Dat betekent toch dat de helft van alle kinderen de keuze om te gaan lezen in het eigen voordeel heeft benut. Daarbij weet ik overigens niet of in dat onderzoek is meegenomen hoe kinderen lezers of niet-lezers zijn geworden. Hebben de afkeerlingen het lezen allemaal aangeboden gekregen en hoe dan? In elk geval hebben de leesliefhebbers dat wel, want een kind gaat niet vanzelf lezen, net zomin als computeren of voetballen. De kans dat een kind dat genot aan lezen beleeft, een lezer wordt als het op een dwangmatige en of bloedeloze manier het lezen krijgt aangeboden, is groot. Het kind dat overgehaald moet worden om te lezen, haakt dan gegarandeerd af.

En moet iedereen lezen leuk vinden? Als het voor het gros van de bevolking voldoende is om te kunnen ontcijferen wat er op de basisbehoeftes van leven aan leesvoer staat, dan redden de meesten zich wel. Lezen is immers altijd een privilege geweest. Vroeger hoorde je daarbij als je geld genoeg had om het te leren en om boeken te bemachtigen. Vandaag kan iedereen er zelf voor kiezen. Natuurlijk is het zo, dat kinderen uit niet lezende milieus minder kans hebben om het lezen te ontdekken dan kinderen die opgroeien in een omgeving die rijk van boeken is voorzien. Als mensen dat onrechtvaardig vinden, omdat in de praktijk blijkt dat goede lezers meer kansen hebben en daardoor hogere posities bekleden, gemakkelijker communiceren omdat ze meer weten en daardoor interessanter zijn om mee te praten en daardoor weer betere en slimmere netwerken hebben, waardoor lezen vooral iets van de bovenkant van de samenleving wordt, dan moeten ze nu ervoor zorgen dat iedereen de kans krijgt te kiezen voor lezen.

Overigens werd mijn kind niet vanzelf een lezer. Tot mijn onuitsprekelijke geluk als leesbevorderaar en tot grote zorg als moeder, duurde het heel lang voordat mijn zoon technisch enigszins met het lezen uit de voeten kon. Ik had een proefkonijn gebaard, waarmee ik zowel emotioneel als praktisch ervaring op kon doen om het lezen tot een lust te maken. Dat is mij gelukt. Al moest ik daarvoor wel een paar radicale maatregelen nemen zoals hem van een leesontmoedigende basisschool afhalen en een school kiezen waar lezen vanzelfsprekend en boeken volop aanwezig én bereikbaar waren. En ik moest minder voorlezen. Dat laatste vergt uitleg, besef ik, want voorlezen is belangrijk. Maar dat leidt nu teveel af. Er is onzekerheid over het leesmateriaal dat hem uiteindelijk een grage lezer maakte. Ik houd het zelf op de Donald Duck en Geronimo Stilton, waarna hij moeiteloos overstapte op Harry Potter. Zelf ontkent hij dat. Hij houdt het op Barbapapa en ik geef hem graag gelijk.

Een van de moeilijkste dingen van het aanzetten tot lezen is het accepteren dat kinderen plezier beleven aan iets dat afwijkt van je eigen smaak of norm. Hoezo, is het belangrijk wat de ouders van Harry Potter vinden, of van Geronimo Stilton of Tonke Dragt? De beste leesbevorderaars kunnen de kaken op elkaar houden, zoals mijn vader, neerlandicus, in stilte geleden moet hebben toen ik hem als puber vol vuur voorhield dat Leni Saris toch echt op de lijst moest mogen. Hij had mijn liefde voor die boeken kunnen afkeuren of weglachen, maar hij deed het niet. Hij heeft mijn smaak manmoedig verdragen en is altijd blijven vertrouwen op een natuurlijke literaire groei in mijn ontwikkeling als ik maar bleef lezen. Mijn vader heeft heel veel mensen tot lezers gemaakt.

Soms vergt dit zelfs iets dat onbegrijpelijk pijnlijk is voor de boekminnende opvoeder, omdat het ding ‘boek’ ook emoties oproept. Ik begrijp daarom wel wat er zo schokkend is aan het toepassen van de instructies in een boek, als dat ten koste gaat van het object. Toch is Wreck this journal een pleidooi voor het papieren boek, want alleen het idee dat je werkelijk kunt doen wat het boek voorschrijft bepaalt de lol. Zelfs als je besluit alleen in gedachte ervan te genieten. Sylvia Witteman deed er dus goed aan dit boek aan te schaffen om haar kinderen tot lezen aan te zetten. Al constateert ze zelf uit het feit dat haar kinderen Wreck this journal lezen en uitvoeren, dat het nooit meer goed komt met het lezen. Dat zou dan de eerste keer de conclusie zijn van een stukgelezen boek.






1 mei 2012
Boekbladblog 1 mei 2012

ABC

Voor mezelf besteld: ABC van de literaire uitgeverij. Ik had al een drang tot lezen gevoeld, maar nu ben ik verkocht. Je moet soms even je eigen vak opzij zetten en de tijd nemen om in dat van een ander te gluren. En ik verwacht er heel wat van. Tenslotte is Podium niet de eerste de beste uitgeverij en is Joost Nijsen al twee keer de beste uitgever op één, waarvan ik de naam alweer kwijt ben, maar ik vergeet tegenwoordig wel meer, na.


Als boekhandelaar heb ik altijd de indruk gehad, dat schrijvers hun uitgevers hoog in het vaandel dragen, waar zij de boekhandel toch meer zien als een doorgeefluik van hun onverbiddelijke genialiteit en de boekhandelaar alleen maar krimpend van dankbaarheid hun geesteskinderen mag inpakken*. Ik was daarom verbaasd te lezen dat Joost Nijsen dit gevoel, niet helemaal te tellen, ook niet vreemd is.

Ik hoor gewoon de stilte die valt wanneer hij in een gesprek refereert aan zijn schrijverschap. Een bijna onoorbare verschuiving van de verhoudingen. Ik bedoel maar, dat je het doet, okay, maar dat je er ook nog als een gelijke over wilt spreken, dat is wel heel erg pretentieus. Iedereen die schrijft en iets met letters op internet uitkotst, mag zichzelf een schrijver noemen, begreep ik van Ronald Giphart, maar (en dat zei Giphart niet, dat voeg ik er zelf aan toe) je moet dat natuurlijk niet willen combineren met een vak als uitgever of, sta me bij, boekhandelaar.

Kijk dat prikkelt. En zo’n ABC dat is geen gek idee. Je kunt er veel in kwijt zag ik in het Filosofisch Woordenboek van Voltaire en vermoed ik dus in het ABC van Joost. Ik ga dat daarom ook doen. Ik ga het ABC van het lezen schrijven en als ik dat dan afheb, stuur ik het ongeparfumeerd en zonder foto naar Podium, want ik wil natuurlijk wel een A-uitgever voor mijn papieren boek. Jazeker, papier, want ik wil mijzelf in de kast kunnen zetten en zo nu en dan in handen nemen en er zachtjes het stof vanaf blazen.

* Voor diegenen die in een reactie willen zeggen dat er ook aardige auteurs bestaan: ja, ik heb schrijvers die ik vrienden noem, sterker nog ik heb schrijvers die mij lezen






11 april 2012
Bezield


Facebook 7 april 2012:

“als Selexys Dominicanen bij de Slegte kruipt wordt het toch een echte De Boekenwurm Maastricht? Of niet soms?”


Wat bezielt iemand wanneer hij opmerkt dat door een fusie van twee boekhandelketens het een echte boekwinkel met jouw naam wordt? Is het een compliment, of denkt hij dat het niet meer vergt dan veel boeken in een kerk? Of is het gewoon een grappig bedoelde associatie met mijn bedrijfsnaam?

Mijn winkel heet De Boekenwurm. Dat was niet mijn idee, maar het was wel een goede keuze. In vrijwel alles wat er over boeken en lezen wordt geschreven, valt dat woord een keer. Echte lezers zijn boekenwurmen, grote lezers zijn boekenwurmen, kinderen die lezen zijn boekenwurmen. Boekenwurmen zijn slim, fantasierijk en vertederend (behalve wanneer je echt zo’n beestje in je boeken hebt zitten en ze complete gangen in je dierbaren knagen.) Of boekenwurmen zijn stoffig, niet van deze tijd, papierverknochten die de hedendaagse leesmiddelen niet bij kunnen benen. Of ze zijn gewoon saai, want ze lezen liever dan dat ze met echte mensen omgaan en echte avonturen beleven. Boekenwurmen leven niet (behalve dan toch die echte beestjes... Voor wie denkt dat ik overdrijf, kom maar eens kijken naar het aangevreten exemplaar dat in de zaak staat).

En elke keer dat het woord valt, denkt wie mij kent aan mijn winkel, want zo werkt het brein. Met dank!

Mijn winkel is een boekhandel. Dat is in deze tijd niet gemakkelijk. Geregeld komt er iemand vertellen dat je het zwaar hebt of vraagt je meewarig of je het wel redt. 'Heb je ook zoveel last van internet?' 'internet? Nee, dat valt wel mee, ik heb er meer last van dat het aantal kinderen afneemt. Er gaan hier de komende tijd elf scholen dicht. Elf! Dat kan ik niet, niet merken. En een vetpot was het toch al nooit.'
‘Oh’
De reden van die meewarige belangstelling is niet mijn boekenbootje, maar deTitanic in de Dominicanerkerk die van ijsberg naar ijsberg botst. De onkwetsbare heeft de haven nauwelijks verlaten of het gaat mis en in zijn zinken dreigt hij de hele vloot mee te trekken. Als toeristische trekpleister is Dominicanen misschien nog een van de meest rendabele schepen van de rederij, maar een boekhandel is meer dan een drijvend boekenschip.

Niet voor niets vind je weinig branches waar zoveel hoogopgeleiden voor zulke lage salarissen werken. Er moet iets in het boekhandelswerk zijn, dat voldoening geeft. Iets dat het gebrek aan geldelijk inkomen compenseert. Het moet iets fysieks zijn, iets dat lustgevoelens opwekt, iets verslavends. Het moet iets tastbaars zijn, iets dat de zintuigen stimuleert. Alle zintuigen. Het is het boek. Het is het gewicht in je handen, het is het papier onder je vingertoppen, het gladde drukwerk op de kaft en eventueel het reliëf, het is het omslag dat je ogen streelt, de stoffige geur van papier en inkt, het gefluister van de pagina's bij het bladeren. Het is het verlangen om te bezitten en te kennen, de wanhoop van teveel en de pijn van voorbijgaan wanneer het lezen af is, het einde waar je heen moet, maar niet wil komen. En altijd wil je meer. Het is bij boeken willen zijn.

Het project Selexyz was een megalomaan plan. Een centraal gemanagede boekenhandelsketen, met een eigen inkoopmanagement, een volledig computergestuurd voorraadbeheer en personeel dat zoveel mogelijk achter de centrale kassa's staat, waaronder veel goedkope studenten om de kosten te drukken. Vanwege hun locatie in Maastricht uitgeroepen tot de mooiste boekhandel van de wereld, waarvan ze dan in hun servicebericht over hun geldnood zelf de beste boekwinkel van Nederland maakten. Chargeer ik? Minder dan ik zou hopen, vrees ik.

Nu gaan ze samen met De Slegte, de boekwinkel waar je voor weinig geld erg gelukkig kunt worden, omdat er de mooiste boeken aan dumpprijzen liggen. Niet tweedehands, maar nieuw, nog nooit doorgebladerd zelfs, want daarvoor hebben ze inkijkexemplaren en op de eerste bladzijde met potlood een afgerond getal, de prijs. Maar gedumpt hè, door de uitgever, omdat het niet liep, kasten vol prachtige, mislukte projecten. En bij de kassa verpakken ze ze voor je in een eenvoudig bruin papiertje.

Misschien kan het wat worden deze twee samen in bijvoorbeeld een verbouwde kerk. Ik hoop het voor de mensen die er werken. Ik wens voor hen dat het schip zal blijven drijven. Ik hoop het ook voor de stad Maastricht waar uiterlijk vertoon erg belangrijk is en waarvoor het fijn is als een monument zichzelf bedruipt. Maar voor de lezers gaat er niets verloren als het zinkt. Twee ketens onder één dak is niet genoeg om van de kerk een echte De Boekenwurm Maastricht te maken, daarvoor is meer nodig en liefhebbers voelen dat.
Een goede boekwinkel heeft een ziel.


Mijn boekbladblog van vandaag 11 april 2012 Hanneke Koene 0 reacties






11 april 2012
Een oude blog die ik al 27 maart schreef is toch nog even geplaatst:

Leeswerk
10 april 2012 Hanneke Koene 0 reacties

Na jaren lezingen voor ouders en leerkrachten, die met de bedoeling om te luisteren waren gekomen, werkte ik onlangs met jongeren die in plaats van een uur vrij met vrienden, met een boek naar mij toe moesten komen.

Die gedachte had ik niet ingecalculeerd.

Ik veronderstelde dat leerlingen verwachten dat de uren die ze op school doorbrengen gevuld zijn en dat liefst zo aangenaam en zinvol mogelijk. En dat is ook zo. Wordt aan die eis niet voldaan, dan is school een nodeloze tijdverspilling. Vooral vrijetijdverspilling, de meest zonde tijdverspilling die er bestaat.

Ik zal hen dus van het nut van mijn werk moeten overtuigen zonder dat ik de indruk wek hen wijs te willen maken, dat wat ik doe nuttig is. Er is in elk geval aan een voorwaarde om dat te doen voldaan en dat is de belangrijkste, ik ben zelf overtuigd van het nut van wat ik wil doen.

Kort geleden stond er weer een artikel in de Volkskrant over de belabberde leesvaardigheid van middelbare scholieren. Ze kunnen de concentratie niet meer opbrengen om een stuk tekst te lezen. De schrijver sprak vooral over literaire teksten, maar ik vond zijn opmerking dat hij, wanneer hij een krantenartikel met leerlingen wil bespreken, dat integraal moet voorlezen, meerzeggend.

Vergelijk het met het bewegingsonderwijs. Leerlingen met een slechte conditie pik je er zo uit en het aantal jongeren dat te weinig beweegt neemt toe. Toevallig heeft die toename vaak dezelfde oorzaken als de afname van het aantal lezers. En daarbij, sporten staat hoog ingeschaald als het om een goede opvoeding gaat...maar de computer ook. Ondanks de kritische geluiden die er altijd zijn en die blijven komen, krijgen kinderen al jong en vrij kritiekloos de computer aangeboden. Behalve dat de computer* gemakkelijk is, heeft hij een betere reputatie, want hij is minder passief dan de televisie. De computer wordt niet zo snel geassocieerd met zakken chips op de bank en ouders vinden hun computerkinderen vaak slim.

Natuurlijk wordt niet iedereen een lezer, net zomin als iedereen gaat sporten, maar we zouden al veel winnen bij het erkennen van het fysieke belang van lezen. Ik overweeg mijn uurtjes aan te pakken als een gymles met een warming-up, oefeningen en een cooling down en dan maar wachten totdat de eerste voor me staat en zegt dat ze niet mee kan doen omdat ze ongesteld is. Nou nee, slimmer zou zijn om iedereen die om wat voor reden niet mee kan doen met de gymles een boek te laten pakken en gaan lezen. Laat ik eens pleiten voor een boekenkast in de gymzaal.

*in welke vorm dan ook






23 december 2011
Zo hij is eruit mijn eindejaarsboekbladblog, 2011 mag om.

Fatale Termijn

Je voelt bloggesproken toch de drang om een jaar af te ronden als de hete adem van Silvester in je nek blaast. Maar wat als je niet precies weet wat je van het jaar moet denken?

Het was slecht als ik naar de onderhandelingsresultaten met de stad Maastricht kijk. De Maastrichtse overheid heeft duidelijk te kennen gegeven geen behoefte te hebben aan de werkzaamheden van Zwaan Kleef Aan. Aan mijn werk dus, want Zwaan Kleef Aan is de Stichtingparaplu waaronder we het leesbevorderingwerk in deze regio hebben geschoven en waarvan alle werkzaamheden in de loop der jaren op mijn bordje terecht kwamen. Niet buiten mijn schuld natuurlijk, ik had ook ‘nee’ kunnen zeggen, maar ik was tot en met 2010 een idealistische gek.

De behoefte aan leesbevordering is er natuurlijk wel, want Maastricht is laaggeletterd, laag cultureel onderlegd en laag taalvaardig als het in een andere dan de Maastrichtse taal moet. Maastricht (ca 119.500 inwoners) telt 14000 laaggeletterden, dat zijn volwassen mensen die zo slecht lezen en schrijven dat ze niet gelijkwaardig aan deze maatschappij deel kunnen nemen. Tel daar dan nog eens de mensen bij op die het net genoeg kunnen om mee te doen en je schrikt van de hoeveelheid mensen waarbij leesbevordering nog wel eens van belang kon zijn. Hun kinderen groeien vanzelfsprekend op in een omgeving waar lezen niet bestaat. Het hoeft geen betoog dat de culturele en sociaalvaardige achterstand direct aan die laagbelezenheid gekoppeld is.Hoe kan het dat een stad, die serieus ambieert om Culturele Hoofdstad 2018 te worden, niet investeert in de basis? Sorry dat ik schamper.

Goed, 2011 leek begin maart al gelopen. Als het aan mij lag, zouden De Boekenwurm en Zwaan Kleef Aan opgedoekt worden en rooide Maastricht het verder maar met de, als het aan hen lag, half wegbezuinigde bibliotheek.
Maar dat plan mislukte. Ergens in maart kwam ik op de longlist voor Beste boekverkoper van Nederland en opeens werd ik overladen met media-aandacht en bezorgde klanten die toch wel heel jammer zouden vinden als ik stopte, omdat ze zo gehecht zijn aan de winkel. En ook de omzetten stegen, want ja, als mensen willen dat je blijft, dan kunnen ze dat het beste tonen door iets bij je te kopen, want dan kun je de huur betalen, je voorraad vernieuwen en eventueel iets te eten en onderdak voor jezelf en je kind.
Van de longlist op de shortlist en daar hield het op, de titel kreeg ik niet. Dat was jammer want het is een titel die wel status geeft en Maastricht heeft heel veel op met status, wat zeg ik, Maastricht geilt op status en ik vraag me af of dat sterk genoeg is uitgedrukt. Kortom als je status hebt dan gaan er deuren voor je open, dan kan er opeens van alles, dan besta je. Even voor de duidelijkheid, het moet openbare status zijn, zichtbare, voor de wereld bekende status. Dus een staat van dienst telt niet mee. Een begrip achter de schermen zijn vanwege verzet werk is niet van waarde. Uiterlijk vertoon, die status, ook al heb je verder alleen maar op je luie reet gezeten met andermans veren in je kont, dat maakt niet uit.

Vooruit, dan laat ik de winkel maar bestaan, omdat jullie zo aandringen en omdat het zo ontzettend veel moed geeft als je waardering krijgt. Maar wel anders. Maastricht heeft geen Kinderboekwinkel meer. In Maastricht zit De Boekenwurm, een boekhandel die gespecialiseerd is in boeken voor kinderen en jongeren. Maar De Boekenwurm is ook een Expertisecentrum Leesbevordering. Het spreekt vanzelf dat de beloning voor expertisewerk niet kan komen uit de opbrengsten van verkochte boeken. Dat betekent ook, dat we naar de letter van de wet oneigenlijke korting geven bij aankoop van onze boeken, want ons advies blijft gratis en niet alleen bij kennismaking, maar bij elk bezoek. Alhoewel, het advies krijg je vòòr aankoop, dus geven we het niet gratis bìj aankoop. Logisch dus dat De Boekenwurm zijn voorkeuren en meningen zelden op internet etaleert; Onze kennis is niet voor iedereen gratis en ons promotiewerk evenmin.

De idealistische gek is dus dood, maar daar ben ik niet rouwig om. Het leven als zakelijke idealist is een stuk aangenamer. Ik weet wat ik kan, ik weet wat ik te bieden heb en afgelopen jaar heb ik bepeinsd en bepraat en berekend wat ik waard ben. Een proces dat nog niet is afgerond. De winkel ligt in Maastricht en met mijn klanten voel ik mij verbonden, maar voor het expertisecentrum geldt dat niet, dat is zo mobiel als ik ben en ik ben dit jaar ontzettend mobiel geworden en daar komt in 2012 nog een Ipad bij.

2011 is geen fatale termijn gebleken voor de Boekenwurm. De winkel gaat in elk geval in 2012 verder en ieder jaar zullen de klanten bepalen of dat het jaar daarna nog zo is, want dankzij de vaste boekenprijs kun je als klant boekhandels de omzet gunnen zonder een dief van je eigen portemonnee te zijn. Jammer dat veel mensen dat nog niet weten. Misschien een goed boekenbranchevoornemen voor 2012 om dat eens wat meer bekend te maken.






17 november 2011
Mijn boekbladblog van vandaag

Schrijvers

“Ben je nog een schrijver als er geen boeken meer zijn?” vraag ik Ronald Giphart na afloop van zijn Het-leven-is-vurrukkulluk-lezing in Sittard, waarbij hij maar één papieren werk gebruikte: de flodderige, gratis, uitdeel, bibliotheekuitgave van Camperts boek. Verder bediende hij zich voor alle citaten van zijn Ipad en demonstreerde hij en passant hoe gemakkelijk hij de letters op dat ding kan vergroten. Dat is beslist aantrekkelijk voor iemand als ik met deuken in haar schedel van het leesbrilletje.

“Natuurlijk” reageert hij onmiddellijk, waarna hij eraan toevoegt: “het papieren boek gaat verdwijnen, dat is zeker.” “Maar hoe wil je mensen dan opmerkzaam maken op je boek, als het nergens meer ligt?” stamel ik een beetje overrompeld door zoveel stelligheid. Hij kijkt me meewarig aan alsof alleen een aan zijn toko gehechte boekhandelaar een dergelijke conservatieve, bange vraag kan stellen. “Er wordt trouwens meer gelezen dan ooit” strooit hij nog wat zout in mijn wonde, voordat zij zich naar de tafel van Wim (Krings) begeeft, waarop al zijn ‘kinderen’ in papieren vorm staan uitgestald.

Wordt er meer gelezen dan ooit? Ik heb mijn voornemen om dat met cijfers te laten onderbouwen nog niet kunnen waarmaken. Misschien is het zo. Misschien worden er inderdaad meer letters geconsumeerd dan ooit. Maar is dat hetzelfde als boeken lezen? Ik kan alleen maar mezelf als uitgangspunt nemen en dan constateer ik dat ik het nog nooit heb kunnen opbrengen om een boek digitaal te lezen. Ik heb alle doorgestuurde digitale exemplaren ergens ongelezen op mijn schijf staan en de prachtig uitgevoerde usb-stick van uitgeverij Moon met daarop Eland van Meg Rosoff, een boek dat ik echt graag wilde lezen, is ongeopend retour gegaan. Het is, zeg maar, niet echt mijn ding.

Zou het komen doordat ik teveel een gevoelsmens ben dat ik nog geen digitale boekenwurm lijk te worden? Ik moet iets in handen hebben. Sinds ik een papieren krant heb, beklijft het nieuws meer en is het rustiger in mijnhoofd. Wanneer ik op het internet ben, word ik zo overspoeld door schrijvers die allemaal even goed zijn en allemaal hun producten naar voren schuiven, dat ik ze als water langs me af laat glijden. Een boek gaat voor mij pas leven op het moment dat ik het in handen heb, de pagina’s van elkaar haal en de letters gedrukt zie staan, als ik voel hoe de rug zich in mijn handpalm vlijt en mijn vingertoppen de structuur van het papier ervaren. Pas op het moment dat het boek tastbaar is, bestaat de schrijver voor mij.

Het kan best dat ik het daarom ook als beledigend ervaar wanneer er het-maakt-niet-uit-welke-shit tussen twee kaften wordt uitgegeven. Met welk recht wordt dit gedrocht gedrukt? Uitgevers mogen van mij hondskritisch zijn op wat ze uitgeven. Alleen het beste van het beste is het waard om op papier te verschijnen. En dat verdient dan ook een mooie uitgave op liefhebbend papier en in een overrompelend verleidelijke vormgeving en het mag best een beetje aan het onbetaalbare grenzen. Zeker in het digitale tijdperk waar Jan en Alleman voor een prikkie aan verhalen kan komen en voor hetzelfde geld zijn eigen creatieve uitwerpselen aan de man brengt.

Het kan best dat ik, papierenboekhandelaar, er over een poosje niet meer ben. Het is voorstelbaar dat alle klanten hun leeswaren thuis downloaden en opslaan en misschien ook lezen als ze er nog aan denken dat het ergens staat. En het zou zelfs kunnen dat het verhalenbedenkers lukt om aan de anonimiteit te ontstijgen met hun digitale geschriften. Dat is dan fijn voor ze.
Het is in elk geval zeker dat ik er zelf over een poosje niet meer ben en dan zit mijn zoon met kasten vol stofvangers waarin verhalen zijn opgeslagen in een ouderwetse vorm die jaren en jaren (tenminste dat mag ik hopen) geleden gebruikt werd. Een boomonvriendelijk product dat verkleurde en slecht tegen vocht kon. Wat moet je als modern mens met die antieke rommel?

Ik ga er iets aan doen. In 2012 zal ik een IPad aanschaffen. Het moet er eens van komen. Bovendien heb ik het opgegeven erop te wachten totdat de plaatselijke overheid hier uit duurzame en praktische overwegingen haar (sub)raadsleden zo’n ding in bruikleen geeft en ik kan de papieren, politieke bende die in mijn kast kostbare boekenplanken opslurpt niet meer verdragen. En dan kan het zomaar zo zijn, dat ik boeken ga lezen op dat apparaatje. Ik beloof niks, want misschien blijft het mijn onding, maar als het bevalt, is de kans groot dat ik mijn voorraad in de winkel sterk ga uitdunnen. Want als dat lezen aanslaat koop ik echt alleen nog maar in wat het drukken waard was. Werk van echte schrijvers die dan ook met pen in hun papieren boek komen signeren in mijn winkel en waarvoor mensen in de rij gaan staan, want zulke bijzondere mensen ontmoet je niet vaak.






2 november 2011
Mijn boekbladblog van vandaag gaat weer eens over de toekomstdromen van Maastricht, de stad wier bestuurders nooit genoeg lijken te hebben aan wat ze is. Maar onderhuids natuurlijk ook over de onwil van diezelfde bestuurders om structureel het culturele niveau te verbeteren,want de in het stukje genoemde subsidie kwam er natuurlijk niet en op de bibliotheken die volgens de gemeente mijn werk met twee vingers in de neus erbij kunnen doen, gaan ze ook nog eens bezuinigen.

Maastrichtse ambities


Vijfendertig jaar zijn S. en ik bevriend en eigenlijk hebben we nooit ruzie gehad of zware onenigheid, maar nu vertoont de vriendschap een barstje. Of zelfs dat niet, misschien is het de schijn van een barstje of, vooruit, er dreigt een barstje en dat is mijn schuld. Ik kan het namelijk niet laten om telkens als de uitdrukking ‘Culturele Hoofdstad’ aan het woord ‘Maastricht’ gekoppeld wordt, minachtend te snuiven. Een heel irritante trek, die ik echt af moet leren. ‘Het bidbook is nog niet eens geschreven’, reageert ze een beetje gestoken, ‘wacht dat nou eerst maar eens af.’

Afwachten is niet mijn sterkste kant, daarom ga ik vast wat rondneuzen op internet. Weer, want ten tijde van onze subsidieaanvraag, waarbij wij Maastricht vroegen aan Zwaan Kleef Aan minder dan één euro per kind per jaar te betalen om ons leesbevorderende werk te kunnen blijven doen, heb ik daar ook al gezocht. Toen vond ik in alle Maastrichtse uitingen geen woord over de geschreven cultuur. Bij de meeste andere culturele kandidaten overigens ook niet. Alleen Utrecht sprak toen over de verbindende factor die de literatuur vormt tussen de verschillende kunstuitingen en wekte de indruk deze kunstvorm in haar programma een serieuze plek te willen geven.

In het plan voor het bidbook staat het volgende lijstje

Moderne dans
De verzamelaar
Popmuziek
Talentontwikkeling en educatie
Opera en muziektheater
Toneel


Ik heb dit lijstje bekeken en kan maar twee punten bedenken waar ze boeken onder willen schuiven: talentontwikkeling en educatie. Als ik zie hoeveel mensen hier schrijven, dan is er heel wat talent, al dan niet onder educatieve begeleiding, in een zekere staat van ontwikkeling. Al mogen sommigen wel verder doorontwikkelen voordat ze zich blootgeven. Maar ik denk niet dat ze dat bedoelen. En natuurlijk het mysterieuze stipje ‘de verzamelaar’.

‘Verzamelaar’ voldoet als woord al helemaal aan het truttige, stoffige en toch een beetje wereldvreemde imago van de boekenliefhebber. Het lidwoord ervoor maakt het af. En hij staat daar ook zo raar tussen het ballet en de popmuziek. Ik denk, maar ik wordt graag positief verrast, dat ze graag de collecties wilden meenemen in hun culturele bagage en omdat alles zelfbewegend moet zijn, hebben ze de verzamelaar als drager van zijn eigen spullen genoemd. ‘Musea en de bibliotheek’ klinkt niet vlot en vernieuwend en ‘verzamelingen’ riekt naar iets curieus, dat eigenlijk overbodig is. Maar ja, ‘opera’ en ‘toneel’ zijn ook niet sensationeel spetterende formuleringen.

Goed, ik wacht af. Ik ga mijn vriendins enthousiasme voor haar stage bij Toute Maastricht (een naam waar ik ook een blogje over zou…, doe ik niet, doe ik niet) niet om zeep helpen, daarvoor is me onze vriendschap te veel waard. Dus afwachten is vooralsnog mijn beste optie. Maar met een hard hoofd en, hoeveel ik ook van de stad Maastricht houd, gezien mijn ervaringen en met de kennis die ik nu heb, is voor mij voorlopig de beste kandidaat… Utrecht.






17 oktober 2011

Arendsoog

Ach ja, Arendsoog. Ik vocht om die boeken met mijn broer en ik geloof zelfs dat ik enigszins verliefd was op deze superheld. Maar niet heel erg, niet zoals op Sietse van de Kameleon, want ja, Arendsoog was toch eigenlijk een oude man. Jaren later ontdekte ik dat Arendsoog een uitermate brave, stereotype sukkel is, met zijn keurige moeder en zijn degelijke zus die maar braaf thuis blijft wachten op de Grote Liefde Die Niet Genoemd Mag Worden. Volslagen oninteressant voor vrouwen als ik, mocht hij daarop vallen – wat ik niet denk.
Grappig vond ik het dan ook dat Marjet Huiberts nou juist aan Arendsoog haar klaagzang richt over het voortrekken van de jongetjes in de boekwinkel en bibliotheek (Lezen jaargang 6 nr. 3 2011). Ze schrijft in haar brief dat er één boekhandel is met een aparte bak met prentenboeken voor jongens en dat ze die, heel stoer, wel even wil komen omgooien. Nou heb ik een boekhandel met een jongensbak, dus vermoed ik dat ze mij bedoelt. Dan heb ik nog meer slecht nieuws voor haar, ik heb ook verschillende soorten cadeaupapier, zodat ik zelfs daar onderscheid kan maken tussen jongens en meisjes.

Ik heb die bak met jongensboeken welbewust ingericht. De vrouwelijkheid is zo alom aanwezig in de wereld van het jonge kind, dat de keuze voor lieve, zachte boeken veel vaker gemaakt wordt dan voor een beetje stoere humor. En helaas, jongens haken dan op een gegeven moment af. En dat wil ik niet. Ik wil dat kinderen van boeken gaan houden en lezen als prettig ervaren. Daarom heb ik het voor mensen die een boek voor een jongetje moeten kiezen, iets vergemakkelijkt door een bak met boeken voor jongens samen te stellen, waardoor de kans dat jongens geconfronteerd worden met boeken die ze boeien ietsje groter wordt. Op die bak staat niet: ‘verboden voor meisjes’. Net zomin als op het tuttenplankje ‘verboden voor jongens’ staat.

De laatste jaren is er namelijk een wolk van roze en glitter op ons neergedaald en werden wij geconfronteerd met een nieuw(?) fenomeen: het prinsesje. Nog nooit kreeg ik als persoonsomschrijving ‘het is een echt jongetje jongetje’ voorgeschoteld, maar ‘het is een echt meisje meisje’ is een heel gewone opmerking. En eerlijk gezegd stuit mij al die lievigheid enorm tegen de borst. Al die kirrende kindmeisjemeisjevrouwtjes die slapen in roze bedjes met lieve bloemendekbedjes en zilverkleurig behang, ze komen me mijn neus uit, maar de boeken heb ik wel. Een apart plankje waar de Lillifeetjes en de Isa Belletjes braaf roze en glitterig staan te zijn. Een plankje, omdat ik de klant wil bedienen, maar die hypervervrouwelijking verder niet wil aanmoedigen.

Behalve als het weer leuk is en mejuffrouw Muis ís leuk. Erik van Os en Elle van Lieshout creëerden een Klasse Tut die ik onmiddellijk in mijn armen sloot. En in haar pakpapier worden dan ook alle cadeautjes voor meisjes ingepakt, of ze nou veertien maanden of veertien jaar zijn. En jaha, ook voor jongetjes als ze dat leuk vinden, maar typisch, dat heb ik nog niet meegemaakt, terwijl er maar één meisje was dat voor ons dinopapier-met-holbewoner-in-Dries-Roelvink-onderbroek koos.

Het hebben van een bak met prentenboeken die jongens interessant vinden, zien als het versterken van seksestereotiep denken is alsof er getoeterd wordt zonder dat er iemand oversteekt. Onderwijsmensen zouden een breed en gevarieerd aanbod aan boeken moeten hebben waarmee ze al hun leerlingen kunnen boeien en het is geen enkel probleem om dat samen te stellen. Dus ik snap die overtrokken angst voor een jongensbak niet. Ik zou veel meer huiveren van de meidenboekjes die al jaren als diarree de boekwinkels uitstromen. Als dat overgewaaid is, zou er wel eens heel wat meer stormschade kunnen zijn. Straks worden ze nog verliefd op zo’n lullige Arendsoog.

Boekbladblog 17 oktober 2011






14 oktober 2011
Ach daar ontdekte ik dat ik een blog vergeten ben te plaatsen. Ik zal hem onder die van vandaag zetten. Voor Tim Gladdines voornamelijk, zodat hij ziet dat ik minder heb lopen niksen dan hij dacht. Die van vandaag heb ik doorgestuurd naar de betreffende school en zij willen hem op hun website plaatsen. Dat vind ik dapper van ze en hoopgevend voor het lezen op hun school.

Handenkinderen Bloekbladblog van 14 oktober 2011

Het gaat goed met mijn kind. Zocht hij vorig jaar, met een nog niet gediagnosticeerde dyslexie en zijn onzekerheid, moeizaam een weg binnen een voor hem volkomen nieuw schoolsysteem, dit jaar is hij op zijn plek. Vanwege de opgelopen achterstand bij de vreemde talen is hij nu begonnen aan twee vmbo en dat bevalt.

Deze week hadden we een ouderavond die ons moest voorbereiden op de weg die ons kind zou kunnen gaan bewandelen richting beroepsleven. Uit het verhaal en de rondleiding werd duidelijk dat de docenten op deze school geven om hun leerlingen en dat ze bereid zijn hen met genegenheid tegemoet te treden en heel graag willen dat ze met een stevig zelfbeeld en een goede, passende opleiding hun school verlaten. Ik vond het wel ontroerend hoe getracht werd ons ervan te overtuigen dat kinderen met een lagere opleiding de moeite waard zijn. Het is waarschijnlijk illustratief voor hun gevecht tegen het beeld dat overheerst, dat het vmbo het afvoerputje is waar je kind maar beter niet terecht kan komen.

En toch voelde er iets niet goed. Misschien was het de leesbevorderaar in mij die vanzelfsprekendheid en bereikbaarheid als sterkste wapen ziet, misschien was het de boekhandelaar die automatisch registreert wat er ontbreekt, misschien was het de lezer die niet lekker in zijn vel zat. Hoe dan ook, de volkomen afwezigheid van boeken ervoer ik overal.

‘Hoef jij niet te lezen voor school?’ had ik Gijs al een paar keer gevraagd. ‘Nee, ze hebben er helemaal niks over gezegd’, was steeds zijn antwoord. En na deze ouderavond vrees ik dat ze dat ook niet gaan doen. Het was alsof de theoretische tak een beetje weggemoffeld werd. Het bestaat, maar denk er niet te veel aan, dan raak je ook niet teleurgesteld. Misschien heeft het ermee te maken dat het vmbo verweten wordt te veel met het hoofd te willen werken terwijl hun leerlingen overwegend handenmensen zijn. En lezen wordt geassocieerd met ‘het hogere leren’. Misschien wilden ze de ouders een hart onder de riem steken met een positieve boodschap over hun handige kinderen. Ik kan het snappen en ik steun hen daar ook in, maar waarom zou een handenkind niet van een boek kunnen genieten?

Ik heb trouwens geen handenkind. Ik heb een liefhebber van woorden en verhalen, een denker, een kijker, een piekeraar, een dromer, een theoreticus, een filosoof. Zo eentje die bij geschiedenis opschrijft dat het nieuws van de Franse Revolutie vooral verspreid werd door handelaren in plaats van via pamfletten zoals in zijn geschiedenisboek staat, omdat hij vermoedt dat de meeste mensen in die tijd niet konden lezen en ‘pamfletten’ dus niet kan kloppen, wat ik een geniale overweging vond, maar wat zijn leraar met een dubbele rode streep beloonde. Verder haalt hij goede punten. Zo goed zelfs dat ik hem gekscherend zei, dat als hij zo door ging, ze hem nog zouden voorstellen om terug te gaan naar de havo. ‘Maar dat doe ik niet’, reageerde hij meteen. ‘Ik vind het fijn hier.’ Wat ik ook een heel goede redenering vond.

Gijs lag al in bed toen ik thuiskwam en voelde zich een beetje betrapt, omdat hij niet las, maar voor de tienmiljoenste keer naar Harry Potter luisterde. Ik probeerde hem niets te laten merken van mijn wat dubbele gevoelens en vertelde zo neutraal mogelijk over mijn avond. Toch kwam onvermijdelijk het lezen op school ter sprake. ‘Soms’, zei Gijs bedachtzaam, ‘lijkt het wel alsof ze op school denken dat we niet zoveel kunnen.’ Beter had ik mijn gevoelens niet kunnen verwoorden.


En dan nu de vergeten blog van 15 juli alweer. Zo'n kinderboekenweekorganisatie hakt er toch wel in zeg.

Boekhandel in het nieuws

15 juli 2011 Hanneke Koene 0 reacties

Het boekenvak is ‘hot’. Een medium dat er nog geen aandacht aan geschonken heeft, is ‘echt vet achterlijk’. Blijkbaar is de boekhandel een branche die de mensen aan het hart gaat. En nu we in een omslagperiode leven en er een aantal boekhandels over de kop gaan, veroorzaakt dat verdriet en verdriet is koren op de molen van de media.

Gisteravond sloeg ik het plaatselijke sufferdje open en, ja hoor, een column over de moeizame tijden voor de boekhandel. Geen stuk waar erg over was nagedacht, maar wel één waar een aantal dingen in bij elkaar geklept stonden waardoor ik dacht: “Laat ik eens een blogje schrijven”. Deze columnist, had de wijsheid in pacht. Zo noemde hij het boek ´gewoon een tijdgebonden product´. Nou, dat vind ik een diepzinnige opmerking. Het boek is een informatiedrager en inderdaad na de steen, de papyrusrol en het perkament bedacht men papier en kwam men op het slimme idee om het niet op een rol te schrijven maar op velletjes die omgeslagen konden worden, waardoor je een stapeltje handig kon samenbinden en tussen twee kartonnetjes plaatsen. Het boek was geboren.


Maar het boek was niet het enige dat werd uitgevonden. Er ontstond nog iets nieuws, namelijk het lezen en het schrijven. Niet het louter gebruiken van symbolen om een boodschap door te geven, maar het werken met taal en met gedachten. Overpeinzingen en fantasien werden opeens noteerwaardig en wat meer was, de manier waarop ze vermeld werden ging een rol spelen. Het was niet meer alleen: “Wat zegt-ie?”, maar ook: “Hoe zegt-ie dat nu?” Schrijven werd een kunst en lezen een vorm van genieten, maar ook van zich openstellen voor andermans gedachten en daar heel diep over nadenken. Want dat is wat de hersenen doen als ze lezen, heel hard werken. Ze moeten wel, want lezen vraagt diepe concentratie en rust. Het doet een beroep op het empathisch vermogen en verwacht mentale verbeelding. En dat is het wonder van lezen: we hebben een vorm van intens genoegen gevonden voor een zwaar en noodzakelijk karwei. Het boek zonder linkjes en lichtjes en andere toeters en bellen, blijkt voor dat werk nog steeds het beste gereedschap.


Vreemd genoeg wordt dat aspect eigenlijk niet genoemd, wanneer het om de crisis in het boekenvak gaat. Ook in deze kwaakcolumn werd het boek teruggebracht tot informatiedrager. We gebruiken het boek als naslagwerk en daar hebben we nu de computer voor en die weet veel meer dan wij en daar kunnen we alles in opzoeken, dus wat zouden we nog lezen En wat meer is, op de computer kun je ook lezen dus waarom zou je met een ouderwets boek op de bank gaan zitten. Het is verleidelijk om dat te denken, maar die gedachte is al weerlegd door de wetenschap. Recent hersenonderzoek toont het belang van het geconcentreerde, stille lezen voor de werking van het brein aan. Maar je kunt van columnisten niet verwachten dat zij wetenschappelijk onderlegd zijn op alle gebieden waar ze over schrijven. Ze zouden hooguit ervoor moeten waken wat minder snel `gewoon`en ´natuurlijk´ bij hun beweringen te plaatsen. Twijfelen is ook een heel mooi werkwoord. En een voorbeeld van hersenactiviteit die de computer niet beheerst.


Het is natuurlijk gewoon een zeer beperkt besef van de mogelijkheden van het brein om al het werk dat het doet af te doen met ‘geheugen’. Het getuigt ook van onkunde om het nut van lezen te beperken tot ‘goed voor de taalontwikkeling’. En is een boek nu zoveel anders dan een film op televisie of in de bioscoop? Ja. De omschrijving van het verschil staat ongeveer goed in de column, het effect ervan wordt even vergeten of misschien had de columnist nog niet zover gedacht.


Onze korte-baanschrijver eindigt nog snel met het nadeel van verplicht lezen van boeken op school, namelijk tijdgebrek. Je hebt je huiswerk niet goed gepland en nu moet je ook nog dat verschrikkelijke lezen doorworstelen. Ik ben het met hem eens dat er een omslag van 100% in leesbenadering binnen het Middelbaar onderwijs moet komen, omdat het huidige systeem ´het lezen afleert´ Mijn grote probleem is het enkel koppelen van het lezen aan literatuuronderwijs, wat zeker een grote factor is voor de ontlezing bij jongeren. Dat je om dat te veranderen de leesverplichting niet hoeft af te schaffen is voor mij logisch, maar het vergt nog vele jaren om die gedachte algemeen geldend te krijgen. En ook zonder oppervlakkige stukjes als die in dit sufferdje is dat al moeilijk genoeg.


Uiteindelijk was ik het verband in zijn betoog tussen de teloorgang van de boekhandel en zijn visie op het leesgedrag even kwijt. Bij mijn weten zijn er nog niet veel uitgevers en boekhandelaren die de problemen aan de ontlezing wijten. Begrijpelijk in deze tijden van vergrijzing waarbij de lezende laag nog behoorlijk dik is. De komst van het e-book en de internetboekhandel worden daar veel meer naar voren geschoven als gevaren voor de fysieke boekhandel. Dat ik met mijn specialisatie in lezen voor kinderen en jongeren nog waarheden in het artikeltje ontdek, is voor de hand liggend en meteen ook de reden dat de achterhaalde gedachtegang mij een doorn in het oog is.


En hoe erg is het, dat het slecht gaat met de boekhandel? Er zijn goede zielen die de boekwinkel willen redden. Heel nobel allemaal en ik zal het ook zeer jammer vinden als er geen boekhandels meer zijn, maar wil ik daarom als een bedreigde diersoort beschermd worden? Nederland heeft een vaste boekenprijs en dat is voor mij bescherming genoeg. De klant kan zonder financieel nadeel, kiezen wie hij de aankoop gunt. Als mensen niet meer naar mijn winkel komen om daar hun boeken te kopen dan is dat hun keuze. Ze hebben dan blijkbaar geen behoefte meer aan mij en aan mijn kennis, en evenmin aan snuffelen, vinden en verrast worden. En op het moment dat ik met mijn fysieke winkel geen brood meer kan verdienen, dan stop ik ermee. Dat is een egoïstische insteek, want ik heb die kennis wel en mijn kind is nu een lezende jongere en ik weet hoe ik hem lezend kan houden. Ik heb ook de bronnen om het mooiste en lekkerste leesvoer te vinden, dus voor mij is het gemakkelijk om te zeggen, “wereld zoek het lekker zelf uit”. Ik zou louter de internetboekwinkel een domme keuze vinden, maar hoe ik het ook wend of keer, de keuze voor de plek waar hij zijn leeswaar aanschaft blijft aan de boekenkoper.






14 juni 2011
Mijn Boekbladblog is een open brief aan Theo Bovens.

Beste Theo,

De laatste dagen had ik door serieuze feestelijkheden even geen tijd om op de wereld te letten en toen ik weer keek, bleek jij de nieuwe ‘Gouverneur’ van Limburg te worden. Dat vond ik mooi nieuws, want ik denk dat je dat wel kunt, Theo, ook al weet ik niet precies wat de Gouverneur zoal doet.
Ik stel me zo voor dat iemand in zijn positie een beetje boven de partijen staat en de rust in de tent probeert te bewaren. Dat kun jij. Je hebt immers jarenlang geoefend als leider van de grootste en meest ongeregelde ‘zaate hermenie’ die Limburg rijk is. Je weet, ik bespeel geen instrument en dat is maar goed ook, maar ik was een veelbelovend kinderwagenduwer en in die positie heb ik toch menige optocht meegelopen. Je beleeft dan een orkest vanuit een heel vrij perspectief en zo ondervond ik aan den lijve, dat het heel goed mogelijk is dat het voorste gedeelte van de groep een heel ander stuk speelt dan het achterste, terwijl ze zich toch enorm één voelen en ook het publiek niets in de gaten heeft van deze onderlinge verdeeldheid. Een fantastische ervaring.

Het is geen gemakkelijke tijd, Theo. Het CDA verliest hier stemmen aan de PVV. Ik, als leesbevorderaar, vind dat fascinerend. Het Katholicisme heeft jouw partij in deze provincie groot gemaakt. Men was trouw aan de kerk en aan Meneer Pastoor en wat hij zei was goed. Het CDA was vertrouwd, vaan us, en men kende de poppetjes persoonlijk. Het was ook de weg naar boven: “Iech kin wel iemand…” Het CDA wint zijn stemmen via de duivenclub, de schutterij en de harmonie en dat werkt al jaren goed. Maar het Katholicisme heeft ook de mensen ervan weerhouden te gaan lezen. Dat was iets voor priesters en geleerden, maar niet voor ‘gewoen lui wie veer’. Men had wel iets beters te doen, namelijk zorgen dat er te eten was voor al die monden in het gezin.

Dus erfde jouw Limburg een onderontwikkelde leescultuur en daarmee een lager algemeen ontwikkelde bevolking en je weet, zoals kennis macht is, zo maakt gebrek aan kennis bang. Waar is Meneer Pastoor vandaag de dag? Waar is de alziende herder die ervoor zorgt dat de schaapjes veilig zijn, de sterke man die beslissingen kan nemen, omdat hij het wel weet? Juist nu hij zo hard nodig is, in deze tijden waarin de informatie in bakken over ons wordt uitgestort en het steeds moeilijker wordt om kaf van koren te scheiden, verlaat hij zijn veelal matig geletterde kudde. Hield het niet-lezen de mensen vroeger bij elkaar in hun afhankelijke trouw aan de kerk, nu drijft het niet-lezen de mensen in de armen van de simpele sprekers van de PVV, want die zeggen tenminste wat zij bedoelen op een manier die zij begrijpen.

In een provincie waar domheid heerst, mag men geen genoegen nemen met onderwijs dat aan de norm voldoet en babyzorg en peuterspeelzaalwerk dat die klasse niet ontstijgt. Overheden die zeggen dat leesbevordering de eigen verantwoordelijkheid van de scholen is, hebben het niet begrepen. Ik had een gesprek met mijn zoon over zijn basisschool in een achterstandswijk van Maastricht. Een school waar plezier in lezen centraal staat en die er zo voor zorgt dat kinderen hun maximale score halen. (Want lezen is de basis van alles en ik schrik er gewoon van, hoe waar dat is.) Hij vroeg me, of het niet jammer is dat zo’n goeie school in zo’n slechte* wijk staat. “Juist in die wijk, Gijs, juist in die wijk,” heb ik geantwoord, “want daar is ze het hardste nodig.” Het was even stil, toen zei hij: “Ja, ik geloof ook dat de wijk al wat slimmer wordt.”

Jij bent historicus, Theo, dus ik vertel je niets nieuws. Ik ken je als een aimabele, intelligente man en ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat je, vanuit je nieuwe positie, zult streven naar wat het beste is voor deze provincie. Maar voor de zekerheid zet ik je even op dit spoor. Het aanwakkeren van het plezier in het geconcentreerde, stille lezen, is een werk waarvan de resultaten niet op een podium op het Vrijthof kunnen om aan het publiek te worden getoond, maar uiteindelijk zal iedereen het zien.

Heel hartelijke groet,

Hanneke

*kinderen zoeken in hun taalgebruik naar het woord dat voor hun gevoel past. In geval van tegenstellingen is ‘slecht’ de tegenhanger van ‘goed’, want ‘fout’ en ‘kwaad’ passen niet. Ik had een politiek/sociaal correct eufemisme kunnen zoeken, maar ik denk dat we allemaal heel goed begrijpen wat hij bedoelt.






26 mei 2011
Vijf jaar geleden deelden we 18.000 boeken uit in de regio Maastricht-Mergelland. Toen de operatie achter de rug was, kreeg ik van de toenmalige burgemeester (Leers) een persoonlijke brief, waarin hij mij bedankte voor en complimenteerde met het werk dat ik had verzet. Bovendien werd er een enorme bos bloemen bezorgd. Dit jaar bestaat de winkel 20 jaar en ben ik bovendien genomineerd voor beste boekhandelaar 2011. Reden voor een feestje, dacht ik, en meteen een goed moment om het belang en de kracht van lezen nog eens onder de aandacht te brengen. De huidige burgemeester nodig ik dan natuurlijk uit, want lezen is ook in zijn voordeel...
Mijn Boekbladblog van vandaag:

visie

Dit wordt een veel te lang stuk dat bijna niemand gaat lezen, want dat vergt motivatie en concentratie.

In de twintig jaar die ik nu leesbevorderend actief ben in Maastricht zijn er een aantal dingen niet veranderd. Ten eerste mijn, door emoties en overtuiging in leven gehouden drang tot structureel leesbevorderen en de consequente weigering om dat als wezenlijk belangrijk te zien door de Maastrichtse, laat ik het daar maar bij houden, overheid.
Oh ja, en mijn gewoonte om daar telkens weer door geraakt te worden. De voortdurende teleurstelling en boosheid te moeten voelen die deze ontkenning van mijn werk met zich mee brengt. Maastricht en ik hebben een verhouding die waarschijnlijk beter beëindigd kan worden.
Waar ik ook niet in gegroeid ben de afgelopen twintig jaar, is de wereld duidelijk maken wat ik doe. Ik voel mij een zeur en een zielige klager als ik vertel dat ik naast de meer dan volle baan die het overeind houden van een eigen bedrijf is, ook nog eens 20 uur per week bezig ben met het verzorgen van programma’s voor scholen om kinderen en boeken met elkaar in contact te brengen. En dan heb ik het niet over lespakketjes die de overbelaste leerkrachten naar believen uit de kast kunnen halen, wat er meestal niet van komt. Nee, dan heb ik het over programma’s waar kinderen en jongeren direct in contact komen met boeken en lezen. En dat is niet klein. In de 2010 bereikte ik met dat totale Kinderboekenweekprogramma 5000 kinderen en bezochten zes schrijvers 38 scholen. Om een idee te geven, alleen het in elkaar puzzelen van het schema en het reisplan voor de schrijvers is al twee volle dagen werk.

We leven in een maatschappij die gebaseerd is op lezen en we denken er te komen door mensen op de basisschool technisch het lezen bij te brengen en te toetsen of ze snappen wat ze lezen. Maar hoe bereik je mensen die nooit ervaren hebben, dat lezen ook leuk kan zijn. Ja, ja, natuurlijk is niet iedereen een lezer, net zoals niet iedereen een sporter is. Dat riedeltje kennen we nu wel. Maar hoe vaak moeten we roepen dat kinderen niet vanzelf lezers worden? Het dringt niet echt door, geloof ik. Lezen wordt als een hobby gezien en lezen voor de lol al helemaal. Daar geef je als overheid geen geld aan uit. Echter, lezen is uiteindelijk een enorme bezuiniging.

Limburg is laaggeletterd en daardoor onderontwikkeld. Dat zeg ik niet, dat zeggen de cijfers. Limburg heeft door die lage geletterdheid problemen met het bereiken van mensen. Limburg heeft daardoor een ongezondere bevolking (preventieve informatie bereikt de mensen niet) en Limburg zal daardoor ook ongezonder verouderen. De laaggeletterdheid wordt een duur grapje voor de Limburgse overheid. Maar het oplossen van laaggeletterdheid is mosterd na de maaltijd. De kans om deze mensen technisch en begrijpend nog wat bij te spijkeren met kostbare cursussen is wellicht mogelijk, maar ze zullen daarna niet vanzelfsprekend de motivatie hebben om teksten tot zich te nemen. Daarvoor moet lezen een plezierige ervaring zijn die men wil herhalen en die ervaring mist men meestal.

Mijn zoon is dyslectisch. Daar zijn we pas dit jaar, hij zit in de brugklas havo/vmbo, achter gekomen. Als ik dat vertel, zie ik bij vrijwel iedereen en verwijt naar de basisschool op de lippen liggen. Ik snoer ze meteen de mond. Deze basisschool heeft mijn kind gered. Op deze basisschool is lezen vanzelfsprekend en zijn boeken massaal en op elk moment bereikbaar. Op deze school is lezen voor de lol belangrijk en dat uit volle overtuiging en met visie. Mijn kind had bovendien het geluk een moeder te hebben met een boekhandel die gespecialiseerd is in boeken voor kinderen en jongeren en die er schijt aan heeft of haar kind literatuur wil lezen of niet. En zijn moeder had dan weer het geluk dat ze met dit kind aan den lijve kon ondervinden hoe moeilijk het is om een kind aan het lezen te krijgen en te houden.

En te houden? Nee, helemaal niet eigenlijk, vanaf het moment dat hij het plezier van lezen heeft ontdekt kan ik de boeken niet aanslepen. En via de Donald Duck, Barbapapa en Geronimo Stilton leest hij uiteindelijk boeken die perfect op niveau zijn voor een dertienjarige. Wat zeg ik, hoeveel dertienjarigen zullen er zijn die Odysseus van Imme Dros en Percy Jackson naast elkaar houden en zeggen: “Grappig in dit boek is Posseidon de vijand en in dit boek de helper.”

Helemaal niet raar dus dat niemand in eerste instantie aan dyslexie dacht. Het plezier in lezen heeft ervoor gezorgd dat hij het middelbaar onderwijs op zijn niveau kan volgen en niet veroordeeld is tot het duur speciaal onderwijs of een lage vorm van VMBO met veel uitval en de maatschappij handenvol geld kostende probleemjongeren. Dankzij het leesplezier dus, ik kan dit jaar geen mooiere bekroning van mijn werk meer krijgen

Enfin, in deze tijden van bezuinigingen en klagen getuigt het van visie om te zoeken naar constructieve manieren van bezuinigen. En ik denk dat leesbevorderen daar een heel belangrijke factor in is. Maar ja als de burgemeester bij zijn weigering om op mijn feestje ter gelegenheid van mijn 20-jarig jubileum en nominatie beste boekhandelaar te komen, verwijst naar de wethouder van cultuur, die overigens wel komt, en niet naar de wethouder van onderwijs, die natuurlijk niet komt, stemt dat mij zeer somber over het inzicht en de visie.
Over hun idee van het belang van mijn werk is geen twijfel mogelijk: geen cent waard, laat staan een bloemetje.






27 april 2011
Mijn boekbladblog van vandaag. Het lijkt misschien een belediging van mijn klanten, maar zij zullen begrijpen dat het dat juist niet is.

Domme Limburgers

Limburg heeft een dom imago. Hoe hard we hier ook proberen om daar iets aan te veranderen, we komen er niet vanaf. Het lijkt alsof we ons accent tegen hebben, want dat is wat trager, wat zachter en vooral om de uitspraak van de g wordt veel gelachen. Gevolg is dat Limburgers menen dat praten met een hardere g beter Nederlands is. Dat is dom, want al is die zachte g het enige dat de doorsnee ‘Hollander’ imiteert als hij een Limburger nadoet, het werkelijke verschil zit hem in de opbouw van de taal en de woordkeuze.

Tweetaligheid is een pre. Weliswaar hebben kinderen er de eerste jaren van hun leven een beetje last van, maar vanaf pakweg hun zevende is het alleen maar een voordeel. Echter, dan moet die tweetaligheid wel herkend worden. Iemand zal de kinderen op de verschillen tussen de talen moeten wijzen. En juist dat wordt nagelaten bij Limburgstalige kinderen.

Confrontatie met juist taalgebruik is de meest logische manier om kinderen een taal goed te leren. Het ontbreekt hier vaak aan goed sprekende voorbeelden (nee, de televisie zou ik geen goedsprekend voorbeeld willen noemen) en zelfs leerkrachten maken pijnlijke fouten. Het is daarom extra jammer, (maar misschien is het de oorzaak) dat net het gebied in Nederland waar een taal gesproken wordt die qua grammatica en vocabulaire afwijkt van het standaard Nederlands, een laaggeletterd gebied is. Immers het (voor)lezen van kwalitatief goede boeken garandeert een confrontatie met juist taalgebruik.

Voorlezen is, behalve een taalconfrontatie in de cruciale eerste levensjaren, bovendien de perfecte manier om kinderen nieuwsgierig te maken naar verhalen en geschreven woorden en dus naar lezen. Het lezen heeft hier geen vaste grond onder de voeten omdat lezen van oudsher niet voor het gewone volk is. De Katholieke Limburgers hoefden niet te lezen. Wat zeg ik, hoefden niet eens te leren lezen want dat ondermijnde maar het gezag. Lezen en boekenbezit was en is iets voor de hogere klasse.

Veel boekhandels heeft Limburg dan ook niet en dat kan de meeste Limburgers waarschijnlijk niet zoveel schelen, want ze lezen toch niet en hun kinderen ook niet en hun kindskinderen zijn net zo goed met plaatjes als de andere kinderen dus hoezo achterstand? Tot ze hun mond opentrekken. Je hoort meteen dat die wat zich niet zo nu en dan een boek lezen het dikker moeilijk vinden om een Nederlandse zin te maken dan degenen die graag en veel lezen. Bovendien praten die laatste gemakkelijker en dat versterkt dan weer het gevoel dat lezers het hoog in de bol hebben en het altijd beter weten.

En ja, daar hebben ze gelijk. Lezers weten het vaak beter. Niet dat ze daardoor ook altijd gelijk hebben, maar ze weten meer en ze kennen meer en ze zijn daardoor ook alerter op bepaalde zaken, kunnen er sneller op reageren en bovendien verwoorden ze het beter. Lezers zijn dus beslist iets dat je als niet-lezer (en als inspraakwerend politicus) argwanend moet bekijken.

Juist in een regio met een achterlijke reputatie als Limburg, zou leesbevordering een speerpunt moeten zijn. Dat is het niet. Integendeel, zoals, bijvoorbeeld, blijkt uit de uitingen van provinciehoofdstad Maastricht op weg naar de titel Culturele Hoofdstad 2018. Literatuur en lezen worden daarin niet eens genoemd. Maar de houding ten opzichte van leesbevordering is in de andere gemeentes niet veel beter.

De overheid van een regio, die een standaardtaalachterstand heeft en die te maken heeft met een hoge mate van lage geletterdheid, en die daarnaast een van de grote krimpregio’s is en dus hoopt op het aantrekken van jonge gezinnen om de regio weer op poten te krijgen, die overheid zou toch in de allereerste plaats moeten begrijpen, dat een dom imago geen goed uitgangspunt is in een wervende campagne.

Een regio moet zijn boekhandels verdienen. De aanwezigheid van boekhandels duidt op een ontwikkelde bevolking. Limburg heeft een dom imago en dat is niet onterecht.






21 maart 2011
Weg met de Kinderjury!

We hebben ze persoonlijk naar de scholen gebracht, de zes schrijvers die beroemd gaan worden. En de kinderen mochten ze uitpakken. Het was goed dat we het zo deden, want nu weten we zeker dat onze auteurs in wakkere handen zijn. “Wie had al eens van deze schrijver gehoord?”, vroegen we aan het eind van elk bezoek.
Een grote stilte was telkens het antwoord. “Zien jullie nu hoe belangrijk jullie werk is?” vervolgden we dan, “Het is heel erg nodig dat jullie hem – en een keer haar- beroemd gaan maken.” Daarna lieten we hen glimmend van opwinding achter met hun starterpakketje bestaande uit een oorkonde, een boek, een handleiding en wat basisinformatie. Hun wakkere handen jeuken!

Beroemde kinderboekenschrijvers, bestaan ze nog? Ze zijn zo schaars dat zelfs de meest verguisden nu gekoesterd worden? Nou ja, op Facebook is iedereen beroemd, dat is zeker maar in het echte leven heersen nog steeds de grote drie: Paul van Loon, Jacques Vriens en Francine Oomen. Nee niet Geronimo Stilton. Die wordt niet genoemd als je de naam van een kinderboekenschrijver vraagt. Kinderen zijn namelijk niet achterlijk, ze kunnen alleen gemakkelijker in een schijnwereld stappen. Het onechte mag van hen bestaan, ze geven het een hand als dat gevraagd wordt en ze vragen een handtekening als daar de gelegenheid voor is. Maar als je hen vraagt noem eens een kinderboekenschrijver… . Echt niet hoor.
Nee, over de kinderen maak ik mij geen zorgen. De leerkrachten daar ben ik bang voor, want bij hen kom je ook vaak niet verder dan de al genoemde namen, eventueel aangevuld met Roald Dahl en vooruit, zij noemen dan vaker Carry Slee in plaats van Francine Oomen, maar ach…

Nu beklaagt men Paul van Loon omdat hij in de Kinderjury van zijn troon gestoten wordt door een ‘fabrieksmuis’. En waarom wordt hij beklaagd? Omdat de muis niet heel hard heeft zitten zwoegen op de boeken, maar het product is van een Walt Disneyachtig fabriekje.
Ik kan er niet mee zitten. De Kinderjury vind ik al jaren de meest oninteressante prijs die er is. Inhoudelijk is het volkomen nìet verrassend en verkooptechnisch heb je er niks meer aan omdat de winnende boeken zo populair zijn, dat alle fans ze al hebben aangeschaft bij uitkomen. De bekroning is commercieel gezien mosterd na de maaltijd.

Ik steek geen energie in het verketteren van boeken die in elk geval nog kinderen enthousiast maken voor lezen. En waarom zou ik op Geronimo spugen als ik jaren met opeengeklemde tanden de bagger van Slee heb moeten verkopen, die telkens won. Ik hou me liever bezig met het wakker schudden en leesbewust houden van leerkrachten. Wanneer ik lees dat een gruwelijk hoog percentage leerkrachten nooit een kinderboek leest en een iets minder gruwelijk vier tot zes boeken per jaar, dan zinkt mij de moed in de schoenen. Kinderen kiezen wat ze kennen, daar zijn het kinderen voor. Volwassenen, verantwoordelijk voor de culturele groei van kinderen, die elk jaar kiezen wat ze al kennen, moeten een schop onder hun kont krijgen.

Dat de Kinderjury een laffe, eenzijdige hap is, komt door de scholen. Daar wordt de uitslag van de Kinderjury bepaald. Het bewijs: Geronimo is al jaren populair, maar is pas sinds kort bij de leerkrachten doorgedrongen en dus ook pas sinds het vorig jaar in de Kinderjury te zien. De Grijze Jager is dat lot niet beschoren. Deze boeken hebben een zachte kaft en zachte kaften kiest het onderwijs minder vaak, want die gaan te snel kapot. Zo komt het dat de razend populaire Grijze jagerboeken nog niet in het lijstje staan.

Schaf deze kinderjury af en liefst zo snel mogelijk. Als we willen weten welke boeken het meest geleend en gekocht worden, dan kunnen we dat meten aan verkoop- en uitleencijfers. Geef daar voor mijn part een prijs aan. In dat geval hadden we ook jarenlang dezelfde winnaars gehad en had Geronimo waarschijnlijk nog een paar jaar eerder Paul van Loon opzij geduwd, maar dan was het belang van de prijs ook precies duidelijk en op waarde te schatten.

Laat de kinderen op een andere manier oordelen. Maak een longlist van, pak ‘m beet, twintig griffelkandidaten, geef desnoods ruimte voor één vrije keuze en zorg dat scholen en bibliotheken daarmee aan de slag gaan. Dan wordt het ook weer spannend: wie kiezen de volwassenen als beste vijf en wie zijn favoriet bij de kinderen. De uiteindelijke winnaars worden bekend gemaakt op het Kinderboekenbal aan de vooravond van de Kinderboekenweek en de dag erna staan de kranten er weer ouderwets bol van.

Boekbladblog 21 maart 2011






22 februari 2011


Wijdbeens

“Hebben ze jullie op deze activiteit voorbereid?”, vraag ik een van de leerlingen op weg naar buiten, na een voorleessessie van een auteur.
“Ja” knikt ze.
“Hoe dan?” dring ik aan.
“Ze hebben ons gisteren verteld dat dit vandaag was” zucht ze, verlangend langs me heen naar de uitgang kijkend.
Ik stap opzij en laat haar vrij.
Dat moet ongeveer in de tijd geweest zijn dat Ronald Giphart nog als mooie jonge schrijver wijdbeens voor een middelbare scholierenpubliek ging staan en durfde te roepen dat literatuur wél leuk kon zijn.

Inmiddels, las ik ergens, treedt hij niet meer op voor publiek dat er niet voor gekozen heeft om hem te ontmoeten. Dat betekent op een middelbare school dat je dan de mensen die de literatuur en zelfs het lezen niet (willen) kennen, niet meer zult bereiken. Maar het is natuurlijk wel een stuk lekkerder om je door fans te laten omringen dan tegen een zaal onderuitgezakte kauwgomkauwende monden te moeten praten.

Twee pagina’s over lezen en jongeren in de Volkskrant vandaag en nergens raakt mijn leesbevorderaarshart geïnspireerd. Maar ja, het is ook geen nieuws, natuurlijk. Na twintig jaar ervaring met leesluie leerkrachten, literatuurleeslijstvastgeklonken Neerlandici en bovenal ook leesbevorderingsloze onderwijsopleidingen op welk niveau dan ook, heb je het wel zo’n beetje gehad. Maar het is een feit mijn, in de loop der jaren uit de kluiten gewassen, ‘schemerzoneplankje’ is opeens niet meer alleen. Na achttien jaar eenzaamheid is er enkele jaren geleden de Young Adult bedacht, die boeken mag lezen die aansluiten bij zijn lees- en leefbelevingsniveau. Opeens wordt de gedachte dat lezen niet vanzelf komt en blijft wat algemener publiek gemaakt. Dat is toch wel mooi.

Wim Krings wordt uitgebreid geciteerd in het stuk in de Volkskrant. Ik hou van Wim, want Wim houdt mij op de been. Zijn blijmoedig optimisme en zijn vermogen om altijd het positieve in het leesgedrag van mensen te zien, vormen een prima tegenhanger voor mijn neiging om iedereen verrot te schelden en onder zijn kont te willen schoppen. En energie, eeuwig energie. En dat heb je nodig als je een beetje wilt leesbevorderen. Gisteren waren we samen op een middelbare school waarmee we een plan uitwerken om voor alle leerlingen een lees- en/of literatuurervaring te organiseren. Ik ben blij met dat denktankje binnen een school. We beramen in een piepklein kamertje een groots plan dat financieel en organisatorisch en leesbevorderend zo sterk is, dat de rest van de school er niet omheen kan. Die moet mee, constateerden we weer eens, want wat we ook bedenken alles valt of staat met een goede voorbereiding. Bij bijna 1700 leerlingen zullen er heel wat meer schouders onder moeten dan alleen die van de Neerlandici.

En daarmee kom ik weer bij mijn verzameling onbewezen argumenten om het lezen bij jongeren breder te bevorderen dan ten behoeve van de literaire ontwikkeling. Via de ontwikkeling van het puberbrein, het argument dat het empathisch vermogen zich pas ontwikkelt tussen het 12e en het 16e levensjaar gekoppeld aan de empathische onontkoombaarheid van lezen, naar de vraag welke hersencellen er geactiveerd worden bij lezen en welk effect dit heeft op het gedrag van de mens en hoe belangrijk dit niet-beeldgebonden opnemen van informatie (lezen, luisteren)…

Enfin, in afwachting van een antwoord op mijn vragen door een professor van de VU ga ik maar gewoon door met leesbevorderen. Net zolang totdat keihard bewezen is dat lezen nergens goed voor is en het er totaal niet toe doet of kinderen lezen of niet. En het zou mooi zijn als schrijvers als Giphart, weer wijdbeens voor een groep leerlingen durven te gaan staan en ons zo een handje helpen, want ook de leesbevorderaar kan tegenwoordig niet zonder iconen.






8 februari 2011
Onderstaand e-mailcontact mocht ik afgelopen weekend voeren met iemand van een literaire site die boekjes voor de middelbare school maakt van oude, middeleeuwse werken. Op zijn laaste bericht heb ik nog geantwoord,dat vervolg zal ik hieronder nog even 'plakken, maar hoort niet meer bij mijn blog. Normaalgesproken stuur ik de mensen waar ik over schrijf het blog op, zodat ze niet via derden erover hoeven te horen.Ik kreeg echter nog drie zulke rare mailtjes als reactie op mijn laatste bericht, dat ik denk dat ik met een seniele man te doen heb die de grip een beetje aan het verliezen is.Mocht het anders zijn, dan blijf ik bij mijn mening over hem zoals ik die hier beschrijf:

Lul

Vrijdag, mijn winkelvrije dag, kwam iemand van een middelbare school naar de winkel en plaatste een bestelling. Een aantal titels waren niet leverbaar via de normale weg, dus bezocht Tamara de website die bij de gezochte boeken hoorde en stuurde via ‘contact’ een vriendelijk mailtje:

Hallo Mevrouw of Meneer,

Ik zou graag willen weten of ik de volgende boeken bij u kan bestellen.

Lanceloet en het hert met de witte voeten
Floris en de Blancefloer
Lanceloet van Denemarlen
Esmoreit van Lippijn

Als de boeken te bestellen zijn had ik graag de prijs, levertijd en
eventueel portokosten van u doorgekregen.

Met vriendelijke groet,
Tamara



Niets mis mee, toch?
Vandaag (zaterdag)kwam dit antwoord:


Wij leveren alleen rechtstreeks aan scholen.
Overigens zitten er flinke fouten in de titels.

Vriendelijk groetend,

H. Adema


Ik vond die Adema meteen al een lul, maar vond dat ik dat niet mocht vinden. Het feit dat iemand zonder aanhef antwoordt aan iemand die hij nog nooit ‘geschreven’ heeft, duidt wel op een makke in zijn communicatieve vaardigheden, maar om hem dan meteen een lul te noemen, nee, dat gaat te ver. En hij doet het wel vriendelijk groetend, dat moet gezegd.
Ik had inderdaad wat dingetjes gezien in de schrijfwijze van de titels maar niets halsbrekends. Ik kon zonder verder onderzoek prima begrijpen om welke werken het ging. Daarom vond ik zijn opmerkingen over de ‘flinke fouten’ in de titels nodeloos neerbuigend en overbodig. Echter, het kon anders bedoeld zijn en vooralsnog gaf ik hem het voordeel van de twijfel. Mijn antwoord:

Geachte H. Adema,

Wij zullen de betreffende school laten weten dat wij niks voor hen kunnen betekenen.
De titels zijn fout gespeld? Bestaan niet meer? Wat zal ik hen doorgeven?

eveneens vriendelijk groetend,

Hanneke Koene


Blijkbaar had hij de boodschap niet begrepen want zijn antwoord kwam vlug en dit keer was behalve de aanhef, de vriendelijke groet ook eraf gevallen:

Geeft u hen gewoon maar door zoals het is!
Wij leveren al jaren alleen rechtstreeks aan scholen.

Niet aan boekhandels, niet aan kinderboekhandels.
Dus ook niet aan u.


Lul.

-einde blog-

Mijn reactie op de laatste mail was als volgt:

Van: Kinderboekwinkel De Boekenwurm
Verzonden: zaterdag 5 februari 2011 16:53
Aan: info
Onderwerp: RE: vraag over bestelling

Waarom bent u zo onvriendelijk?
Ik geef aan de school door dat ik op deze wijze door u benaderd ben en zal hen afraden de boeken bij u te bestellen.
Ze hadden al alternatieven voor als het niet zou lukken.

Ik acht u niet en ik groet u niet
bah


Daarop kreeg ik zondag 2 en maandagavond nog 1 reactie

1)Dat is dan ook weer opgelost..

90% van de scholen werkt met onze tekstedities!
Maar Maastricht dus niet.

Of toch wel??
Wij zullen de Maastrichtse scholen eens vragen.

T&T


2)
M.,

Wij verkopen al 30 jaar alleen rechtstreeks scholen.
Vrijwel alle scholen in Nederland werken met onze uitgaven.
Wij verkopen al die tijd.alleen rechtstreeks aan scholen.

Dus niet aan kinderboekwinkels.

T&T


3)N.B

Om van dit gezeur af te zijn voor het laatst:
Wij bepalen zelf hoe, wanneer en aan wie we boeken leveren!!

Wij leveren al ruim 30 jaar rechtstreeks aan zeer veel scholen
voor HAVO en VWO. Steeds tot ieders tevredenheid!
Nooit een ontevreden klant!
Er verschijnen keer op keer herdrukken.

Ik moet echt heel vreselijk hard om u lachen.
Of eigenlijk is het ook wel zielig!

We nemen hierbij afscheid van u en gaan vrolijk verder.
Hopelijk u ook.

Stop s.v.p. met mailen. Op uw boodschappen wordt
tocht niet meer gereageerd.

Hessel Adema
docent Nederlands VWO (Gymnasium)
uitgever
boekverkoper

N.B. Als de school toch tekstedities wil hebben, moeten ze die
zelf bestellen.
We zullen binnenkort de VWO-scholen in uw regio maar eens mailen.

Dit was het dan!



Nou ja, laten we dat dan maar hopen






12 januari 2011
Drie keer per jaar is er een beurs waar boekhandelaren de nieuw aangekondigde titels voor het komend seizoen inkopen. Ik probeer minstens een maal per jaar te gaan, vooral om contact met uitgeverijen te houden en te krijgen. Aan het einde van de beurs kwam Kirsten van uitgeverij Lemniscaat naar me toe en zei me dat ze mijn stukjes zo graag leest. Ik kan het hier wel zeggen: dat vind ik leuk om te horen :)
Deze is dus voor Kirsten.

boekblad 11 januari 2011

Begin

Als ik mijn handen sta te wassen komt uit een ernaast liggend toilet in het businesscenter in Nieuwegein, een lange, dunne collega met zwart haar. “Ja, ik hoorde al dat het Limburg was gearriveerd” lacht ze op de op haar zo eigen manier. Vermoedend dat ze op het luidruchtige geklets van mijzelf, mijn Roermondse en Sittardse collega doelt, antwoord ik: “Ja, daar kun je inderdaad niet omheen.” “Oh, maar daar kunnen wij heel goed omheen”, pareert ze hooghartig en schrijdt het toilet uit.

Toch enigszins overrompeld door zoveel vileine onvriendelijkheid, merk ik dat ik even moet schakelen voordat ik aan de beurs kan beginnen. Ik hoef er eigenlijk niet te zijn. Het grootste gedeelte van mijn aanbiedingsinkopen heb ik al digitaal ingevoerd via het systeem van Libridis. Dat is handig, want je ziet dan ook meteen welke titels al voor je gereserveerd staan. En het is veilig, want bij de vorige aanbieding is mijn beursboek kwijtgeraakt en heb ik het grootste gedeelte van de najaarsaanbieding nooit in huis gekregen. Dat scheelde wel weer enorm op de uitgaven in het laatste kwartaal. En heel eerlijk? Ik heb het nauwelijks gemist.

Misschien ben ik ook niet zo’n goeie boekverkoper? Ik begrijp dat, wil ik geen luie boekhandelaar zijn, ik eigenlijk op die beurs met alle vertegenwoordigers moet gaan zitten steggelen over marges en voordeeltjes. Het zit er niet in bij mij. De laatste maanden heb ik het aan mezelf toegegeven: ik ben meer leesbevorderaar dan boekverkoper, ondanks het feit dat ik heel graag en heel veel boeken verkoop en ze ook goed in kan pakken.

Ik kom op die beurs om complotten te smeden om kinderen bij het boek te brengen en deze keer kom ik met snode plannen voor het Middelbaar Onderwijs, dus schuif ik vaak met Wim Krings aan tafel met uitgevers van boeken voor grote mensen.

Dat het niet zo druk is, werkt in mijn voordeel: vertegenwoordigers hebben tijd. Ik weet niet of ik op deze plek de juiste mensen tref om plannen uiteindelijk verzilverd te zien met daden, maar ik voel me heel tevreden als we, als laatste door de poetsploeg naar buiten geveegd, ergens een restaurant zoeken om de beursdag met zijn drieën, heel Limburgs, met goed eten en drinken af te sluiten. Dat ik naar huis mocht met een verschrikkelijk aardig compliment op zak, droeg zeker bij aan het voldane gevoel. Een goed begin is het halve werk, maar een slecht begin zegt gelukkig niks.






23 december 2010
Mijn laatste boekbladblog van 2010
Voor iedereen die ons niet op facebook volgt en ook onze nieuwsbrief niet krijgt (je kunt je inschrijven via deze site): Hele gezellige Kerstdagen en een goed 2011


Gelukkig een nieuw jaar

Schreef ik een jaar geleden, dat het misschien nog wat zou worden met 2010, nu weet ik beter: zelden was ik zo blij dat een jaar voorbij is. Is het mogelijk dat een jaar op alle fronten misloopt? Ja!

2010 werd ingeluid met een enorme knal, waarbij ik met mijn achterhoofd op de keien sloeg en vervolgens bloedend de nacht doorbracht bij een vriendin hier in de stad. Het jaar begon met hoofdpijn en het vervolmaakte deze goede start met een reeks aan technische en lichamelijk ongemakken. Om maar wat te noemen: Voor het borstkankeronderzoek in de winter moest ik twee keer gaan, omdat de borstenpletmachine niet warm wilde worden. De auto kwam in de lente keurig door de keuring en de grote beurt om vervolgens door een niet goed vastgezet, doorgeschuurd slangetje, de hele koppakking naar zijn mallemoer te hebben. De schilder ontdekt deze zomer dat mijn kozijnen uit een dapper soort houtpoeder bestaan, dat elk moment naar beneden dreigt te warrelen. En de herfst …

Pinnen via de telefoonlijn kost 30 seconden, ik heb het nageteld, het klopt. Dat betekent bij 120 pintransacties een uur wachttijd. In februari zijn we daarom maar overgegaan op pinnen via internet. Ik ga hier niet vertellen hoeveel voeten dat in de aarde heeft gehad, maar het paste helemaal in 2010. Het pinnen ging sneller, maar alle andere communicatie liep verkeerd. Het werd steeds meer bellen òf internetten en in september was het zo erg geworden, dat de telefoon maar hoefde te rinkelen en alles vloog eruit, inclusief de pin. En terwijl de KPN zelfingenomen het bloed onder onze nagels uithaalde, naderde de Kinderboekenweek. De monteur van de, door de KPN als (natuurlijk onterechte) schuldige aangewezen, alarminstallatie kwam wel opdagen en deze man, ging niet weg voordat alles het deed. Ik heb hem ten huwelijk gevraagd (met instemming van een klant, een oudere dame: ”Joa, dè leet ich auch neet meer gaon”), maar hij weigerde. Wat qua liefde ook weer heel erg paste binnen 2010.

En het werd niet beter, de meest slopende septembermaand tot nu toe, werd bedankt met een Kinderboekenweek die slechter was dan ooit en die ook niet meer werd goedgemaakt door de Sinterklaas- en de Kerstverkopen, die overigens ook slechter waren dan ooit. Waar het aan ligt? De vergrijzing, het aantal kinderen gaat in deze regio met een school per jaar achteruit? De crisis? De tsunami van goedkoop aangeboden boeken, die logische keuzes zijn van de klant, maar die de omzet helpen kelderen. Het weer dat mensen het internet opdrijft, in Maastricht dan nog geholpen door een parkeerbeleid, dat alle verzendkosten tot een koopje verklaart? Of hadden we misschien toch, met een kerstmuts op, wafels moeten bakken terwijl we luidkeels voorlezen met warme chocomel?

Het volgend jaar bestaan we 20 jaar en we gaan het niet vieren. De Boekenwurm vaart nog, maar het roer moet om. Misschien is het vreemd, maar ik voel me beter dan een jaar geleden. Tijd voor verandering en ik ben er klaar voor. 2010 was het jaar van de bewustwording en 2011 wordt het jaar van de beslissing.








6 december 2010
Het is mijn schuld dat we Harry Potter Zeven, eerste deel, nog niet gezien hebben. “We gaan zeker niet kijken?” heeft zoonlief zich al eens pissig laten ontvallen. Deel zes heb ik nog nooit kunnen zien zonder in slaap te vallen en dit keer moet ik voor het kaartje betalen, misschien is dat de drempel. Voorlopig houd ik het op tijdgebrek, koopavonden en zo. Maar natuurlijk gaan we wel. Dat hoort bij de traditie en of hij bevalt of niet, de dvd zal ook gekocht worden, want de collectie moet compleet.

Maanden geleden kreeg ik al mailtjes van werkwillige magiërs die graag hun bijdrage wilden leveren aan het opluisteren van de première van de film. “Gaan we nog wat doen? Groetjes…” Nee, we gingen niks doen en eerlijk gezegd was ik er niet rouwig om. In 2007 had Ruud van de bioscoop ons voor het eerst gevraagd “Zeg Hanneke, jij organiseert toch altijd van die Harry-Potternachten? Zouden die mensen niet ook bij de première van Harry Potter Vijf kunnen komen?” “Denk je dat jouw publiek het snapt, Ruud?” “Ja hoor, de mensen die komen hebben alle films al gezien”

Het zevende boek van Harry Potter zou in november 2007 verschijnen en in het kader van de daarbij behorende Harry Potternacht hadden we een ondergrondse organisatie opgericht, de P.A.P. (Perkamentus a Priori) beweging, om het gedachtegoed van het vermoorde schoolhoofd ´Perkamentus´ levend te houden en dan vooral de gedachte dat de oudste magische kracht ter wereld, de liefde, uiteindelijk altijd overwint. We bedachten dat we voor de bioscoop een activiteit moesten hebben die de lezers van de kijkers zou scheiden en dat we zo de P.A.P. konden uitbreiden. Dat lukte prima. De kijkers snapten er geen hol van en de lezers hadden pret.

Bij film zes vroegen ze ons weer. Met de kennis en ervaring van de vorige keer hadden we deze ronde (er was geen boek meer op komst) het inhoudelijk niveau enorm verlaagd. We wilden niet afdalen tot de ´Hagrid met hond´ en ´het jongetje met litteken en bril´, maar voor ons gevoel zaten we er niet ver boven. Het kwam toch niet binnen bij het publiek Ja bij de paar lezers, maar niet bij degenen die ´alle films hadden gezien´. `Domme mensen´ dacht ik, ´armoedige breinen´, ik oordeel meestal in eerste instantie nogal mild.

Deze keer heeft de bioscoop ons niet gevraagd. Wij zijn niet geschikt voor filmkijkers. We verwachten van degenen die deelnemen aan een Harry Potternacht dat ze in het verhaal stappen, dat ze alles ondergaan als waren ze een van de personages. Dat kan met lezers, omdat bij het lezen de hersenen geactiveerd worden om het verhaal te begrijpen. Je hersenen verbeelden en nemen je mee het verhaal in. Je verplaatst je als het ware buiten jezelf in een ander die iets beleeft. Word je dan aangesproken op een manier die in dat verhaal past, dan reageer je daar op een passende, voor jou logische wijze op. Zelfs als het een situatie is die niet met jouw dagelijkse werkelijkheid strookt, je bewustzijn herkent het toch.

Een film verlangt niet per se een actieve deelname, je absorbeert wat je voorgeschoteld krijgt en dat bevalt je of dat bevalt je niet. Je vindt het spannend of aantrekkelijk of ontroerend of wat dan ook, maar je blijft een toeschouwer. Je kijkt naar een andere wereld waar jij niet bent en waar je ook niks mee te maken hebt, hoe graag je er misschien ook zou willen zijn. En na de film ben je misschien nog even in een filmgerelateerde sfeerstemming, maar na een half uurtje in de kroeg is de film een herinnering, die je wellicht best nog eens wilt meemaken en wie weet nog wel een paar keer. En misschien loop je zelfs een beetje zoals de hoofdpersoon of je roept terwijl je bijna te laat remt als je een heuvel afrijdt: “Oh ik dacht dat ik vloog, ik ben net naar de Harry Potterfilm geweest en het voelt alsof ik nog steeds op een bezem zit” Maar of een filmkijker ooit zo diep in een verhaal kan zitten als een lezer? Ik waag het te betwijfelen.

“Het eindigt in elk geval niet waar jij voorspeld had, dat had je dus al fout” weet de nog-steeds-lieve-zoon-die nu-toch-op-moet-gaan-passen inmiddels. “We gaan met Kerst”, besluit ik om onze relatie te redden. Bovendien ik moet toch met eigen oog zien wat ze ervan misbakken hebben. En heel eerlijk? Ik verheug me erop.






15 november 2010
Afgelopen vrijdag raakte ik weer eens verwikkeld in een leesbevorderingsdiscussie. En, oei, ik sprak van een 'Literaire ivoren toren'. Na de natste donderdag, waarop ik eerder dichtging vanwege geen klanten, had ik eindelijk weer tijd en inspiratie voor een blogje voor Boekblad.

mijn boekbladblog van zaterdag 13 november 2010
Sacré Littérature

Vanavond heb ik mij teruggetrokken in mijn ivoren toren en het is er warm en aangenaam. Ik heb de hond drooggewreven, gevoerd en in zijn mandje gelegd. De natte kleren die ik opliep na sluitingstijd, druppen leeg in de badkamer. Mijn lijf heb ik gehuld in fluweelzachte kleding, met aan mijn voeten de gerieflijkste slofjes die ik bezit. Rode wijn flonkert in het glas en ernaast lonkt een schaaltje met verrukkelijke knabbeltjes. Prettig muziekje, mooi licht, patchouli-wierook. Ik ga schrijven: er gaat een blogje geboren worden.

Als boekhandelaar moet je niet teveel kapsones krijgen, natuurlijk. Verkoop nu maar gewoon de boeken die geschreven worden door mensen die stuk voor stuk grotere goden zijn dan je zelf bent. Schrijven? Tut, ga werken. Zorg eens dat al die literaire meesterwerken van de hand gaan. Nee, nee, niet gemakzuchtig doen, geen Stilton verkopen, literatuur moeten de kinderen lezen. Literatuur!

‘Ja, maar Stilton…’
‘Het heeft geen kwaliteit, het is lelijk, het is slecht vertaald, het is door een, jakkie, groep mensen gemaakt in plaats van door één lijdende, zwoegende, liefhebbende schrijver. Het is, hoe zal ik het zeggen, het is… populair!
‘Ja?’
‘Heb je het niet begrepen? Al die duizenden Stiltons, die jullie als voorgekauwde zoete broodjes door de strot van die arme literatuurbehoeftige kindertjes stouwen gaan ten koste van Het Betere Boek."
‘Maar het brengt kinderen aan het lezen.’
‘Onzin, het houdt ze van de literatuur af.’
‘Maar ze zullen toch eerst lezen leuk moeten vinden."
‘Maar het is geen Li-té-ra-tu-huur!’
‘Ah, ja…’


De ochtend na een avondje hevige discussie op Facebook over de al dan niet literaire kwaliteiten van klinderliteratuur en leesbevordering is mijn eerste klant een Vlaamse vader met twee dochtertjes. Het oudste meisje knielt meteen bij de Stilton-boeken en neemt een roze Thea Stilton-titel van de plank. Het jongste fladdert wat rond tussen de leeftijden, terwijl haar vader boeken uit de kast pakt en bekijkt. "Is dit geen leuke voor je?", vraagt hij aan zijn lezende dochter, terwijl hij "Tonje" in de lucht steekt. Het meisje kijkt op, schudt haar hoofd en leest verder. Vader en ik kijken elkaar aan, we glimlachen, hij steekt het boek terug tussen de anderen. Voor zijn jongste dochter kiest hij Piep mag mauw zeggen.

‘En deze ook’, zegt hij als ik Piep pak om te scannen. Ik kijk het meisje aan terwijl ze Het Mysterie van de zwarte pop op de balie wil schuiven. "Welk boek zou je gekozen hebben als de Stilton-boeken niet hadden bestaan?" Meteen heb ik spijt van mijn vraag. Ze drukt het boek tegen haar borst en kijkt me aan met een blik waarin ik schrik, onzekerheid en verdriet herken. Wat doet ze fout? Ik probeer geruststellend te glimlachen om het goed te maken, maar eigenlijk wil ik haar gave gezichtje tussen mijn handen nemen, een kus op haar voorhoofd drukken en alleen maar zeggen: "Sorry, sorry, vergeef me, dat had ik niet moeten zeggen. Pak dit boek, lees het zo vaak je wilt, lees het overal waar je wilt en vergeet nooit meer hoe het voelde toen je het daarstraks in je handen pakte.’

Volgens mij is er maar één weg die naar de literatuur leidt en dat is de weg van de liefde voor het boek, de liefde voor lezen, ook de kalverliefde.






25 augustus 2010
Tegenwoordig is opvoeden veel werk. Mijn Boekbladblog van vandaag.

moeders

"Wanneer is dat boomhutten bouwen?", vraagt ze terwijl ze in de deuropening naar de poster van het Kindervakantiewerk op de etalageruit staart.
"Dat weet ik niet", antwoord ik, "maar het is voor kinderen vanaf zes jaar."
"Oh ja? Wat een onzin. Ik vind dat zo'n gezeur," moppert ze, terwijl haar dochter van vier het podium opklimt om te gaan spelen.

Het meisje kent de weg, want ze komt vaker. Vorige week nog, toen haar moeder iets moest gaan ruilen bij de Bijenkorf en of haar dochter dan even, of ik het echt niet lastig vond dat, ze zou zo terug zijn..., ongeveer een uur in haar eentje in de winkel verbleef.
Juist het moment dat Paul van Loon uitkoos om even binnen te wippen. Er waren verder geen klanten in de winkel, zodat het meisje uitgebreid met Paul kon babbelen. En terwijl ik met Paul op Moeminjacht was, las Pauls vrouw, Hadjidja, het meisje voor uit ‘Max en de Maximonsters' Heel knus allemaal.
En ondertussen stelden wij het kind voortdurend gerust. "Mama komt zo terug hoor!" Halverwege Max kwam mama terug, onverrichter zake, want ze had haar portemonnee met het bonnetje niet en daar deden ze toch moeilijk over en nu moet ze dus nog een keer gaan en zo vervelend allemaal. Nee, vandaag geen boek, het kan niet altijd feest zijn.

"Waarom is het pas vanaf zes jaar, voor kinderen van vier is het ook leuk!"
"Het Kindervakantiewerk is voor kinderen van groep drie tot en met acht, daar zijn de activiteiten ook op afgestemd"
"Maar kun jij niet voor me regelen dat ze wel mag, kun je niet even bellen? Of kun je me dat ‘paspoort' geven, zodat ik haar naar binnen kan smokkelen?"
"Nee, dat doe ik niet"
"Nou, maar ik ga er wel wat van zeggen hoor, wat een onzin. Ik vind het gewoon discriminatie. Ze bouwt hartstikke graag boomhutten en nu mag ze niet meedoen."
"Ze wordt vanzelf wel zes" mompel ik terwijl ik door probeer te werken.
"ja, maar nu wil ze ook leuke dingen doen" protesteert de moeder.
"Ik ga opbellen, of nee, ik ga er gewoon heen, dan zet ik haar er wel tussen. Eens kijken of ze iets zeggen," moppert ze, terwijl ze haar dochter uit de speelhoek plukt en zonder boek naar buiten loopt. Blijkbaar weer geen feestdag vandaag.

"Als jij eens wist hoeveel kinderen stikjaloers zouden zijn op die dochter van jou", denk ik haar achterna, "maar nooit van mijn leven zal ik je vertellen, dat jouw kind een half uur met een beroemdheid heeft doorgebracht. Je dochter zal het worst wezen en jij kunt me de ‘poekel roetsjen' na al die opvoedingsstress die je me bezorgd hebt.






28 juli 2010
Van sommige berichten komen herinneringen boven. Boekbladblog juli 2010

Massaal

‘Niet te hoge verwachtingen’, dacht ik, toen we de eerste keer een groep schrijvers naar Maastricht lieten komen om ter gelegenheid van de Kinderboekenweek hun werk te signeren. 'Laten we hopen op een aardige opkomst'. Bescheiden zetten we de boeken met hun schrijvers
in een zijhal van de bioscoop, zodat het ook bij een lage opkomst tenminste nog gezellig was. De mensen stonden in de rij vanaf het moment dat we open gingen en binnen de kortste keren liep iedereen het zweet in stromen langs het lijf. De volgende keer dus een ruimere opzet.


Jaren ging het prima: lekker druk, veel verkopen, tevreden klanten, tevreden schrijvers, tevreden boekhandelaar.
In 2000 wilden we iets speciaals. Centre Céramique, de nieuwe stek van de stadsbibliotheek, was klaar en daar wilden ze onze schrijversmarkt wel hebben. Dus verhuisden we van de ouwe trouwe bioscoop naar deze nieuwe locatie. Daar moesten ze aan ons wennen, want wij werkten niet volgens hun lijstjes. Dit had eerst aangevraagd moeten worden en dat was niet zeker of het kon en niemand wist waar die stekker in gestoken moest en sterker nog mocht worden, want de ‘Chef Stekkers’ was op vakantie. Enfin, de uitputting schemerde al nog voordat we opengingen.


Maar succes was verzekerd, want we hadden grote namen: de vriendenclub Jacques Vriens, Paul van Loon, Anke de Vries, Hans Hagen en Philip Hopman. Sjoerd Kuyper mocht niet komen, omdat hij dat jaar het Kinderboekenweekgeschenk schreef en dus grommend naar Amsterdam moest. En een succes werd het. Vanaf het moment dat de markt openging, golfden de bezoekers naar binnen. “Nog nooit zoiets meegemaakt," verzuchtte een promotiemedewerkster van het Centre, toen we vanaf het balkon de hal overzagen. Overal mensen.

Maar beneden was het niet fijn. Paul van Loon sprong op en riep: “Hanneke, er moet iets gebeuren, de kinderen worden tegen mijn tafel platgedrukt.” Het enige dat ik kon doen, was de dranghekken die we hadden staan om de markt af te bakenen, loskoppelen en draaien zodat er een rij geforceerd werd. Dat had tot gevolg dat mensen die de tafel al in zicht hadden gehad opeens weer verder naar achteren stonden. Boosheid, tranen en veel gemopper. De hele middag heb ik dat dranghek staan vasthouden en samen met een vrijwilligster die voor de tafel stond zo prettig mogelijk het gedrang bij Paul in goede banen geleid. ‘Hou ze in een goed humeur,’ dacht ik,‘zorg dat ze het volhouden’. En ik kon alleen maar hopen dat alles op de andere plekken goed verliep, want ik was verder machteloos.

Na die Kinderboekenweek heb ik nog een paar nachten rechtop in bed gezeten en dat terwijl het bij ons goed was afgelopen. Sindsdien is mijn eerste zorg van organisatie bij evenementen: spreid- en remmomenten inbouwen. Hoe voorkom ik dat iedereen tegelijk komt en hoe maak ik dat er op een ‘natuurlijke wijze’ gaten vallen in de doorstroming, om zo lucht te houden in de massa. Blijven ademen.


28-07-2010 |






10 juni 2010
Politiek

Ik kom uit een ouderwets PvdA-nest. Moeder en vader intellectuelen met een sociaal hart en moeder indertijd uit het onderwijs ontslagen omdat ze met mijn verderfelijke rode vader verkering had. Dat waren nog eens tijden.

Je groeit dan toch op in een traditie en als je zelf eindelijk ook mag, stem je, tenminste zo ging het bij mij, vrij gedachteloos jarenlang PvdA. Dat zijn tenslotte de goeie. Ooit zag ik in een tv-programma Femke Halsema en de manier waarop zij haar mening verwoordde sprak mij aan. Ze was toen nog geen lijsttrekker, maar ik besloot, en dat is een beslissing hoor, bij de volgende verkiezingen op haar te stemmen. Ik weet niet meer welke maaltijd ik met dat nieuws verpest heb, maar we waren allemaal bij elkaar, dus ik vermoed dat ik de kerstvrede heb laten ontploffen. Mijn moeder ijsbeerde rond te tafel terwijl ze in mijn oor siste: “Je kunt toch niet van de lucht leven”

Maar verkiezingen kwamen en gingen en ik bleef Femke trouw. Eén keer twijfelde ik. Dat was in 2006. Stichting Leesbevordering Zwaan kleef Aan bestond 11 jaar en dat magische zuidelijke cijfer wilden wij eren door iets ‘geks’ te doen. We verzamelden bij uitgeverijen 18.000 boeken met de bedoeling ze uit te delen aan alle kinderen in zuidelijk Zuid-Limburg. Na die dag zou er in ‘ons gebied’ geen kind meer zijn dat geen eigen boek had. Voor het uitdelen vroegen we ook een aantal landelijk bekende politieke gezichten. Jan Marijnissen en Femke Halsema, lieten mailen dat ze het te druk hadden, Frans Timmermans kon niet weg uit Brussel en toen dan ook op donderdagavond mijn telefoon ging en de woordvoerster van Maxime Verhagen belde, zat ik al helemaal te wachten op een afwijzing. “Hij vindt het een fantastische actie, hij maakt er graag tijd voor vrij in zijn agenda en hij komt er met alle plezier voor naar Maastricht” Ik had tranen in mijn ogen toen ik de hoorn neerlegde. En ik begreep opeens waarom Limburg er baat bij heeft dat er Limburgers op hoge posten zitten.

Doordat Maxime Verhagen het enige landelijke kopstuk was dat deze Limburgse actie de moeite waard vond, kreeg hij alle persaandacht en we schoven hem graag naar voren. In alle plaatselijke media was hij breed aan het woord over onderwijs en het belang van lezen in het onderwijs, over voorlezen en taalontwikkeling en gaf hij inkijkje in het boekbeleven in zijn eigen gezin. “Een gemiste kans” riep ik later naar mijn moeder. “Die linkse landelijke politici moeten zich hier ook eens op een positieve manier laten zien en niet alleen komen roepen hoe oneerlijk het is als er ontslagen vallen bij DSM. Het is niet voor niks dat het CDA zo groot is in Limburg. Zij werven hun stemmen via de duivenclub, de schutterij en de harmonie en als jullie je daar te goed voor voelen dan zullen jullie nooit groot worden in deze regio.” Dat was 2006

Vandaag hoorde ik dat de PVV in Limburg de grootste is. Ik ben niet verbaasd gezien het grote aantal Limburgers op de lijst. Maar dat is niet de enige reden. “Ik begrijp niet dat er nog mensen zijn die op de PVV stemmen als je leest hoe ondemocratisch die partij is” verzuchte een intellectuele PvdA-vriend met Pasen. “Ga je er dan zomaar vanuit, dat iedereen leest?” vroeg ik. Is er al onderzocht of de PVV-stemmers lezen? Ik ga hier beneden nog maar even door met leesbevorderen, voor ieders bestwil.






8 juni 2010
Het boekbladblog van vandaag

Sprookje

Er was eens een licht-gestoorde vrouw, die moeder wilde worden, maar toch buitenshuis wilde werken, omdat ze het thuisblijven om een kind op te voeden niet als werk zag. Ze haalde haar inkomen uit een Kinderboekwinkel, waardoor ze haar kind behalve van moedertijd ook nog van de zo noodzakelijke ingrediënten om in Nederland gezond volwassen te worden, beroofde: er was geen geld voor het lidmaatschap van een sportclub, vakanties of regelmatig een uitje naar dure pretparken. Het enige wat zij haar kind te bieden had naast liefde, voedsel, veiligheid, buitenspelen, en één keer per jaar een bezoek aan een dierentuin, waren boeken.

De uren met haar kind die de vrouw verloor met werken, compenseerde ze door op alle mogelijke momenten voor te lezen. Hardnekkig duwde ze haar kind verhalen door de strot. Terwijl haar zoon nog aan de fles was, las ze hem al de hele Robin-reeks voor, ook al wist ze heel goed dat ze dat dan een jaar of vier later nog eens moest doen. Ze voerde hem prentenboeken, versjesbundels en voorleesboeken. En hoopte maar dat hij, als het moment kwam dat hij zelf moest gaan lezen, net zo'n lettervreter werd als zij.

Het leek te werken. Bij de woorden 'boekje lezen' liet zoonlief alles uit zijn handen vallen om gezellig bij zijn schamele moeder te kruipen en samen in alle rust een avontuur te beleven. Desnoods dertig keer hetzelfde avontuur. "Uw kind heeft een enorme voorsprong in zijn taalontwikkeling," constateerde het consultatiebureau "maar dat is niet vreemd, als hij zoveel voorgelezen krijgt." En de domme kinderboeken verkopende moeder vroeg zich heel egoïstisch af, waarom dat bureau het voorlezen dan niet standaard adviseert aan de vele ouders die zij elke week spreekt.

Na de eerste dag in groep 3 vertelde het kind dat hij "i- k- ik" had geleerd en in moeders hart vlamde de hoop. Maar het vorderde niet. Het kind vond lezen saai. "Staat daar weer: ik vis?" "Ja, Gijs daar staat weer 'ik vis', ik kan er niet meer van maken." Groep 3 leerde de jongen niet lezen, dus deed hij die groep nog maar een keer over.

En mama bleef maar boeken aanslepen, omdat ze ervan overtuigd is dat lezen goed is voor kinderen. Ze bracht hem naar een andere school, waar boeken het hart van de school zijn en waar ze elke vorm van lezen durven toe te juichen, ook strips en tijdschriften. En ja het lukte. Het kind worstelde dapper verder en ging de techniek steeds beter beheersen.

Op een dag in groep 6 ontdekte hij Geronimo Stilton. Díe vond hij leuk. Hij las de twee dikke 'Reis door de tijd'-boeken en riep dat hij nú Harry Potter wilde lezen. Moeders hart stond stil. "Daar staan ze", zei ze en wees op de boekenkast. Ze nam zich voor te zwijgen als het niet zou lukken. Maar hij las ze allemaal en daarna alle Grijze Jagers, de boeken van Thijs Goverde en alle Toraks en Wolf, en nu eind groep acht heeft hij Odysseus ontdekt. Wees zijn moeder hem eerst nog voorzichtig op de Geronimo-versie, uiteindelijk is het die van Imme Dros geworden. "Ik zou niet weten wat ik moest, als ik niet kon lezen," verzuchtte hij laatst.

Nog een maandje of drie en hij gaat naar de Middelbare School. Gelukkig koos hij voor een school waar de openbare bibliotheek zit 'ingebouwd', zodat de leerlingen binnendoor bij de boeken kunnen. Echter, de moeder heeft nog geen idee hoe men binnen die school over literatuuronderwijs en leesbevordering denkt. Ze kan alleen maar hopen dat de komende vijf jaar haar werk niet wordt afgebroken en dat haar zoon de rest van zijn leven lang en gelukkig zal lezen.






30 mei 2010
Elk jaar maak ik een krant voor de Kinderboekenweek. Om dat te financieren heb ik advertenties nodig van uitgevers. Een heel geleur om het rond te krijgen. Als een uitgever meteen meedoet beschouw ik dat als een blijk van waardering voor mijn werk als boekhandelaar. Tenslotte verwachten ze dat ik hun boeken inkoop, zonder de garantie te hebben ze ooit nog kwijt te raken. Want wat veel mensen toch niet blijken te weten: elk boek dat bij de Boekenwurm in de winkel staat heb ik betaald. Enfin deze week een wat gefrustreerd blogje.


Arme uitgevers

Ik heb het nog niet gelezen, want het komt morgen pas in de bus: Boekblad, maar het schijnt dat uitgeverijen lijden onder het bankroet gaan van boekhandels. Dat wil ik lezen!

Het is weer lente en tussen de feest-, adv- en moeder-moet-vrij-hebben-want-anders-is-ze-geen-goede-moeder-vrije dagen door, probeer ik uitgeverijen te bereiken en te bewegen een advertentie, hoe klein ook, in de Boekenwurmbode te plaatsten. Die advertenties zijn goedkoop, want ik vind nog altijd dat ik er niet aan hoef te verdienen. Ze zijn zo berekend dat ik de kosten van het maken van de krant dekkend krijg, binnen een beperkt aantal advertentiepagina's. Alle uren die ik verder kwijt ben om die krant te maken, en een uitgever zou zich daar iets bij voor moeten kunnen stellen, neem ik niet mee in de kosten. Dat betekent dat je een advertentie van een kwart pagina hebt voor het bedrag waarbij je in een doorsnee krant een visitekaartje kunt plaatsen.

Daarbij is het een krant die helemaal over boeken en lezen gaat. Niet zelden beschouwen de lezers de advertenties niet als verkooppogingen maar, net als in bijvoorbeeld de Boekenmolen of de Voorleesgids (die in wezen ook één grote advertentie zijn), als leestips. Met andere woorden, ze worden bekeken.

Elk jaar zijn er gelukkig een aantal uitgeverijen die meteen en stevig ja zeggen. Maar elk jaar moet ik ook weer uitleggen dat de advertentie in de Boekenwurmbode misschien niet direct extra verkoop voor het door die uitgever op dat moment naar voren geschoven boek genereert, maar dat de krant wel heel veel mensen naar de Boekenwurm brengt die wellicht een ander boek kiezen uit hun fonds. Dat bevordert de brede verkoop van boeken en het houdt mijn winkel in leven.

Kijken in een breder perspectief heet visie, lange-termijn-denken, en misschien mis ik dat ook als ik me hier boos zit te maken omdat die uitgever ervoor kiest om, als hij geld uitgeeft aan advertenties, dat alleen te doen in gebieden waar veel mensen wonen en waar misschien wel meer gelezen wordt. Misschien moet ik ook maar eens leren om gewoon niet meer zoveel te willen. Om te denken: weet je wat, zak allemaal in de modder, dan lezen ze hier toch niet. Wat kan mij dat nou verrekken. Wat kopen mensen voor al die specialistische kennis die wij maar gratis weggeven. Hooguit boeken waar anders niet op gewezen wordt. Daar zit toch niemand op te wachten? Heerlen heeft geen goede boekhandel meer en staat nog steeds overeind. Maastricht kan best zonder de Tribune en de Boekenwurm waar je niet eens koffie kunt drinken of een broodje eten.

Dit jaar maak ik toch maar weer die Boekenwurmbode. Ik weet dat de inspanningen die ik ervoor lever om die krant te produceren en te verspreiden, vele malen meer effect hebben op het bestaan en de bekendheid van de winkel dan al die advertenties die ik voor het bedrag dat voor dat werk staat, had kunnen plaatsen.

Maar als ik voor de tienduizendste keer terug moet bellen naar een uitgeverij en weer te horen krijg: "Ach sorry nee, nu is ze net naar huis," dan voel ik niet zoveel medelijden als ik lees dat uitgeverijen lijden onder het bankroet van boekhandels. Dan spijt het me ontzettend dat ik mezelf verschraal wanneer ik de titels van die uitgeverij niet meer op voorraad neem, want blijkbaar verwachten ze van mij wel dat ik mijn rug zelf was.






29 april 2010
Voor Martin

Rokjesdag is een fenomeen waar ik mij altijd verre van hield tot afgelopen winter. Ik kreeg een rokje, ik deed er een aan met carnaval en tot mijn grote verbazing droeg ik hen met plezier. Maar Rokjesdag, dat gaat me toch nog iets te ver. Dan moeten de benen bloot en daar ben ik nog niet aan toe. Zelfs niet ter ere van Martin Bril.

Afgelopen zondag trok ik dan ook een jurk aan, toen ik met dozen vol poëzie en, gelukkig, met een goede vriendin naar Landgraaf reed. Het was mooi weer en het beloofde een warme dag te worden. Al op de parkeerplaats bij de bestemming voelde ik dat de kousen met handige, onder fraai bewerkt kanten boord verstopte rubberen randen niet bleven zitten. Rechts ging nog wel, maar links zakte duidelijk omlaag. Met de vinger strategisch op de dij strompelde ik naar de locatie om te zien of ik dichterbij kon komen om de dozen te lossen. Dat was gelukkig mogelijk, maar een bus uitladen met losse handen, dat gaat niet. Op het moment dat ik de auto voor de deur reed, zag ik een aantal schrijvers de hoek omkomen. Geweldige timing. Terwijl ik de dozen uit de auto tilde, lazen zij de teksten op de deksels: '"Van Os en de rest", nou je ziet wel wie hier belangrijk is. "Van Lieshout en rest", mooi. "Kuyper?" Zonder rest? Dat geeft toch wel aan hoe de kaarten liggen.'

Gelukkig waren ze meer met hun boeken bezig dan met mijn benen en nadat ik de dozen, hijs, op de steekwagen, hijs, hijs, legde, reed Roelinda ze naar binnen. Zolang ik mijzelf niet verplaatste ging het net. De weg van de geparkeerde bus naar de boekenstand was schier onoverbrugbaar. Met een hijsstop om de vier meter, rechts zakte nu ook af en links was op tempo, deed ik voor mijn gevoel minstens tien minuten over deze 300 meter. Al moet ik zeggen dat ik erg goed werd in het hijsen. Bijna bij de voor de boeken gereserveerde tafels aangekomen, hoefde ik er nog maar nauwelijks voor te stoppen. Ik voorzag een bijzonder moeizame ochtend. Er moest iets gebeuren.

Ten einde raad rolde ik de kousen helemaal omlaag en propte ze in mijn laarsjes. Zelden heb ik mijn blote benen zo als een bevrijding ervaren. Opeens kon ik weer alle handelingen verrichten die nodig waren en had ik weer de geestelijke ruimte om mij op mijn medemens te concentreren, wat beslist beter is voor de zaak. Met mijn blote benen ging ik nog even luisteren bij Edward van de Vendel en Jaap Robben, liep ik binnen bij de lezing van Ted van Lieshout en Johanna Kruit, zat ik tussen Sjoerd Kuyper en André Sollie op het terras en wandelde ik 's middags een half uur met Erik van Os om de vijvers bij de Overste Hof, waarbij ik zelfs over een draad stapte. Het is niet zeker dat ik, na deze ervaring, volgend jaar wel mee durf te doen aan Rokjesdag, maar de kans is absoluut groter en voor Martin mag je best iets overhebben.






6 april 2010
Afgelopen zaterdag had ik het grote genoegen om bij de presentatie van een nieuw boek te zijn. Het ging om het nieuwste boek van Bennie Lindenlauf 'De hemel van Heivisj', dat in Sittard speelt rond de tweede Wereldoorlog. Voorafgaand aan de presentatie wandelden wij in drie, want het was lekker druk, groepen door de stad. We kregen uitleg bij plekken die een belangrijke rol spelen in het boek en in elke groep liep iemand mee die enkele fragmenten uit het boek voorlas. In onze groep was dat tot onze grote verrassing Floortje Zwigtman, een van de, in mijn ogen, allerbeste vrouwelijke auteurs van Nederland. Dat Mulisch haar nog niet als opvolger heeft genoemd, komt enkel door het feit dat hij aan de verkeerde kant van de muur zit die tussen jeugd- en volwassenliteratuur is gemetseld.
Die muur maakt ook dat het voor Floortje lastig is haar enorm dikke boeken in Duitsland vertaald te krijgen. Zij mailde mij daarover en ik besloot haar in een open brief te antwoorden via mijn Boekbladblog.


Beste Floortje,

je geeft me de vrije hand in mijn reactie en ik schrijf je daarom een open brief via mijn blog in Boekblad. Zo sla ik twee vliegen in één klap, want Tim (Gladdines) klaagde afgelopen zaterdag, op weg naar de presentatie van Bennie Lindelaufs ‘De hemel van Heivisj’, dat het tijd werd voor een nieuw stukje: “Ik heb nu en paar keer gekeken en het is nog steeds de blog van de Boekenweek. Wat is dat voor luiheid?”
Op zich wel fijn dat hij een paar keer keek, want deze Paasdagen kwam ik erachter dat mijn familie lang niet zo trouw is. Met name van mijn moeder valt me dat tegen, want daarvan mag je als kind toch iets verwachten, vind je niet?


Het was een bijzondere verrassing om je te ontmoeten en bovendien een aangename. Ik was al tijden erg nieuwsgierig naar jou. Je bent een fascinerend auteur. Niet in de laatste plaats vanwege de omvang van de boeken die je schrijft, maar zeker ook om de onderwerpen die je kiest en de indrukwekkende manier waarop je die verhalen vertelt. Zoals ik al zei, voor mijn gevoel ben jij een van de weinige Nederlandse schrijfsters ‘met ballen’.


Ik geef mezelf de laatste tijd wat vaker de vrijheid om boeken voor volwassenen te lezen. Vroeger mocht ik dat alleen in mijn vakantie, maar nu ik die niet meer heb, brengt een leesclub uitkomst als excuus. En het moet voor mijn werk, want waar ik in de winkel eerder wat explicieter boeken voor volwassenen tussen de jeugdboeken ging zetten heb ik er nu voor gekozen plaats in te ruimen voor literatuur.


Dat heeft een geschiedenis. Al vanaf het begin van ons bestaan kent de Boekenwurm de ‘schemerzone plank’ daar zette ik de boeken voor volwassenen waarvan ik dacht dat jongeren ze ook graag zouden lezen en jeugdboeken waarvan ik meende dat ze op de literatuurlijst moesten mogen. Mijn innig geliefde ‘Boek van Bod Pa’ had daar zijn plek.


De laatste jaren groeide die plank met groot gemak uit naar een tiental planken, maar had ik wat twijfels over het literaire niveau. Fantasy, Chicklit en kommervolle jeugdboeken met een vleugje humor, overspoelden de kasten met titels die inderdaad graag en veel gelezen werden door jongeren van 14 jaar en ouder. Ze zijn vaak aangenaam om te lezen en daardoor zonder meer uitermate leesbevorderend, maar de literaire inspanning kan op de drempel van de Kinderboekwinkel echt nog een tandje hoger. Het laatste stapje naar of de eerste ontmoeting met volwassen literatuur? Daar zit het tussenin. Op die literatuurplank staan jouw boeken, met bijvoorbeeld Renate Dorrestein, Maarten 't Hart, Dimitri Verhulst en Robert Vuijsje.


De onnatuurlijke grens tussen boeken voor de jeugd en boeken voor volwassenen is als een ijzeren gordijn. Ik doe mijn best daar doorheen te breken. Bijvoorbeeld door telkens als ik op de radio kom, een jeugdboek weg te geven aan een volwassen lezer, die daarover in een latere uitzending zijn (maar tot nu toe altijd haar) mening moet geven. Maar ik krab met een nagelvijltje aan de Eiffeltoren.


Volgend jaar zit ik 20 jaar in dit vak en dan viert mijn strijd voor de volwassen erkenning van kwaliteitsboeken voor kinderen en jongeren eveneens zijn jubileum. Ik vraag me serieus af of ik al iets te vieren heb. Vorige week sprak ik met mijn moeder over “Allemaal willen we de Hemel” een absoluut meesterwerk van Els Beerten, zoals je ongetwijfeld weet. Ze had het gelezen en vond het indrukwekkend prachtig “En”, zei ze enthousiast “ weet je wat zo goed is, je kunt het ook gerust aan volwassenen adviseren, hoor”. Alleen het feit dat ik niet met een gehavend gezicht op de presentatie van Bennies boek wilde verschijnen, weerhield mij ervan heel hard met mijn hoofd tegen de zoldertrap te bonken.


Lieve Floortje, ik hoop dat je voor jouw fantastische boeken een Duitse uitgever ‘met ballen’ vindt, die de aangeleerde afwijzing van jeugdboeken door volwassen lezers naast zich neer legt. Het is literatuur van het zuiverste water. Hij moet gewoon iedere Duitse boekhandelaar het boek in handen duwen met de gevleugelde Limburgse woorden “Hie jong, dèt moste lèze!’ Moet jij eens kijken…


Hartelijke groet,


Hanneke






15 maart 2010
Het is Boekenweek, het thema is 'jong zijn' en plotseling staan er overal brieven aan jongere ikken. Schrijvers in Titaantjes waren we en Boekhandelaren in Boekbladmagazine. Tja, laat ik dan maar ook...

Hanneke,

Zo zul je nooit verder komen dan de boeken, Koene. Kijk eens om je heen mens. Er is ook nog een echte wereld. Word je daar zelf niet een beetje wee van? Nee, doe maar alsof je niks hoort, daar ben je altijd al goed in geweest. Sluit je oren maar af en stop je ogen in dat boek. Laat vooral niemand toe, het is allemaal toch volkomen oninteressant wat daarbuiten gebeurt. Het zijn maar echte mensen.

En dat taalgebruik van je, zo spreekt toch niemand. Wat een woorden gebruik jij, belachelijk, kan dat niet wat gewoner. En altijd maar menen dat je alles al weet. Die blik van je als iemand iets zegt, alsof het zo oudbakken is als het eerste manna uit de hemel. Wat weet jij alles toch goed. Het is een wonder dat er nog nooit iemand is geweest die je op je bek heeft geslagen. Waarschijnlijk omdat je een meid bent, een andere reden kan ik niet bedenken. Kandidaten genoeg met jeukende handen.

Denk je nu dat het iets gaat worden met jou? Welnee, daar denk je niet over na. Geen enkel beeld van je eigen toekomst. Geen droom, nou ja misschien iets romantisch en iets met een kapselverandering op je dertigste. Zielig. Waar denk jij eigenlijk wel over na? Je hotsebotst wat van hoofdpersoon naar hoofdpersoon. Dwarrelt een beetje tussen de genres zonder echt op te letten wat je consumeert, als je maar letters kunt vreten. Geen plan, geen visie, geen structuur.

Nou, laat ik het maar verklappen, het wordt ook niks met je. Je zult stranden in een boekwinkel waar je een hoop bewegingen zit te maken die nergens op uitlopen. Je beweegt je binnen het vak met een grote bek, alsof jij het wel even zult zeggen, maar als puntje bij paaltje komt heb je niet zoveel te melden. Wanneer in 2010 het thema van de Boekenweek 'opgroeien in de letteren' is, zul jij geen blog hebben, terwijl je altijd moord en brand schreeuwt over jongeren en lezen. Wat een misser. Maar goed, het is een boekwinkel, dus je hebt een wereldexcuus gevonden om te blijven doen waar je goed in bent, lezen.

Groet,
Hanneke


Boekbladblog van vandaag






6 maart 2010
Dit keer geen boekbladblog maar een open brief die ik in overleg met de andere kinderboekwinkels (maar niet voldoende overleg om het vanuit ons aller naam te sturen, dus daarom maar alleen ondertekend)verstuurde in verband met de aanstaande Boekenweek. Het thema daarvan is 'opgroeien in de letteren', de jeugd dus.


Maart 2010

Bijna Boekenweek en dan is er opeens een hoop beweging in het land. De media lopen over van het boekennieuws en je struikelt over de schrijvers. Een heerlijke tijd. Normaal gesproken is de Boekenweek niet de periode dat kinderboekwinkels van zich laten horen, tenslotte is de Boekenweek niet bedoeld voor onze doelgroep, daar hebben we de Kinderboekenweek voor. Het puberende kind en de jongere moeten dan zelf maar uitzoeken of ze op de wal of op het schip proberen te klimmen. Ach ja, en als ze dan verzuipen: een kniesoor die daar op let.

Spijtig voor ons, zijn wij zulke kniesoren. Wij willen graag dat het lezende kind zich tot een lezende volwassene ontwikkelt. In de praktijk zien we echter te vaak hoe kinderen de lol in het lezen wordt ontnomen en wat wij ook doen even zo vaak slaan onze inspanningen stuk op de klippen van de letteren en het literatuuronderwijs en desinteresse bij de media die we nodig hebben om de jongeren te bereiken.

Maar nu is daar de Boekenweek 2010 met de jeugd als thema. Opeens zijn alle ogen gericht op die jongere. Hoe leeft hij in de literatuur, hoe leeft hij met de literatuur? Nee, hoe leeft hij naar de literatuur? Dat is de vraag die wij ons stellen. Hoe helpen we hen

Groeien naar de Letteren

Ze staat voor de boeken voor 14 jaar en ouder en twijfelt zichtbaar. Ze is nog jong genoeg om daar voor zichzelf een boek te kunnen zoeken, maar ze lijkt de grens al over.
“Ik zoek een boek voor mijn zusje van vijftien”, verklaart ze, “maar ik weet niet of ik hier nog kan kijken. Misschien mag ze dit al niet meer lezen. Ik weet nog hoe saai ik zelf het lezen op de Middelbare School vond. Die boeken voor de lijst. Vreselijk. Dat waren mijn problemen niet, daar was ik niet mee bezig”.

Wat maakt dat een boek met een jeugdige hoofdpersoon geen jongerenroman is? Waarom is het simpel geschreven 'Echte mannen eten geen kaas' of het boek met de achtjarige hoofdpersoon 'De jongen in de gestreepte pyjama' geen kinderboek en waarom zijn de veel mooier, intelligenter en krachtiger geschreven 'De Boekendief' en 'Allemaal willen we de hemel' dat wel? Waarom verslinden jongeren de boeken van Helen Vreeswijk over hedendaagse zware zorgen als loverboys, drugsverslaving en internetintimidatie en weten veel volwassenen niet eens van het bestaan van deze boeken? Waarom praten we in TV-programma’s als ‘De Wereld Draait Door’ wel inhoudelijk over kindertelevisie, kinderfilms en kindersport, maar komt het kinderboek (tenzij door een prinses geschreven) niet aan bod? Wie trekt deze grens en waarom?

Onwetendheid trekt deze grens. Onwetendheid over wat een kind is, wat een kind kan. En onwetendheid over de ongekend grote wereld die het Kinderboek omvat en het grote schrijversvakmanschap dat van de auteurs wordt verwacht en vaak waargemaakt.
Kinderen zijn een doelgroep waarbij kennis van smaken en hypes niet voldoende is, tenzij je plat geld wilt verdienen. We weten wel wat ze lekker vinden, maar door hun enkel te bieden wat ze lusten wordt hun smaak niet breder. Onder dwang leer je geen olijven eten, integendeel de kans is groot dat je ze nooit meer aanraakt. En natuurlijk zijn er de Connie Palmens onder de kinderen die olijfolie in hun flesje wensen, maar zo zijn de meeste toch niet. Feit is dat kinderen een woordenschat hebben die minder uitgebreid is dan die van de doorsnee volwassene. Kinderen hebben ook minder levenservaring dan een volwassene, tenzij deze enkel op de bank heeft zitten zappen. Maar daardoor zijn ze nog niet gebaat bij knullige verhaaltjes in een onvolkomen taal.

Kinderboekwinkels worden gedreven door lezers. Volwassen lezers met een volwassen smaak. Door hun vak zijn zij gedwongen wekelijks vele kinderboeken te consumeren. Wanneer deze boeken alleen voor kinderen interessant waren, zouden ze dat niet volhouden. Geen enkele serieuze lezer kan week in week uit letters vreten die hem de keel uithangen. Er moet iets zijn dat het leesvoer lekker maakt en dat is niet het bekrompen, onvolwassen, speelse brein van de kinderboekhandelaar. Dat is de kwaliteit van het gebodene. De kinderboekhandelaar zoekt de krenten uit de pap. Biedt de kinderen datgene dat het aansluit bij hun leeservaring, maar dat hen ook een beetje verder brengt. En dus niet de vijftigste Nijntje, omdat het kind die andere 49 zo leuk vindt. Maar hij heeft waarschijnlijk wel alle Nijntjes in huis, want wat is er mis met een goeie Nijntje? En waarom niet met Nijntje Pluis beginnen om bij Eline Vere uit te komen? Als je maar op het goede moment met het juiste boek komt. En dat kan een hele poos het nieuwe deel uit een serie zijn, maar er komt een volgende stap en dan kan je maar beter weten waar je over praat.

Op dit moment maakt men zich zorgen over de ontlezing bij jongeren. Maar wie maakt zich zorgen? De jongeren niet. Die pubert gezellig verder en het zal hem een worst wezen of hij leest of niet. Wij maken ons zorgen. Wij zien kinderen die graag lezen van het boek gehaald worden in het Middelbaar Onderwijs. Wij zien Middelbare Scholen waar je vijf, zes jaar kunt rondlopen zonder met een boek geconfronteerd te worden. Behalve dan voor het verplichte lezen waarbij strenge eisen gesteld worden aan de keuze van de boeken. Het moet een Nederlandse schrijver zijn, het mag niet twee keer dezelfde schrijver zijn, het moet een boek zijn van de lijst die de leraar gelezen heeft. Heb jij een passie voor een bepaald genre? Jammer dan, dat lees je maar in je vrije tijd. Men neme een puber met na school pakweg drie uur huiswerk per dag, gierende hormonen en een hele grote wereld die opengaat. Wijs ons die vrije tijd eens.

Maar goed, nu is het bijna Boekenweek en binnenkort worden jongeren overgoten door boeken. En iedereen schrijft over ze. Iedereen probeert in hun huid te kruipen of in die van zichzelf van vroeger. Ze krijgen er zelfs een boek cadeau van school. En dan? Wat gaat er na deze Boekenweek gebeuren? Kom maar, wij zijn er klaar voor!






23 februari 2010
Zo nu en dan bepaalt een uitgever een eerste verkoopdag voor een boek. Meestal hopen ze daarmee de spanning voor het verschijnen op te voeren en er op die manier meer aandacht voor te krijgen in de pers. Op dit moment is er een serie boeken waar met name jongens in de pré- en vroegpuberfase erg gek op zijn. Een serie die ik daarom koester. Komende zaterdag zou de eerste verkoopdag zijn voor deel acht in deze serie. Er was een embargo afgesproken, maar we hebben geen contracten 'op straffe van' hoeven ondertekenen, zoals dat bij de Harry Potterboeken het geval was. Mij maakt dat niet uit, ik hou me er toch wel aan. Altijd braaf gebleven. Maar Selexyz heeft als beleid zich niet aan embargo's te houden en dat levert hen telkens weer persaandacht op. Waarschijnlijk doen ze het daarom.


Lullig

Kijk, als je last hebt van erectieproblemen moet je op een andere manier laten zien dat je een vent bent. Je kunt dat doen door op alternatieve gebieden uit te blinken, maar je kunt bijvoorbeeld ook gewoon een hele patserige auto kopen en die dubbel parkeren voor een seksshop, dat is best stoer. Hoe heldhaftiger je het doet en hoe breder je jezelf maakt des te minder zal men durven denken dat er eigenlijk iets met je mis is.

Als een boekenbedrijf heel groot is en heel stoer roept dat het zich niks van embargo’s aantrekt, dan denk ik dus gelijk 'Ach Gossie, wat is er mis met jullie?'

Ok, ik krijg ook wel eens boeken binnen waarop staat aangegeven dat ze niet voor een bepaalde datum mogen worden verkocht, terwijl ik er geen enkele knallerassociatie mee heb en misschien zelfs eerder bang ben dat ze na vele data nog niet verkocht zijn. Maar soms is het ook gewoon leuk. Dan voert het de spanning rond het verschijnen van een boek een beetje op en geeft het een feestelijk tintje. Je moet het natuurlijk niet te vaak doen.

Massa’s jongens tussen de tien en de veertien verheugen zich al de hele winter op de nieuwe Grijze Jager. Elke keer als ze met hoopvolle snuitjes mijn bewegingen volgden terwijl ik in de computer opzocht wanneer hij precies zou komen, verkneukelde ik me. Ik vind ik die voorpret, die bij het wachten op een nieuw deel hoort, zo heerlijk. En ik zocht het elke keer op, bij iedere jongeman die het kwam vragen, al wist ik de datum uit mijn hoofd. “Ik kijk het voor de zekerheid nog even voor je na” zei ik dan en dan genoot ik van de hoopvolle blik in hun ogen. Misschien was er iets veranderd.

Zo’n spanning verdient een ontlading en ik wil dan ook iets extra’s doen op de eerste verkoopdag van de nieuwe Grijze Jager. Iets simpels, geen Grijze Jager Nacht of zo, maar wel iets waarvan de echte Grijze Jagerlezers de waarde begrijpen. Iets dat hen laat voelen dat ik begrijp hoe bijzonder het boek is dat zij willen hebben.

Maar ja een ontlading, hoe simpel ook, is niet voor iedereen weggelegd en dan moet je dat maskeren. Dan ga je gewoon heel stoer de boeken waar het embargo voor geldt alvast in je winkel leggen. 'Hoe heten die boeken ook alweer? Grijze jager? Ken ik niet, maar er zit embargo op dus we gaan aandacht vragen. Dat hebben we weer even nodig.'

23-02-2010 |






4 februari 2010
Henk Kraima is nu nog de directeur van de CPNB, binnenkort legt hij die funcie neer. Hij heeft de CPNB echt groot gemaakt en heel veel publiciteit voor boeken weten te krijgen en daar betalen wij boekenvakkers de CPNB voor. Ik heb veel waardering voor Henk, maar ja 'was sich liebt das neckt sich'. Henk en ik zijn het hevig oneens over het belang van Amsterdam. De afgelopen week reageerden wij beiden op het nieuws, dat de redactie van Boekblad uit Amsterdam vertrekt en naar Capelle aan den IJssel moet. Er waren 9 reacties, maar die van ons staan broederlijk 'naast' elkaar en al reageerde Henk misschien niet direct op mij, ik was wel in zijn hoofd...

onze reacties:
Buiten Amsterdam is er niets, het is er donker en gevaarlijk en de mensen(?) praten anders. Alles wat van buiten Amsterdam komt is minder mooi en minder de moeite waard. Jullie gaan je ondergang tegemoet door deze verhuizing. Ik zal jullie missen.

Hanneke
Geplaatst door Hanneke Koene Eigenaar Kinderboekwinkel De Boekenwurm
op 30 januari 2010 10:43

Er is maar 1 juiste efficiency-beslissing: de redactie bovenop het nieuws. En voor de wereld van het boek is dat nog altijd Amsterdam (WereldBoekenStad). Zoals de redactie van De Boerderij in agrarisch Doetimchem zetelt, Nieuwspoort zich in politiek Den Haag bevindt en De Limburger het streeknieuws bespreekt vanuit Sittard.

Geplaatst door henk kraima directeur Stichting Cpnb
op 2 februari 2010 14:29

Goed zo Henk, blijf je principes trouw! Groetjes Hanneke

Geplaatst door Hanneke Koene Kinderboekwinkel De Boekenwurm
op 4 februari 2010 09:46


Mijn Boekbladblog van vandaag:


Henk en ik

Henk Kraima en ik begonnen onze relatie met een ruzie. Wij troffen elkaar de eerste keer, midden jaren negentig, in de Volkskrant. Het was Komkommertijd en dan weet zelfs de landelijke pers me wel eens te vinden.

En waar vochten wij over? Amsterdam! Het was (en is), volgens de CPNB van Henk, niet mogelijk om de officiële opening van de Kinderboekenweek eens ergens anders in Nederland te houden dan in Amsterdam, omdat de nationale pers alleen maar kijkt naar de Randstad. Zodra het festijn Amsterdam verlaat, komt er geen pershond meer op af. Die pissen blijkbaar alleen tegen Amsterdammertjes.

Tja, en ik geloofde dat niet. Dus ging ik het vragen. Ik belde met het Jeugdjournaal en ik belde onder andere met de redactie van de Volkskrant. Nou en die vonden dat wel een artikeltje waard, dus zij belden met Henk Kraima en toen waren de rapen gaar.

Het is wel goed gekomen tussen Henk en mij. Hij krijgt al bijna geen rode vlekken meer in zijn nek als hij me ziet en we praten ook met elkaar. Maar nu de redactie van Boekblad de grote, grote Wereldboekenstad moet verlaten, blijkt dat de angel toch nog in het vlees zit. Volgens Henk moet de redactie van een krant boven op het nieuws zitten en als voorbeeld daarvan geeft hij dat de redactie van het streeknieuws in Limburg in Sittard zit.

Eh, Sittard? Maar Sittard is toch niet de hoofdstad van Limburg. De wereldcultuurstad Maastricht aan de internationale rivier de Maas is toch “the place to be” in deze provincie. Het is ook niet zo dat je vanuit Maastricht enorm lang onderweg bent om lijfelijk aanwezig te zijn bij het streeknieuws. Het moet dus wel dat de redactie van de Limburger/Limburgs Dagblad naar Sittard verhuisde om in de buurt te zijn van de enige Limburger die het ooit schopte tot Boekhandelaar van het Jaar,Wim Krings, en ons kloppend boekenhart, Scholtens, die beide in de stad van auteur Benny Lindelauf en de landelijk bekende dichter Toon Hermans zetelen.

Dus, of Henk Kraima heeft gelijk en de pers moet daar zitten waar de boeken zijn en ik zie dan inderdaad geen evidente associatie met Capelle aan den IJssel, maar dat kan aan mij liggen, of Henk Kraima…

Nee, dat kan niet.

Ik zal ook maar niet vertellen vanuit welk éen gat ik zelf het streek-, landelijk en wereldnieuws volg. Maar ach, ik mis ook veel. En binnenkort komt Henk daar nog bij.






29 januari 2010
Afgelopen woensdag bezocht ik het Symposium 'Iedereen Leest!'in Tilburg. Mijn boekbladblog van vandaag:


Iedereen leest?

Ik had me erop verheugd. Echt. Al jaren kijk ik met het water in de mond naar het programma voor het jaarlijks symposium over jeugdliteratuur in Tilburg. Het kwam er helaas nooit van om te gaan. Dit jaar was het thema: Iedereen leest ! Een doorgaande leeslijn voor meisjes én jongens. Met mijn passie in het hart en het thema van de Boekenweek in het hoofd, deed ik het dit jaar: ik schreef me in voor het symposium en wel voor de lezingen voor havo/vwo.

Ik leef met een vooroordeel. Ik denk namelijk dat kinderen binnen het voortgezet onderwijs het lezen tegengemaakt wordt. Onder het motto ‘Hoe leer ik ze het lezen af’ worden de meest stompzinnige, leeslustdodende methodes bedacht. En als een kind al een of andere leesdrift bij zichzelf ontdekt, dan wordt die met wortel en tak verwijderd, omdat het niet de goede schrijver, niet het goede boek, niet de goede taal, niet het goede leesniveau of niet de goede dag van de leraar is. En mogen ze het wel lezen, dan moet er een dusdanig leesverslag van gemaakt worden, dat de leraar niet de inspanning van het zelf lezen van het boek hoeft te verrichten. Ik bedoel maar, ze hebben het al druk genoeg, de leraren.

Ik hoopte in Tilburg mensen met passie te ontmoeten, mensen die ernaar streven om net als ik kinderen warm te maken voor lezen en hen op temperatuur te houden. Mensen die hun liefde voor lezen en voor boeken willen doorgeven. Mensen die inzichten en ideeën hebben ontwikkeld, waardoor we weer op nieuwe inzichten en ideeën komen, waarmee we gemotiveerd en verrijkt naar onze werkvelden terug zouden keren om aan de slag te gaan, gelukzalig namijmerend over het inspirerende bad dat we in Tilburg genoten hadden. Het werd een koude douche.

De dag begon met een aardige inleiding door Aad Meinderts, waarin heel duidelijk werd gemaakt dat het motto van de dag eigenlijk was: persoonlijk en lollig.

Gelukkig hield de eerste spreker bij ons thema zich daar niet aan. Theo Witte was precies wat ik aan hoopte te treffen, een gedreven man met veel kennis van zaken die met hart voor kinderen en voor boeken over zijn visie sprak. Een goed voorbereide lezing met ruimte voor interactie en discussie waar helaas door tijdgebrek te weinig mee gedaan kon worden.

In de pauze die daarna volgde stapte ik op Harry Bekkering af. Hij was degene die in onze groep de zaken moest leiden. Ik vroeg hem of hij wist hoeveel mensen uit die groep werkzaam waren in het onderwijs? Naar aanleiding daarvan vroeg hij wat ik deed. Op mijn antwoord 'Ik heb de Kinderboekwinkel in Maastricht', reageerde hij: 'Oh wat goed, en ik kan u zomaar verstaan!' 'Ja, ik lees veel boeken', antwoordde ik, 'in het Nederlands'. Ik weet niet wie er meer vernederd was in mij: de Limburger of de kinderboekhandelaar, maar zeker was dat we geen van beiden serieus genomen werden.

En dan heb ik nog niet verteld over de bibliothecaresse uit Utrecht die ik aansluitend ontmoette en die nadat ze mijn beroep hoorde kweelde: 'Dat had ik niet gedacht dat mensen zoals jullie ook zouden komen, ik dacht dat het alleen voor mensen uit het vak was'. 'Oh maar wij kunnen best begrijpen, wat hier verteld wordt', pareerde ik. 'Nee, nee zo bedoel ik het niet, ik bedoel uit de commerciële hoek…'
En even later in het gesprek: 'Lezen jullie dan al die boeken?'
Wat doe ik hier?

De tweede lezing door Selma Niewold was droog, doordat alles van papier werd gelezen en was niet vernieuwend, maar er sprak nog een zekere passie voor lezen en ook voor jeugdliteratuur uit. De derde lezing was een aanfluiting. Corien Botman hield ons met een verhaal met het lollige, persoonlijke en inhoudelijke niveau van een Sylviawittemancolmunm in Volkskrant Magazine een uur lang gevangen in het lokaal. Met gekromde tenen luisterde ik naar haar vrolijke gebabbel over haar ‘ducky’s lezende doerakken’ die eens per week een vers boek in bed gegooid krijgen. En ja hoor, de lachers op haar hand. Als we maar lol hebben, lieve mensen.

De laatste opmerking kwam uit het publiek en sloot wonderlijk niet aan bij de laatste lezing, maar leek het einde van een verwerkingsproces van de eerste 'Maar als blijkt dat het leesniveau van kinderen in de vierde klas zo laag is, moet er dan niet al veel eerder iets gebeuren?'
Moederlief, wat is eigenlijk het beginniveau van de cursisten hier?

Teleurgesteld, boos en besodemieterd voelde ik me. En ik was niet de enige. M., mijn collega Kinderboekhandelaar uit Assen spuugde net zo hard: 'We zijn hier op een Universiteit', brieste ze. 'Daar verwacht ik een uitdaging te vinden, daar verwacht ik iets te leren dat mij verder brengt, dat mijn hoofd aan het werk moet! Ik had zelf een tien keer betere lezing kunnen geven, denk ik.'
Dat denk ik niet alleen, daar durf ik mijn hoofd om te verwedden.






27 januari 2010
De boekbladblog van dinsdag 26 januari. Het is jammer dat ik in dit programma geen foto's kan plaatsen. Er is gisteren namelijk, speciaal voor dit stukje, een fantastische foto van me gemaakt, door een 9-jarige fotografe. Wie hem wil zien stuurt maar even een mailtje, dan krijg je hem van me.

Schattig

Er hangt toch altijd een zweem van achterlijkheid aan je wanneer je werk op een of andere manier gerelateerd is aan kinderen. Een soort altijd-acht-gebleven-stigma. Er wordt een poezelige kneuterigheid van je verwacht, waar ik persoonlijk niet zo goed in ben en een graad van geestelijk onvolgroeid zijn, waar ik vergeten ben te stoppen.

Het maakt ook niet uit waaruit je werk met kinderen bestaat, als je maar simpel en gezellig overkomt. Zo zag ik deze week in een van de vele krantjes die ik wekelijks krijg een interview met een kinderarts. Een heel gewoon artikel –niets vreemds mee aan de hand, - maar ze hadden de enigszins gezette man gefotografeerd in een of ander gezellig rood wachtkamermeubel, waarschijnlijk in de vorm van een auto, met een knuffeltje in zijn hand. Noch over het meubel, noch over het knuffeltje werd met één woord gerept in het artikel. Het enige excuus voor die mallotige foto is het beroep van de man.

En Boekblad doet er ook aan mee, zie ik. Nog los van mijn lichte aversie tegen lollige teksten bij foto’s -ik wil alleen maar weten wie iemand is en wat hij/zij doet -, valt het me bij de laatste fotoserie over Unieboek op dat mensen (dames) die met kinderboeken te maken hebben als ‘jong bloed’ of ‘eeuwig jong’ worden neergezet. Als er dus geen knuffel in de buurt is, dan wordt er met woorden verjongd.

Ik ben daar allergisch voor. De eerste jaren van ons bestaan werden we ook bij elk foto-moment voor welk orgaan dan ook met knuffels in de speelhoek geduwd. Het is een gevecht van jaren geweest om daar vanaf te komen. Nu zeg ik meteen tegen de fotograaf: 'Niet schattig! Het mag ernstig, belezen, professioneel, of desnoods mooi, dat maakt me niet uit, als het maar niet schattig is.' Schattigheid is de doodssteek voor ons werk.






9 januari 2010
Voor iedereen die vandaag vergeefs aan onze deur komt, deze eerste Boekbladblog van 2010.

Ingesneeuwd

Ik weet niet wat sterker is: het schuldgevoel dat de winkel gesloten is en te weten, dat de mensen die wel hun leven wagen voor een boek niet bediend worden, of de wijsheid om mijn eigen leven niet op het spel te willen zetten. Het eerste leek te winnen en ik zat al bijna in de auto, toen ik bedacht dat ik niet eens het dorp uit kom. Noorbeek ligt in een dal en mijn busje zal als een krabbelend kevertje naar beneden zakken langs het Mheerelindje. De weg door Margraten is afgesloten wegens werkzaamheden en de binnenweggetjes zijn, vermoed ik, dichtgewaaid door de stuifsneeuw. Daar wil je niet stranden, dus langs die kant gaat het ook niet.

En dat op zaterdag, de dag dat qua omzet gescoord moet worden. Gelukkig begint de zaterdag meestal pas rond elf uur, maar naar verwachting ben ik hier dan nog niet weg. Gisteren hebben we al een briefje opgehangen in de etalage, dat het ons wellicht niet gaat lukken om de winkel te bereiken. Caroline zit vast in Hasselt (België), Tamara in Elsloo en ik hier in de heuvels. Yvonne is mijn laatste hoop, maar ik kan haar telefonisch niet bereiken, dus wie weet waar zij zit ingesneeuwd.

Maar zouden er wel klanten komen? Zouden er zoveel klanten komen, dat ik meer om zou zetten dan op een goede maandag? Ik denk het niet.
Enfin, ik zet het er maar bij op mijn lijstje rare ongemakken van 2010. Inmiddels wordt dat al behoorlijk lang. Er is gelukkig ook goed nieuws. Mijn vinger, die ik donderdag tussen de autodeur klemde, is niet gebroken en de zwelling en stijfheid worden al minder. In elk geval kan ik, als ik de winkel weer bereik, de boeken netjes als cadeau verpakken.






30 december 2009
De laatste boekbladblog van 2009, heb ik er toch nog een in december.

Gelukkig Nieuwjaar

Rare dagen, deze slotakkoorden van het jaar. Stiekem de Top 2000 aangezet in de winkel, zachtjes, zodat de Buma het niet hoort. Ik zucht ze een beetje door, deze dagen, in de hoop dat ik na Oud en Nieuw toch weer ergens motivatie vind om door te gaan met de zaak. Want die is zoek.

Er komt een mevrouw de winkel in om een boek te ruilen: Pluk van de Petteflet, als kraamcadeau gekregen. “Ach, had je die al?”, grap ik, terwijl ik het alternatief inpak. Ze lacht. Dan vraagt ze aarzelend: “Heb jij nou veel last van de Selexyz in de kerk?” “Nee”, antwoord ik, ook een beetje aarzelend “ik geloof niet dat ik er last van heb, want mijn omzet is niet achteruit gegaan. Maar ik groei ook niet echt. Of dat door de Selexyz komt, weet ik niet. Misschien heb ik meer last van het dalend aantal kinderen. Er verdwijnt hier ongeveer een school per jaar. En als je niet groeit, moet je toch ook gaan nadenken over wat je wilt en kunt.”
“Ik zou het wel heel erg vinden als jullie zouden sluiten”, verzucht ze. “Het is het laatste dat ik zal doen”, zeg ik, “maar ik merk toch ook dat ik opzie tegen weer een jaar hard werken met een inkomen op bijstandsniveau. Alhoewel, dat is ook een keuze. Als ik geen personeel zou hebben, kon ik er goed van rondkomen. Maar ja, dan zat ik hier wel zes dagen per week. Is dat een leven?”

“Sluiten, dat zou ik echt heel erg vinden”, herhaalt ze “De Boekenwurm is een begrip in Maastricht. Het is veel meer dan een boekwinkel, het is een warm bad.” Ze kijkt me aan. “Weet je nog” vervolgt ze, “vijf jaar geleden, toen ik hier binnenkwam en boeken zocht over echtscheiding? En dat jij me met een hele stapel boeken en een doos tissues in die stoel hebt gezet? Ik heb daar een hele tijd gezeten. Het heeft me zo geholpen.”
Ik weet het nog.

“Wonderlijk dat je juist nu hier bent en dit zegt.” Ze kijkt me enigszins bevreemd aan. “Nu ben ik dus aan de beurt”, beken ik “Deze keer sta ik hier met een verbroken relatie. Ik heb dit werk achttien jaar met veel overtuiging gedaan, maar hij vindt mij gestoord, omdat ik zo hard werk voor zo weinig geld. Hij heeft moeite met de manier waarop ik mijn zaak voer. En nu merk ik, dat ik ..” Ik voel de tranen hinderlijk in mijn ogen springen.
“Sorry”, mompel ik terwijl ik naar de doos met tissues grijp. “Maar het is nu, weet je, nu jij dat zegt, dat ik toch denk dat ik het misschien niet zo fout doe. Een warm bad, wat een compliment.”
“Ja”, bevestigt ze, “een veilige plek, waar je in weg kunt kruipen.”
Goh.

“En hoe gaat het nu met jou?”, vraag ik. “Nou je ziet het”, ze houdt het boek omhoog. “Kraamcadeautje! Een nieuw kindje met een nieuwe man. Het gaat weer helemaal goed met me.”
Ik kijk haar van over mijn zakdoek na, als ze naar buiten loopt. Misschien wordt het toch nog wat met 2010 .






30 november 2009
opstapje!

Onze winkel is invalide-onvriendelijk. Maar alleen de winkel hoor, wijzelf zijn dat zeker niet. De winkel heeft twee gemene opstapjes waar weinig aan te doen is. Een oprolplank buiten zou, door de noodzakelijke lengte ervan, een onbelemmerde doorgang van de brandweer verhinderen en een oprijplank binnen maakt dat de deur niet meer dicht kan, dat is vooral in de winter niet erg duurzaam ondernemen.
Daarbij komt dat we twee oprijplaten zouden moeten hebben, die dus niet kunnen blijven liggen en die met alle gevolgen voor de rug, want dat moeten stevige dingen zijn, steeds weggehaald en teruggelegd moeten worden. En waar zet je zulke dingen, onder handbereik, veilig neer?

Flexen dan en een oprijbaan in de winkel maken? Kan niet, want er lopen leidingen door de vloer. De deur verplaatsen naar de ingang van de portiek en dan een oprolbaantje in de winkel maken? Kan niet, de portiek versmalt en de gevel heeft een metalen constructie. Met een groep wijze mannen heb ik bij de verhuizing in 2005 het probleem van alle kanten bekeken en becommentarieerd en de ervaren heren hadden als advies dat ik, tenzij ik bakken vol geld had voor een rigoureuze verbouwing, er beter niets aan kon doen.

En wat blijkt, in de praktijk komen de meeste soorten rolstoelen, desnoods met wat hulp, gewoon binnen. Een enkeling lukt het niet en in het geval dat hij of zij echt niet een paar passen kan lopen, helpen we deze klant desnoods op straat. De meeste invaliden begrijpen ook dat wij niet expres zulke opstapjes hebben gemaakt om hen uit de winkel te weren. Maar het kan altijd anders.

Zo stond ik deze week in de Sinterklaasdrukte drie klanten tegelijk te helpen, toen er vanaf de deur naar binnen werd geroepen. Buiten stond een verstoorde invalide die een mevrouw, die toch in de winkel moest zijn, liet vragen of er een oprolplank was. Ik stond juist af te rekenen met een klant en kon dus even niets anders dan zeggen dat die plank er niet was. Er stond nog een hele rij mensen te wachten en ik heb de gewoonte om degene te helpen die aan de beurt is. In geval van nood, en dit was best een geval van nood al kan het erger, ben ik zeker bereid van die gewoonte af te stappen, vanzelfsprekend altijd in goed overleg met de klanten die daardoor een plaatsje naar achteren moeten schuiven.

Voordat ik echter in de gelegenheid was om hem te benaderen en te bekijken hoe we de situatie konden oplossen, was hij al luid mopperend doorgerold. Men moest tenslotte tot aan de andere oever van de Maas kunnen horen dat wij onze zaken nog steeds niet geregeld hebben. Eerlijk waar, een meneer die denkt dat hij, omdat hij in een rolstoel zit en er geen oprolplank aanwezig is, het recht heeft door alle klanten heen te schreeuwen die maakt niet dat de winkel invalide-vriendelijker wordt, maar hij maakt mij wel bijna invalide-gevaarlijk.


Boekbladblog 30 november 2009






19 november 2009
Weer een 'ouwetje' en bovendien eentje die ik niet voor Boekblad plande, maar die ik desalniettemin toch plaatste nadat er een redactioneel artikel in stond over Boekhandel de Tribune. Robert-Jan heeft iemand moeten ontslaan! Ik hoop dat Maastricht zich realiseert dat wanneer ze willen dat een winkel blijft bestaan, men daar iets moet kopen. Daar leeft zo'n winkel namelijk van. Dat de Gemeente in elk geval de schijn wekt geen belang te hebben bij de kleinere zaken, daar hoeft de winkelende stadsbezoeker zich toch niks van aan te trekken...

Boos

De Tribune heeft het moeilijk en ik ben niet de enige die zich daar zorgen over maakt. Robert-Jan is nogal verbolgen over het beleid van de Gemeente Maastricht. Ik weet niet in hoeverre zijn kritiek juist is, maar het gevoel is zeer herkenbaar. Maar ik moet toegeven, de Gemeente heeft gelijk als ze zegt dat ze niet alleen de Selexyz voortrekt. Uit protest over de gang van zaken met de feestverlichting in onze straat schreef ik onderstaand stukje. Misschien is het toch wel aardig voor de Boekbladlezers, al gaat het dan niet speciaal over boeken. Mijn buren konden zich wel vinden in deze tekst dus Robert- Jan is niet alleen in zijn wrevel.

Broeinesten van kleine zelfstandige ondernemingen zijn het, die zij- en aanloopstraten van het centrum van Maastricht. Eigenwijze mensen die allemaal heel hard werken voor hun zaak en die ongetwijfeld een veel hoger uurloon zouden scoren wanneer ze hun tent zouden sluiten en in dienst zouden treden bij de grote concerns en ketens die het kerngebied domineren. Lastig ook om voor een kar te spannen. Zeker als je als gemeente een mooi gezicht naar buiten wil tonen en bakken vol geld uitgeeft aan renovatie en versiering van de stad.

Jarenlang ben je dan bezig met geld lospeuteren bij alle ondernemingen om al die hoogmoed gefinancierd te krijgen. Nou ja, bij alle ondernemingen? De grote concerns hoeven natuurlijk niet direct mee te doen, want tja die zitten in elke stad en dan kun je toch niet van hen verlangen dat ze meebetalen in elke gemeente. Nee, dat moeten de plaatselijke ondernemers doen en als het niet goedschiks gaat dan maar kwaadschiks via reclamebelasting bijvoorbeeld. En het voordeel van kleine ondernemers is dat ze klein zijn. Je hoeft daarom je belofte niet waar te maken, dat scheelt een hoop geld. Want natuurlijk moeten de kosten die ze voor de groten maken wel betaald worden.

Een goede bezuinigingspost voor de Gemeente Maastricht is de Mariastraat. Het is een hele prettige plek om problemen te dumpen. De achterkant van de grootwinkelbedrijven in de Muntstraat laat duidelijk zien dat die hun kont niet afvegen en de gemeente is niet bij machten of niet van zins hen daarop te wijzen. Maar ja, een slapende garnaal gaat naar de kloten, dus verpaupert de Mariastraat steeds meer. Fietswrakken leven hier langer en mannen kunnen ongestoord hun blaas legen. Het is daarom belangrijk de Mariastraat niet al te goed te verlichten en een van de manieren om te veel licht te voorkomen is het niet ophangen van feestverlichting.

Zeker wanneer de Muntstraat fel verlicht wordt, is de Mariastraat een donkere tunnel waar je niet voor je lol inloopt. Dat is heel goed, dat is zelfs precies de bedoeling. Want stel je voor dat het publiek zou ontdekken dat de Mariastraat onder haar beroete gevels een gezellig straatje met Franse allure is, waar je wel degelijk voor je lol doorheen loopt en waar, verrek, ook nog leuke zaakjes zijn die iets anders te bieden hebben dan het massaproduct van de hoofdstraten. Nee, positief en actief bijdragen in het aantrekkelijk en daardoor meer renderend maken van een zijstraat is nodeloos sponsoren van de winkeliers. Daar moet de Gemeente Maastricht zich niet toe verlagen.

Voorlopig lijkt ze het te redden als mooi, dom blondje, dat degene die echt van haar houdt uitbuit en op haar rug ligt voor de rijke partijen. We mogen niet zomaar veronderstellen dat het de grote concerns maar om een ding te doen is: een mooi gat om in te graaien. Maar Maastricht weet overduidelijk niet hoe ze een echte liefde moet versieren.


Inmiddels is de feestverlichting in onze straat opgehangen maar niet bij mijn winkel). Ik denk niet dit stukje daar een rol in heeft gespeeld, maar mijn boosheid ben ik kwijt.

12-11-2009






3 november 2009
Vandaag kwam er in de winkel een, mij tot dan nog onbekende, mevrouw die vertelde dat ze mijn blogs altijd leest. Dat vind ik nou leuk om te horen. Deze draag ik daarom op aan haar.

Omdat het echt iets voor kinderen is..

..om de wereld te redden
. Aan die zin uit Het Boek van Max Berg moet ik denken als ik het goedbedoelde boek van Prinses Laurentien bekijk. Men grijpt algauw naar een kinderboek om een wereldverbeterende, of zo u wil een mensverbeterende boodschap over te brengen. Dat mag. Ik ben er sowieso van overtuigd dat lezen de wereld verbetert, omdat lezen de blik op de wereld enorm veel groter maakt. Laten we zeggen dat mijn bijdrage aan het verbeteren van de wereld, het bevorderen van lezen is. Ja, ja en ik scheid natuurlijk mijn afval, eet zoveel mogelijk vegetarisch en biologisch en raap andermans rotzooi op als ik ga wandelen. Gelukkig rijd ik met enorm veel plezier in een dieselzuipende bus rond anders was ik beslist onuitstaanbaar.

Het is voor prinses Laurentien waarschijnlijk een logische stap om voor een kinderboek te kiezen, want zij heeft leesbevordering hoog in haar vaandel staan. Daarom kan ze bij mij ook een potje breken. Ze schrijft helemaal niet beroerd, al zou er hier en daar naar mijn smaak wat strenger geredigeerd mogen worden. Wat die smaak betreft, moet ik iets bekennen: ik ben een onromantische lezer. Ik heb de test gedaan in Helen Fischers Waarom hij, Waarom zij en op de vraag of ik het prettig vind wanneer schrijvers afdwalen van hun verhaal om in mooie woorden allerlei zijlijnen te beschrijven, moet ik toch hartgrondig ONEENS invullen. Ik word daar ongeduldig van, sla het over en heb de hele tijd de neiging om 'kom ter zake' tegen de schrijver te roepen.

Daar heb ik ook een beetje last van als ik Mr Finney van Laurentien van Oranje en Sieb Posthuma lees. Het eerste kinderboek dat, driewerf hoera, een plekje kreeg in ‘De wereld draait door’, al verdenk ik hen ervan dat het hun om de prinses te doen was. Een schandelijk vooroordeel natuurlijk. Mr Finney is een beetje een moeilijk te plaatsen figuurtje. Hij heeft om een onduidelijke reden vinnen en benen en bouwt dus zonder handen de meest wonderbaarlijke dingen. In het boek verwondert hij zich over door ons veroorzaakte mistoestanden in de wereld, maar er komt geen mens in voor. De dieren zijn de schuldigen. Zij plantten dat vlaggetje op de oceaanbodem en smeten al dat vuil in zee. Een hele opluchting voor ons geweten.

Gelukkig is Mr Finney niet zo dik als Het Boek van Max Berg en het heeft natuurlijk veel meer plaatjes. Boek van Max Berg is een pil waar je echt je tanden in moet zetten. We krijgen geen enkel lief diertje om onze zonden op te laden. We hebben het fout gedaan in deze wereld, het is helemaal onze schuld en de kinderen wijzen ons daar loeihard op. De vraag is alleen of zij het beter zullen gaan doen. Want tja, het is misschien echt iets voor kinderen om de wereld te willen redden, maar we moeten het ook niet idealiseren. Kinderen zijn ook maar mensen.






22 oktober 2009
Soms lijkt het wel of iemand niet wil verkopen. En ik heb toch echt mijn best gedaan.. Twee blogs over hetzelfde.
De eerste op donderdag 15 oktober en de tweede begin deze week, maar de oplossing is nog niet in zicht.

Leve de automatisering!

Het is Kinderboekenweek.
Het is een drukke ochtend.
En dan belt een goede, sympathieke, klant met de vraag om een product dat besteld moet worden bij uitgeverij ThiemeMeulenhoff.

Ik bel de uitgever. Ja dat product is leverbaar.
Kan ik het bestellen? Ja, maar dat kan niet telefonisch, dan moet ik een excelformulier invullen.
In vak 1A moet mijn klantnummer.
Dat heb ik niet.
Oh maar dan moet ik me eerst aanmelden bij het accountbeheer via accountbeheer@thiememeulenhoff.nl.
In die e-mail moet alles staan over de boekhandel inclusief het btw-nummer en dat van de Kamer van Koophandel, enfin ze willen nog net niet weten welke kleur ondergoed ik draag.
Oh ja en een omschrijving van de bestelling.



Ik mail (geïrriteerd doch zakelijk),

aub opnemen in uw bestand:

Kinderboekwinkel De Boekenwurm
Mariastraat 66211 EP Maastricht
Tel/fax: 043 3211799
http://www.deboekenwurm.info
KVK 14634454BTW NL 118464431B01
bestelling: 1x 9789028012646 viertal (gaarne vermelden onze referentie ...)
aub doorgeven uw marge

dank voor uw vertrouwen in de boekhandel,
Hanneke Koene



Foutmelding.
Ach, spelfout in de adressering, hè wat slordig.
Nogmaals.
Foutmelding.

Nog eens gebeld.
Een uitermate vriendelijke mevrouw deze keer, die me een ander e-mail adres geeft met vele verontschuldigingen voor de ongemakkelijke weg die ik moet gaan.

Ik probeer het nog een keer naar orders@thiememeulenhoff.nl
En ja hoor antwoord:

De aangeleverde order met onderwerp "FW: aanmelding als klant" heeft geen enkele bijlage die als orderbestand kan worden verwerkt.

Met vriendelijke groet,ThiemeMeulenhoff BV

NB. Dit is een automatisch gegeneerd bericht dat is verzonden aan dit met u afgestemde e-mailadres. Voor verdere vragen m.b.t. uw order kunt u zich wenden tot Petra Helmsing (0575-594952) of Edward Hoogeboom (030-2392174)


Ik doe nog een poging om Petra Helmsing te bellen, maar daar neemt niemand op.

Ik bel Boekhandel de Tribune om het eens via het CB te proberen.
Nee, ook daar is het niet

Inmiddels is het 17 uur en ik heb het nog niet voor elkaar om de bestelling te plaatsen.
De marge op het product (als die er al op zit) ben ik kwijt aan telefoontjes en tijd.
Eerlijk, Letty, het is dat het voor jou is, anders had ik het bijltje er allang bij neer gegooid. Noem mij een luie boekhandelaar, maar aan dit soort toestanden heb ik een peloton broertjes dood.

15-10-2009 | Geen reacties

oproep

Vandaag ontving ik onderstaande reactie op mijn poging iets te bestellen bij Thieme Meulenhoff (zie vorige blog)



Geachte boekhandelaar,

U heeft nog nooit iets bij ons besteld!

Uw klantgegevens zijn niet bij ons bekend en ook heeft u van ons geen

leveringsvoorwaarden. Svp bestellen via een collega boekhandel!

Met vriendelijke groet,



Edward Hoogeboom

Senior accountbeheerder boekhandel


Ik zou graag willen weten of er een collega boekhandel is die wel iets besteld kreeg bij deze uitgever?


20-10-2009 | Geen reacties






13 oktober 2009
In het boekenvakblad schreef men, dat er in Duitsland een campagne wordt gestart om het image van de boekhandelaar bij scholieren op te krikken. Zinvol?

Bah Boekhandelaar

Het is natuurlijk geen vak, boekhandelaar. Dat wil je toch niet worden als je zestien bent. Daar droom je niet van. Het heeft geen allure, is niet sexy en zeker niet stoer. Bij het woord boekhandelaar, denk je meteen aan een krom, stoffig type, met rouwranden aan te lange nagels. Een soort Meneer Pen, zal ik maar zeggen. Ik denk ook dat het volkomen zinloos is om een image-oppoetsprocedure te beginnen,zoals in Duitsland (zie papieren Boekblad)aan de orde is.

En waarom zouden we dat doen? Ik zou wel eens willen weten hoeveel van mijn collega-boekhandelaren er vroeger van gedroomd hebben om dit werk te gaandoen. Dat ze, wanneer ze een opstel over hun toekomst moesten schrijven, vol vuur over het boekhandelaarsvak penden? Ik denk niemand. Misschien dat erbij zijn wier ouders een boekenzaak hadden en voor wie een eventuele voortzetting van het ouderlijk bedrijf een reële optie was. Maar dat vind ik toch iets anders dan dromen van een beroep als een toekomstverlangen.

Zelf heb ik er in elk geval nooit van gedroomd, dat weet ik zeker. En al helemaal niet van kinderboekhandelaar. Ik ging er pas over nadenken toen ik de advertentie voor deze functie las: ‘Wij zoeken iemand om de Kinderboekwinkel op te zetten en leiding te geven. Brieven naar…’ Geen functie-eisen, geen taakomschrijving, niets. Er restte mij niks anders dan een brief van ruim twee kantjes te schrijven waarin ik uiteenzette hoe ik het vak van kinderboekhandelaar vermoedde.

Ik kreeg een brief terug, waarin stond dat ik wanneer ik door wilde gaan met de procedure genoegen moest nemen met het minimumloon, dat betekende voor mij in die tijd een achteruitgang in salaris van 400 gulden per maand, en ik werd uitgenodigd een plan van aanpak voor het eerste jaar op te stellen. Dat lokte bij een vriendin de opmerking: ‘Hm een sollicitatieprocedure voor een directeursfunctie en het salaris van een poetsvrouw’, uit. Later ontdekte ik dat ik als poetsvrouw meer zou hebben verdiend.

Maar ik deed het toch, mocht op gesprek komen, werd aangenomen en begon. Zo in het diepe, want mijn eerste echte winkelwerkdag was meteen de opening vande Kinderboekenweek. Waarschijnlijk hebben mijn werkgevers die dag met het zweet in de handen gestaan, maar hun houding: We hebben uit ruim tweehonderd sollicitanten voor jou gekozen. We denken dat je het kunt, dus doe het maar! is precies het vertrouwen en de vrijheid die ik nodig had (en heb)om optimaal te kunnen functioneren.

Echter, hoewel ik nu, inmiddels zelfstandig, nog steeds met te veel enthousiasme dit werk doe, zal ik het nooit populair kunnen praten bij jongeren. Het is heel hard werken voor weinig geld en weinig sociaal aanzien en dat van die rouwranden klopt ook. Dit is een beroep voor gestoorden en fanaten, zeker geen droombaan. ´Lieve kind’, zou ik zeggen, ´zoek om te beginnen een baan met een muis’.


13-10-2009 |






11 oktober 2009
Ach,nu ontdek ik dat ik mijn laatste blog niet doorgeplaats heb op de website. Excuses als jullie daardoor het feest gemist hebben ;-)
Wat jullie ook misten, is de melodie die Jean-Philippe Rieu bij mijn 'tussendoortje' had gecomponeerd. Wat een maffe ervaring om je eigen woorden op muziek te horen.

Ik moet aan deze blog trouwens even toevoegen,dat De Ster in het afgelopen nummer een mooie foto van de Boekenmarkt met Jean-Philippe Rieu had,waarbij de zeer ware opmerking stond dat de Maastrichtse versie van Marie (Merie) alleen bij ons te koop is.

sufferds?

‘Sufferdjes’ zo noemen ze die gratis weekbladen toch,waar wekelijks je brievenbus mee vol zit? Ik krijg er thuis vier, te weten: De Trompetter, De Weekendgezet, de Heuvelland Actueel en het Zondagsnieuws. In Maastricht vind ik dan nog De Ster en de Maaspost.

Deze week bladerde ik er vijf van de zes door, want de Maaspost heeft mijn deur weer niet gevonden. Wat schrijven zij over de Kinderboekenweek? Tenslotte hebben wij hier een Kinderboekenweekmenu om je vingers bij af te likken, toch?

Wel, in al deze blaadjes stond alleen vermeld dat er op 7 oktober een voorstellinkje is in een bijbieb in een buitenwijk. Verder doet, volgens de ‘Sufferdjes’ Maastricht helemaal niks.

Nou bij deze, voor de wel wakkeren, uit de Boekenwurmbode die we gelukkig weer ouderwets via de scholen hebben verspreid:

Voorgerecht
Een specialiteit uit België
die mag hier niet ontbreken
Jan de Kinder tekent met ferme hand
Prenten om in te bijten
Kruidig, hartig en vol,
maar toch verfijnd
Proef zijn werk met je ogen
En zie, keer op keer
Smaakt het naar meer

Tussendoortje(meezinger)
Snoep een boek
Lik wat letters van een blad
Knabbel een hoek van een verhaal
Of verorber het helemaal

Tweede gang
Je hebt de keuze nu uit een dame en een heer
Hij schrijft vaak en graag en veel
Over echte zaken van lang geleden en
over gebeurtenissen in het spannend heden.
Zij neemt je mee naar plaatsen en zaken,
die in je stoutste dromen niet bestaan,
naar tijden en levens om in te verdwalen.
Zeg maar wie je voorkeur heeft
Mariëtte Aerts of Arend van Dam,
Het mag ook allebei als je graag veel beleeft.

Tussendoortje

Derde gang
Alweer kiezen tussen een meneer en een mevrouw
Hij ridder, oplichter, charmeur, piraat
Kletst de oren van je hoofd, vertelt en speelt dat je hem bijna gelooft.
Zij weet alles van groeien, de brugklas
Internetgevaar en pubergepraat.
Ze kent je geheimen en problemen, ze
helpt je al lezend, grote sprongen nemen.
Zeg maar wie je voorkeur heeft
Caja Cazemier of Thijs Goverde
Het mag ook allebei als je graag veel beleeft.

Tussendoortje

Toetje
Een vreemd instrument en grote dromen,
daar moet wel iets moois van komen
Een zzznufje bij, de geur van honingkoek,
bloemen, zon, een rode ballon.
Mark Janssen schildert Jean-Philippes Marie
als een lieve bekroning op Rieu’s eerste kinderboek.

We serveren dit Menu, met een buffet bijgerechten, op woensdag 7 oktober in de Minerva-bioscoop in Maastricht. ‘Heb je de hal ook nodig?’, vroeg de directeur me laatst. ‘Ruud, ik neem je hele bioscoop over',grijnsde ik.‘Dat vreesde ik al’,zuchtte hij.

05-10-2009






23 september 2009
Hou van hem!

Goed, een kleintje dan, om te vieren dat ik zo lekker opgeschoten ben deze week en mijn hoofd een beetje tot rust lijkt te komen. Een anekdote waaruit weer eens blijkt dat een antwoord van kinderen nooit zomaar geduid kan worden, en een klein goed nieuws.

De anekdote: We staan met zijn drieën erg veel te houden van het nieuwe boek van Ted van Lieshout Hou van Mij, P een vriendin sinds lang, talig, kunstzinnig onderlegd en gedreven onderwijsmens, I een klant sinds onze begintijd en poëzieliefhebster en ikzelf onverwoestbaar fan van Ted sinds ik hem ontdekte in Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel.

'Weet je nog', mijmert I hardop, 'dat Ted van Lieshout kwam signeren en dat ik toen zo kwaad ben geworden?'
Ik weet het echt niet meer. Kwaad geworden? I? Op een van onze boekenmarkten?
'Nee', aarzel ik.
'Jawel, dat heb ik je zeker verteld'
E, haar zoon van toen een jaar of tien, stond bij Ted voor een handtekening in zijn boek. Wanneer Ted hem vraagt: 'Zegt jouw moeder wel eens 'Ik hou van jou' tegen je?', antwoordt E. volmondig 'Nee'. I. kon wel door de grond zakken en woedend zegt ze als ze naar huis fietsen: 'Mè E. wie kos te dat noe zègge? Iech zèg toch hiel dèks tot iech van diech how!'* waarop E. verdedigend weerlegt: 'Joa mè mama, diech praots toch noets 'Hollands' tege miech.'*

*voor de taalongevoeligen volgt hier de vertaling:'Maar E hoe kon je dat nu zeggen? Ik zeg toch heel vaak tegen je dat ik van je hou!' 'Ja maar mama, jij spreekt toch nooit 'Hollands' met mij?'

Het goede nieuws: P.'s dochter A, over wier boekenlijstleed ik een eerder blog schreef, heeft een nieuwe leraar Nederlands. Zijn eerste opdracht dit schooljaar: 'Jullie kregen het vorig schooljaar een boekenlijst? Nou, flikker die maar weg !' Waarbij ik het woord 'flikker' voor P's en mijn rekening neem, want misschien heeft de man wel gewoon 'gooi', 'werp' of 'smijt' gezegd. Hoe dan ook, ik heb de man nog nooit ontmoet, maar ik hou nu al van hem.






20 september 2009
Deze Boekbladblog is alweer ruim 2 weken oud, maar ja, september hé.

3 september 2009
Een Rieu op Manuscripta

Voordat ik in het boekenvak zat, vond ik september een heerlijke maand. Goudkleurig, zoetgeurend, naruisend van de zomer. Dat is voorbij. Sinds ik dit werk doe, voelt september als een ontploffing met alle chaos van dien, ieder jaar weer. Ik probeer mezelf daarop voor te bereiden, maar het is me nog nooit helemaal gelukt. Volgende week beginnen hier de scholen en ik verwacht dat de paniek halverwege de week toeslaat als de meeste teams beseffen dat er minder dan een maand is tot het begin van de Kinderboekenweek. Wij moeten hen redden! Dat vraagt vrije handen en daarin past geen blog. Daar moest ik nog iets op bedenken.

De oplossing is simpel. Gisteren belde Jean-Philippe Rieu over van alles, maar vooral ook over Marie zijn eerste boek en over Manuscripta waar hij komende maandag een voorproefje van Marie zal presenteren. De echte presentatie vindt 7 oktober plaats. Bij ons! Hoe dat zo komt vertellen we, via brieven, in de Boekenwurmbode, onze Kinderboekenweekkrant voor een lezerspubliek van 9 tot 12 jaar.

Bij deze mijn brief:

Lieve Jean-Philippe,

het is een spannend idee dat, wanneer iedereen deze brief in ‘De Boekenwurmbode’ kan lezen, Marie helemaal klaar is om naar de winkel te gaan. Het is voor mij de eerste keer geweest dat ik meemaakte hoe een boek begint, groeit en groeit en dan een echt boek wordt.

Ik weet nog hoe het begon. Jij kwam naar de winkel en vertelde dat je een kinderboek had geschreven. Ik was eerst een beetje onaardig, weet je dat nog? Ik zei dat ik er best naar wilde kijken, maar dat ik het niet zomaar mooi ging vinden, omdat jij een beroemde broer hebt. Daarna dacht ik dat ik nooit meer iets van je zou horen en dat was ook bijna zo.

Gelukkig vroeg je aan iemand anders om het eens te lezen en hij kwam er weer mee naar mij en ik dacht toen ik het las: 'Het is niet goed, maar het heeft iets. Oh ja en de tekeningen vind ik niets, veel te zoet!'

Je verbaasde me weer, want in plaats van boos te worden, vond je het goed dat ik je aanwijzingen gaf over het verhaal en je liet me andere tekeningen zien, die Mark Janssen gemaakt had. Op die tekeningen werd ik meteen verliefd, omdat ik ze zo mooi vond.

We hebben heel vaak gepraat over het verhaal en stukjes veranderd, net zolang tot we vonden dat het klaar was om naar een uitgever te gaan. Die moest er dan een echt boek van gaan maken. Ik was benieuwd of het zou lukken, want er komen altijd heel veel mensen bij uitgevers met een verhaal dat ze geschreven hebben en meestal zegt de uitgever dan: 'Nee!'

We kwamen terecht bij uitgeverij Clavis. Dat is een grote uitgeverij van kinderboeken met een kantoor in Amsterdam en in Amerika, maar gelukkig ook in Hasselt in België. Daarom hoefden we niet zo heel lang te reizen als we erheen moesten om iets te bespreken.

De eerste keer gingen we in mijn Boekenwurmbus, die wel groot is, maar niet groot genoeg voor lange mannen. Je zat helemaal krom, anders kon je niks zien. Daarom gingen we de keren daarna in jouw mooie ouwe Citroën DS (strijkijzer noemen wij die) met een stoel met verwarming erin. Dat is lekker!

Iedere keer als we elkaar spraken, kwamen er weer nieuwe plannen. Het verhaal werd toch weer een beetje anders, Mark maakte nieuwe tekeningen, er kwam een dvd bij en we praatten erover hoe die in het boek moest komen. Hoe groot het boek moest worden? In welke talen vertaald? Hoe zouden we aan de wereld vertellen dat het boek bestaat?

Er moest over zoveel dingen nagedacht worden, maar jij kreeg het voor elkaar dat iedereen zin kreeg om Marie te maken. Ik heb heel veel van je geleerd, Jean-Philippe, maar het belangrijkste is dat je me leerde dat we onze eigen grenzen maken en dat we die dus ook zelf kunnen opschuiven.

Bedankt dat je me meenam in jouw droom en dat je me liet zien hoe je een droom kunt laten uitkomen.

Ik geef je een heel dikke kus,

Hanneke


Zijn antwoord staat in de Boekenwurmbode, ik zal zondag een stapeltje meenemen naar Manuscripta.






17 augustus 2009
Het Boekbladblog van vandaag. Je moet toch iets om het hoofd boven water te houden.

Bijzaken

'Juffrouw, verkoopt u ook papier? informeert een oudere man.'Nee meneer, dit is een Kinderboekwinkel.' De man kijkt even om zich heen, om zich vervolgens over mijn bureau te buigen en met een wetende knipoog 'Maar de volgende keer wel hé' te orakelen.

Wellicht heeft deze Apollo op leeftijd gelijk. De volgende keer heb ik misschien wel papier en koffie en postzegels en buskaarten en kranten en plattegronden en paraplu’s en muziek en iPods en e-books en klapstoelen en ijsjes en wafels en speelgoed natuurlijk, heel veel, en flupseflapjes om kinderkamers gezellig vol te plempen en therapeutisch knuffelmateriaal. Er komt een EHBO-post en een VVV-kantoor en een Reserveringsbalie voor Theater en Bioscoop en een Bemiddelingsbureau voor Vervanging in het Onderwijs, een Babysitcentrale, een Hondenuitlaatdienst en een praatpaal.

Nee, geen kinderopvang, want dan kunnen de mensen niet meer zomaar binnenwandelen vanwege alle verplichte beveiligingen. Tenzij we bij aankoop van een boek een gratis beveiligingscode cadeau mogen doen, zodat de klanten voor hun volgende aankoop ongehinderd naar binnen kunnen lopen. Of geef ik dan oneigenlijke korting? Ik wil het graag bij een boek aanbieden, want klanten moeten toch weten dat ze in een boekwinkel zijn. Er is een behoorlijk groot risico dat de mensen door de bijzaken de boeken niet meer zien.

De afgelopen jaren ben ik steeds bezig geweest mijn winkel zoveel mogelijk een boekwinkel te laten zijn. Het aantal nevenproducten heb ik tot een minimum teruggebracht en ze hebben een ondergeschikte plaats in de winkel. Daarbij moet ik zeggen dat ik op dat gebied een hele slechte neus heb voor wat verkoopt. En als ik al eens iets in huis haal dat succesvol zou kunnen zijn, vind ik het zelf te duur waardoor ik het met het schaamrood op de kaken sta te verkopen. Dat verhoogt de omloopsnelheid niet bepaald. Ik was blij met mijn boekwinkel en de cijfers dit jaar zijn tot nu toe beter dan die van 2008, dus ik dacht dat het kon. Maar nu geloof ik toch, dat ik op de verkeerde weg ben. Als zelfs Fabian Paagman al bijna dakloos in Boekblad staat, dan kan het niet anders of mijn buzz-arme boekwinkeltje stort eind dit jaar in.

Dat gevoel wordt nog versterkt door het vele kijken, kijken, niet-kopen-publiek dat deze warme zaterdagmiddag de winkel bezoekt. Er komen twee verhitte dames de winkel binnen. ‘Wat een heerlijke rust heerst hier’, zegt de voorste. ‘Nou die rust levert anders niet zoveel op’, pareer ik somber. ‘Nee, dat is waar” beaamt ze. Gelukkig heb ik wat ze zoekt en ze koopt een boekje voor haar kleinkind. ‘Heeft u ook dvd’s’, vraagt haar vriendin vanuit de stoel waarin ze is neergeploft. ‘Nee’ stamel ik, ‘dat soort dingen probeer ik juist zo beperkt mogelijk te houden’. ‘Gelijk heeft u’, zegt ze, ‘anders kunt wel een tweede winkel beginnen’.

Een nieuwe winkel? Nee, daar heb ik geen zin in. Maar toch, op weg naar Bilzen in België zag ik de oplossing. Een mogelijkheid waar je alle kanten mee op kunt, waarbij je in alle vrijheid je voorraad kunt aanpassen aan de gekte van het moment, die bovendien weinig ombouwkosten met zich meebrengt en ik heb er de perfecte locatie voor. Als de nood aan de man komt, verander ik de naam in: KinderHoekwinkel.






29 juli 2009
Vorige week schreef ik onderstaand blog voor Boekblad. Inmiddels is duidelijk dat Sieb Posthuma niet naar Maastricht gaat komen en zijn we op zoek naar een alternatief. Sieb Posthuma heeft naar aanleiding van deze blog zelf gebeld en gezegd dat hij de situatie heel vervelend vindt en dat het zeker niks te maken heeft met niet naar Maastricht willen komen. Dat is fijn. SSS, de organisatie waarbij ik de schrijvers 'huur' en de CPNB, de organisatie die bijvoorbeeld de Kinderboekenweek bedenkt, hebben na dit blog heel erg hun best gedaan om de pijn voor ons te verzachten. Dat is ook fijn. Maar het allerfijnste zou zijn als met alle stennis bereikt is, dat in de toekomst wat minder klakkeloos met afspraken wordt omgegaan.

Contract of geen contract

Sjoerd Kuyper zei eens, dat je pas moet gaan schrijven als een emotie gezakt is. Wanneer je niet meer zo boos of verliefd bent, kun je er een mooi verhaal over schrijven. Ik ben daarom eerst een stuk gaan lopen. Het is een lange wandeling geworden.

Verliefd ben ik nog steeds, maar over de boosheid kan ik nu, geloof ik, wel schrijven. Ik word namelijk een beetje, nou ik zal niet zeggen 'genaaid', maar ik zoek nog een woord, door de CPNB en het Rijksmuseum. En van Sieb Posthuma krijg ik ook taal noch teken. Voor de zekerheid heb ik bij thuiskomst mijn e-mails gecheckt. Stel je voor, dat ik hier schrijf dat ik al ruim veertien dagen (sinds vrijdag 9 juli) op een reactie wacht en dat die ondertussen gewoon tussen mijn inkomende post staat.

Wat is er aan de hand? Ik heb de goede (ha) gewoonte om al in november mijn schrijvers voor de kinderboekenweek van het jaar erna te reserveren. Dat gebeurt netjes via SSS die dan een contractje (ha ha) opmaakt en dan heb je een schrijver ‘vastgelegd’. Het is in het verleden meermaals gebeurd dat ik dan juist de schrijver van het Kinderboekenweekgeschenk of de winnaar van de Gouden Griffel bij de poten had. SSS liet het ‘contract’ dan in de prullenbak verdwijnen, vanwege ‘het grotere belang’.

En dit jaar hebben we dus de winnaar van de Gouden Penseel. Dat is een jaarlijkse prijs voor de maker van de mooiste tekeningen in een kinderboek. Ik zeg het er maar even bij, want de her- en erkenning van die prijs is nogal dubieus geworden. Penseelwinnaar Sieb Posthuma staat geprogrammeerd in ons openingsprogramma op woensdag 7 en donderdag 8 oktober. Ja, twee dagen ja, omdat we ook al rekening moeten houden met het Kinderboekenbal op dinsdagavond en ons programma daarop hebben moeten aanpassen. We zitten namelijk nogal ver weg van die overbevolkte postzegel aan de Noordzee waar het blijkbaar moet gebeuren.

Na de ervaringen in het verleden was ik niet verbaasd, kort na de bekendmaking van de penseelwinnaar, het volgende mailtje van de bibliotheek te krijgen:

Hoi Hanneke,
Geweldig voor Sieb die Gouden Penseel.
Maar hoe is het voor ons?
Al wat gehoord?
Groet, Marion


Ik heb echt geloofd dat het ons dit keer gegund was. Dat we zomaar de winnaar van de Gouden Penseel en tevens de maker van het Prentenboek voor de Kinderboekenweek op onze schrijversmarkt zouden hebben. Ik heb daarom van het Prentenboek een veelvoud van wat ik van plan was in te kopen, besteld bij de CPNB.

En nu hebben ze dus, omdat het Rijksmuseum niet in staat is het anders te regelen (snuif), de prijsuitreiking van juni (waar niets mis mee was) naar woensdagavond 7 oktober verplaatst. Onze Kinderboekenweekkrant De Boekenwurmbode (oplage 18.000) met daarin een, nota bene door hemzelf aangeleverd, interview met Sieb Posthuma, is klaar. De leskisten waarmee de scholen zich voorbereiden op de komst van de schrijvers zijn klaar. De basisscholen die Sieb Posthuma krijgen, hebben hun bevestiging/factuur een maand geleden ontvangen en betaald. De vakanties beginnen deze week en duren hier tot 7 september...

Kan iemand mij zeggen waar ik de averij die onze reputatie oploopt en de te verwachten financiële schade (bijvoorbeeld zeker duizend euro minder omzet op de schrijversmarkt) kan verhalen? Kan ik dan ook even uitgelegd krijgen waarom ik nu weer een hoop onbetaalde uren extra moet gaan maken om alles recht te breien? En wanneer stoppen we met bevestigingspapieren van SSS een ‘contract’ te noemen, want dat is de grootste bullshit die er bestaat.

Ik geloof dat ik weer even moet gaan wandelen.

Boekbladblog 23-07-2009






17 juli 2009
Lijst

'De Grijze Jager?', vraagt mijn zoon gretig, als hij het opengeslagen boek naast mijn ontbijtbord ziet. 'Nee schat,Alleen maar nette mensen, dat is iets heel anders.' Nu hij het zo vraagt, zie ik dat de lay-out van beide boeken inderdaad op elkaar lijken. 'Waar gaat dat dan over?', vraagt hij slechts half overtuigd. 'Over een jonge man die geboren is in een rijk Joods gezin in Amsterdam, maar die eruit ziet als een Marokkaanse jongen. En het is in deze tijd niet leuk om eruit te zien als een Marokkaanse jongen. Dan overkomen je vervelende dingen. En hij valt op zwarte vrouwen met dikke billen en grote borsten'. Even lichten zijn ogen op, maar slechts voor een kort moment, want het is natuurlijk maar half zo interessant als De Grijze Jager.

'Dit is wel een boek dat je leuk zult vinden om te lezen voor je literatuurlijst als je aan het einde van de Middelbare school komt. Het leest ook heel gemakkelijk. We moeten dat soort titels eigenlijk eens op gaan schrijven', opper ik. 'En dan maar hopen dat je leraar het boek ook gelezen heeft en het accepteert op de lijst', denk ik er achteraan, maar met die ellende wil ik hem nu nog niet lastigvallen. We hebben nog zeker vijf jaar te gaan.

Dat heeft de intelligente, belezen dochter van een vriendin van me niet. Haar examenjaar komt in zicht en de boekenlijst begint als een onneembare vesting van seks en saaiheid voor haar op te doemen. Om haar een beetje te helpen stelde mijn vriendin, met haar dochter een lijstje samen van boeken die wel te pruimen zijn.
Ze heeft het me doorgemaild:

…De boeken van Edward van de Vendel (er staat er geen een op de lijst, de goede jeugdboeken niet, maar ook geen ‘volwassen werk’), Jeroen Brouwers (er staan vier boeken op haar lijst maar Datumloze dagen niet), Renate Dorrestein (er staan maar liefst zes boeken van haar op de lijst, maar Het duister dat ons scheidt niet), Hella Haasse (ook hier weer tien boeken op de lijst maar Het tuinhuis niet) …

Dit lijstje werd inderdaad afgekeurd op school, omdat de boeken niet op de lijst stonden. Ik bedoel maar. Wie heeft hier nu geen zin om te lezen?






30 juni 2009
Afgelopen vrijdag 26 juni was er een vakdag georganiseerd door het vakblad. Een boekenvakkersdag aan zee. Goeie locatie vond ik, dus ik ging. Mijn boekbladblog dan ook maar aan die dag gewijd.

Verslagje van een dagje zee

De dag begint om zes uur met het bericht dat Michael Jackson is overleden. Door het niet-ademen van mijn lief, weet ik dat ook hij wakker is en probeert om de radio, die in een andere kamer staat, te verstaan. Het is een vreemd idee dat die jongen met het verminkte uiterlijk, het kinderlijke stemmetje en het tijdloze fabuleuze muzikale talent, vijftig is geworden. Dat hij, net als wij, ouder werd en dat hij nu dood is. Ik vermoed dat ik veel van hem ga horen op weg naar Boekblad aan Zee.

Na de eindeloze bouwput van de A2 is het een verademing om me in Bloemendaal te verrijden en via lommerrijke omwegen bij zee te komen. Ik vind een parkeerplaats en de locatie, en meld mij met een bijna ziekelijke punctualiteit precies om 13.30 bij de ontvangstbalie. Zo, kom maar op met dat programma en is er iets te eten? Ik krijg als eerste een glas champagne aangereikt, dat op een lege maag een bijzonder kalmerend effect heeft. Ik kan echter nergens een mogelijkheid tot broodje ontdekken, dus ik hoop maar dat ik op het mueslikoekje van onderweg en een chocomel de opening en de workshops haal.

Dat lukt bijna. Jort Kelder weet met zijn wat nonchalante interview-techniek een aangename opening te creëren, waarin zelfs het belang van leesbevordering bij kinderen aan bod komt, al begrijp ik uit de reacties dat er toch nog wel mensen bestaan die menen dat lezen iets is dat mensen op volwassen leeftijd vanzelf opeens gaan doen. Min of meer per ongeluk beland ik daarna bij een workshop van een aardige man van het CB, waarbij ik op de achtergrond de verwachtte onbehaaglijke geluiden van de lachworkshop hoor en ik mijzelf gelukkig prijs dat ik daaraan ben ontsnapt. Bij de laatste workshop voor de pauze, over e-mailbeheer, vallen, zeer beschamend, mijn ogen steeds dicht, terwijl ik toch echt belang heb bij de inhoud.

Gelukkig tref ik nog een paar lage bloedsuikerspiegel-slachtoffers en we redden onszelf door in een nabijgelegen snackbar een broodje te eten. Precies op het moment dat ik daar, vanaf het terras mijn bus aanwijs die geruststellend boven de andere auto’s uitsteekt, loopt Jort Kelder in het beeld van mijn wijzende vinger, dat voelt een beetje ongemakkelijk. Afgelopen woensdag las ik bij de tandarts (echt waar!) dat hij en Georgina weer samen zijn. Ik hoop dat het waar is, want een liefde die lukt is toch altijd leuker dan dat gemodder waar de media het van moeten hebben. (En Georgina gun ik een lukkende liefde, want ik bewonder haar enorm om haar vakmanschap en zelfbeheersing, sinds ze in De Wereld draait door, Herman Brusselmans niet wurgde met zijn eigen haar.)

Na de laatste workshop snak ik, waarschijnlijk door het broodje frikandel, naar een koud biertje. Ik moet nog even een ballon oplaten, voordat ik het krijg en ik drink het leeg bij het eten dat mij heel goed smaakt. Nog even een strandwandeling in het gezelschap van twee rankbenige lange dames in rok, die zo vriendelijk zijn voor mij de diepte van het zeewater in de poelen te peilen, waardoor ik een droge broek heb gehouden. Tot slot nog een koude cola bij de band die, geheel tegen de heersende mode in, niet op een volume speelt waarvan je trommelvliezen tegen elkaar klappen, wat ik persoonlijk erg prettig vind.

En dan de terugreis. Onmiddellijk politiecontrole. Ik moet blazen en word in orde bevonden. Ik profiteer van de gelegenheid om mij door een agent de juiste weg door Bloemendaal te laten wijzen, dat plaatsje had ik immers bij aankomst al uitgebreid bezichtigd. Dat scheelt een hoop tijd en net voor het donker ben ik op mijn logeeradres halverwege de route, waar ik word ontvangen met de woorden: ‘Weet je dat Michael Jackson dood is?’

29-06-2009






25 juni 2009
Boekbladblog van vandaag

pas pour nous

De Pour Toi agenda is gericht op jonge meiden, tussen de 13 en 16, die een brede interesse hebben in parfum, cosmetica en glamour.

Deze zin in de reclamemail heb ik een aantal keren gelezen. Die een brede interesse hebben in parfum, cosmetica en glamour. Nog een keer, die een brede interesse hebben (aha) in parfum, cosmetica en glamour (oh). Een agenda voor leeghoofden zou ik denken, maar wie weet kun je een brede interesse hebben in bovengenoemde feiten en elke interesse kan een passie worden en een passie heb je nodig om te willen leren en daarvan word je gelukkig, als ik Guus Kuijer mag geloven en dat doe ik graag.

Gericht op jonge meiden, tussen de 13 en de 16 jaar. De prima leeftijd om van onzekerheid een complex te maken, want doe je het wel goed? Ik doe het fout, zag ik afgelopen maandag. “De Bronk” heerste in het dorp. Dat is een combinatie van processie en kermis behalve dan dat er in ons dorp geen kermis meer is. De jeugd moest het met een springkussen doen, waardoor in korte tijd alle jongpuberende mannen de kleine kinderen op het hoofd sprongen en de jongpuberende dames als vrouw vermomd over het plein giechelden.

Meiden hebben een angstaanjagend transformatievermogen. In juni komen ze als kinderen de winkel binnen om boeken voor op vakantie te kopen en in de Kinderboekenweek zijn het vrouwen geworden met borsten en heupen en een tasje. Niet verwonderlijk dus dat de langzamer ontwikkelende jongens voor hen op de vlucht slaan. Zeker als ze door zo’n mooie meid toegesist krijgen, dat ze maar een neukpartner moeten zoeken. Echt waar, ik verzin het niet. ‘Wie zegt dat dan?’, vraag ik mijn zoon, terwijl ik de geknoeide koffie opveeg. ‘Iedereen’ is het antwoord. ‘Zegt iedereen dat woord?’, vraag ik voor de zekerheid. ‘Ja’ Maar hij voegt er snel aan toe dat hij er vandoor gaat wanneer ze zo praten. Dat verbaast mij dan gelukkig weer niet.

Enfin, die giechelende meiden op het plein hadden precies bepaald hoe een jonge meid tussen de 13 en de 16 eruit moet zien en daarbij wordt geen rekening gehouden met temperatuur en lichtinval, dus avond of geen avond die zonnebril moet in de haren, de benen bloot en het tasje aan de eveneens blote arm. Maar of dat nou een brede interesse in parfum, cosmetica en glamour tentoonspreidt, ik betwijfel het. Er was vooral een grote interesse in jongens, oudere jongens. Maar wel op een veilige afstand en dat groepje grote jongens die lang en mooi en niet van hier waren, daar durfden ze niet eens naar te kijken, tasje of geen tasje.

Oh ja, de agenda heeft een handig formaat voor in de tas. Nieuw dit jaar zijn de luxe soft cover en het ‘bladwijzer’ lint. Ook een leuke gadget is het spiegeltje aan de binnenzijde van de cover. Dat laatste is natuurlijk handig wanneer je in de klas een puist te lijf moet. Want daar zijn ze wel voor bedoeld, voor school. Hij heeft alles wat je van een schoolagenda mag verwachten. Mag deze agenda in mijn assortiment ontbreken? Ik neig sterk naar ja. Ik vind meiden met een bredere interesse dan parfum, cosmetica en glamour een stuk interessanter en gelukkig zijn die er, eventueel onder een gemaquilleerd bovenlaagje, heel veel. Laat mij die andere interesses dan maar bedienen.






15 juni 2009
Ballen in de wind

“Ja, maar jouw schrijvers zijn ook een stuk goedkoper”, zei Pia Spaan van de stadsbibliotheek eens, tijdens een overleg van het samenwerkingsverband Maastricht Boekenstad, waar we met alle boekhandelaren, en de bieb dus, om de tafel zitten. De aanleiding van die opmerking ben ik even kwijt, maar hij schoot me onmiddellijk te binnen toen ik het prachtig geformuleerde betoog van Sjoerd Kuyper * las. Want waarom kosten “mijn” schrijvers eigenlijk minder? Werken ze minder hard? Schrijven ze minder mooi? Zijn ze minder tijd kwijt bij een lezing van een uur? Zijn ze minder belangrijk?

Dat is het, ze zijn minder belangrijk, want ze werken voor kinderen. Alles wat voor kinderen is moet een beetje goedkoper zijn, want kinderen zijn nog geen volle mensen dus reken je ook geen volle prijzen. Je betaalt mensen die met kinderen werken minder en boeken die je voor kinderen aanschaft mogen niet zo duur zijn als boeken voor grote mensen. Zo hoort dat. Als mensen zonodig voor kinderen willen werken, dan werken ze maar gewoon wat harder, vaker en langer als ze net zoveel willen verdienen als mensen die voor grote mensen werken. Dan verkopen ze simpelweg anderhalve keer zoveel boekjes om hun vaste lasten te betalen en eventueel zelf nog ergens van te leven. Of ze geven dus drie keer zoveel lezingen om hetzelfde honorarium binnen te halen. Ze moeten, zoals Sjoerd het zo treffend zegt, voor bijna nop hun ballen in de wind hangen.

Misschien is het wel heel erg Nederlands om handen vol geld uit te geven aan kinderen en hun te overladen met duur ondergoed, kleurige snoepjes, en dagvullende uitstapjes en de rest van de week formulieren in te vullen voor vergoedingen in verband met dyslexie-, adhd- en pddnos-behandelingen. Maar er wordt vergeten dat een investering in kwaliteit, rust en intimiteit misschien wel zinvoller is. Ik roep het vaak en ik meen het nog steeds, Nederland investeert niet in zijn toekomst, want het heeft geen geld over voor zijn kinderen. Of het nu gaat om kinderbijslag, kinderopvang of onderwijs. Zodra in dit land het geld voor kinderen uit het potje moet, zit het dekseltje vast. Nou ja, behalve dan voor jongerenbestrijding.

Een dieptepunt mocht ik weer meemaken op de boekenmarkt waar we met een kraam stonden ter gelegenheid van Maastricht Boekenstad! vorige week zondag. Een gezelschap Oost-Nederlanders, zo te horen, zwermde om de kraam. De mannen bralden de gebruikelijke moppen over kinderboeken en durfden niet te kijken. Een van de dames boog zich over de waar en snauwde (maar misschien is dat gewoon praten in die streken) “Nou, jullie zijn wel duur!” “Wij verkopen nieuwe boeken mevrouw, die kosten overal hetzelfde, ook bij u in de buurt”. “Nee hoor”, protesteerde ze en we kregen een troosteloze opsomming van alle koopjes die ze had weten te bemachtigen. Ik had een nogal slaaparme nacht achter de rug, dus ik had niet de moed om een pleidooi voor vier-kleurendruk, glanzend papier, een mooie vormgeving en een harde kaft af te steken. Laat staan om zoveel onbenul met inhoudelijke kwaliteit lastig te vallen. Ze beëindigde haar betoog met, “Bij ons in de stad, bij Ik-heb-de-naam-niet-verstaan, kunnen we voor 2 euro een kinderboekie kopen.”

Dat en het feit dat het regende maakte voor mij de beslissing om op te ruimen, weg te gaan en lekker van een vrije zondag in de heuvels te gaan genieten, uitermate gemakkelijk.

* De lezing van Sjoerd Kuyper over kinderliteratuur kun je downloaden op de site www.lezen.nl






2 juni 2009
Leuker kunnen ze het niet maken

Tot voor kort dacht ik dat ik een kleine boekwinkel had. Weliswaar met een behoorlijke oppervlakte voor een kinderboekwinkel, maar voor een boekhandel zeer bescheiden. Ik bedoel maar, bij Boekblad aan Zee zal Jort Kelder me nog geen blik waardig keuren vanwege mijn omzet, laat staan om mijn persoonlijk inkomen.

Ik heb me vergist. Met een beetje pech ben ik de grootste boekwinkel van Maastricht. Ze hebben hier een nieuwe belasting bedacht: Reclamebelasting. Om die te berekenen hebben ze een volledig onbevooroordeeld systeem gebruikt: ze meten de oppervlakte van de reclame-uitingen. Heb je een reclame-uiting ter grootte van een ansichtkaart dan betaal je niks. Nou, die wil ik wel eens zien. Heb je een uiting tussen de ansichtkaart en 20 m2 dan betaal je 525 euro per jaar. Ben je groter, dan mag je 1050 euro per jaar lappen.

Het moeizame is, dat er niet zo heel duidelijk omschreven wordt wat een reclame-uiting is. Waarschijnlijk bedoelen ze de etalage. En ja, ik heb een gigantische etalage. Zo groot dat ik bedacht dat ik die nooit met boeken zou kunnen vullen en ik heb er daarom maar een podium in laten bouwen, waarop we onze activiteiten houden. Zo is het tenminste zichtbaar wat we doen. Door die etalage zou ik wel eens duurder uit kunnen zijn dan de Dominicanerkerk (Selexyz Dominicanen) die, misschien wel op kosten van de gemeente, volledig met licht wordt aangestraald en dan de Slegte, die is gelegen aan de drukste winkelstraat van Maastricht.

Die reclamebelasting komt voort uit het feit dat veel ondernemers niet meebetaalden aan de feestverlichting met Kerst. Nou is het zo dat onze straat minimaal verlicht is, waardoor je, wanneer de feestverlichting in de aangrenzende Muntstraat brandt, het gevoel hebt dat je door een donkere tunnel moet om bij ons te komen. Om die reden heb ik me twee jaar geleden erg ingespannen om in onze straat ook feestverlichting te krijgen. Dat is gelukt. We hebben vrijwel allemaal betaald en zowaar enkele weken na de rest van de binnenstad  hingen er bij ons ook een paar lullige slingers. Ik had er één a raison van 200 euro. Het zette niet echt zoden aan de dijk, dus dit jaar deden we niet mee en inderdaad, we kregen niks. De omzet veranderde er niet door. Na vijf uur hadden we gewoon geen klanten meer.

Nu hebben ze dus die reclamebelasting ingevoerd, maar ze zijn vergeten om ons te vertellen wat we daar dan voor terugkrijgen. Er kan niet veel in de Mariastraat. Onlangs bijvoorbeeld, probeerden we in het hoekje bij mijn winkel een kegel geplaatst te krijgen die ervoor moest zorgen dat pissende mannen daar hun eigen sap over de schoenen zou lopen. Dat is niet gelukt, want er was geen geld voor.Ik denk dat ik voor 1050 euro een kegel kan plaatsen en het stuk straat bij de Boekenwurm vol lichtslingers kan hangen.

Maar er is hoop. De brief over deze belastingen heeft de gemeente gestuurd naar een adres  buiten Maastricht, waar ik al tweeënhalf jaar niet meer woon. Met een beetje geluk hebben ze op die plek ook de reclame-uitingen gemeten. In dat geval val ik onder de ansichtkaart.






21 mei 2009
Boekbladblog 18 mei 2009

Vermeend

Ik mag graag in aanbiedingsfolders neuzen. Er zit altijd wel iets verrassends tussen. Deze keer had ik opeens Willem Vermeend in mijn handen. Hij heeft iets geschreven over de economie. Ik ga het niet lezen. Willem Vermeend en De Boekenwurm hebben een verleden.

We zaten voorheen in een prachtig vakwerkhuisje aan de Houtmaas. Het pandje was het eigendom van de ruim negentigjarige mevrouw Huijsmans, die tot op de laatste dag haar leven in eigen hand heeft gehouden. Ze woonde tot haar dood alleen boven de winkel en dat was bij tijden wel spannend. Zo gebeurde het, dat ik op een zaterdag de winkel vol had staan, toen we een enorme bons hoorden. Was ze gevallen? “Letten jullie even op de winkel”, riep ik naar de klanten en holde de tuin door naar haar voordeur. Ze zat onder aan de trap, een beetje verdwaasd met een buil op haar hoofd, maar verder volkomen helder. Ze kon zelf meelopen naar de winkel waar ik een koude doek op de bult legde en weer verder moest met mijn werk. Ze bleef bij me zitten tot haar schoondochter arriveerde.

Ik hield van die vrouw. Op haar sterfbed ging ik haar bezoeken en vond een restantje mens onder een deken. Ze weigerde alle voedsel. Ik vertelde haar dat ze een voorbeeld voor me was. “Joa keend, bin iech un veurbeeld veur diech?”, zei ze een beetje schamper, maar ze glimlachte tevreden. Ik kuste haar op haar hoofdje en vertrok. De dag erna is ze gestorven.

Na een jaar ging het huis in de verkoop. Op een dag verscheen de makelaar, buigend en knikkend, met Willem Vermeend. Hij wilde het huis kopen als pied-à-terre voor de keren dat hij in Maastricht komt feesten. Op zichzelf niks mis mee. Het was een gezellig bezoek, waarbij hij honderduit vertelde. Over zichzelf, over zijn familie en over zijn handelsgeest. Prima allemaal, totdat hij met een verhaal kwam over een verkeerd ingekochte partij cd’s met babymuziek. De cd’s [onderkast] moesten aan de man, dus bedacht hij een actie. Er werd een reclamecampagne opgezet waarbij jonge ouders wijsgemaakt werd, dat hun kinderen bij deze muziek beter zouden slapen. Het product vloog weg en Vermeends bedrijf had lekker verdiend. Hij was er trots op. Vanaf dat moment ben ik begonnen rond te kijken naar andere panden.

De huurverhoging gecombineerd met een ruimteverkleining kwam niet onverwacht. Opeens maakte het financieel geen verschil meer om naar een groter pand met een grote etalage dichter bij het winkelcentrum te verhuizen. Betalen moesten we dat bedrag toch. Mijn compagnon wilde de stap niet meezetten. Door Willem Vermeend is De Boekenwurm nu een eenmanszaak in de Mariastraat. Daar ben ik eigenlijk best gelukkig van geworden. Dat is echter nooit zijn streven geweest. Hem kon het niet schelen wat er met ons gebeurde als we maar opkrasten. De kinderboekwinkel zou hem een rotzorg zijn. Niet veel later ontdekte ik dat er na ons een of ander jonge-mannen-computerbedrijfje ingetrokken is, dat niet eens huur betaalde.

Nee, ik hoef niet te weten hoe mensen als Vermeend over onze economie denken. Ik ken het soort. Ik ga me verheugen op de andere verrassing uit de aanbiedingsfolders: Een zelfhulpboek om gelukkig te worden van Guus Kuijer. Alleen de aankondiging maakt me al blij.






7 mei 2009
Boekbladblog van vandaag


Mag ik even klagen?


Ik besef terdege dat het hieronder beschrevene voornamelijk voortkomt uit gekwetst eergevoel en een te gevoelig ego, maar het moet er even uit.
Sommige opa’s en oma’s zijn zo erg.

Gisteren had ik er weer een. Een boomlange opa die, met een medeplichtige glimlach naar mij en een blik van: ‘Kijk ons eens even leuk met onze kleindochter op stap zijn, gnmf gnmf’ achter zijn, ongeveer negenjarig schat ik, kleinkind aanliep, dat daadkrachtig richting de tien-tot-twaalf-jaar-kast liep. 'Kijk maar eens rustig”, zei hij tegen haar om nog geen minuut later “hebben ze het niet?' te vragen.

Meestal wanneer kinderen zo doelgericht binnenkomen, hebben ze al een boek in hun hoofd. 'Zoek je een speciaal boek?', vraag ik het meisje. Ja, ze wil graag het tweede deel van de Dat heb ik weer-reeks van Carry Slee. Een boek dat wij normaalgesproken bij de andere 12+-excusez-le-mot-maar-Carry-Slee-is-niet-mijn-lievelingsschrijfster-draken hebben staan, maar dat dit keer nog op de stapel achter de balie ligt, omdat het opnieuw is binnengekomen. 'Ja, ja, ze weet precies wat ze wil hebben gnmf gnmf' , zegt opa. Ik pak het boek en het meisje drukt het dolgelukkig tegen haar borst terwijl opa het boek betaalt. Nee, een zakje is voldoende en ik mag nog net een boekenlegger in het boek stoppen, zo verguld is ze met haar buit. 'De eerste, die is roze, heb ik oo..', begint ze blij. 'Ze heeft het eerste deel gelezen, dat was roze hè schat, en nu wil ze het tweede' , verduidelijkt opa.

Ik ga weer achter mijn bureau zitten, terwijl opa, oma en kleindochter rondkijkend richting deur bewegen. Korte tijd later staat opa echter weer bij de balie. Nu met een boek van Marjon Hoffman, Floor tussen de regels. 'Is dit een cadeautje?', vraag ik. Eigenlijk weet ik, dat dit boek voor hetzelfde meisje is, maar ik moet zo nodig even mijn kennis etaleren. Zoals verwacht, kijkt opa me bevreemd aan. 'Vanwege het leeftijdsverschil tussen de doelgroep van beide boeken', leg ik uit. Wenkbrauwen de lucht in. 'Er zit ongeveer vijf jaar tussen', verduidelijk ik. 'Het eerste boek staat normaal bij 12 tot 14 jaar het tweede bij 7 tot 9 jaar.' Opa begint bedenkelijk te kijken. Ik verdenk hem ervan dat het niet om het ‘misschien te ouwelijke’ boek gaat, maar vanwege de angst dat hij iets koopt dat te gemakkelijk is. 'Zelf heb ik het tweede overigens met meer plezier gelezen dan het eerste', lieg ik. Ik heb het eerste deel van Slees nieuwe serie na twee hoofdstukken weggelegd, voor mij niet doorheen te komen. Aan de nieuwe Floor ben ik nog niet toegekomen, maar eerdere boeken met deze hoofdpersoon vond ik bijzonder vermakelijk.

Ongelovig lachje van opa, 'U leest die boeken zélf?' 'Ik kan toch onmogelijk dit werk doen als ik de boeken niet lees?', kaats ik terug. Opa is niet overtuigd. 'Bedoelt u dan dat dit boek te gemakkelijk is voor haar?' Ik zie kleindochter achter hem een beetje angstig van haar opa naar Floor kijken, ze wil het overduidelijk erg graag hebben en ik gun haar dit meer dan haar eerste keus. 'Nee, ik bedoel alleen maar dat leeftijdsindicatie niks zegt over de literaire kwaliteit van een boek. Uw kleindochter moet lezen wat ze leuk vindt.' Terwijl opa met een achterdochtige blik naar mij, want moet je zo’n kinderboekenlezende gnoom serieus nemen, zijn portemonnee trekt om het tweede boek dan toch maar te betalen, valt zijn vrouw me bij. 'Je kunt niet in een speciaalzaak werken als je de waren niet kent.' Aan zijn gezicht te zien, vindt hij het nog steeds een vreemd verhaal.

Geen moment heeft hij naar het boek van Slee gekeken, ook niet naar het andere overigens. Dat een boek bij een oudere doelgroep staat om andere redenen dan de technische moeilijkheidsgraad van de tekst, speelt niet eens door zijn hoofd. Zijn, inderdaad negenjarige, kleindochter die zo schattig zelf boekjes wil kopen in dat grappige namaakboekwinkeltje voor kinderen, is zijn lol. Waar het kind inhoudelijk mee bezig is interesseert hem blijkbaar geen barst. Misschien had ik moeten roepen: 'U houdt verschrikkelijk veel van uw kleindochter, maar ik neem haar tenminste serieus.' Maar de kans dat hij het niet zou begrijpen is groot en de kans dat hij daarna nooit meer met haar boeken bij mij komt kopen nog veel groter. En wat dan?

07-05-2009






4 mei 2009
Boekbladblog van 4 mei 2009


Joost weet het

“Leuk artikel in De Limburger”, hoor ik zaterdagmorgen van klanten in de winkel. “Staat het er dan toch in?”, vraag ik,”ik kon het nergens vinden op de website”. “Jawel, het is een leuk stuk. Je vertelt over 30 april en hoe kinderen sterker zijn geworden..” Verbaasd ben ik, want ik heb het helemaal niet over 30 april gehad, absoluut niet. En ik heb zeker dat onderwerp niet in verband gebracht met het thema waarover ik geïnterviewd zou worden: de Tweede Wereldoorlog in kinderboeken. Bewust niet.

Het had gemakkelijk gekund, want het is niet moeilijk om een onderwerp als de Tweede Wereldoorlog aan de huidige tijd te linken. Zo wordt het mechanisme van inspelen op basale gevoelens als angst, en liefde voor het vertrouwde, dat zo mooi zichtbaar wordt gemaakt in Allemaal willen we de Hemel, nog geregeld in werking gezet. Dat schoot ook door mijn hoofd toen ik vrijdagavond in De Wereld Draait Door Joost Zwagerman in paniek zag raken. Nederland zou nóoit meer hetzelfde zijn en de koningin zou nóoit meer zo onbevangen Koninginnedag kunnen vieren en we waren allemaal bang nu. En dat kon ook niet anders, want het gevaar loerde overal… Terwijl het, geloof ik, nog niet duidelijk is, of het om een aanslag ging of om een suïcidale, mediamane gek die in het licht van de Koningin wilde sterven.

In het boek is de vertrouwde persoon een leraar, in dit geval is het een vertrouwd hoofd op televisie dat de angstboodschap komt brengen. Het is niet ondenkbaar dat mensen die het van nabij hebben meegemaakt enorm bang geworden zijn, ik kan me, met wat meer moeite, ook nog voorstellen dat mensen die het live meemaakten op televisie enorm bang geworden zijn. Maar ik ben niet bang geworden en ik ben ook nog geen bange mensen tegengekomen, terwijl ik toch vrij veel mensen ontmoet. De meeste mensen weten echt wel, dat je geen rubberen stoeptegels onder het leven kunt leggen. Nee, bang ben ik niet, maar ik vrees wel de mensen die de angst uitventen. Gelukkig zat Zwagerman niet alleen in die uitzending en werd hij een beetje gekalmeerd door Felix Rottenberg en Jan Mulder. Ze deden dat zachtmoedig, alsof zij hem niet helemaal af wilden vallen in zijn ontreddering. Misschien wel om hem gezichtsverlies te besparen. Dat vond ik dan toch weer erg lief van ze.

Wanneer Caroline, wat later met mijn broodje en de krant binnenkomt, blijkt dat in het hele, paginagrote artikel 30 april niet wordt genoemd. Gelukkig maar.






27 april 2009
Boekbladblog van vandaag.

Mannen!

"Huh?" zegt mijn zoon wanneer we het dorp inrijden. "Nee, de processie is nog niet", antwoord ik "Ze versieren de straat deze keer voor het Denhalen, omdat dat dit jaar voor de 375ste keer gebeurt. "Oh", einde gesprek. Waarom meer woorden verspillen aan iets dat duidelijk is. Vreesde ik weleens, dat er communicatief iets mis is met mijn kind, nu weet ik: "niks aan de hand, ik heb gewoon een zoon." Ik weet dat er mannenzaken zijn die wij vrouwen wel kunnen zien, die wij ook wel kunnen accepteren, maar die we nooit werkelijk kunnen begrijpen. En dat het ook een ijdel streven is om via de opvoeding te trachten mannelijke dingen 'eruit' te krijgen. Ik heb daarom onmiddellijk het boekje Zoons! van Gerard Janssen aangeschaft. Dinsdag kwam het binnen en sindsdien heb ik in de winkel al zoveel hilarische gesprekken gevoerd met moeders van zonen, dat ik het ook maar voor de voorraad heb besteld.

Ooit moet iemand bedacht hebben dat het vee gered zou kunnen worden door een den te kappen, uit een bos te slepen, op een kar te laden, die kar door een rij mooi opgetuigde trekpaarden kilometers ver te verslepen, hem naar de kerk te brengen en daar overeind te zetten, waar hij dan een jaar blijft staan. En dat ritueel dan elk jaar te herhalen. Voor het halen zorgen de ongetrouwde 'mannen', het rechtzetten is de taak van de gebonden mannen van het dorp. Tot voor kort was ik ervan overtuigd dat vrouwen buiten die activiteit gehouden worden met achterhaalde, anti-emancipatorische argumenten met betrekking tot kracht en veiligheid. Sinds Zoons! weet ik dat ik me vergis. Zodra er vrouwen meegaan is de lol er echt af.

Zoals vrouwen een hele avond samen naar een filmpje kijken en bij een fles wijn hun hele hebben en houden op tafel gooien, zo wérken mannen samen. Het kappen, slepen, sjouwen, mennen, sturen, roepen, zingen bevestigt en versterkt hun verbondenheid met elkaar. Dat betekent beslist niet dat vrouwen een overbodige luxe zijn bij deze onderneming. Nee, het feit dat wij hun intocht staan op te wachten maakt dat zij hun vermoeide ruggen rechten en naast de indrukwekkende paarden, stralend van mannelijke trots, de tocht tot een goed einde brengen. En dan moeten we die boom nog de lucht in praten. "Maar, maar, maar staat hij nou nog niet? Als wij het moesten doen dan..." Op hun gemoed werken hè, zorgen dat hun competitiedrang wordt aangewakkerd. Anders mislukt het hele project alsnog.

Is het niet eerlijker als er voor mannen het boekje Dochters! Een handleiding voor vaders komt? Doorgaans is de relatie tussen dochters en vaders niet zo problematisch, want meiden weten feilloos hoe ze hun vader om hun vinger moeten winden. Toen Robert-Jan van de Tribune uitriep: "Ik heb vier dochters, ik moet in bescherming genomen worden", wist ik het; tenzij we onze eigen ruiten in willen gooien, mag dat boekje er NOOIT komen.






22 april 2009
In onderstaand Boekbladblog reageer ik op een column van Jacques Vriens in Trouw. Op de website van deze krant kun je die column lezen onder de titel hoofddoekjesdilemma.
Ik zet mijn blog hierin met de reactie die erop kwam. Want dat vond ik zo leuk om te lezen, dat ik minstens tien minuten naar mijn scherm heb zitten staren.

geTrouw of niet geTrouw

Het geweten van de columnist, daar pieker ik nu al een paar uur over. Goed, dat een schrijver in zijn boeken de werkelijkheid naar zijn hand zet, dat is logisch. Dat hij dingen verzint, verzwaart, verdraait, verhit, ‘versprokkelt’ om een bepaald effect op te roepen, stel je voor dat dit niet mocht. Het is de absolute vrijheid die een schrijver heeft en die hij ook moet hebben. En als hij dat dan ook nog met een bijzondere of mooie woordkeuze, zinsbouw en verhaalstructuur weet te brengen, dan zou het geschrevene nog een literaire status kunnen bereiken. Maar een columnist, heeft die dezelfde vrijheden als een schrijver?

Vanmorgen wees Jacques Vriens me op zijn column in Trouw waar hij over hetzelfde onderwerp schrijft als ik enkele blogjes (ik ken mijn plek) geleden. Yasmin met het hoofddoekje. Nou ben ik een zeur. Ik bedoel maar, ik ben niet eens schrijver, maar het stoort me dat in mijn vorige blog het woordje ‘aha’ los is gemaakt van de zin waar het bij hoort. Het klopt niet meer, het voelt niet goed. De betekenis verschilt. Ik begrijp schrijvers die zeggen dat achter hun gedicht inderdaad een punt moet, maar dan wel een heel dunne.

Ik probeer in mijn stukjes eerlijk te zijn, ook als ik overdrijf of scherts. Wanneer het er staat, moet ik erover ter verantwoording geroepen kunnen worden. Bij het lezen van Jacques’ stukje in Trouw verlies ik het gevoel dat we samen iets hebben meegemaakt. Ik zit in een andere zaal en Yasmin heeft zich ook omgekleed. In plaats van een meisje in de fletsroze kleuren die meisjes op die leeftijd nou eenmaal graag dragen, is ze veranderd in een grijze moslimmuis met een rok en hoofddoek. De zaal is vol aandacht en stil nadat ze braaf hun eigen kandidaat hebben toegejuicht. En ik heb althans niemand een opmerking over een theedoek horen maken. Wanneer ik hem vraag waarom hij het zo gedaan heeft , is zijn antwoord: “Om het contrast nog wat aan te zetten. Zo doen schrijvers dat.”

De laatste keer dat ik kijk staan er al bijna 40 reacties onder de column. Niets opzienbarends, niets vernieuwends, maar wel allemaal reagerend op iets dat niet klopt. Agerend tegen een Yasmin die niet bestaat, maar die wel met naam en toenaam bekend is. Ik ken Jacques als een lieve man, die kinderen respectvol behandelt en die ook als jurylid beslist onafhankelijk en onbevooroordeeld was. Misschien dat ik daarom zo loop te piekeren. Ik begrijp het niet.

22 april 2009

reactie
Misschien is onbegrip wel de drijfveer van een goede schrijver, Hanneke, want je bent er wel degelijk een!

Geplaatst door Andger van der Land
Boekhandel Venstra






18 april 2009
Boekbladblog van 17 april 2009.


Speurtocht

Khalid Boudou is het niet geworden, maar hij zat er opmerkelijk dicht bij. Ik heb me dit jaar eens in de Jonge Jury verdiept. Ontdekking 1. Deze bekroning wordt niet door de CPNB georganiseerd. Laat ik dat nou toch altijd gedacht hebben. Nee, Bulkboek zit erachter. Helaas kun je bij hen erg weinig informatie krijgen, want hun website wordt vernieuwd en hun antwoordapparaat is het enige dat je daar aan de telefoon krijgt.

De bibliotheek gebeld. Of en hoe zij iets merken van de Jonge Jury? In Maastricht maken ze een tentoonstelling van de kerntitels en leggen ze er stemformulieren bij, dat is alles. Ja, die boeken worden dan wel iets vaker uitgeleend, maar of er daadwerkelijk gestemd wordt, daar hebben ze geen zicht op. Er zijn geen contacten met Middelbare Scholen in dit verband.

Heerlen dan? Ja, ze werken intensief samen met twee Middelbare Scholen. De ene krijgt twee keer per jaar een pakket bestembare titels en de andere laat de leerlingen naar de bibliotheek komen. Van de Pizza Maffia zijn er in Heerlen echter minder uitleningen geweest, dan in Maastricht. Op mijn vraag of ze enig idee heeft waarom Boudou zo hoog geëindigd is, krijg ik als antwoord: vanwege de inhoud.
Aha.

Het internet op. Ontdekking 2. In Tilburg zit een Middelbare School die een leesprogramma voor de eerste drie leerjaren biedt, waar je de tranen van in de ogen schieten. Ik ga hun naam hier noemen en surf allemaal naar die site en zie wat mogelijk is. www.theresialyceum.nl Daarna ging ik zoeken op de sites van de scholen waar mijn kind uit moet gaan kiezen en toen zat ik echt te huilen achter het scherm.

Kortom, ik heb het raadsel niet op kunnen lossen. De Pizza Maffia is het enige boek uit het lijstje nominaties dat afwijkt van het verwachtte, maar behalve dat het, net als de andere vier, in de lijst kerntitels figureert kan ik geen aanwijzingen vinden waardoor juist dat boek naar boven is geschoten. En ik wilde zo graag iets opzienbarends melden toen ik deze woensdagmorgen bij L1-radio over de Jonge Jury kwam vertellen.

Mijn verbazing en nieuwsgierigheid zijn niet aan bod gekomen in het gesprek. En dat terwijl er zelfs nog een blokje aan vastgeknoopt werd. Jammer.

Maar als ik klaar ben, komt Lubert Priems, presentator bij L1, naar me toe met nieuw huiswerk. Hij nodigt me uit om in de uitzending van 1 mei te komen praten over het boek Allemaal willen we de Hemel van Els Beerten. “Ik wil een recensie van je, zegt hij, en ik wil het er zeker met je over hebben waarom jij vindt dat jeugdboeken ook interessant zijn voor volwassenen. Leg dat maar eens uit!”
Ik wijs hem op het thema van de Boekenweek 2010 en we kijken elkaar aan met een diepe grijns in de ogen.






10 april 2009
Afgelopen maandag zat ik voor de zestiende keer in de jury van de provinciale ronde van de voorleeswedstrijd. De kandidaten waren goed en het was niet gemakkelijk om een winnaar te kiezen. Het werd Yasmine van de Islamitische School in Heerlen. Waar ik van schrok bij mezelf was, dat ik toch even bang was dat, wanneer we haar kozen, het vuilspuiten en bedreigen weer zou beginnen. Ik vond dat ik dat niet mee mocht laten wegen in mijn oordeel. Maar op zo'n moment realiseer je je nog eens hoe kwetsbaar de vrijheid van meningsuiting is. Ik schreef er onderstaand boekbladblog over.

Hoofddoek

Je houdt er rekening mee dat er reacties komen wanneer een meisje met een hoofddoek de voorleeswedstrijd wint, zo zijn de tijden nu eenmaal. We hebben het er als jury over gehad. Wint zij omdat ze een hoofddoek heeft? Speelt dat voor ons mee? Jacques (Vriens) had zelfs met zijn ogen dicht zitten luisteren om voor zichzelf uit te sluiten dat de hoofddoek de reden was. En was haar keuze voor een fragment uit een Slee-boek waarin discriminatie van een Turkse jongen aan de orde is, er niet te dik bovenop? Op grond van welke argumenten wordt iemand winnaar?

Wanneer alle vier de juryleden dezelfde kandidaat bij hun top drie hebben en wanneer bij drie van de vier dat meisje zelfs boven aan het lijstje staat, dan kan het niet anders of de enige reden waarom deze voorlezer niet zou winnen, is die hoofddoek. Yasmine las goed, het feit dat ze een fragment koos dat over discriminatie gaat, is haar goed recht, tenslotte lazen bijna alle kandidaten over heftige onderwerpen voor: loverboys, leukemie, kindermishandeling, drugs, jodenvervolging. En Yasmine had in elk geval een boek dat bij haar leeftijd past.

Alle kinderen moeten in een korte inleiding hun boek aan het publiek presenteren zodat dit het fragment in een context kan plaatsen. Wanneer Yasmine begint worden er links vooraan in de zaal hinderlijke geluiden gemaakt. Yasmine trekt zich daar niets van aan. Terwijl ze voorleest wordt het alsmaar stiller in de zaal. Zelfs het groepje achter ons dat werkelijk de hele middag heeft zitten kwekken, houdt eindelijk zijn kop dicht. Dat is geen enkele andere voorlezer gelukt, zelfs hun eigen kandidaat niet. En of dan alles accentloos wordt uitgesproken (Yasmine heeft een licht Limburgs accent) en of nu altijd de klemtoon goed geplaatst wordt, dat vind ik dan minder belangrijk. Wie een zaal met een paar honderd kinderen weet te vangen, kan voorlezen en verdient het om deze middag tot kampioen te worden uitgeroepen.

Uiteindelijk vielen die reacties nogal mee. De Limburger kopte met 'Allerbeste voorlezer gaat naar islamitische school'. Waar onderstaande reactie op kwam:

En hoe goed is hun Limburgs? schrijft Nick op 07.04.09 09:04
Leuk nieuws maar wat wil men mij hiermee vertellen? Spreekt en lees ze ook zo goed Limburgs als Nederlands,dat vind ik veel belangrijker asl datze van een islamitische school komt want daar heb ik niets mee!


En toen heeft iedereen het, denk ik, maar opgegeven, want hier kun je natuurlijk niet meer overheen.






7 april 2009
boekbladblog 5 april 2009

Leurs amours, leurs amis, leurs emmerdes


Wanneer ik deze zondagmorgen mijn-broek-die-toch-in-de-was-moet weer aantrek om te gaan wandelen, voel ik in de rechterzak een steen. Het is de artefact die Ton van Reen me vrijdag gaf op het kerkhof van ’s Gravenvoeren, juist over de grens in België.

Ik had hem die middag ontmoet in de bossen bij Mheer op een punt waar een weggetje was dat ik nog nooit gelopen had. Het was fantastisch weer, zonnig, net warm genoeg, veel Charles Aznavour op mijn i-pod en ik had voor het eerst dit jaar een flesje water meegenomen. Helemaal klaar voor een langere wandeling op een lekkere lentedag.

Ton van Reen had een kaart en was op weg naar ’s Gravenvoeren voor een kop koffie met vlaai. Blijkbaar was mijn gezelschap hem niet onwelkom, want als vanzelfsprekend kozen we samen het onbekende weggetje, dat volgens zijn kaart naar het Belgische dorp leidde. “Hij was op zoek naar kabouters, want die hadden hier gewoond” vertelde hij en voordat ik oprecht aan hem kon gaan twijfelen, legde hij uit dat in vroeger dagen de misvormde kinderen in de bossen werden gedumpt en dat die daar maar moesten zien te overleven. Hij wees me de taalkundige weg die het woord 'kabouter' bewandeld had en we spraken over zijn boeken, zijn elf kinderen, waarvan negen geadopteerde dochters uit Kenia en Ethiopië, zijn band met Afrika, zijn huwelijk, zijn uitgevers, zijn eigen uitgeverij van Afrikaanse schrijvers, waarvan er twee een Nobelprijs hebben gewonnen. Kortom we hebben drie uur gewandeld, koffie gedronken, gepraat, van het landschap genoten, een kerkhofje bezocht en het was bijzonder genoeglijk.

Wanneer ik deze zondagmorgen erg vroeg, vanwege de koopzondag die me de hele middag in de winkel op zal sluiten, opnieuw door het Heuvelland loop, bedenk ik dat ik dat eigenlijk veel vaker zou willen doen, zulke wandelingen met schrijvers. Ted van Lieshout had ik het al aangeboden naar aanleiding van zijn weblog, waarin hij schreef over zijn niet geheel succesvol Limburgs wandelweekend; maar met Daan Remmerts de Vries, vogelkenner, lijkt me wandelen ook leuk en met Gerbrand Bakker en… ach elke schrijver die graag wandelt lijkt me wel wat. En het praat zo lekker als je samen loopt.

(Ik ga eens praten met L1, met de VVV en de Provincie Limburg. Volgens mij heb ik zojuist een geweldig tv-programma bedacht, dat meteen een enorme Limburg-promotie met zich meebrengt. Ik wil het graag doen en mijn hond moet toch uit. Maar ja, ik vrees dat er naar aanleiding van mijn blog hooguit binnenkort een of andere Bekende Nederlander met een geleende hond en een schrijver, oh nee geen schrijver, een andere Bekende Nederlander, door een stukje polder sjokt.)






4 april 2009
Boekbladblog 30 maart 2009


Strijdplan

(…)Wij zijn er, in tegenstelling tot veel anderen, van overtuigd dat het boek en met name het kinderboek Gouden Tijden te wachten staat. Wij zijn het in deze samenleving namelijk over één ding allemaal met elkaar eens en dat is dat kinderen niet alleen moeten leren lezen, maar ook moeten opgroeien tussen de boeken(…).

Ik lees deze opmaat tot het strijdplan van Lemniscaat nu voor de zoveelste keer en ik houd er een onbestemd gevoel aan over. In tegenstelling tot veel anderen? Welke anderen? Ik heb niemand gehoord over de al dan niet Gouden Tijden voor boeken, maar ik mis wel eens iets. En zijn wij het er in deze samenleving over eens dat kinderen moeten opgroeien tussen boeken? Wat een opluchting. Die indruk had ik namelijk helemaal niet. Ik span me hier al achttien jaar in om mensen ervan te overtuigen dat wanneer je wilt dat kinderen lezen, je hun met boeken moet omringen. Een soms moedeloos makende bezigheid. Maar nu blijkt mijn doel dus bereikt!

Scholen met miezerige, stoffige biebhoekjes en ouderlijk huizen waar het enige leesvoer de televisiegids is, zijn dus verleden tijd. Dat is mooi nieuws. Iedereen is ervan overtuigd, we kunnen verder. Goed, waar gaan we ons dán mee bezig houden? Hoe kom ik uit dit gat wat voorheen gevuld was met leesbevordering?

Welnu er is weer goed nieuws, we hebben een crisis. We gaan het gat vullen met overleven, met een strijdplan!

...
Zucht
...

Als boekhandelaar vervul ik een centrale plaats, zeker als het om de boeken van Lemniscaat gaat. Er komt een top 100 en die moet ik altijd op voorraad hebben en dan krijg ik hogere korting en dan ga ik die boeken enorm promoten en dan word ik toch nog rijk.

...

Ik zal wel wat last hebben van voorjaarsmoeheid.






22 maart 2009
De Boekbladblog van 17 maart is ontstaan omdat ik vond dat ik als kinderboekenspecialist iets moest melden in verband met het thema van de boekenweek voor volwassenen.


Over dieren
Tijdens mijn opleiding tot kleuterleidster kreeg ik les van Kees Simhoffer* en wat ik me van hem vooral herinner is zijn afkeer van dieren in kinderboeken. Ik begon die opleiding in 1978, een tijd dat vooral het realistische, problematische kinderboek zijn glorietijd beleefde.

Vanzelfsprekend moest ik aan Kees denken bij het lezen van Midas Dekkers opmerking over pannenkoekenbakkende dieren. En inderdaad er zijn kinderboeken waarbij je je af kunt vragen waarom het dieren zijn en geen mensen die zijn afgebeeld in de boeken. Maar ik denk dat alleen volwassenen zich die dingen afvragen. Kinderen maakt het niet uit. Wanneer een kind over een hond leest ‘die een hond is en tegelijk een matroos’ voelt het daarbij geen enkele associatie met de viervoeter die blaffend en poepend door het park dartelt. Ik had dat althans niet. Wanneer ik De Hondenmatroos nu lees, kan ik een heleboel argumenten aandragen waarom het een hopeloos kinderboek is, maar niet vanwege het feit dat de hoofdpersoon een hond is.

Boeken als De Hondenmatroos, zullen in de hedendaagse kinderboekenkast een plekje op de wat donkere onderste plank krijgen. Ze zijn er en kinderen zullen ze prachtig vinden om in te kijken, maar ze hebben verder weinig literaire waarde. Maar die andere dierenboeken dan? Hoe zouden de boeken van Max Velthuijs zijn, wanneer het pannenkoekenbakkende varken een mens was? Net als Kikker, Haas, Eend en Rat? Zou Nijntje zo wereldberoemd zijn geworden, wanneer Dick Bruna een meisje had getekend? Wellicht, maar ik denk het niet. Net als met literatuur is het met dieren in kinderboeken ook veelal een gevoelskwestie: dit dierenboek is prima en dit dierenboek is een 'Haasje Pluimstaartboekje'.

Veel meer dan vroeger hebben de dieren in prentenboeken hun natuurlijke wezen als uitgangspunt, zelfs als ze mensendingen doen. De fietsende dieren in Eend op de fiets hebben fietsend niet meer menselijks dan dat we dieren toch al toedichten en de geit vreet meteen het mandje aan het stuur op, zoals je dat van een geit kunt verwachten. Dieren zijn misschien gewoon leuker om naar te kijken. Het komt niet zo vaak voor dat een prentenboek waarin mensen als hoofdpersoon getekend zijn, een pakkend boek is. Het kan wel, zoals de boeken over Anton ook bewijzen. Maar Anton is dan ook een kind.

De meeste dieren in boeken leven een zelfstandig leven. Waren dit allemaal mensen, dan zouden daar dus volwassenen getekend moeten worden. Ton en Aad in plaats van Vos en Haas? Liever niet. Een grote, volwassen vent die drie baby's krijgt en verzorgt in plaats van de beer met drie gansjes in Dat komt er nou van zou een heel ander boek opleveren. Bovendien moet je het dilemma van kinderen iets te leren dat je zelf niet kunt, zoals de beer die de gansjes moet leren vliegen, opeens heel ver gaan zoeken. En wie gelooft dat dan nog?

Ik ben nooit met Kees in discussie gegaan. Waarschijnlijk omdat mijn ideeën over kinderboeken pas echt gevormd zijn, nadat ik er intensief mee ben gaan werken. Daarvoor zal ik best de mening van de leraar als waarheid hebben aangenomen. Wanneer Kees in de winkel kwam, ging ik er natuurlijk niet over zeuren. De klant is toch koning.

*Auteur van onder andere: Woorden van aarde (1965) Een geile gifkikker (1973) Vermomd als treurwilg (1975)De dood van een indiaan (1983) en De Venus van Molenhof (1998)






13 maart 2009
Onderstaand boekbladblog begint met een taalfout. In dit geval bewust omdat het de titel van een boek (gedichtenbundel) is en tegelijk de enige kop die ik boven het blog vond passen. Ik heb gezocht naar een afbeelding van het boek op internet, maar dat is niet gelukt. Wel is het verbijsterend om te zien hoeveel mensen deze taalfout onbewust gebruiken. Enfin, het zij zo.



Het zei zo

Gisteravond, juist voordat ik in de auto wilde stappen naar Bernlef in Maastricht, belde mijn moeder met het trieste nieuws, dat Bert Kienhuis is overleden. Dat was een klap. Ik ontmoette Bert niet vaak, maar hij zweefde altijd als een dierbare kennis ergens in mijn hart. En als ik hem ontmoette was dat, ondanks het feit dat we op slechts een paar kilometer afstand van elkaar wonen, meestal in Frankrijk, waar hij elke morgen trouw in een plaatselijk cafeetje bij een kopje koffie de krant las en waar hij in de middag dan weer heenging voor de Tour op de televisie. Bert zal gemist worden in Frankrijk.

Bert was een dichter. Dat wist ik wel, want mijn talige vader had me er meermalen op gewezen dat Bert prachtige poëzie schreef. En ik wist het ook, doordat we als kerstkaart een gedicht cadeau kregen. Meestal begreep ik niets van die gedichten, maar deze december was het een heel duidelijk gedicht dat ik, omdat ik het zo mooi vond nog niet van mijn koelkast heb gehaald.

Pas in de auto realiseerde ik me dat ik eigenlijk niet wist of er ooit iets van Bert gepubliceerd is. Ik dacht van wel, maar ik wist het niet en daar schaamde ik mij voor. Ik nam me voor om het meteen aan Robert Jan Wesly van boekhandel de Tribune te vragen, die ongetwijfeld met een boekenstand bij Bernlef aanwezig zou zijn. Natuurlijk bestaat er een bundel van Bert. Eigenlijk wist iedereen dat, behalve ik. Robert Jan heeft beloofd een exemplaar van Het zei zo voor me opzij te zetten. Vandaag vond ik al googelend de uitnodiging voor de presentatie die de Tribune in 2005 rondstuurde. Dat ik dat helemaal heb weten te missen, ik zit soms zo op een eilandje.

De wereld is weer een rijk mens armer en op zulke momenten stel ik me voor, dat er een hemel is en dat Bert en mijn vader daar dan zitten en bij een goed glas praten over obscure dichters, maar ook over Sartre en Merleau-Ponty en de waanzin van het schrijven en hun streven naar te veel geluk. En zij vergeven ons natuurlijk toch alles.*


*de laatste alinea is ontleend aan een gedicht dat Bert Kienhuis in 2003 schreef bij het overlijden van mijn vader en dat ik hier niet helemaal opschrijf, behalve de betreffende strofe:


Dan begrijp ik dat
Waarom je wars was van de zonne-
bloemen en de gele, groene truien
in de Grote Ronde,

Dat je liever een obscure dichter las
dan Sartre of Merleau-Ponty,
waarom je nooit een winter-
werkstuk schreef over de waanzin
van het schrijven en ons streven
naar te veel geluk.

Dan vergeven wij niets
...


boekbladblog 12 maart 2009






10 maart 2009
Een beetje een onzekere boekbladblog deze keer, want Yvonne, die altijd trouw mijn stukjes leest en taal-typefoutjes opspoort, heeft met een levensgrote computercrash te maken, dus we kunnen elkaar digitaal niet bereiken. Ik heb haar het stukje door de telefoon voorgelezen, wat nogal raar is om te doen.


Vergeten

Ergens op mijn bureau zwerft een folder over leesclubs. Ik had er een heel stapeltje van binnengekregen, maar het leek me, omdat het een folder voor volwassenen is, toch geen goed idee om het op de “meeneembalie” in onze winkel neer te leggen. De reden dat ik een exemplaar bewaard heb, is mijn eigen leesclubje. Ik had het mee willen nemen, afgelopen vrijdagavond toen we weer bij elkaar zouden komen, maar ik was het vergeten.

Leesclubs zijn populair en ik kan dat wel begrijpen. In tegenstelling tot het vroegere theekransje kom je als leesclubleden bij elkaar met een gespreksonderwerp. Deze keer was ik behalve inhoudelijk ook benieuwd naar de reactie van de dames, omdat het gekozen boek, buiten mijn schuld, een jeugdboek was. We hadden deze ronde De Boekendief van Markus Zusak gelezen. Dit boek was in 2008 bekroond met een zilveren zoen, maar ik was nog niet in de gelegenheid geweest om het te lezen. Zo kreeg ik een mooie reden, het alsnog te doen en het was een feest.

De leesclub wist niet dat ze een jeugdboek had gekozen, maar helaas heb ik mijn mond voorbij gepraat. Ik heb daardoor de kans op een discussie over dit onderwerp om zeep geholpen. Ik hoopte nog even op twee leden van de club die niet geïnformeerd waren, maar eentje was afwezig en de ander had het boek niet gelezen. Een euvel dat bij meer leesclubs blijkt voor te komen.

Voor de volgende keer hebben we Hersenschimmen van Bernlef gekozen. Dat boek had ik cadeau gekregen van een klant en het leek me een goed idee om die titel in te brengen bij de club. Ik heb namelijk nogal eens last van schuldgevoelens als ik boeken voor volwassenen lees, omdat ik in die tijd geen jeugdboeken kan lezen. De leesclub is voor mij dan ook, behalve gezellig, een middel om deze emotionele klippen te omzeilen.

Zojuist realiseerde ik me dat ik verzuimd heb de leesclub te vertellen dat Bernlef woensdagavond in Maastricht is om met zijn lezing de Boekenweek hier te openen. Wanneer ik zaterdag hun boeken meteen had besteld, had ik ze op tijd gekregen en hadden ze ze deze woensdag kunnen laten signeren. Dan had ik omzet en een goede beurt gemaakt, maar driedubbel helaas dus. De vergeetachtigheid moet natuurlijk niet zorgelijk worden.

Wat vergeten betreft, ik moet opeens denken aan een lezing van Henk Kraima, waarin hij onder andere de tip gaf om de klant telkens een reden te geven de winkel weer te bezoeken. Misschien moet ik maar de gewoonte van Rika, meest kleurrijke snackbar-eigenaresse aller tijden, overnemen en elke klant bij vertrek dwingend naroepen. “Niet vergeten terug te komen!”

boekbladblog 10 maart 2009






3 maart 2009
De Boekenweek voor grote mensen die volgende week begint gaat over boeken over dieren. Die hebben wij ook genoeg in de winkel. En ik heb al mijn hele leven dieren thuis. Leuk om er nu eens over te kunnen schrijven in mijn blog op Boekblad. Het is wel een beetje een heftig verhaal voor de site van een kinderboekwinkel, maar ach, het moet kunnen.

Boekbladblog 3 maart 2009

Broedermoord

Opeens lijkt de utopie van grenzeloze literatuur voor kinderen en volwassenen bereikbaar. Grote mensen gaan ook dierenboeken lezen. Ik heb net Oorlogsdieren van Bibi Dumon Tak gelezen en op mijn nachtkastje wacht nu Ezel, schaap en tureluur. De oorlogsdieren hebben hun weg naar De Boekenwurm al gevonden, ik ben benieuwd wat de dieren van Gerbrand Bakker gaan doen.

Tja dieren, ik zou er uren over door kunnen bloggen. Maar waar begin ik? Bij de hond die mij het leven redde, of bij het palmbier-paard dat hielp een konijn vangen. Bij de eenzelvige poes, die na de dood van mijn zoontje iedere morgen op mijn borst lag en me aankeek met ogen die zijn ziel leken te dragen? Of de kip die ik als kuiken van haar moeder redde, vervolgens als een meer dood dan levende modderbal in bad moest zetten nadat de hond ermee gespeeld had, maar die als volwassen kip een onkips volledig onafhankelijk leven leidde, de haan onvoorwaardelijk aan zich wist te binden, en die na zijn dood zelf een John Irving-dood stierf door met haar kinderen onder de hermafrodiete geit geplet te worden.

De dood van die haan. Het was een grote, mooie, rooie die in zijn jonge jaren zo tekeer kon gaan met de kippen dat hij er enkele doodneukte. Een werkwoord dat mijn spellingcorrector niet kent, maar geloof me het is de enige beschrijving die past. In die tijd had ik grote moeite met "de haan". Al moet ik tot zijn verdediging aanvoeren dat hij niet alleen was, hij had inmiddels twee stevige zonen die de kippen ook niet ongemoeid lieten. Gelukkig verdwenen deze hanen na niet al te lange tijd in een vos of een buizerd, ik vermoed de laatste. Mijn kip Vöäske hield ik lange tijd bij hem uit de buurt. Ze zagen elkaar alleen maar op afstand. En misschien dat daardoor deze "vreemde" relatie is begonnen. Dit werd liefde.

Toen de jaren van Sjoerd de haan een beetje op begonnen te raken, verscheen er een nieuwe haan op het erf. Een zwart-witte reus, een bruut, een monster. Maar de kippen vielen als een blok voor deze Bertus. Om hem tegen de nieuwe te beschermen woonde Sjoerd voortaan binnen het ommuurde gedeelte van de boerderij, waar Vöäske hem geregeld gezelschap kwam houden. Hoe het misging heeft Sjoerd Kuyper in een heldhaftig gedicht verwoord. En dat maakt van onze rooie, dooie een literaire haan.

De moord op Sjoerd

De haan van Schey
hij heette Sjoerd.
De dood heeft hem
de mond gesnoerd.

Hij heette Sjoerd,
een goede naam.
Maar niet meer
voor een dode haan.

Zijn verenkleed
is prachtig rood.
Het glanst nog door
tot in de dood.

Hij was al oud,
hij was al zwak.
De jonge haan
heeft hem gepakt.

Het bloed is uit
zijn lijf gespoten,
dat krijg je nooit
meer teruggegoten.

Het kleeft manshoog
aan deze muur
en aan de deur
van deze schuur.

De jonge haan
staat met een grijns
wat na te praten
met konijn

Bertus heet hij,
de nieuwe haan,
Bertus heeft
de moord begaan.

Geen veer is hem
gekrenkt, geen haar,
de vuile broeder-
moordenaar.

Die trotse trek
op zijn gezicht,
terwijl Sjoerd in
zijn doodskleed ligt!

Ja, Sjoerd kan naar
zijn graf gedragen.
geen mens zal naar
zijn naam nog vragen.

Die neem ik dus
uit Limburg mee,
naar mijn dorpje
aan de zee.

Gedicht: Sjoerd Kuyper
Eens gepubliceerd in een uitgave ter gelegenheid van De (zevende) dag van de poëzie in 2006 te Landgraaf. Pagina 33.






27 februari 2009
Boekbladblog 20 februari 2009

Boekenplan

Nu mijn zoon de bovenkant van de basisschool nadert, leek het me een goed idee om alvast eens een middelbare school te bezoeken. Die organiseren in dit seizoen Open Dagen om de kinderen van groep acht en hun ouders binnen hun muren te lokken.Eén school leek me voldoende om mijn kind een eerste indruk te geven. Zo zou hij een jaartje kunnen bijkomen van de schrik, om dan het volgend jaar, als het erop aankomt, meer gericht te kijken en te kiezen.

Ik koos een school die voor ons heuvellandbewoners, logistiek nogal handig ligt en waarvan ik dacht dat die mij zou bevallen. Ja, ik ben toevallig wel de moeder en mijn zoon maakte het niet heel veel uit, had ik de indruk. Ik ben alle lokalen in- en uitgebanjerd en heb links en rechts met docenten gepraat. Heel verhelderend allemaal. Ik sprak met een zeer gemotiveerde vmbo- leraar die met de moeilijkst lerende kinderen werkt en hij sprak met zo veel liefde en kennis van zaken over zijn leerlingen en de boeken die ze nog wel geneigd zijn tot zich te nemen dat ik hem het miezerige, half vergeelde plankje vergaf. Hem wel.

In het havo-vwo- gebouw vroeg ik een Neerlandica waar ik de schoolbibliotheek kon vinden. Ze wees me naar de ander kant van het gebouw. Daar vond ik een grote zaal waar achter in een hoek, een beetje verloren, drie kasten leesboeken stonden en aan de andere kant tegen een wand “kubuskasten” met informatieve boeken. “Boven hebben we de bibliotheek voor de Bovenbouw, met volwassenenliteratuur” vertelde een andere docente. Nog eens twee kasten. Dus als ik een beetje reken, hebben die kinderen ongeveer 1500 boeken, en dan tel ik soepel hoor, ter beschikking om lol in lezen te houden. En die boeken delen ze met pak ‘m beet 1100 leerlingen. Geniet nog maar even van de bibliotheek op jouw school, zei ik tegen Gijs. MBS de Poort in Maastricht, nog geen 300 leerlingen maar 15.000 uitleningen in 2008. Maar ja, daar zijn 6000 boeken voortdurend beschikbaar. En er is geïnvesteerd in een betaalde, gemotiveerde bibliotheekspecialist*. Marion brengt elke maand in iedere klas vijf boeken die in de groep extra aandacht krijgen binnen het Boekenplan**. Dat is een manier die even simpel als doeltreffend is om kinderen op boeken te attenderen. En zo ontmoeten kinderen elk schooljaar 50 boeken, dat zijn er 400 binnen hun basisschoolloopbaan. Kijk, dát werkt! Het kan dus wel, een school die kinderen aan het lezen krijgt.

*Betaalde, gemotiveerde bibliotheekspecialisten zijn voor iedere school bereikbaar wanneer zij slim haar potjes gebruikt en mensen stimuleert om opleidingen te gaan volgen.
**Het Boekenplan: men neme een boek en bestede op dag één enkele minuten aandacht aan het omslag en de titel, men leze op dag twee de achterflap voor, en op dag drie een passage uit het boek. Klaar!






13 februari 2009
Boekbladblog 13 februari 2009

Ach Valentijn

Kaneel schijnt goede invloed te hebben op het liefdesleven van vrouwen. Ik weet niet precies hoe het er invloed op heeft, maar ik geloof dat we er meer zin in seks door krijgen en dat verbetert dan weer het liefdesleven. Als je die zin in seks dan ten minste bij een aardige en beetje handige partner kwijt kunt.

Daar moet ik aan denken als ik mijn administratie bijwerk. Dan knabbel ik namelijk graag op het een of het ander, en kaneel is een snoepsoort waarvan ik niet meteen de neiging krijg om klanten af te blaffen. Verder speelt die kaneel geen rol in mijn leven, want ik ben boekhandelaar en een boekhandelaar heeft niks met liefde, laat staan met seks. Er zijn beroepen waar je een wild erotisch of romantisch leven bij kunt veronderstellen, maar voor boekhandelaar geldt dat niet. Het is vlekkeloos, kalm en beheerst intelligent. Ik merk ook meteen als ik ergens kom dat ik serieus genomen word. Met een glimlach weliswaar, want boekhandelaar ja, maar kinderboeken hè, niet echt de moeite natuurlijk.

Op de keper beschouwd zijn boekhandelaren eigenlijk bijna oninteressante mensen. Brave doorgeefluiken van andermans verbluffende fantasie, kennis, kunde, overtuigingen en liefdesleven. Een mening hoeven we over een boek niet te hebben, daar zijn recensenten voor en die hebben gelijk. We maken zelf duidelijk niks mee, want anders hadden we toch allang een eigen boek geschreven?>

Dus vul ik mijn kleurloos bestaan met kaneel bij de cijfers en ach, ik voel me daar niet eens heel slecht bij. Zeker niet als ik, zoals vandaag, twee kaneelwaardige titels cadeau krijg. Het eerste kwam per post, heet Wild Verliefd, ziet er prachtig uit en onthult alles over liefde en seks bij dieren. Het tweede kreeg ik van Miriam van Nieuw Amsterdam. Ze drukte het persoonlijk in mijn hand: "Alsjeblieft Hanneke, het is geen kinderboek, maar toch, voor jou, een Foute Man". Nou, die ga ik dit Valentijns-weekeinde dan maar eens lezen.


Wild Verliefd; auteur Ditte Merle, Illustrator Alex de Wolf
uitgeverij The house of Books

Foute man; auteur Martijn Meijer
uitgeverij Nieuw Amsterdam






8 februari 2009
In mijn onderstaande blog vergelijk ik de Tempeleers met de CPNB. Even voor de duidelijkheid; De CPNB is de organisatie die activiteiten als de (kinder)boekenweken en 'Nederland Leest' organiseert. Zij zorgen voor het basisstramien en enkele vaste activiteiten zoals bijvoorbeeld het Boekenbal. Het welslagen van hun werk is in hoge mate afhankelijk van de wijze waarop 'het volk',in het geval van de CPNB de boekhandels en bibliotheken, het stokje opneemt en aankleedt.

Boekbladblog 8 februari 2008


Tempeleers Salut!


Ik ben geridderd. Dat is op zichzelf niets bijzonders, want ik word elk jaar geridderd. Een paar weken voor de Vastelaovend, word ik opgenomen in de orde van de regerende Stadsprins van Maastricht. Die ordes veranderen elk jaar, maar de reden van riddering niet.

De Tempeleers, de CPNB van het Carnaval in Mestreech, organiseren in het kader van dat feest een wedstrijd, waarbij basisscholen op kunstige wijze het evenement in beeld brengen. De resultaten daarvan worden elk jaar een week lang geëxposeerd in de hal van het academisch ziekenhuis Maastricht, het azM.

De Kinderkemissie van de Tempeleers vindt het belangrijk dat de scholen met die wedstrijd prijzen winnen waar ze iets aan hebben. Educatieve en culturele prijzen. En het eerste waar ze dan aan denken zijn boekenpakketten. Wij sponsoren dus die wedstrijd met een boekenpakket. Al jaren, vandaar die medaajel*. Maar de Tempeleers doen dat ook, en de Universiteit Maastricht ook en als er, zoals dit jaar, extra geld binnenkomt dan worden daar ook boekenpakketten van ingekocht en als klap op de vuurpijl geeft het azM elke deelnemende school, dit jaar waren dat er negentien, een bedrag om boeken in te kopen. En al die boeken worden bij mij gekocht.

Ik vind dan ook eigenlijk, dat ik volkomen onterecht geridderd word. Ik zou eigenlijk de Tempeleers moeten ridderen. Dat mag ik niet. Er bestaan strikte regels over wat wel en niet toegestaan is en ridderende burgers is uit den boze. Maar ik weet wel hoe ik de Tempeleers kan bedanken. Door met hart en ziel het Carnaval mee te vieren. Nou, dat is een kleine moeite en een groot plezier. Dus over enkele weken hef ik het glas en breng de Tempeleers: ‘ ’nen oprechte Merci en ‘ne Bookewörrem Salut!

*Het bestaan en de spelling van het woord medaajel is onzeker, maar ik gebruik het zelf graag.

De foto (die ik in dit logboek nog niet kan plaatsen, maar die van de website van de Tempeleers kwam) is gemaakt door Hans Hollanders (wat ik dan weer een grappige naam vind in dit verband)






5 februari 2009
Ik lig een beetje achter, zie ik. Daarom vandaag maar gelijk drie blogs achter elkaar.

Boekbladblog 4 februari 2009

Bij Toutatis

Het is mij nooit gelukt om te geloven. Vroeger hinderde dat me niet, omdat ik dacht dat niemand geloofde. Ik wist wel dat mensen naar de kerk gingen. Dat deden we met school tenslotte ook. En door de kapelaan natuurlijk, die met grijs speeksel in de mondhoeken en vellen op de lippen over God kwam vertellen. Tenminste, ik denk dat hij dat deed, want ik herinner me vooral de lippen en het speeksel. En waar zou die man anders voor gekomen zijn? Ik speelde dat spel graag mee. Ik vond ze leuk die verhalen over Jezus. Dat hij over water kon lopen, water in wijn kon omtoveren en van wat brood en vis voor iedereen eten maakte. Net zo leuk als Sinterklaas die over daken kon en door de schoorsteen en die papkommetjes eindeloos bijvulde. En net zo echt, want in Sinterklaas heb ik ook nooit geloofd. Voor mij was het allemaal deel van een geweldige gefantaseerde wereld, waar iedereen in meespeelde.

Het is eigenlijk pas sinds ik me ervan bewust ben, dat er mensen bestaan die echt geloven, dat ik me probeer voor te stellen hoe dat is. Die mensen denken dus dat het allemaal echt is. Nee fout. Voor die mensen is het echt en ben ik raar omdat ik het niet zie. Nee, ook niet. Mensen zijn in staat om dingen als waarheid te ervaren die ik niet op die manier kan… Ik probeer, geloof ik, op een nette manier te zeggen dat ik niet kan begrijpen dat mensen geloven.

Maar van hun boeken kan ik wel genieten. De Bijbel heb ik, in vele varianten, gelezen en de Koran ook, alhoewel ik die erg saai vind, en natuurlijk de verhalen over de Goden van vroeger. Fantastisch leesvoer! Het vreemde is dat je daar maar met weinigen over kunt praten. Gelovigen hebben er moeite mee om hun levenshandboek als ‘fantastisch leesvoer’ te zien en de ongelovigen, in mijn omgeving althans, hebben het vaak niet gelezen. Wel de Griekse en Romeinse Goden, daar kun je rustig over praten, dat is zo lang geleden, daar gelooft niemand meer in.

Ingevingen voor deze blog kreeg ik door:

Joost Zwagermans ‘Hitler in de polder & Vrij van God’
Guus Kuijers ‘Hoe een klein Rotgodje God vermoordde’ en ‘Het doden van een mens’
Alle delen van Harry Potter van J.K. Rowling en 'De Vertelsels van Baker de Bard’




Boekbladblog 24 januari 2009

Prijs en kwaliteit

Sinds wanneer hangt de kwaliteit van het onderwijs af van de prijs van de boeken? Daar denk ik nu even over na. Ik zit niet in de leermiddelenbranche, maar ik heb wel veel met het onderwijs te maken. Ik kan daarvan soms huilend met mijn hoofd tegen de muur bonzen. Niets verbaast mij nog als het om onderwijs gaat. Ik sta daarin niet alleen. Zo merkte een Tweede Kamerlid, nadat zij als 'Bekende Nederlander' in 2006 voor onze Stichting Leesbevordering Zwaan Kleef Aan voor elk kind een gratis boek had gebracht, op een van de scholen hier in de regio op: 'Wat heb je in het onderwijs toch ondankbare en ongeïnteresseerde mensen.'

En ja, ik begrijp wat ze bedoelt. We deelden die dag 18.000 gratis leesboeken uit. Het doel van de actie was ervoor te zorgen dat er hier in Zuidelijk Zuid-Limburg geen kind meer zou zijn dat geen eigen boek had. Dat was een hele organisatie waar ik nog steeds enorm trots op ben. Maar dan krijg je een mailtje van een school:

...'Wij mochten jullie geschenk ontvangen. Hierbij onze kanttekeningen: jammer dat de burgemeester tijdens de middagpauze de school in vliegt om de boeken aan de leerlingen te overhandigen. We zijn een dorpsschool; veel leerlingen eten tussen de middag gelukkig nog thuis!'

Vebazend he? Maar ja, van alles kun je leren..... ...

Om de een of andere reden heb ik bij deze school geen hoge verwachtingen van de kwaliteit van het onderwijs. Sterker, het zou mij niets verbazen als de kwaliteit van het onderwijs gelijk is aan de prijs van die boeken, maar wellicht is dat oordeel te hard. Want, al is de directeur nog zo'n oen, de mens voor de klas moet het doen. En ik denk dat dat het is. De kwaliteit van alle onderwijs staat of valt met de man of de vrouw voor de klas, de prijs en zelfs de inhoud van welke boeken dan ook zullen daar nooit iets aan veranderen. Ga nu niet reageren om te zeggen dat er in het onderwijs ook mensen zijn die deugen. Als die er níet waren, had ik allang geen hoofd meer.



Boekbladblog 20 januari 2009
Beurs

"Ga je er nog over schrijven in je blog?" vraagt Lucie als ik haar ontmoet bij de garderobe van de Boekenbeurs. Tja, dan moet dat bezoek natuurlijk wel inspireren tot een blog. Inspiratie en beleving, dat waren de kernwoorden van deze beurs.

Ik had me goed voorbereid. Omdat ik geen idee had wat me te wachten stond, had ik thuis al mijn bestellingen in het beursboek geschreven. Ik hoefde eigenlijk alleen maar wat dingen aan te passen op de beurs. Die voorbereiding zou ook paniek voorkomen, wanneer ik door de enorme drukte en het ontzaglijke aanbod van inspirerende belevenissen niet in de gelegenheid zou zijn een uitgeverij te spreken.

De dag begon goed, doordat ik me versliep en ik dus halsoverkop in mijn kleren, via mijn ontbijt in de trein moest schieten.
Daar kan ik niet goed tegen.
In de krant las ik dat ik de minst inspirerende dag van het jaar had gekozen voor dit avontuur, een dag waarop alles eigenlijk alleen maar fout kan gaan. Nou ja, de trein had ik gehaald.

De beurs was mooi ingericht, zag ik toen de lichten brandden. Je kon ook heel gemakkelijk de uitgeverijen vinden en de stemming was goed. Ik was voor het eerst op een maandag naar de beurs en dan kom je veel collega's tegen, meer dan op woensdag wat mijn gewoonte is. Dat is leuk. Een voor mij belangrijke uitgeverij moést ik spreken, omdat ik daar geen aanbiedingsfolder van gekregen had. Mijn eerste gang was daarom de hoek in waar de plattegrond zei dat ze zouden zitten. En daar zaten ze ook. Ik kon meteen aanschuiven en we hadden een bijzonder aangenaam aanbiedingsgesprek. Heel goed allemaal.
Daarna had ik honger.

Ik ben een Limburger, een echte! Eten is belangrijk! Doe daar wat aan! Ik ga er hier verder niets meer over zeggen, maar moet je nog naar de beurs, neem voorzorgsmaatregelen!

Het was wel gezellig op de beurs, veel bekenden, dus hier en daar een babbeltje, een zoen of een zwaai, champagne van de GAU en chocolaatjes van Rebo. Mooie boeken gezien en ook gekregen. Het handige koffertje op wieltjes van Scholtens was dan ook een uitkomst!

Maar inspiratie en beleving? Misschien waren mijn verwachtingen toch te hoog gespannen. Ik hoorde een lezing van Henk Kraima, die vond ik goed. Ik volgde een verhaal van Marleen Ruardi van SSS, dat gaf mij dat onbestemde gevoel dat SSS wel vaker bij me oproept. En ik miste vooral de pr-medewerkers van de uitgeverijen. Waar moest ik nu heen met mijn ideeën en inspiratie voor nieuwe boekbelevenissen?

Voorlopig volg ik dus maar het inspirerende advies van Jean-Philippe Rieu: "Wanneer je iets doet vanuit je hoofd, hart, buik en ballen, dan is het goed."

In september probeer ik het weer, maar dan met een eigen, lekker, lunchpakket.






9 januari 2009
Boekbladblog 9 januari 2009

Een goed begin

2008 was voor mij het jaar van de digitale swaffelaars, mensen die nauwelijks gehinderd door enige kennis van zaken via hun e-mail tegen dingen slaan. Ik heb deze jaarovergang dan ook gebruikt om de mij in mei en juni gratis verschafte swaffelteksten naar aanleiding van een prulboek van een bekende Nederlander, aan te passen ten behoeve van het verschijnen van het sprookjesboek van J.K. Rowling in februari. Ik heb daar veel plezier aan beleefd en het werkte nog therapeutisch ook. Men mag mij dit jaar van plagiaat betichten, want vanaf half januari staan op onze site absoluut gejatte teksten. Sommige waren zelfs zo sterk, dat het zonde was er enige aanpassing op te verzinnen.


Gezien mijn eigen ervaringen met de met name geenstijlpinchertjes, meende ik dat bodemloos gekanker en gescheld vooral van angstige, gefrustreerde mensen komen die deze actie als enige uitlaatklep voor hun onderbuikgevoelens hebben. Het spijt me, een vooroordeel, ik geef het toe, want ook vakmensen blijken er last van te hebben.


Een poos geleden zag ik bij De Wereld Draait Door een Vlaamse schrijver die voorlas uit zijn nieuwe boek, wat mij erg aansprak. Tijdens de kerstrust las ik in Boekblad dat een klok vermist is. Dat zal dan wel de uitgever van dat boek zijn dacht ik, naar aanleiding van de tekst op de klok en ik opende het bericht. Tot mijn verbazing las ik kwaaie reacties als:

“Wat een smakeloze tekst, terecht dat die klok foetsie is.”


En

“Ook ik vind de tekst op die klok verwerpelijk, al heb ik geen idee waar dat ding gebleven kan zijn. Zo'n tekst is diep kwetsend voor Christenen en bovendien vraagt iemand die vloekt aan God om de verdoemenis. Het is ronduit gevaarlijk om de Almachtige op die manier uit te dagen.”


enzonogeenpaar


Ook met toegang tot kennis van zaken informeer je blijkbaar niet even naar de achtergronden die je toch mag verwachten bij een opvallende inscriptie als deze, maar grijp je meteen naar je strijdmuis.


Enfin, door de klok herinnerde ik mij het boek dat ik had willen aanschaffen. Aangespoord door een reactie op een van mijn blogs, lees ik op dit moment in de woonkamer “Het verdriet van België” en als huiswerk, lees ik in bed een jeugdboek. Vandaar dat ik besloot dit boek in de luisterboekversie aan te schaffen. Tijdens het opruimen van de kerstboom zette ik hem op en Dimitri Verhulst leest: “Godverdomse dagen op een godverdomse bol”.

Roept mijn 11-jarige zoon vanuit de keuken: “Een goed begin…”

Hier schrijft een moeder met hoop voor de toekomst :-)






8 december 2008
Een nieuwe Blog uit Boekblad en ik kreeg prompt een reactie. wat leuk! Ik zet hem er gewoon bij.

100% niks

Ik heb moeten beloven alleen nog maar energie te steken in plannen die geld opleveren. "En dat betekent ook niet erover nadenken", werd mij er nadrukkelijk bij gezegd, "want al die uren die je er in welke vorm dan ook mee bezig bent, zijn verloren uren."

'Mag ik het ook niet, omdat ik het leuk vind?' piepte ik.

'Nee!'

Dus zit ik hier stiekem mijn blogje te schrijven, want dat levert ook niks op. Maar dat is heus, echt waar, het enige dat ik doe. Ik ga bijvoorbeeld geen vinger of hersencel meer verroeren om een plan voor leesbevordering in het Middelbaar Onderwijs te beginnen. Sorry Edward (van de Vendel), de tijd is er nog niet rijp voor.

Nadat ik eerst binnen het KNBb-overleg van de kinderboekwinkels, waar ik opwierp om eens na te denken over de ontkinderende toekomst in combinatie met een ontlezende groep jongeren (die dus straks de ouders van die steeds minder kinderen zijn) te horen kreeg dat ik me dan maar op de opa's en oma's moest richten, vermoedde ik het al.

Toen ik enige weken later tijdens een boekhandelarenoverleg hier in Maastricht bij de voorbereidende besprekingen van een ambitieus lezersfeest - waar vooral ook de jeugd moet komen - een voorstel probeerde te doen, kreeg ik al halverwege mijn zin toegeworpen 'Maar we gaan geen jeugdboekenschrijvers uitnodigen'. Bovendien werd gezegd dat Toon Tellegen de enige jeugdboekenschrijver is die te lezen is. Toen wist ik het zeker: niet doen, handrem en noodrem stevig aantrekken en vast laten vriezen.

En wat waar is, moet gezegd. Ik heb zo weer meer ruimte om te lezen. Dat levert zeker direct geld op en is vaak aangenaam. Tenminste zolang ik geen beloftes aan klanten doe om iets specifieks te lezen. Dat deed ik deze week wel. Ik beloofde om me inhoudelijk te verdiepen in de mierzoet vormgegeven 100% boeken die ik steeds maar voor me uitgeschoven had. Het was geen fijne dag, maar nu kan ik dus uit ervaring antwoorden als een klant vraagt hoe die boeken zijn: "100% niks, veel te dure prietpraat van te rijke meiden die werkelijk nergens mee bezig zijn."

'Maar ze zijn er wel gek op', zegt de klant dan. 'De vraag is natuurlijk in hoeverre je meegaat in alles waar ze gek op zijn.' Nou ja, meestal is het gevolg van een dergelijk gesprek dat ik met een alternatief moet komen. God, en ik had het zo gemakkelijk kunnen verdienen. Stomme specialist die ik ben.


07-12-2008 | 1 reactie

Heel erg leuk stukje!

Geplaatst door Inge Happé
Boekhandel Bloemendaal






17 november 2008
(Boekbladblog 13 november 2008)

Sneu

Aleid Truijens (Volkskrant 11/11) vindt lezen sneu omdat het bevorderd moet worden. Nu zag ik gisteren op televisie, dat de exacte vakken ook al sneu zijn, want ze moeten bevorderd worden en heel eerlijk gezegd denk ik dat het hele onderwijs eigenlijk sneu is, want zonder bevordering, pardon verplichting, hing een groot gedeelte van de jongeren zijn tas nu aan de wilgen. Wellicht zou zonder bevordering de hele maatschappij sneu zijn.

En dus kunnen we net zo goed een paar dingen die ons ter harte gaan een beetje bevorderen. Dan maken mensen kennis met dingen die ze misschien niet direct als leuk herkennen, maar die ze bij nadere kennismaking toch als prettig gaan ervaren. Bijvoorbeeld lezen.

Of lezen dan noodzakelijkerwijs leidt tot literair lezen, wat dat dan ook mag wezen, vind ik nog even minder belangrijk. Ik zie om mij heen dat lezers alle kanten op zwabberen als het om lezen gaat. Net zoals ze niet altijd verantwoord, ja zelfs Haute Cuisine, eten, maar soms gewoon een vette bek willen halen. Ik maak mij dan ook niet zo’n zorgen om de literatuur. Zolang er lezers zijn is er literatuur. Nou ja, misschien moet ik me dan toch zorgen gaan maken over de literatuur, want het literatuuronderwijs doodt lezers bij bosjes.

Ik stel daarom voor het leesbevorderen los te koppelen van het literatuuronderwijs. Daar maken we een apart en uitermate elitair vak van zodat alleen de hoogstbegaafde - lees gymnasium - leerlingen eraan kunnen deelnemen. Dat geeft binnen het onderwijs de ruimte om het lezen om andere redenen te bevorderen, bijvoorbeeld vanwege de sociaal-emotionele ontwikkeling, de ontwikkeling van maatschappelijk en historisch besef en het empathisch vermogen. Het zou mij niet verbazen als dan heel wat meer mensen lezend van de Middelbare School komen en er zelfs zullen zijn die normaalbegaafd, vrijwillig examen doen in Nederlandse Literatuur. Al was het alleen maar omdat het zo mooi op hun Curriculum Vitae staat.






17 november 2008
(Boekbladblog 7 november 2008)

Kruis en Kraai 2: Hoe overleeft de leesbevordering
Voor volwassenen moet je de boodschap altijd verpakken in een goed verhaal. Als kapstok bij mijn lezingen gebruik ik daarom de ontwikkelingsgebieden die binnen het onderwijs gangbaar zijn; De cognitieve, de sociale en emotionele, de motorische, de taalontwikkeling en de ontwikkeling van de fantasie. Dat is nodig, want als ik zou zeggen dat ik een uur kwam voorlezen, dan had ik geen publiek.

In mijn beginjaren bouwde ik een lezing op van jong naar (bijna) volwassen, maar de structuur die ik nu gebruik geeft mij veel meer vrijheid om naar believen boeken en fragmenten te gebruiken. Bij de keuze van de boeken kijk ik naar het publiek en niet naar zijn kinderen. Wat ik belangrijk vind is dat mijn publiek in de eerste plaats een leuke avond heeft. Dat het naar buiten gaat met het gevoel dat kinderboeken de moeite waard zijn, dat er een enorme keuze is en dat voorlezen een prima activiteit is. Dat is mooi meegenomen.

Al deze ontwikkelingsgebieden worden gestimuleerd via kinderboeken, dat is duidelijk. Daarom verbaasde het me zo dat ik nooit had bedacht dat boeken daardoor ook een maatschappelijke reden van bestaan hebben. Bij deze dank aan A.F.Th van der Heijden voor het openen van mijn ogen. Het is namelijk waar dat boeken de enige vorm van kunst zijn, gelezen of voorgelezen, waarbij je gedwongen wordt de wereld vanuit het perspectief van iemand anders te zien. Je zit in het hoofd van een personage en kunt niet anders dan de wereld door zijn ogen waarnemen. En wat als dat een personage is met een heel andere persoonlijkheid dan de jouwe? Dat vergt nogal wat, zeker in het geval dat het iemand is die heel anders reageert dan je zelf zou doen in een vergelijkbare situatie, of die dingen doet waar jij het helemaal niet mee eens bent.

Dat biedt perspectief. Leesbevordering is, wanneer het om het aanboren van geldbronnen gaat, opeens meer dan een middel om het taalniveau op te krikken en de culturele bagage te vergroten. Leesbevordering is onmisbaar voor het vergroten van het onderling begrip en het trainen van het empathisch vermogen. Je zou het een wapen tegen te intolerantie kunnen noemen en een waardig middel om deze egocentrische maatschappij weer een beetje menselijker te krijgen. Mooi hè.

Dan moet het toch mogelijk zijn om voor het onderwijs potjes voor leesbevordering te vinden in andere kasten dan die van het lees/literatuuronderwijs. Het is duidelijk, voor 2009 staan mijn windmolens al weer klaar.


PS Bovendien vandaag gezien: Midas Dekker in synopsis Boekenweekessay... Lezen doe je om te kijken wat er in een ander omgaat: iemand van het andere geslacht, een ander volk, een andere tijd... En filosofen hielden zich er ook al mee bezig las ik in Harry Potter en de School der Wijzen. Hoe heb ik het over het hoofd kunnen zien?






17 november 2008
(Boekbladblog 24 oktober 2008)

Kruis en Kraai en Kinderboeken 1 Hoe overleeft de literatuur?

Kinderen hechten waarde aan de dikte van de boeken die ze lezen. Een dik boek stelt tenminste wat voor. Bij dikke boeken is hun eerste belang het cijfer op de laatste pagina, hoe hoger hoe liever. Het lezen van een dik boek gaat gepaard aan een voortdurend meten hoeveel bladzijden al soldaatgemaakt zijn en hoeveel er nog overwonnen moeten worden. Een dik, spannend boek is het toppunt van leesgenot.

Waar gaat het dan mis? Hoe kan het dat de roman en vooral de dikke roman dusdanig in de problemen is gekomen dat de KVB een reeks moet uitgeven om ‘het prestige en de positie van de roman te bevorderen in de multimediale en multiculturele samenleving'? Profiteren wij niet genoeg van de drang van kinderen om zichzelf te willen overtreffen? Of menen wij hen te stimuleren door hen te dwingen een eenmaal gekozen dik boek uit te lezen? Doorzettingsvermogen hè, karaktervorming, geen half werk leveren, dat kan straks ook niet als hij groot is en hij moet meedraaien in de maatschappij.
"Ja schat, je bent er nu eenmaal aan begonnen, nu maak je het ook af." Ja, de schat zal wel gek zijn eer hij nog eens aan een dik boek begint. Stel je voor dat het weer zo'n k-boek is, dan moet ie weer die hele weg.

Of zijn we de open deur vergeten dat het lezend kind van nu, de lezende volwassene van de toekomst is? Dat het kind, dat gegrepen wordt door het geschreven verhaal, via goed geschreven kinder- en jeugdboeken soepeltjes de betere roman in glijdt. We hoeven niet meer van de Kameleon naar Claus. Het is bedroevend te merken hoe slecht mensen die het zouden moeten weten, op de hoogte zijn van het aanbod voor mensen tussen de twaalf en de zestien jaar. Van die jongeren wordt zonder meer aangenomen dat ze spontaan groeien naar een leesrijpheid om in de bovenbouw van de Middelbare school de gewraakte boekenlijst aan te pakken. Dat deden wij toch ook? Ja, fantastische tijd was dat. Nooit meer zo weinig gelezen als toen.

Misschien wordt het toch tijd om niet langer hooghartig schrijvers van kinderboeken te negeren als volwaardige schrijvers. Het zijn geen beginnelingen op weg naar het ‘hoogste doel' het schrijven voor volwassenen. Zij bepalen de kwaliteit en de kwantiteit van de boeken die de lezer in de toekomst zal waarderen. En je hebt ze in al de soorten en maten die A.F.Th. van der Heijden in zijn Kruis en Kraai, het eerste deel in de reeks, noemt (zie hieronder). Zij zijn het enige wapen dat we hebben tegen de ontlezing.

Word vervolgd
Voor diegene die het niet of nog gaat lezen, volgt hier het beloofde citaat uit:
Over de Roman 1 Kruis en Kraai de Romankunst na James Joyce door A.F.Th. van der Heijden.

Wat ambities betreft, laten zich in dat rommelige Huis van de Literatuur bij benadering vier categorieën schrijvers onderscheiden:

(1) zij die, al dan niet angstvallig, binnen hun eenmaal ontdekte mogelijkheden blijven;
(2) zij die de grenzen van hun mogelijkheden besnuffelen, onderzoeken, eraan morrelen (dat heet nog experimenteel);
(3) zij die ver over de grenzen van hun mogelijkheden heen proberen te reiken en, met een woord van Nietzsche, ‘boven zichzelf uit trachten te scheppen'(hier wordt het al behoorlijk eng);
(4) zij die het ónmogelijke zoeken, in de zwarte onzekerheid of zij, op z'n best, genoegen moeten nemen met een monumentale mislukking, dan wel, op z'n rampzaligst, in totale ontreddering en zelfvernietiging ten onder gaan (dat zijn, met een variant op Céline, ‘de ongelukkigen van deze aarde').






17 november 2008
(Boekbladblog 15 oktober 2008)

De wereld draait zonder kinderboeken door

Heerlijk dat de Kinderboekenweek voorbij is! Ik bevind mij in een zalig vacuüm van organisatierust. Even een paar weken alleen maar boekjes verkopen, wat een luxe. Dit jaar geen Harry Potternacht, geen enerverend sleur- en sleepwerk voor de voorleesdagen en ik denk er hard over om Sinterklaas ook niet te laten komen, het was wel genoeg dit jaar.

Het was ook leuk. We hadden interessante schrijvers, waarmee het heel genoeglijk tafelen was. Dat vind ik belangrijk. Ik weet dat het niet erg zakelijk is om zo te denken. Je kunt beter met zo weinig mogelijk kosten zoveel mogelijk schrijvers hebben waar veel mensen op af komen en van wie je waanzinnig veel boeken verkoopt, maar ik geniet erg van het sociaalgastronomische deel van de organisatie. En je hoort nog eens wat.

Zo dacht ik altijd dat het toeval was dat, wanneer je op de site van De wereld draait door naar items over kinderboeken zoekt, je weinig zinnigs tegenkomt. Maar dat blijkt hun beleid. De redactie heeft besloten dat ze nooit aandacht aan kinderboeken zullen besteden. Ik vind dat vreemd. Niet omdat ik denk dat alle kinderboeken zo nodig interessant moeten zijn voor volwassenen, absoluut niet. Er zijn bakken kinderboeken die volwassenen niet zullen boeien. Maar ook niet omdat ik zo graag wil laten horen dat er ook heel erg veel kinderboeken zijn waar volwassenen voor hen eigen genoegen hun vingers bij aflikken. Nee, ik hoor graag welbespraakte mensen vertellen over datgene wat hen boeit.

Door per definitie het kinderboek uit te sluiten ontken je dat het schrijven van een goed kinderboek vakwerk is, dat een talent vereist dat niet iedereen zomaar gegeven is. Precies zoals dat geldt voor schrijvers voor volwassenen.

Consequent zijn ze wel, want als d'een of d'andere BNner een kinderboek meent te moeten poepen, wordt dat wel genoemd of ze raden een boek als 'Echte mannen eten geen kaas' aan voor kinderen in groep 8. Het getuigt vooral van weinig kennis van kinderboeken bij de redactie van dat programma.

Het is jammer voor de wereld, maar als ik een avond tafel met schrijvers van het kaliber als de mijne dit jaar, dan geniet ik lekker in mijn eentje. In deze wereld van ieder voor zich en de TV voor ons allen, moeten we zelf achter de krenten in de pap aan gaan.






17 november 2008
(Boekbladblog 30 september 2008)

September

En elke nacht
even rechtop in bed
van wat is vergeten
of toch
misschien niet?

Raar,
het feest op de zondag dit jaar.
Maar, de schrijvers hebben zo dagen de tijd
om gelauwerd te worden.
Gaan we Sjoerd zoenen, of Edward?
Of gaat Komrij er met het goud vandoor?
Maar wie weet vindt het kinderboek
dan wél een geïnteresseerd oor
in De Wereld Draait Door.

En ik moet zeker niet vergeten
Robert Jan te kussen,
want zijn naam staat op de lange lijst
van beste boekhandelaren van dit jaar.
Ik sta daar niet tussen
want ik deed niets bijzonders,
behalve inkopen wat ik mooi vind
en verkopen waar ik achter sta.


En nu ook nog telefoon van L1
Of ik woensdag op de radio
over papa's en poëzie
wil komen praten.
Dus op zoek naar een passend gedicht,
weet ik nu al:
Ted van Lieshout!

Als ik dan verlangend naar rust
door mijn nevelige heuvels dwaal,
geeft het zware geronk
van de maïshakselaar
de zekerheid dat het eind in zicht is.
Nog een dag of veertien
en ik kan België weer zien.








17 november 2008
(Boekbladblog 18 september 2008)

Boeken weigeren

Het zou natuurlijk raar zijn als ik er bezwaar tegen zou hebben dat een winkel weigert om een boek te verkopen. Maar het is wel laf als je zonder opgaaf van redenen zegt dat een boek niet te krijgen is. Dan is het toch bijna alsof je de zaak een beetje flest. Ik snap het wel. Het komt nogal geldhongerig over als je tegen een klant zegt: “dit boek verkoop ik niet want ik verdien er niet genoeg aan.”

Toch doe ik het wel. Ik heb ook titels om financiële redenen niet op voorraad. Dan vind ik ze te duur in verhouding tot wat ze bieden, of ik vind de marge te klein. Maar als een klant er naar zoekt, dan ben ik best bereid deze boeken te bestellen. Ja hoor, al vertel ik er dan wel bij, dat er een kans is dat hij zich bekocht voelt. In geval van een kleine marge gaat het overigens meestal om studieboeken die klanten dan heel gericht nodig hebben en weten ze ook wel wat het kost.

Nee, ik vind het niet aardig van Bol dat ze de mensen een verdraaid beeld van de werkelijkheid geven door te doen alsof de boeken van Lemniscaat niet leverbaar zijn. Maar ik heb niet echt het gevoel dat de klant er veel van zal merken. Die krijgt minder of andere titels te zien wanneer hij zoekt naar boeken van een bepaalde schrijver of een bepaald genre, maar wat je niet weet, mis je ook niet. Zolang Bol niet zegt dat de boeken van Lemniscaat via hun site niet te koop zijn, lopen ze weinig risico. Ik heb ook even gekeken op een van de intelligentste websites die we in Nederland hebben “Geen stijl” waar, en ik spreek uit ervaring, heel belezen Nederland met elkaar in discussie gaat en waar men op zijn achterste poten staat als niet iedereen overal alle boeken kan kopen. Zelfs zij hebben dit nieuws niet opgepakt. Uitgeversnamen leven buiten de boekenwereld misschien wat minder dan wij denken.

Het heeft dan ook weinig zin om in je etalage een bordje neer te zetten met de mededeling, dat wij de boeken van Lemniscaat wel verkopen. Het betrekt klanten in een ruzie waar zij niets mee opschieten. Nee, die prijs, dat vinden ze belangrijk. Misschien moeten we ietsje duidelijker maken aan het publiek dat we in Nederland een vaste boekenprijs hebben. Dat je overal in Nederland hetzelfde voor een boek betaalt, ook bij Bol.com. Want de gedachte leeft, dat men voordeel heeft bij aankopen via internet en Bol speelt daar heel duidelijk met de vormgeving van de site op in: lelijk en schreeuwerig.


(17 november inmiddels heeft Bol de website verbeterd en het ziet er inderdaad wat beter uit. Daar bleken ze overigens al mee bezig...)






17 november 2008
(Boekbladblog 3 september 2008)

Hokjesfeest
Al gelezen? Het boek Allemaal willen we de Hemel van Els Beerten? Prachtig boek, adembenemend fenomenaal mooi, maar ook huiveringwekkend herkenbaar en in sommige opzichten beangstigend actueel ondanks het feit dat het tijdens een voorbije oorlog speelt. Goed, de hoofdpersonen zijn jong, sommigen zelfs zeer jong, een jaar of 10 bij het begin, maar daardoor heb ik het als volwassene niet met minder plezier gelezen.

Oh nee, dat is waar ook, de meesten zullen het niet lezen, want de lezers van deze stukjes zijn volwassen en het boek heeft een jeugdcode 285, die staat voor 15-plus. Zeker, dat klopt wel. Goede lezers van vijftien jaar en ouder hebben hier een heerlijke kluif aan, maar het blijft jammer dat nu zoveel volwassen lezers dit boek gaan missen. Misschien is het een idee om zulke jeugdboeken in een speciaal kaftje te steken zodat de grote mensen ze ook durven te pakken. Misschien met een sticker erop ‘OOK GESCHIKT VOOR ONDER DE HONDERD'.

Daarbij, tijd is geld en lezen kost enorm veel tijd. Wil een boekhandelaar dus een beetje economisch zijn bedrijf voeren, moet hij eigenlijk zo min mogelijk lezen. Maar hoe bedien je dan je klant? Nou niet, je laat het hem lekker zelf uitzoeken. Je zorgt ervoor dat alle boeken in mooie overzichtelijke serietjes met herkenbare kaftjes in de schappen staan desnoods met leeftijdstabellen ernaast geplakt. Zo weet iedere klant precies wat voor hem of haar bestemd is, want dat onderscheid moeten we natuurlijk ook duidelijk maken.

Bijvoorbeeld veel roze en geel voor vrouwen en zwart en donkerblauw voor mannen, die kleuren hebben hun waarde inmiddels wel bewezen. En misschien kunnen er ook geuren bij, dan vinden ze de boeken met hun ogen dicht. De klant is geholpen en de boekhandelaar heeft opeens tijd voor andere zaken dan lezen, zoals bijvoorbeeld blogjes volschrijven. Het zou mooi zijn om daar dan maar een beroep van te maken, want een boek kopen gaat via die voorgekauwde, ‘klantgerichte' jasjes net zo makkelijk via internet.







17 november 2008
(Boekbladblog eind augustus 2008)

Leesjongeren of geen leesjongeren

Sinds ik het artikel in Boekblad 'Lemniscaat komt met jongerenreeks' las, peins ik geregeld een poosje over mijn 15-plushoek. De doelgroep is, geloof ik, ontdekt. In 1992 bedacht ik het schemerzoneplankje. Dat leek me een mooie benaming voor de boeken voor jonge mensen die tussen de jeugdliteratuur en de boeken voor volwassenen dwalen. Je moest in die tijd goed zoeken om dat plankje vol te krijgen. Inmiddels hebben we twee kasten voor 15 jaar en ouder en kan ik schiften op kwaliteit. Sterker nog, onlangs heb ik een hele raffel boeken eruit gehaald en naar de 12- tot 14-jarige geschoven.

Er waren in mijn begintijd vooral dramatische draken op de markt, die nog graag gelezen werden ook. Lemniscaat had toen de zogenoemde Kommer- en Kwelreeks. Ik betwijfel of dat de officiële naam was, maar het is in elk geval een treffende benaming, die helemaal in die dramalijn past. Ik heb me nog niet heel erg verdiept in het waarom van het nieuwe Lemniscaatplan. Is het een nieuwe poging om iets te bieden wat de oudere jeugd aan het lezen houdt, of is dit soort reeksen eigenlijk bedoeld om de boeken binnen de schappen van de algemene boekhandel te kunnen onderscheiden?

Je hebt ongeveer twee soorten jongeren. Zij die lezen en zij die niet lezen. De eerste groep beleeft genoegen aan lezen en vindt het prettig om dat gevoel telkens en telkens weer te beleven. Zij hoeven niet per se verleid te worden met een lekker kaftje, maar willen een smakelijke inhoud. De kunst is om hen zodanig te bedienen dat zij weer terugkomen voor een volgend maal.

De andere soort ziet lezen als een noodzakelijk kwaad, dat vooral veel aan school en aan huiswerk doet denken. Voor hen is het in de eerste plaats belangrijk dat een boek dun is. Dat een dun boek niet altijd lichtverteerbaar is, ervaren ze alleen maar als een bevestiging dat lezen stom is. Om deze niet-lezers aan een boek te krijgen dat er enigszins gezet uitziet, zul je met heel sterke argumenten moeten komen.

Wil je beide doelgroepen goed kunnen bedienen, dan moet je de boeken gewoon gelezen hebben. Een pakkende kaft helpt zeker voor een impulsaankoop of om een entree te krijgen, maar een mooie vlag op een saaie lading is koren op de molen van de ontlezing. Zeker, een mooi boek verdient een mooie vormgeving, maar het lijkt me dat, wanneer een uitgever werkelijk wil investeren in leesbevordering bij jongeren, hij het beste leesexemplaren naar de boekhandelaar stuurt.






17 november 2008
Sinds juli houd ik dus voor ons vakblad 'Boekblad' een blog bij op boekblad.nl Ik heb de redactie gevraagd of het goed is dat ik mijn blogs ook op mijn eigen website plaats en gelukkig mag dat, want zo kan mijn moeder ze ook lezen. Ik moet nog even uitzoeken hoe dat technisch het mooiste wordt, maar voorlopig plaats ik ze in deze blokjes. De eerste vier stukjes ben ik kwijt (?), maar vanaf augustus volgen ze hierboven.

Ik moet trouwens een hele nieuwe website, dus mijn huiswerk is ideeën verzamelen. Als iemand iets mist of een mooie tip heeft, mail gerust.






13 augustus 2008
Lekker druk en ik schrijf tot ik sterretjes zie. Daarom ook maar even dit dagboek bijgewerkt.

Op dit moment Blog ik, zoals dat zo lelijk heet, voor Boekblad, het vakblad voor de boekbedrijvigen. Ik vond het wel leuk dat ze me daarvoor vroegen. Ik probeer elke week een stukje te leveren, maar of dat altijd gaat lukken?

Daarnaast maak ik nu alvast alle nieuwsbrieven voor de kinderboekenweek verzendklaar. Het is nogal een ingewikkeld programma, dus alles in een brief proppen werkt niet. Dat leest geen mens meer.

Dan heeft Unieboek me nog gevraagd om tijdens Manuscripta op 8 september een vraaggesprek te houden met enkele schrijvers zoals Jacques Vriens en griffelwinnaar Arend van Dam. Heel leuk lijkt me dat, maar dat heb ik dus nog nooit gedaan. Ik ben daarom maar vast begonnen met de voorbereidingen.

En als klap op de vuurpijl ben ik mijn boekhouding kwijt. Ik werkte in zo'n modern programma en jammer maar helaas, het is weg! Laten we hopen dat niet alle werk over de eerste twee kwartalen voor niets is geweest.

Ach en Oh Ja, we worden niet 'Boekhandel van het jaar', maar of ik dat er nog bij kon hebben? Ik betwijfel het.






2 juni 2008
Als je midden in een dergelijke storm staat, dan is het een moeilijke afweging of je in een logboek als dit een reactie plaatst op de hele situatie. Eerst meende ik het niet te moeten doen, omdat dat alleen maar olie op het vuur gooit. Maar misschien is het toch geen slecht idee om een reactie te plaatsen.
Laat ik even de negatieve e-mails samenvatten dit stuk wordt geschreven door een enge, gevaarlijke, communistische, nationaal socialistische NSB moslimhoerrrrrrrr met bewustzijnsvernauwing en een hoofddoek, kortom een walgelijk kutwijf. Je zou om minder in een identiteitscrisis raken. Al deze reacties gingen over het feit dat ik iemand het recht op vrije meningsuiting zou ontnemen en waren hooguit met een voornaam ondertekend, wat meestal nog niet eens het geval was.

Er zijn ook een paar klanten die mij lieten weten vanwege mijn ‘praktijken in mijn links politieke kindercafe’ niet meer bij mij te komen kopen. Dat is hun goed recht, maar misschien is het toch goed als ik even iets meer vertel over het samenstellen van een voorraad.
Ik heb in de winkel circa 6000 titels staan. Er is geen enkele titel bij waarover niet ooit nagedacht heb of ik hem wel of niet zou inkopen. En dat geldt voor elke boekwinkel. In Iedere boekenzaak treft u de keuze die die boekhandelaar wenst te maken. Voor mijn winkel geldt dat ik de bagger buiten de deur probeer te houden en mijn voorraad zoveel mogelijk samen stel uit met zorg gemaakte kinderboeken. Het komt dus wel vaker voor dat ik een boek niet in de winkel leg omdat ik het niet aan mijn normen vind voldoen. Dat is overigens iets anders dan mijn smaak. Ik heb in de winkel ook boeken staan waar ik bijvoorbeeld niks aan vind of die tot een genre horen waar ik zelf niets mee heb. Klanten weten dat en spiegelen zich eraan. Ik heb klanten die precies die boeken kiezen die ik weg leg, omdat ze dan vrijwel zeker weten dat het iets is waar zij gek op zijn.

Dan waren er nog reacties die beweerden dat ik van deze situatie profiteerde om publiciteit voor mijn zaak te krijgen. Dat heb ik inderdaad ook bedacht. En dat had mij er bijna van weerhouden om mijn mening te uiten, want dan zou ik nog voordeel hebben van dat boek en dat is juist wat ik niet wil. Ik besef ook dat door een tegengeluid te laten horen er ook mensen zullen zijn die juist het boek gaan kopen. De vraag is of dat erg is, want iedereen moet zelf weten wat hij/zij wil kopen. Ik denk wel dat al deze ophef ervoor zorgt dat die kopers het boek zullen lezen en dan zelf beslissen of ze het wel of niet aan hun kinderen laten lezen.

Tenslotte merkte iemand op dat ik het boek gewoon moest verkopen en dan de opbrengst aan een goed doel moest overmaken. Dat zou natuurlijk een manier zijn om mijn zieltje wit te wassen. Maar mijn besluit om het boek niet te verkopen heeft niets te maken met mijn mening over wat er in het boek wordt beschreven. Ik heb besloten dit boek niet te verkopen omdat ik het een heel slecht kinderboek vind en ik wil kinderen kwaliteit leveren.






1 juni 2008
Zondagmorgen, bijzonder vroeg. Het weer is prachtig en het land ziet er vredig uit. Wat een opluchting om naar te kijken na al die modder in mijn mailbox.






29 mei 2008
Vandaag verschijnt 'Adan en Eva' het kinderboek van Ayaan
Hirsi Ali. Mijn advies: koop het niet! Als je het wil lezen, kom hierheen, ik heb een leesexemplaar dat je in de winkel mag lezen. Maar als je het wil kopen, dan moet je ergens anders heen. Ik wil er niet aan verdienen.

Dit is de e-mail die ik afgelopen dinsdag naar de uitgever stuurde, nadat ik het leesexemplaar had gelezen.

Beste ,

Hoe moet ik het zeggen. Ik had gehoopt erg enthousiast te worden en heb het mij toegezonden leesexemplaar gelezen, maar ik voelde alleen maar een stijgende woede.

Ten eerste om het opruiende karakter. Ik vind de manier waarop dit
moslimgezin wordt afgeschilderd, zo liefdeloos, zo bewust aan alle
vooroordelen beantwoordend , stuitend. begrijp me niet verkeerd, ik weet dat er misstanden zijn en ik veronderstel dat Ayaan Hirsi Ali met voorbedachte rade alle misstanden bij elkaar heeft geharkt om haar boodschap over te brengen, maar dit vind ik indoctrinatie van het ergste soort. Dit zet aan tot haat. Er is ook geen enkele ruimte voor een positieve gedachte. Het einde is uitzichtloos.
Ik denk niet dat dit boek iets zal bijdragen aan het verbeteren van de toestand.

Ten tweede irriteert mij de cliche-invulling van de stiefmoeder in het Joodse gezin. Wat een ouderwetse hark en wat een belediging voor alle stiefmoeders die het prima doen. Dit soort kennen we al uit Assepoester.

Ten derde is het gewoon een zwak boek met een heel dun plot en een mager taalgebruik. Het zou beter geweest zijn als Ayaan Hirsi Ali andere kinderboeken had gelezen, dan zou zij geweten hebben dat haar boek zich kwalitatief niet kan meten met bestaande boeken en dat haar boek inhoudelijk niets toevoegt.

Ik dacht in begin nog dat ik het boek gewoon niks vond, maar dat ik het vanwege de publiciteit een keer zou nemen, zodat ik kon beantwoorden aan een eventuele vraag. Maar gaande het boek stuitte de inhoud me dusdanig tegen de borst dat ik besloten heb het boek helemaal niet op voorraad te nemen.

Met vriendelijke groet


Ik had deze brief nog wel 3x zo lang kunnen maken als ik echt alles opgenoemd had wat ik er slecht aan vond.

En zojuist las in een interview met Ayaan Hirsi Ali waarin ze zegt dat haar boekje zo dun is omdat ze had gehoord dat kinderen geen dikke boeken meer aankunnen, dat ze niet meer zo graag lezen.
Een ding is zeker, Ayaan Hirsi Ali heeft geen verstand van kinderen.

Wil je trouwens wel een goed boek lezen over dit thema, neem dan bijvoorbeeld 'Polleke' van Guus Kuyer. En als je een Moslim gezin wilt leren kennen, lees dan 'Bezoekjaren' van Joke van leeuwen (14+)






26 mei 2008
Ik wil niet alleen maar schrijven als ik iets te mekkeren heb, maar ik merk dat ik meer drang tot uiten heb als het tegenzit. En is het erg? Helemaal niet. Ik kan alleen niet vooruit. Mijn planning hangt vast, zo te zeggen. En dat op een maandagmiddag als ik eigenlijk niet in de winkel zou moeten zijn, maar lekker thuis of buiten of weet ik waar.

Vandaag moet toch echt de nieuwsbrief de deur uit en dat lukt me enkel als ik braaf tot vanavond wacht, wanneer mijn broer tijd heeft om me te helpen, want het systeem werkt niet! Ik krijg er geen plaatjes in, hij gooit me eruit als ik de kleur wil veranderen. Diepe ellende dus. Vooral omdat ik geen avondmens ben. Dan wil ik gewoon wat hangen of wat leuks doen, maar niet werken.

Maar ik kan nog wel wat. Het stukje voor de Boekenwurmbode over Ted van Lieshout afmaken, een paar factuurtjes schrijven en... proberen te ontcijferen welke taak ik nog meer op mijn papiertje heb geschreven, want mijn handschrift helpt ook niet echt. Daardoor ben ik volslagen afhankelijk van de technologie. Met kroontjespen schrijf ik leesbaar, maar ja kroontjespen he, dat schiet ook niet erg op.






3 april 2008
Het is volbracht. Nou ja, bijna dan. In elk geval heb ik nu zoveel adverteerders dat ik het hele project kan laten doorgaan. Ik verwacht dat ik ongeveer quitte zal spelen of een acceptabel bedrag moet bijleggen. Dat heb ik er graag voor over.
Dat betekent ook dat ik me kan gaan bezighouden met de inhoudelijke organisatie van de kinderboekenweek.
Een hele klus, want met deze Boekenwurmbode zou de opkomst wel eens veel groter kunnen worden en dat moet allemaal in goed banen geleid, zowel in de winkel als op de actie-locaties, die we overigens voor een deel nog moeten bepalen.

Ik heb geen contact meer gehad met Querido. Eigenlijk vooral niet meer aan toegekomen.
24 uur is best wel weinig en ik wil ook nog met andere dingen bezig zijn. Bijvoorbeeld met het boek van Jean Philippe Rieu of met een heruitgave van Bashi. En vanzelfsprekend met de inhoud van de Boekenwurmbode. Het interview met Sjoerd Kuyper is geslaagd. Daar heb ik zelf weinig aan hoeven doen, want Sjoerd schrijft nu eenmaal om te zoenen. Nu ga ik me bezighouden met Marja Baseler, poëzie-bevlogen leerkrachten en met Erik van os en Gitte Spee. Tim schrijft met Ted van Lieshout, Edward van den Vendel en André Sollie en Yvonne heeft een gesprek met Hans en Monique Hagen. Het wordt een krant om je vingers bij af te likken.






19 maart 2008
Gaat het goed of niet met de acquisitie in de Boekenwurmbode? Qua financiering zit ik ongeveer op de helft van wat ik binnen moet halen om het te redden. Bemoedigend zijn reacties van grote uitgeverijen als Zwijssen, Leopold, Ploegsma, Gottmer en Clavis die onmiddellijk enthousiast meedoen aan het nieuwe plan. En ook een advertentie van een kleine gigant als de Harmonie is leuk. Natuurlijk hebben ze het wat breder na de Harry Potters, maar die inkomsten zullen ook een aantal jaren de uitgeverij moeten dragen denk ik, want hun andere boeken zijn a niet zo talrijk en b niet zulke sellers dat ze Harry Potter kunnen compenseren.
Dit jaar is Querido mijn grote teleurstelling. Na 15 jaar samenwerking schepen ze je af met een lullig mailtje. Dat medium maakt de communicatie weliswaar gemakkelijker, maar ook lomper. Mijn vaste contactpersoon bij Querido is ziek geweest en zijn taak wordt nu waargenomen door iemand die ik niet ken. Maar als je na een afwijzing terugmailt om te vragen op welke grond ze niet meedoen, wat ik echt graag wil weten omdat onze samenwerking al van helemaal in het begin dateert en ik dus erg graag zou willen horen waarom een zo grote, met goud overladen uitgever het niet meer interessant vindt om in Limburg te adverteren dan krijg je een lullig mailtje terug met
Wij moeten op onze budgettering letten…

Vooral die … alsof ik een complete nitwit ben. Iedereen moet toch op zijn budgettering letten grmf . Maar goed, ik kan natuurlijk op mijn budgettering letten door niet meer te vinden dat een zichzelf respecterende kinderboekwinkel veel titels van Querido moeten hebben staan ook al is Querido niet het fonds dat het meest door kinderen gelezen wordt (als je Annie MG en Francine Oomen even buiten beschouwing laat)
Zal ik de uitgever dan maar loslaten en uit hun overige fonds de schrijvers neerzetten die ik persoonlijk ken en/of mag. Dus Joke van Leeuwen, Edward van de Vendel, Guus Kuijer, Bart Moeyaert en nog een paar zal ik altijd op voorraad hebben. Een mens moet nu eenmaal keuzes maken.
Of zal ik een e-mail sturen en zeggen dat ik eigenlijk heel erg beledigd ben door hun manier van werken. Ze wekken niet de indruk dat een klein k.boekhandelaartje in Maastricht hen iets kan schelen.

Verder gaat het eigenlijk wel goed. Ik mail op dit moment druk met Sjoerd Kuyper over zijn bewerking van de Diepvriesdames van Annie MG Schmidt voor toneel. En over zijn nieuwe boek en film Morisson. Allemaal voor de Boekenwurmbode. Laat nou toch dat verhaal van Annie in een Queridoboek staan en nog wel een nieuw dat ze dit voorjaar ter gelegenheid van de Schmidtdagen op de markt brengen. Nou dat zal ik dan maar niet vermelden in de bode…






29 februari 2008
Nog even en ik ben klaar met de mailing aan de uitgeverijen om hen te bewegen een advertentie te plaatsen in de Boekenwurmbode van 2008. Netjes vroeg dit jaar, maar er gaat dan ook van alles veranderen. Tenminste als het aan mij ligt.

We willen de Boekenwurmbode via de kanalen van de Nederlandse Weekbladen Groep gaan verspreiden. Dat kan nu zonder dat we de opmaak en de inhoud uit handen moeten geven. Het blijft onze krant.
Maar we bereiken dan 100.000 huishoudens in plaats van 18.000, wat tot dit jaar het geval was. Maar dit is vanzelfsprekend een stuk duurder, dus de advertenties worden ook duurder. Ik hoop dat het me zal lukken om de uitgevers van de voordelen van deze manier van werken te overtuigen.

Vooruitlopend op succes (eng eng) heb ik mezelf maar opgegeven voor de innovatieprijs van de NBb met de nieuwe Boekenwurmbode en de nieuwsbrief. Het zou leuk zijn als ik won, want dat betekent 5000 euro. Daarvan zou ik dan een mooie kast voor de luisterboeken en een verbetering van de verlichting in de winkel kunnen betalen.
Allemaal duimen dus.






6 februari 2008
Er stond een stukje in de krant over Carnaval en literatuur. Dan heb ik er ook nog een paar.

Afgelopen maandag was ik ouderwets op stap in Maastricht. Het was niet zo druk als anders omdat het nogal onbetrouwbaar weer was. Zoals verwacht begon het op een gegeven moment te regenen en in mijn buurt stond een man met een paraplu. Ik zag geen reden om mijn mooie fluwelen hoedje van oma te laten bederven door het vocht als er een man met een paraplu in de buurt was, dus stapte ik er ook onder. Bij ons voegde zich nog een enorme man verkleed als politieagent. Toen was de paraplu vol. "Wil je dat hij een gedicht voor je opzegt" vroeg de man met de paraplu. Dat wilde ik wel. En dat deed de agent, een bui lang, het ene gedicht na het andere. Poëzie op zijn leukst.

Vanmorgen merkte ik dat ze de zijetalage van mijn winkel hadden ingeslagen. Er bleek 1 boekje ontvreemd:'Anna viert Carnaval'. Daarvoor had de dief toch met gevaar voor eigen nek, door het gat diep de etalage in moeten kruipen. En toen bleek het ook nog tegen te vallen, want een tiental meter verderop werd het door de chauffeur van het Centraal Boekhuis teruggevonden. Een beetje vochtig, maar verder onbeschadigd. Peuterboeken moeten tenslotte ergens tegen kunnen.
Door die ontvreemding van dat boek is het inslaan van de etalage opeens van vandalisme in diefstal veranderd. Dat kan verschil uitmaken bij de verzekering en ook voor de dader, als ze hem ooit pakken. Waar ik overigens geen hoop op heb. Hoe aardig en welwillend de agenten ook zijn, hier is geen kruid tegen gewassen.

Maar het was een Carnaval waar literatuur en aardige agenten heel goed combineerden.






8 oktober 2007
Deze is wel van vandaag. Het gaat wel goed geloof ik. Een ruwe schets van de derde nieuwsbrief gemaakt. Over Ronja. Dankzij het Theater heb ik nu 18 voorlezers. Het komend weekend zal ik maar eens zelf contact met ze zoeken. Dit weekend is dat niet gelukt doordat ik alle dagen in de winkel moest zijn. Niets meer van 'Evita' Suzan gehoord en ik ga ervan uit dat dat ook niet meer zal gebeuren. De Voorleesmarathon is erg kort na de finale.

Het is erg druk, maar ik kom bijna aan de berg post toe die mijn bureau bedekt. Vandaag was Harmen van Straaten in de winkel met zijn Brandweerauto. Geloeiende wat maakt een sirene een herrie als je er vlak bij staat. De kinderen vonden het gelukkig prachtig en ze vertrokken taduhend terug naar school. Donderdag nog Ruben en dan hebben we de Boekenweekactiviteiten voor dit jaar weer gehad.

Robin en de taart stellen we even uit. Iedereen heeft het een beetje druk op het moment en Sjoerd ging lekker een weekje naar een eiland.
Maar we gaan het zeker vieren.

Ik zie maar weinig over de kinderboekenweek in de pers, maar ik moet bekennen dat ik ook maar weinig pers zie. Voor mijn gevoel doe ik niet anders dan eten, slapen en werken op het moment. Goed dat ik die hond heb zodat ik gedwongen ben naar buiten te gaan.

Vandaag eindelijk enkele tekenen van maïsoogst gezien. Ik ben dat nu eenmaal gewend: kinderboekenweek maïstijd. Maar het gaat geloof ik niet zo goed met de maïs. Ik hoop dat de boeren geen strop hebben, maar ik hoop stiekem ook dat er volgend jaar minder maïs zal staan en meer koren. Of bieten, daarvoor moeten we binnenkort ook weer op rooftocht. De biet voor St-Maarten of voor Ri-ra-rulke zoals ze hier zeggen. En als die biet dan mooi droogt is het bovendien een perfect gekrompen hoofd voor de Harry Potternacht.






8 oktober 2007
onderstaande oude tekst schreef ik 26 september, maar ik was even de link met het dagboek kwijt.

Je moet opschieten als je nog iets van de herfst wil zien. Het gaat ontzettend snel.
Begonnen een paar jaar geleden de bladeren in november pas te kleuren, nu is dat al in volle gang. Maar het is wel lekker wandelen zo zonder anderen. Het is zoals Gilbert Becaud al zong, in september heb je het land weer voor jezelf.

De Boekenweek staat vrijwel geheel in de steigers. Nog een paar laatste puntjes en nog een paar nieuwe activiteiten. Ik vrees dat ik er nog een extra nieuwsbrief van moet maken. Sjoerd Kuyper en Philip Hopman komen met een taart naar Maastricht om de verkoop van de 10.000ste ‘Robin is Verliefd’ te vieren. Ik weet nog niet of de taart voor mij is, of ik hem moet delen met iedereen die naar de winkel komt, of dat ik hem compleet aan de koper van de 10.000ste moet geven. Maakt niet uit want, met of zonder taart, Sjoerd en philip is al feest.

De Provincie belde, want in november is er een dag van de rechten van het kind en daar willen ze de Boekenwurm bij betrekken. Prima, maar nu wil ik eigenlijk iets met Jan Terlouw en of dat mogelijk is…

En dan moet ik nog op zoek naar voorlezers voor de voorleesmarathon met Ronja. Brigitte kan niet, jammer genoeg. En ze heeft echt een goed excuus. Maar ze is goed hoor. Misschien moet ik stiekem hopen, dat Suzan verliest. Dan hoeft ze in elk geval niet te repeteren voor Evita. Van haar heb ik nog niks gehoord, maar het kan natuurlijk dat ze denkt dat een dergelijke afspraak ongeluk brengt. Niet heel erg raar, eigenlijk, want haar kansen zijn ook niet gering.

Ed Silanoe komt wel voorlezen. Dat is bijzonder eervol, want hij viert dit jaar dat hij 40 jaar in het onderwijs is. 40 jaar. Ik had bij hem in de klas kunnen zitten. In de tweede. Dan had ik daar vast meer van onthouden dan nu het geval is.






20 september 2007
De grip is nu wel weg. Gewoon een weekje Boekenwurmbodes rondbrengen en in Utrecht naar de beurs en alles loopt vast. Zaterdag gaan Caroline en ik dus maar een dagje puinruimen. Dat weet ze nog niet, maar ik heb er alle vertrouwen in. En dat terwijl het rondbrengen zo goed ging. Zonder kaart feilloos naar alle scholen. Morgen weer, nog een paar in Maastricht en dan gelukkig richting Heuvelland. Daar rijd je dan wel een paar kilometer voor een schooltje van soms maar 50 kinderen, maar ik (sorry milieu) rij erg graag.

Niks krijg je fatsoenlijk af. Dit ook alweer niet.






13 september 2007
‘Heerlijk’ september, chaos alom en meer activiteiten dan ooit op stapel. Toch heb ik het idee dat ik meer grip op de situatie heb dan andere jaren. Ongetwijfeld doordat ik thuis veel kan doen. Ik vind zelfs de tijd om boze brieven te schrijven en wat op en neer te mailen over het (wan)gedrag van mijn hond.

De boze brief ging naar de AVRO over een opmerking van Willem Nijholt in het programma op zoek naar Evita. Normaal gesproken zou ik het hele programma gemist hebben, maar nu heeft het opeens rechtstreeks te maken met mijn winkel. Als je dat tenminste ruim bekijkt. Twee kandidates uit Op zoek naar Evita zijn Limburgs, sterker nog, Brigitte komt zelfs uit Noorbeek. Ik had hen benaderd met de vraag of ze ook op 24 oktober willen voorlezen uit Ronja de roversdochter. We hebben dan in de winkel een voorleesmarathon gepland staan. Of ze het doen, moet ik nog horen, maar ik voel mij nu toch verplicht hun verrichtingen te volgen. En dan kan ik het niet hebben dat iemand met een slecht gespeeld Limburgs accent zegt dattie Nederlands wil horen. Vooral niet als de persoon in kwestie zelf een behoorlijk accent heeft, dat bovendien erg doorklinkt in zijn Engels, wat hij veelvuldig bezigt. Dus klim ik in de pen.

En we hebben een nieuwsbrief. Een echte, digitale. Maar het adressenbestand is gigantisch en niet van alle adressen is de bezitter te achterhalen. Ik vermoed dat dat vooral Harry Potterlezers zijn. Daarbij is in de drukte niet altijd de naam in het adressen bestand opgenomen. Slordig, geef ik toe, maar niets meer aan te doen. Tot mijn verbazing kwamen er echter op de eerste brief bijzonder weinig afmeldingen. Het is natuurlijk mogelijk dat ik bij velen ongelezen in het bakje ‘ongewenst’ ben beland, maar het geeft de burger toch moed.
Nu werken we aan een digitale ideeënbus voor de Harry Potternacht. Ben benieuwd hoe dat werkt

Wat de hond betreft, heeft er iemand een goede tip om hem af te leren op bewegende voeten te knagen?






24 augustus 2007
Thuis achter de computer. Dat heeft wat voeten in de aarde gehad. Maar nu kan het eindelijk, thuis werken. Wat een verademing om gewoon door te kunnen werken aan iets waar ik mee bezig ben. En wat een verademing ook om in de winkel gewoon met de winkel bezig te zijn zonder die druk in mijn rug van alles wat ik eigenlijk nog af moet krijgen. Het is opeens weer leuk als er een klant komt en er is ook weer ruimte voor een praatje. Het klinkt idioot misschien, want de klant is toch de basis van de winkel, maar bij de hoge werkdruk denk je op een gegeven moment Shit een klant, of.. reken nou af want ik moet door. Heel erg fout.
Zeker omdat de kracht van de winkel moet zijn dat mensen zich er thuis voelen en dat ze met kennis van zaken geholpen worden. Soms betekent een passend boek een gesprek van een kwartier met een klant. Moet je eens kijken wat een specialist daarvoor rekent. Maar het maakt het vak boeiend. We zijn een kinderboekwinkel, maar soms helpen we op een morgen bij rouwverwerking, leermoeilijkheden, sociale stoornissen, en feestvoorbereidingen. Blootbuikige meisjes met snelle tasjes die naar de laatste Francine Oomen komen vragen, kinderen die hun laatste spaargeld op de balie leggen voor de nieuwe Geronimo Stilton en tovenaars en dreuzels die de laatste Harry Potter komen reserveren dwarrelen daar gezellig doorheen.

Harry Potter. Ach, wat ga ik die missen. Ik heb het laatste deel in het Engels gelezen zodat ik niet de clou verraden krijg zoals bij deel 6. Ik kan er niks over zeggen. Streng verboden! Maar ik wil wel kwijt dat hij goed is. Petje af, mevrouw Rowling, u heeft het 7 boeken lang volgehouden en waargemaakt.

Voor de Harry Potternacht gaan wij gewoon door met het plan dat wij na de Halfbloed Prins bedachten. Het was toen voor ons de enig juiste lijn en gelijk of ongelijk daar wijken we niet vanaf. Wijziging van de plannen zou ook iets kunnen verraden over de inhoud van deel 7. We gaan dus gewoon door met onze ondergrondse organisatie de P.A.P. met alle gevaren van dien...

Dat we gedwarsboomd worden door duistere machten is wel weer duidelijk. Mijn e-mail mogelijkheden zijn gelimiteerd tot individuele contacten en we hebben weken zonder printer moeten werken. Nu heb ik er thuis een die functioneert, maar in de winkel wil het nog niet lukken. Deze week een spik splinternieuwe gekocht en raad eens...
Hij doet het niet. Dus vandaag toch maar naar de zaak om me daar eens helemaal mee bezig te houden.

Maar eerst ga ik wandelen. Sinds een paar maanden heb ik weer een hond. Dus ik moet. Zo lekker lopen door het Noorbeekse heuvelland en dan een beetje mijmeren over oude liefdes en nieuwe plannen. Voor ik het in de gaten heb, ben ik een paar uur verder en is mijn hoofd weer helemaal op orde.






3 juni 2007
Deze week Kluun, [i]Komt een vrouw bij de dokter[i], gelezen. Ik was het niet van plan, maar afgelopen week zag ik een, overigens niet zo interessant, gesprek met Jack Poels op L1. Hij sprak over het boek omdat de schrijver als hoofdstuktitel een stukje uit een van hun liedjes had gebruikt. Dat was mijn stukje! Mijn stiekeme liedje voor mijn overleden zoontje en nu had iemand anders het ontdekt. Dat is natuurlijk altijd zo. Elk liedje over verlies en afscheid is al met sterven geassocieerd. Maar het is niet fijn als het publiek gemaakt wordt, merk ik. Voor je het weet draait half Nederland het op zijn begrafenis. Een Limburgse tekst nog wel, gebruikt door een Hollander, nou ja Brabander, maar toch…
Ik heb het dus gelezen en ik vond het wel ok. Ik begrijp eigenlijk niet goed waarom er zoveel gedoe over is. Het is echt niet te slecht om te verkopen, wat je zou denken als je boekhandelaren hoort en ik vond het ook niet zo schokkend om te lezen, wat je verwacht als je er lezers over hoort. Behalve dan wellicht het feit dat dit soort ongerijpte mannen zo helemaal niet in staat is van vrouwen te houden. Dat valt me ook telkens weer op in de boeken van Giphart. Vrouwen blijven lichamen voor ze. Ik zie ze al helemaal voor me als ze over de top zijn. Zo zielig.

Gisteravond Connie Palmen gezien bij De zomer draait door. Daar erger ik me nou aan. Ik mag natuurlijk niets zeggen zonder [i]Lucifer[i] gelezen te hebben, maar ik vond eerdere boeken van haar (ik heb er twee gelezen) zulke oninteressante egokloppers, dat ik weinig zin heb om me door [i]Lucifer[i] te worstelen. En het gesprek gisteravond nodigde er ook niet toe uit.
Moest ik wel weer denken aan een gesprek laatst met een trouwe klant hier in de winkel. Ze had het boek [i]Het midden van de wereld[i] van Andreas Steinhöfel voor haar zoon meegenomen. Na een forse poging had hij het boek weggelegd met de opmerking “Mama, ik lees nog liever [i]De Wetten[i] van Connie Palmen." Ik moet Steinhöfel nog, maar ik zie er nu toch tegenop.






16 mei 2007
Je vraagt je soms af hoe het mogelijk is dat er nog mensen zjn waarover je niets op het internet vindt. Zojuist, om stoer te doen, Gijs eens laten googlen op mijn naam. Nou, dan vind je nog eens wat. Het resutaat is dat ik bijna een uur lang heb zitten lezen in de boeiende weblog van Ted van Lieshout. Een veel trouwere schrijver dan ik en bovendien volgt hij de actualiteit op de voet.
Ik denk dat ik die weblog maar eens wat vaker ga lezen. Zeker omdat Ted van Lieshout in oktober naar Maastricht komt.






15 maart 2007
Stel, je bent de hele dag bezig met het inpakken van boeken voor de Hollandse School in Singapore. Vijf dozen van 20 kilo met gesigneerde boeken van jacques Vriens. Daar ben je niet even mee klaar. Die school zit dan wel in je hoofd kan ik je garanderen.

Stel, aan het einde van de dag komt er een vriendelijke heer de winkel in die je enkele boekjes vraagt voor zijn kind van bijna 6 jaar. En gaande het gesprek vraag je op welke school de kinderen zitten en het antwoord luidt: " Ze zitten niet hier op school, maar op de Hollandse School in Singapore"

Dat geloof je toch niet.
Dat is mij vandaag overkomen.






19 december 2006
Is het nu zo koud, of krijg ik een griepje? De laatste week voor een vakantietje van een week. Mijn eerste vakantie in 2 jaar. Misschien ben ik dus ook gewoon moe. De Boekhandel in de kerk is open. Erg groot! de meningen zijn verdeeld en zelf weet ik het nog niet. Gelukkig merk ik aan mijn omzet niet dat de kerk open is. Deze week hebben ze een voorleesactiviteit gepland die onder de vlag van Zwaan Kleef gaat varen. Dat is mooi! Ik ga daarom zelf ook maar voorlezen. Zwaan Kleef Aan is ook de Boekenwurm. Veel niet begrijpende blikken als ik het vertel. Misschien is het ook wel vreemd, maar we zijn tenslotte geen vijanden van elkaar. En ik wil ook graag weten hoe het is om voor te lezen in de kerk. Hoe de accoustic is en of het tocht in je rug. Dat laatste zal wel meevallen. Het kan nooit zo koud zijn als tussen de hooibalen met de lammerendagen in St Geertruid. Daar las ik tot mijn vingers de bladzijden niet meer konden omslaan. En eens kijken of er in de kerk wel mensen komen luisteren. Want hier is het hommeles met de activiteiten. Voor onze proefworkshop hadden zich 10 kinderen opgegeven waarvan een zich afmeldde en een mijn zoon was zonder overleg van mijn kant (maar hij vond het gelukkig leuk) 10 is voor ons waanzinnig veel. Nu is het plan om de tweede week van deze kerstvakantie in een bed te gaan voorlezen. Ik ben benieuwd.






18 oktober 2006
Vrijdag komt de Cd binnen. Mijn eerste uitgave. Als hij net zo mooi wordt als het prototype dat ik gezien heb, dan is het een plaatje.

Gisteren een stroomstoring gehad. Dat was prettig, dan kon ik meteen mijn stressbestendigheid testen bij een volledig geautomatiseerde kassa die natuurlijk hermetisch gesloten bleef.
Maar we hebben het gered. Toevallig had ik net een grote klant, die een potje beheerde waarin men had bijgelegd. Veel kleingeld dus en behoorlijk wat briefjes. Hun aankoopbedrag heeft vervolgens als wisselgeld kunnen dienen bij de volgende klanten. En met een zaklamp kun je heel goed boeken verkopen. Alleen vroeg iedereen om kaarslicht. Daar kan ik dus wel nare dromen van krijgen.

Weer een activiteit die niet doorgaat. Gitte Spee komt morgen niet. Er was te weinig belangstelling. Jammer hoor. Martijn van der Linden moest ik ook al afbellen. Maar het geeft ook een beetje rust. Kan ik wat bijkomen van de stress van de kinderboekenweek en het slaapgebrek zonder aantoonbare reden. Misschien moet ik toch maar niet te lang wachten met het aanschaffen van een nieuw bed.

Ik ontdekte dat uitgeverij Nieuw Amsterdam een prijsvraag uitschrijft waarmee je een reis voor twee personen naar Turkije kunt winnen. Nu win ik nooit iets, maar ik ga meedoen. En als ik onverhoopt toch win ga ik met Ugur! Dat heeft hij verdiend en beloofd. Hij was net nog even hier met Yagmur. Ze maken het goed. Ik had het toen nog niet gezien van die reis. Waarschijnlijk maar goed ook. Blij maken met een dooie mus heet dat. Ik Ugur dan, met een reis die ik niet ga winnen.







19 september 2006
1 minuutje om te zeggen dat het hier een gekkenhuis is. Bijna kinderboekenweek en zoals gewoonlijk een complete overval. Dat ik dat na 15 jaar nog steeds niet kan voorzien. Hopeloos. Misschien was het toch wat veel om in deze tijd ook nog te willen automatiseren. Dat gaat goed trouwens. En het bestellen is nu ook weer binnen een etmaal te regelen. Dat zou een ramp geworden zijn in de kinderboekenweek. Het websitetempo is voor ons echt te laag.

Daarnaast de laatste GROTE stappen voor de cd van Peter Brouwers. Hij heeft Keubeke, Bashi en Wumke ingesproken. Ik kan er niet naar luisteren zonder te lachen. 2 november willen we hem presenteren, maar dan moet hij er natuurlijk wel zijn.

Volgende week kom ik in Boekblad,het vakblad van onze branche. Interview met foto's jawel. De fotograaf kwam natuurlijk op een dag dat ik vreselijk in de stress zat met die automatisering, maar ik geloof niet dat je er iets van ziet. Dit artikel is een rechtstreeks gevolg van de actie met de 18.000 boeken. Leuk hoor.






25 juli 2006
Zojuist een boek gelezen dat een ware reis door het brein van een negenjarige jongen is. Ik heb een negen jaar oude jongen, dus voor mij was het fascinerend en een feest der herkenning. Welk boek?
'De berg van Logstein' van Thomas Kandou. De schrijver zelf is 9 jaar oud en schreef een avonturenboek dat absoluut aan alle kanten rammelt, dat aan geen enkele literaire eis voldoet, maar dat alle liefde van jongens van die leeftijd voor overwinnelijke engerds blootlegt.
Het is een prettige mix van Scoobiedoo, Starwars en James Bond.
Geheel volgens de traditie wordt het avontuur beleefd door een jongen en een meisje, maar ook weer geheel volgens verwachting kan dat meisje niet veel. Niet eens behoorlijk gewond raken. Nee dan de jongen die uiteindelijk half bewusteloos van alle verwondingen maar in een rolstoel vervoerd moet worden uit het (supergevaarlijke) ziekenhuis. Die nauwelijks genezen wonden heeft hij hard nodig om de achterblijvers (in dit geval een onbetrouwbare winkelier) te kunnen bewijzen, dat de missie volbracht is. En wat is hun doel... Een MP3-speler, die dan verdorie ook nog eens bevloekt (geen taalfout) blijkt te zijn. Oh ja en tussen al die ellende door vervelen ze zich nog even en gaan ze, jawel, Mens-erger-je-nieten. Snikkend heb ik dit boek gelezen. Het boek is lelijk, slechtgeschreven en veel te duur. het zou er ook nooit gekomen zijn als een uitgever had moeten beslissen om het uit te geven. Maar wat zijn 9-jarige jongens toch geweldig.






19 juli 2006
Op aanraden van diverse collega's in de buurt ben ik vandaag NIET met de fiets gekomen. Het was moeilijk vanmorgen, want het is geweldig om nu te fietsen, maar ik moet straks ook terug. En ruim 65 meter stijgen is zwaar met deze hitte. Zelfs als je om de 100 meter kunt gaan liggen om bij te komen. Het schiet dan bovendien niet erg op. Maar vrijdag ga ik zeker.

Gisteren vergaderd over 12 augustus. Dan gaan we hier in de straat een kindermiddag houden ter gelegenheid van de ST-Merrie-feesten. (Even voor de niet ingewijden: St Merrie is de Maastrichtse naam voor de Maagd Maria en op 15 augustus is het Maria Hemelvaart. Vroeger was dat een zondag, maar die katholieke feestdag is helaas geschrapt. Vandaar dat de festiviteiten in de naar deze heilige genoemde straat (Mariastraat) naar het dichtstbijzijnde weekend zijn verplaatst.

Vandaag ga ik voor die activiteit nog wat doen en dan laat ik de winkel verder aan Tamara. Ik neem wat uurtjes vrij. Cadeautje voor mezelf, want morgen mag ik hier nog de hele dag zitten en dat op mijn verjaardag, ach ach ach. En allen die mij liefhebben zijn dan ergens op vakantie en denken er vast niet meer aan dat ze me liefhebben.







22 juni 2006
Roermond gaat nog even niet door. Jammer, het was een mooie locatie en met Nicole zou het zeker een succes worden. Maar dat was het dus, Nicole wil nog even niet.
Ik heb mijn mooie plannen dus maar in de ijskast gestopt en Nicole gaat nog een poosje onder haar nieuwe markiezen zitten nadenken. Misschien is het ook maar beter want het leek er even op dat ik wat veel hooi op mijn vork neem. Nu kan ik soms zelfs even vrij nemen. Ook lekker.
Bijna alle scholen hebben nu hun boeken compleet en uitgedeeld. Vandaag kwam een mevrouw van de Maurice Rose school in Margraten wat boekjes bijhalen. Ze hadden er 13 te kort (ze hadden 431 boeken gekregen.) We hebben echter geen prentenboeken over dus gaf ik haar 13 x mijn woordenboek voor kinderen vanaf 6 jaar. Ze was niet blij, maar ja ik werd TOCH bedankt. Fijne mensen heb je erbij. Ik zie trouwens dat ik nog helemaal niks heb geschreven over de afloop van de actie. Kort dan maar. Het was leuk en zeer verhelderend. Sommige scholen zijn gruwelijk door de mand gevallen en sommigen hebben uitermate goed van de situatie gebruik gemaakt om hun waarde als school te profileren. Voor meer details van reacties, loop gerust binnen ik heb een hele klapper. Waar ik heel blij mee ben zijn mijn beroemdheden en mijn vervoerders. En ik kreeg een bos rozen en een persoonlijke brief van de burgemeester. Dat vind ik toch leuk!

Dit weekend de NK wielrennen in Maastricht. Ik ben benieuwd of ik zaterdag klanten krijg. Zondag bronk in Noorbeek. De processie komt op Schey langs en ik moet hem missen, want ik sta met bijbels in Grevenbicht. Op de een of andere manier lijk ik dit weekend telkens op het verkeerde moment ergens te zijn.






17 mei 2006
Het is gelukt, de burgemeester van Vaals komt mij redden.






17 mei 2006
Het 18.000 boekenplan is rond. Alleen jammer dat Ari Doeser toch niet kan, dus nu moet ik nog even een nieuwe beroemdheid zoeken op de valreep. Vandaag wil ik dat afronden, want de scholen moeten echt bericht gaan krijgen wie ze kunnen verwachten.

Ondertussen heb ik een pandje in Roermond gevonden waar ik in augustus een tweede wurmpje wil openen. Een steunpunt voor deze. dus het concept zal minder uitgebreid zijn. Ik puzzel op de organisatie daar en hier. Het is een leuke plek vlak bij de oude brug over de Roer.

Volgende week weer een bespreking met VMBO-West over het optreden van Francine Oomen in de kinderboekenweek. Ik heb het allemaal een beetje los moeten laten door die boeken. Maar het komt goed.

Tenslotte komt de Boekenwurmbode in de verdrukking. Gisteren begonnen met advertenties werven, dat wel, maar ik moet nog alles schrijven. Kump auch good.









22 april 2006
Het gaat goed. We hebben 18.000 boeken bij elkaar. We hebben een 25-tal beroemde tot zeer beroemde mensen bereid gevonden om de boeken te komen uitdelen. We hebben al een behoorlijk aantal auto's alhoewel ik daarvoor nog echt moet gaan werven.

Bij Scholtens liggen de boeken braaf te wachten op verpakking. Dat gaat Scholtens voor ons doen, maar ik ga nu lijsten voor hen maken met per school het aantal boeken per titel en dat dan weer op maat aangegeven. Ik zit hier dus nu met een grote doos boeken op mijn bureau zodat ik alle exemplaren kan bekijken en vervolgens indelen op grootte.

De Gemeente Maastricht is bijgesprongen met raad en daad. We beginnen de actie nu met een officiële ontvangst op het stadhuis. Daar worden de beroemdheden en de vervoerders ontvangen door burgemeester Leers en door Joop, waarna de burgemeester het startsein zal geven voor het verspreiden.

Via de gemeente is ook mijn probleem voor de weekendopslag geregeld. We hebben nu een logistiek handige plaats om de boeken te bewaren en te laden.

Maandag wordt mijn eigen auto beletterd. Dan ben ik er klaar voor. Behalve dan dat ik de binnenkant eens grondig moet gaan uitmesten en reinigen, want ik kan mijn beroemdheid toch niet in varkensstal rondrijden.






24 maart 2006
Het gaat lekker. Er moeten 7000 boeken opgehaald worden in Tilburg en mijn Chauffeur ligt na een motorongeluk in Tongeren in het ziekenhuis, terwijl zijn wagen geladen met vloerdelen staat te wachten om gelost te worden in Gelderland.
Ik probeer nu een transporteur te vinden die de goedheid heeft de 4 pallets op te laden als hij in de buurt is en ze naar Sittard te brengen. Ik ben dus maar te rade gegaan bij mijn voormalige baas uit de transportwereld en wie weet vind ik iemand. Maar het duurt natuurlijk wel langer.
Ik hoopte gemakkelijker iemand te vinden als er een camera mee zou reizen. Dus toch maar eens met L1 gebeld. Daar trof ik een ongeïnteresseerde meid die het geheel geen nieuwswaarde vond hebben.
"18000 gratis boeken nee mevrouw dat heeft geen nieuwswaarde. Het Boekenweekgeschenk wordt ook gratis weggegeven en dat heeft een veel grotere oplage." (Zij is eindredacteur televisie!)
Of ik haar maar even van de nieuwswaarde ervan zou willen overtuigen.
Ik heb haar gezegd dat ik dit zo'n blijk van kortzichtigheid vond geven dat ik er niet eens energie aan wil verspillen en dat ik iemand anders ga bellen. Dat doe ik dus.
Iemand beweerde dat ik er gewoon uit lig bij de pers omdat ik op ze heb lopen kankeren. Dat is dan reden dat ze geen aandacht aan activiteiten van mij willen besteden. Maar dat zou toch eigenlijk heel raar zijn? Ik bedoel niet dat ze me niet moeten. Dat interesseert me ook niet. Maar dat de nieuwswaarde van iets afhankelijk zou zijn van de persoon die het brengt. Nou ja, ik verbaas me ook niet meer.

En verder.. uitgeverij Unieboek probeert via achterbakse methodes en een hoop bluf Francine Oomen bij ons weg te halen. Gisteren belde Francine me op met het bericht dat ze een mail had gekregen van Willemijn Roselaar dat ze "volgens afspraak" op 4 oktober in Utrecht wordt verwacht!
"Je hoeft niks te doen Hanneke", zei ze, "Ik regel het wel". Daar heb ik alle vertrouwen in. Maar het lef van zo'n meid. En het aller vervelendst vind ik nog dat ik 12 maart bij de eerste ontmoeting het gevoel kreeg dat Die Willemijn niet deugde en dat ik daar verdorie gelijk in krijg.

Oh ja en nog iets. Ik had Henk Kraima van de CPNB (Collectieve Propaganda van het Nederlandse boek) gebeld met ons verhaal van de 18000 boeken en met de vraag of hij of iemand anders van de CPNB erbij zou kunnen zijn op 22 mei.
Op dat moment zit hij zelf in Amerika, dat is een goed excuus. Maar dat er verder niemand bereid is om te komen omdat de dag erna de penselen worden uitgereikt en Maastricht toch wel erg ver is, dat vind ik weer veelzeggend.






21 maart 2006
We zitten nu op 18000 boeken. Ik kan bijna niet geloven dat het gelukt is. Waarschijnlijk geloof ik het ook pas als ik het zie. Sterker nog ik geloof het pas als alles achter de rug is en alle boeken op 22 mei zijn verspreid.

Vandaag overleg gehad met VMBO-West. Ik heb veel vertrouwen in het project rondom Francine Oomen dat we gaan doen. Ik merk dat ik het spannend vind de verantwoording wat uit handen te geven. Ook een goeie les. Ik heb beloofd om het allemaal een beetje samen te vatten en rond te mailen. Dat kan ik nog juist af krijgen voor de vergadering vanavond.

En dan hoop ik vroeg naar bed. Afgelopen zondag voorgelezen tussen de Geitjes in St geertruid. Heel leuk en goed georganiseerd die lammerendagen. Maar allemachtig wat was het koud. Daar reken je toch niet op in maart. Ik moet geen griep krijgen.






14 maart 2006
Al zeker 11.000 boeken bij elkaar. het gaat zeker lukken. 22 mei gaan wij alle kinderen hier en misschien wel alle kinderen in de regio een boek geven. Vanaf 22 mei kan geen enkel kind hier meer zeggen dat het geen boek heeft. Het zal een heel karwei worden om alle scholen een toegespitst pakket te geven. Maar ik weet uit ervaring hoe lang bijvoorbeeld prentenboeken leuk blijven dus heel precies op het AVI-niveau toegespitst hoeft het gelukkig niet te zijn. Alhoewel ik vermoed dat we genoeg AVI-boeken zullen hebben om heel dicht in de buurt te komen.

Dan ga ik nu maar eens bedenken welke VIPS de grote eer te beurt zal vallen om de boeken te mogen overhandigen en wie een bedrijf heeft met een bruikbare wagen voor het transport en ik zal mijn eigen wagen eens laten beletteren. Zal ik hem wel vaker moeten poetsen en wat beleefder worden in het verkeer. Vanaf dat moment glimlach ik alleen nog maar achter het stuur, hoe achterlijk er ook ingevoegd wordt en ik zal niet meer meezingen met de radio, want dan lijkt het ook alsof je zit te schelden.

Als het goed is komt Francine Oomen trouwens nog steeds naar Maastricht. De uitgeverij wil haar graag op een andere plek (in Utrecht) maar wij hebben haar al in 2004 gevraagd voor dit jaar en we willen haar niet meer kwijt. Stel je voor zeg.
Gelukkig wil Francine zelf heel graag komen. dat is het belangrijkste.






11 maart 2006
Een sombere zaterdag. Niet veel mensen nog op de been, lijkt het.
het gaat goed met de 15000 boeken. Ik ben de 7000 gepasseerd. Dat betekent dat we in elk geval voor de Maastrichtse basisschoolleerlingen voldoende boeken zullen hebben. De actie gaat dus door. Volgende week ga ik met Scholtens contact opnemen om het logistieke gedeelte te bespreken. En dan natuurlijk het perstraject. Stel nou toch dat er echt veel pers op af komt. Stel nou toch dat hier inderdaad zelfs landelijk aandacht aan wordt besteed. Wat moet ik dan eigenlijk denken van de pers? Ik bedoel maar. Ik heb wel eens harder en langer gewerkt aan een project.Maar goed, het zijn ook niet per definitie de beste boeken die het hardst lopen.






22 februari 2006
Vandaag heb ik zo weinig mail gehad, dat ik de neiging had aan de computer te schudden om te kijken of hij het nog wel deed. Wel rustig ook, want ik heb altijd die drang tot onmiddellijk antwoorden.

Ik heb mij laten verleiden tot een misschien onmogelijk project. Ik probeer 15000 boeken bij elkaar te krijgen om te schenken aan de basisschoolkinderen van Maastricht en enkele omliggende gemeentes.
Over het algemeen krijg ik enthousiaste reacties, maar voorlopig duikt iedereen nog zijn archieven, al dan niet stoffig, in om te kijken wat er is.
15000 is gigantisch veel. Daar komt logistiek ook het een en ander bij kijken. Maar al telefonerend en mailend kom je een heel eind.

Scholtens, mijn leverancier vindt het ook een goed plan en heeft beloofd logistiek bij te springen.

Maar nu eerst carnaval. Ik heb er zin in, dat beloofd meestal niet veel.






16 februari 2006
Ik schrik ervan hoe lang het geleden is dat ik schreef. Augustus! Het was kennelijk druk in het najaar.
Klopt ook wel. Ik heb Ine gemist bij de voorbereidingen van de Kinderboekenweek. Wat een administratieve rompslomp. Maar het is gelukt. Het is puzzelen, schuiven met last-minutes, verkeerde planningen van scholen, vervoersproblemen… Maar de schrijvers waren gezellig. Sjoerd Kuyper wist zelfs een meezinger te krijgen. Hij was de laatste telg uit het gezin Kuyper die dat nog moest bereiken, dus iedereen heeft daar met kerst weer recht in elkaars ogen kunnen kijken. Allemaal Magie…
En dan Harry Potter. Man wat was dat leuk. Enorm verkouden geworden, maar dat was het waard. Meer dan 500 mensen zijn er geweest, zeker 60 mensen hebben meegewerkt die nacht. Ik kan het bijna niet geloven. Sommige kende ik niet eens. Vroegen ze waar ik die Hagrid vandaan had? Geen idee, die was er gewoon. En ach, een mevrouw die me helemaal gelijk gaf en ook vond dat het niet kon, zo’n motor in een boekenzaak… Ik zal hieronder het verslag plaatsen dat ik rondgestuurd heb. Het zal wel niet lukken met de foto’s en zo, maar dat moet dan maar even.
Sinterklaas en Kerst waren druk en goed, maar dit jaar is het me in elk geval gelukt om thuis een echte boom op te zetten. Dus de drukte was te overzien. Het scheelt enorm als je niet hoeft te verhuizen.

En nu 2006
Druk alweer met de kinderboekenweek, dit jaar komt Francine Oomen. Dat moet strak georganiseerd.. We hebben dit jaar twee belgen in het gezelschap, daar verheug ik me op. Nog nooit een vervelende Belgische schrijver gehad. In april bij het poëziefestival in Landgraaf is ook Geert de Kockere van de partij. Hij was in 2002 onze gast. Leuk dat ik hem weer ga ontmoeten. Ik ben er erg voor om eens een schrijversactiviteit met louter Belgen te organiseren en dan gelijk 10 of zo.

En we hebben iets nieuws. Zwaan Kleef Aan organiseert een voorleeswedstrijd voor leerkrachten. Die gaat in mei plaatsvinden. Morgen een afspraak met de pers. Wellicht willen ze een verslag van het verloop maken. Dat zou nou eens goed zijn. Stijgen ze weer iets in mijn achting.

Van de zomer komt Martijn van der Linden een Workshop geven en Peter Brouwers komt Keubeke installeren. Met St Merie op 12 augustus. Maken we er hier een echte ‘verrekesstal’ van.
Ik wil de kinderen ook met krijt op de muur laten tekenen. Ik maar dat Woonpunt geluisterd heeft en het verven van de muur uitstelt tot na 12 augustus.

En daar heb ik toch een nevenactiviteit. Jawel de Boekenwurm gaat van het rechte pad. Maar alleen per hoge uitzondering. Ik ben voorverkoopadres voor de activiteiten die de stichting Burchtfeesten Noorbeek organiseert. Alleen voor hen!! Dus zin in de Janse Baggebend? Zaterdag 18 maart in Noorbeek voorverkoop 7,50 (bij mij dus) of 9 euro aan de kassa.
Afijn , kijk maar op hun website www.burchtfeestennoorbeek.nl

Dan volgt hieronder nog het verslag van de Harry Potternacht vrijdag 18 op zaterdag 19 november 2005






16 februari 2006
Ruim 500 tovenaars en dreuzels bezochten de Weegisweg in Maastricht.


Na de verbijsterende mistoestanden 2 jaar geleden op de St-Pietersberg had het Ministerie van toverkunst dit jaar een andere weg bewandeld om het zesde deel van de zevendelige biografie over Harry Potter aan de Dreuzels te presenteren. Dreuzels mochten onder strikte begeleiding van een erkend tovenaar ‘s nacht naar de Weegisweg in Maastricht komen, waar zij een rondleiding zouden krijgen en uiteindelijk het boek konden bemachtigen.

Hier staat dus een foto
(onderschrift:onbetrouwbare boekhandelaar(zie verder) in gesprek met tamelijk stomme stagiaire van het ministerie in De Lekste Ketel)

Zodra de ondernemers van de Weegisweg van deze plannen van het ministerie lucht kregen, hebben zij van de gelegenheid gebruik gemaakt hun steun aan de S.H.I.T. (Stichting Huis-elf voor integratie en toleranatie)van Hermelien kracht bij te zetten. Ook de bezoekende tovenaars werden opgeroepen aan die steunoproep gevolg te geven en dat ook openlijk te tonen.

De tovenaars moesten zich op een van tevoren vastgesteld tijdstip melden in De Lekste Ketel waar zij via de rechterdeur in de Magische wereld stapten. Zij kregen daar na veel magische opstakels een vragenlijst uitgereikt die hun route over de Weegisweg bepaalde.
Via de Transformatiewinkel, waar enkele hele pakkende aanbiedingen waren (flubberwurmtransformatie zelfs –50%)

Hier staat dus weer een foto
(onderschrift:(Solidaire tovenaar transformeert naar Huiself.)

De Boekwinkel waar een verdwaasde tovenaar met zijn motor was geland. De betreffende boekhandelaar verdiende overigens niet beter omdat zij op slinkse wijze de dreuzelpers naar deze manifestatie had proberen te lokken Dankzij de inzet van extra schouwers is het deze pers ondanks hun hoogopgeschroefde vakbekwaamheid niet gelukt de Weegisweg te bereiken. Hun grootste waarneming was, dat in een andere boekhandel slechts 30 dreuzels het boek kwamen halen. Tja…

Op de Weegisweg was het magisch druk voor dit late uur. Enkele heksen van het platteland dachten dat alle winkels geopend waren. Deze vijf dames (waarvan een in faunatenstaat) probeerden zelfs de dreuzelpolitie te bewegen hen naar een verdergelegen winkel te vervoeren. Iets wat deze geschokte agenten natuurlijk niet deden. Een accurate schouwer paste onmiddellijk een vergetelheidsspreuk toe.

Hier staat dus weer een foto
(onderschrift:vijf heksen van het platteland op de Weegisweg)

Natuurlijk waren er waarzeggerijfraudeurs die van de aanwezigheid van zoveel dreuzels gebruik wilden maken.

Hier staat dus weer een foto
(onderschrift: waarzegster met gezichtsproblemen op de weegisweg)



De meest eenzame magier was echter de supporter van de ZL ZV ZW (Zuid Limburgse Zwerkbal vereniging Zwoer Weer) die zelfs nadat het reserveteam van het zevende van deze onder aan de ranglijst bengelende Zwerkbalvereniging met 125-0 verloren had optimistisch aanzette tot bemoedigende leuzen.

Weer 2 foto's (mislukte Spatski Schijnbeweging) (Optimsisme ten Top: Hoog ZL ZV ZW)

Na een strenge en onrechtvaardige schifting door leden van het Ministerie van Toverkunst en enkele vrije elfen, mochten tovenaars met willekeurig aangewezen dreuzels instappen in de Collectebus, waar zij na een botsende ervaring en een magische ontmoeting hun boek in bezit konden nemen.

Foto's(Wachten tot de deuren opengaan)
(Welkom in de Collectebu, Wat is uw reisdoel?Merkwaardig veel mensen blijken zonder reisdoel in een bus te stappen)

laatste foto
Een agische verschijning waarvoor menigeen nogmaals het eigen dreuzelvooertuig pakte om het opnieuw te mogen zien.

(Deze laatste verschijning hangt in A1 formaat in de Boekenwurm die kun je als webloglezer dus wel even komen bekijken. Wil je het verslag met foto's per mail, dan neem even contact op. Kan via deze site)







13 augustus 2005
Soms krijg je toch zulke vreemde verwijten. Vandaag had ik een Amsterdammer in de winkel die beweerde dat ik het aanbod van kinderboeken in Maastricht verschraalde. Hij had in allerlei boekwinkels tevergeefs naar het Rode Kippetje gezocht en het tenslotte (het is niet te geloven) in de kinderboekwinkel gevonden. Mijn schuld. Als ik er niet was zouden de andere boekwinkels tenminste een fatsoenlijke voorraad kinderboeken hebben.
En geloof me, hij was echt geirriteerd. Hij had nog wel moeten bellen met zijn achterban. Ik had namelijk het rode kippetje EN Vijf verhalen voor jonge Haasjes WAT MOEST HIJ NOU KIEZEN?????
Echt, wat hem betreft: Weg met de Kinderboekwinkel.






13 augustus 2005
Iedereen doet mee! De hele straat werkt mee aan de Harry Potternacht. Zelfs de Schoenenreus past zijn etalage (en dat is een lap glas aan deze kant)aan.

Inmiddels staan er nog een paar activiteiten op het programma. Zondag 2 oktober presenteren we Wumke en de Wouf, het derde Maastrichtse prentenboek van Peter Brouwers hier in de winkel. Ik heb wethouder Costongs uitgenodigd een exemplaar in ontvangst te nemen. Hij liep hier een paar weken geleden binnen om te vragen hoe het ging met de nieuwe winkel. Dat gebaar alleen al maakt dat hij een Wumke verdient!
Zondag 5 februari 2006 krijgt Keubeke zijn vaste plekje in de winkel. Dat is midden in de voorleesdagen. Leek ons een mooi moment
Zondag 2 april 2006 wil ik nog even terugkomen op het Turks feest van vorig jaar.
Door de drukte van de feestdagen en de verhuizing is dat nooit goed afgesloten voor mijn gevoel. Dat wil ik nu doen, met de presentatie van het grote boek, een snufje zang, een scheutje dans en een paar korreltjes voorlezen.

Deze week kreeg ik nog en varken 'Fritske'. hij kreeg een plaatsje tussen de Keubekes vanwaar hij parmantig de winkel in kijkt.

Het enige vervelende is dat mij printer kuren vertoont. Ik hoop dat vandaag op te lossen.






28 juli 2005
Nog een leuke bijkomstigheid van de nieuwe Potter. Er komen nu allemaal van die lange jonge mannen naar de winkel die met een diepe stem vragen "Hallo ken je me nog, ik ben Lucas, Joris, Martijn... ik wil graag inschrijven voor de nieuwe Harry Potter kan dat" En inderdaad. Een jaar of 10-12 waren ze de Harry Potter lezers van het eerste uur. En nu na 8 jaar zijn ze volwassen mannen geworden. Jonge mannen weliswaar, maar zeker geen jongens meer. Wat leuk om ze terug te zien!

De tovenaarspassen zijn klaar. Ik vind ze erg mooi geworden. De tekening van Martijn heeft helemaal niets met Harry Potter te maken en juist dat maakt het zo'n hebbeding.
Hij is te koop tot 18 november. Het is niet zo dat je hem als gadget bij het boek krijgt.

Is het nog te vroeg voor een Pizza? Ik heb toch honger...

Binnenkort weer een berg brieven maken voor de scholen ivm de kinderboekenweek. wat een werk. Ik ben maar vast begonnen met het maken van mallen. Verder verloopt alles wel goed. Volgende week is Marion van de Bibliotheek terug van vakantie. Tijd om weer eens tussendoor de koppen bij elkaar te steken.

Volgens Boekblad ben ik erg gelukkig met de aanbieding van uitgeverij pimento. Ze belden me op om een reactie te vragen. Ik heb de aanbieding nog helemaal niet gezien, zei ik, maar ik heb wel een mening over luisterboeken in het algemeen. Die mening vonden ze kennelijk het noteren wel waard, dat ik daarvoor meteen heel gelukkig... enfin wat ze verder schreven klopt dus ik heb er geen moeite mee om gelukkig te zijn met iets dat ik niet ken.

Pizza is besteld!






21 juli 2005
Vandaag vliegt voorbij, ik wil van alles doen, maar niks komt af. Is het druk? Ik weet het niet. Het moet haast wel anders zou er wel meer uit mijn handen komen. Veel oude klanten voor de eerste keer hier vandaag en allemaal blij met de nieuwe winkel. En zojuist een heel sympathieke mevrouw, engels van origine, met een tweetalig opgevoede dochter van elf die zo mooi engels spreekt. We spraken nog even over de Engelse Harry Potter, die nu echt overal op lijkt te zijn. Zelf lees ik hem niet in het Engels omdat ik vrees wel het verhaal te begrijpen, maar de jus niet te proeven. Rowling gebruikt zo haar eigen termen en ik heb niet de fantasie om een woord als 'dreuzels' te bedenken. Ik wacht tot november als Wiebe Buddingh zijn meesterschap erop heeft losgelaten. Geen engelstalige Harry potter voor dit meisje ook, dat is meer iets voor haar grotere broer. Zij komt vanavond toch met een mooi stapeltje boeken thuis. 'I promised you, we would have a little party in de bookshop'zei haar moeder. Dit is echt genieten van boeken.

Wat de Nederlandse Harry Potter betreft. 9 augustus heb ik alle ondernemers hier in de straat uitgenodigd voor een eerste vergadering. Voor de zekerheid ook maar iemand van de gemeente gevraagd. Dat lijkt me de kortste weg om alle plannen te toetsen aan de wet.






15 juli 2005
Morgen mag de nieuwe Harry Potter verkocht worden. De Engelse. Ik had er 40 besteld (volwassen editie, want die is minder lelijk) en ik heb er JAWEL 15 gekregen. Heel fijn, temeer daar ik er precies 40 bestellingen op had staan. Ik heb de andere 25 geannuleerd want na zaterdag raak ik ze aan de straatstenen niet meer kwijt. Bergmans gebeld en zij zouden er 25 reserveren.
Ik hoop dat de mensen die hier gereserveerd hebben in elk geval morgen hun boek krijgen. Er is bovendien zo'n prijzenslag losgebarsten bij die engelse editie, dat ik waarschijnlijk volgende keer niet eens meer mee doe.
Morgen om 8.30u open Eigenlijk ben ik gek.






25 juni 2005
Vandaag een aanvaring gehad met klanten. Het ging als volgt. Ik zat aan mijn bureau iets uit te rekenen en had niet in de gaten dat er mensen bij de kassa stonden te wachten. Opeens hoor ik een fluitje en kijk op. de beide meisjes en de ouders beginnen te lachen. Ik vraag "was dat voor mij bestemd?" "Ja, we willen graag afrekenen" terwijl ik naar de kassa loop zegt de moeder " Het was een grapje" Ik zeg "Ja, want dat kun je eigenlijk niet maken." Verbaasde blikken. Ik zeg "Ja, je fluit op een hond, toch niet op een mens." "JA, maar het was een grapje" Ja, dat begrijp ik, ik ben ook niet boos, maar toch kun je het eigenlijk niet maken." Dat had ik niet mogen zeggen. Ze hoefden het boek niet meer.
Terwijl ze naar buiten gingen beet vader me toe dat je dit soort dingen niet tegen klanten behoorde te zeggen, en zeker niet op die (?) toon. In de uitgang riep hij, in de hoop waarschijnlijk dat de hele straat het zou horen, dat ik erg onbeleefd was. "Nee, meneer, dat bent u" zei ik nog en toen waren ze buiten.
Het spijt me dat er op dat moment geen getuigen in de winkel waren. Vooral omdat ik buitensporig goed op mijn toon gelet had. Juist omdat ik weet dat ik de dingen fel kan zeggen. Mensen die me kennen zouden waarschijnlijk gevonden hebben dat ik de dingen angstaanjagend beleefd heb gezegd.

OK voorbij,belangrijker is, dat we komende zaterdag een tovenaar hebben rondlopen rechtstreeks afgevaardigd door het ministerie van Toverkunst. Dat de Gemeente die Tovenaar zo in haar hart gesloten heeft dat zijn beeltenis zelfs figureert op het aankondigingsaffiche.
Hij gaat aanmeldingsformnulieren voor Harry Potter 6 uitdelen. Op de achterkant hebben we alle winkels uit de mariastraat vermeld. Onze slogan:
Mariastraat: de beste weg naar de Kesselskade. Ik krijg een hechte band met de buurt,erg gezellig.






10 juni 2005
Maastricht begint steeds meer op Amsterdam te lijken. Elke keer als ik op de fiets kom, zie ik reigers.

Gisteren een Gesprek met de Rabobank gehad. Zij zijn bereid Zwaan Kleef Aan in een of andere vorm te gaan sponsoren. Dat is geweldig nieuws, want de gemeentelijke subsidies zijn vervallen en wen willen toch graag kwaliteit blijven bieden. Voor het programma in oktober dit jaar zijn ruim 6000 kinderen aangemeld. We kunnen jammer genoeg niet alles honoreren, maar wat goed he!.
Voor het Bos vol Tover van Sjoerd alleen al hadden we ruim 1800 inschrijvingen.

Er zijn al 3 mensen actief voor mijn recensieplatform. Twee jongens van ca 11 jaar en een kleuterleidster. Uitgeverijen die recensie-exemplaren sturen hebben daar voortaan veel meer baat bij. Wordt vervolgd.



De Boekenwurm krijgt redactioneel al behoorlijk vorm. De advertenties heb ik dit jaar niet rond gekregen, maar ik broed...






2 juni 2005
Misschien valt het mee. Gisteren heb ik de CPNB-website nog eens bekeken en ik dacht te begrijpen dat 4 oktober met het kinderboekenbal de kinderboekenweek officieel geopend wordt. Dat zou dus betekenen dat Joke in elk geval op woensdag 5 oktober zelfbeschikkingsrecht heeft. Het programma in Maastricht zou dan niet in het gedrang hoeven komen.
Helemaal vertrouw ik het nog niet, want honderd procent zeker klonk de CPNB ook niet aan de teklefoon, maar een beetje veel hoop durf ik wel te hebben. Sterker nog, als dit bericht waar is betekent dat dat we in de toekomst ook niet meer struikelen over dubbele agenda's van schrijvers. Hoe vaak is het niet gebeurd dat wij de Gouden griffelwinnaar of de schrijver van het kinderboekenweekgeschenk moesten afstaan aan Amsterdam. Dat zou dan nu niet meer hoeven. Kalm kalm, niet te blij worden, rustig...

Mijn idee om ter gelegenheid van de opening van de Kesselskade iets met Harry Potter te doen heeft de gemeente nogal enthousiast gemaakt. Ze zijn al verschillende keren hier binnen gelopen om te vragen of ik het ga doen aljeblieft alsjeblieft. Ik zei hen dat ik ook maar 1 mens ben en niet iemand die in staat is om verkleed iets hekserigs te doen. Dat vergt talent en tijd en durf. Nog afgezien van het feit dat ik gewoon de winkel moet draaien.
Nu hebben zij me het telefoonnummer gegeven van iemand die misschien wel over die eigenschappen beschikt. Ze komt binnenkort eens praten. Het vervelende is, dat ik er geen budget voor heb. Ik heb gegokt op een advertentiecyclus in de regionale kranten. Die kost een berg en levert een beetje tot niks op, tot nu toe. Maar ja ik zit eraan vast. Goed leermoment en toekomstig tegenargument, dat wel.






1 juni 2005
Vandaag heb ik voor Europa gestemd. Het zal vermoedelijk niet helpen omdat de meerderheid tegen zal stemmen. En eigenlijk, als ik heel eerlijk ben stem ik om de zelfde redenen voor als zij tegen. Ik hoop namelijk dat door een sterker Europa het puistje Nederland minder groot zal worden. Ik loop te vaak op tegen het feit dat Nederland niet verder reikt dan die steenklomp aan de zee.
Bijvoorbeeld: De CPNB (landelijke organisator van onder andere de Kinderboekenweek)is zo bang voor de media dat ze niet met hun opening buiten die Randstad durven gaan. Daar maken ze geen geheim van. Dat is kenmerkend, maar niet echt lastig voor ons. Tot dit jaar. Om de pers op hun feestje te krijgen hebben ze het volgende bedacht.De Gouden Griffel, toch nog steeds de belangrijkste kinderboekenprijs, wordt pas op 4 oktober 's avonds op het kinderboekenbal bekend gemaakt. Dat betekent dat de 5 genomineerde schrijvers op dat feest verwacht worden en dat de winnaar van de Gouden Griffel pas dan ook weet of hij op 5 oktober bij de opening IN DE RANDSTAD moet zijn.
Nou ja zul je denken, wat hebben wij daar mee te maken?
Joke van Leeuwen is genomineerd. Wij hebben Joke van Leeuwen in ons programma zitten op 5 oktober. Daar schrijven scholen nu op in. Voor ons betekent dat dus, dat we pas op 4 oktober (met geluk) en anders pas 5 oktober 's morgens weten of het programma met Joke kan doorgaan.
Nu zijn wij inventief en hebben wij meteen een alternatief plan gemaakt. Dus Joke kan de Gouden Griffel winnen en de scholen krijgen toch hun programma, zij het op een andere dag.
Maar ik zei tegen Joke dat ik het haar enorm gun, maar uit eigen belang hoop dat ze niet de Gouden griffel wint
Het wordt dus een win win-situatie antwoordde Joke. Of ik win of jij. Hoe dan ook Maastricht heeft op 5 oktober een geweldige opening en wellicht op 12 oktober nog een Gouden Griffel feest. Het wordt een win win win situatie!






27 mei 2005
In 48 minuten en wat stof naar de winkel gefietst. Een reccord! Het scheelt natuurlijk dat Joost mijn hangslot ervan af heeft gehaald. Een kilo minder gewicht. Het heeft wel een muisje het leven gekost die topsnelheid. Heel eng. Ik zag hem oversteken en dacht nog: "was dat een muisje?" Toen draaide hij zich om en rende terug. Tussen mijn wielen door. Het klonk tamelijk definitief. Ik ben toch maar niet gestopt om te kijken.
Vandaag kunnen we ook eindelijk de kentekenplaten halen voor op de nieuwe auto. Als Joost bovendien nog kans ziet ze erop te zetten, zijn we weer mobiel. Het heeft dan maar een half jaar geduurd,om die wagen van Belgie naar Nederland te krijgen. Nu kunnen we regenbestendig bezorgen. En ik kan met de hond naar de dierenarts. We kregen het arme beest niet in de cabine van de pick-up gepropt.
De winkel...
2 juli, een zaterdag, willen ze aan de Kesselskade, de nieuwe Boulevard een beetje feestelijk openen. Of we, als buurstraatwinkel, ook iets willen doen? (Hier in de Mariastraat organiseert cafe "De awwe Stiene" bovendien iets, dus de kans dat ik een tamelijk stille zaterdag krijg, omdat de straat geblokkeerd is door feestende Maastrichtenaren is groot.)
Nu heb ik het plan om iets te doen met de nieuwe Harry Potter. Eigenlijk zoek ik mensen die, in vermoedelijk brandende hitte, of plenzende regen, bereid zijn als iets hekserigs inschrijfformulieren uit te delen. Liefst met een leuk actje. De gemeente vind het ene geweldig idee.
Ik ga Ludo (van Stiphout) eens bellen. Misschien heeft de collectebus vrij?






26 mei 2005
Wat een rotdag. Het is dat het interet is dus ik schrijf het werkelijke woord niet op, maar wat een dag.
Adverteerders haken af voor de Boekenwurmbode. Ik kan niet anders dan denken dat ze Zuid Limburg niet interessant genoeg vinden. te weinig mensen he. Te weinig lezers.
De harmonie bijvoorbeeld, die GRGRGRv omkomt van de free publicity via deze winkel omdat ze de Harry Potter boeken maken, adverteert niet. Tja ze hebben geen titel... L... Nou had ik het toch bijna opgeschreven. HARRY POTTER ZES KOMT UIT DIT NAJAAR, HET THEMA VAN DE KINDERBOEKENWEEJK IS MAGIE en zij hebben geen titel?
Gottmer gaat een boek van Tim uitgeven. Van onze Tim!!! Maar ze adverteren niet.
Laat ik er maar over ophouden, het bederft mijn dag.
En nu heb ik zojuist mijn map met HP adressen die ik bijna actueel had en waar ik de rest van deze ondag aan gewerkt heb per ongeluk verwijderd. geloof me als er zo meteen weer iemand binnen komt die beweert dat ze beter door haar mannetje van de andere boekhandel geadviseerd wordt, dan wurg ik haar. Oh, ik hoop bijna dat ze komt.






23 mei 2005
Lang niet geschreven, maar ik merk dat ik, nu ik in mijn eentje de Boekenwurm doe, mijn dagboek begin te missen.Het is een heftig half jaar geweest. Na de kinderboekenweek leek alles gewoon te blijven, maar kort voor kerst kregen we toch te horen dat we enorm veel meer huur moesten gaan betalen en ruimte moesten inleveren. Om een lang verhaal kort te maken. De Boekenwurm is verhuisd. Sinds 12 maart zitten we in een mooi pand aan de Mariastraat. Een plek die veel gunstiger ligt dan de Houtmaas en waar we misschien wel de hogere huur uit de omzet kunnen halen.
Desiree heeft besloten de stap niet mee te maken en nu sta ik er dus alleen voor. Vreemd. Van de ene kant is het gemakkelijker omdat ik nu alles zelf kan beslissen, van de andere kant mis ik een geroutineerde partner waar ik de zaak blind aan kan toevertrouwen.
Ik was natuurlijk erg verwend.
Personeel aannemen? Angstig hoor. Ik heb zoveel spookverhalen gehoord over ziekmeldingen en jarenlange betalingen. Een logge instelling als het UWV waar het jaren duurt als fouten hersteld moeten worden en waar je je blauw aan betaalt. Alleen maar klachten. Nee,geen personeel,hoor je overal. Toch kan ik er niet omheen. Ik heb de stap moeten nemen en ben iemand gaan zoeken. Er zijn er velen die in deze winkel willen werken, maar zo blijkt niet zo veel die het ook echt kunnen. Hun nadeel is natuurlijk dat ik niet de tijd en de rust heb om iemand echt in te werken. En ik blijf vanzelfsprekend de stresskip die ik was, al doe ik nog zo mijn best.
Maar er moet zoveel..
De Boekenwurmbode, waarvoor de adverteerders dit jaar niet staan te trappelen. Heel vervelend, want juist dit jaar is die bode voor mij zo belangrijk. Niet iedereen weet nog dat we verhuisd zijn...
En schrijven. Die krant moet natuurlijk ook vol. Gelukkig zijn er nogal wat items. De kinderboekenweek zelf en ook de Harry Potternacht. Want dit jaar komt deel zes. Ik verheug me er ontzettend op.
Wel jammer dat De Harmonie, de uitgeverij van Harry Potter dit jaar niet in de Boekenwurmbode wil adverteren. Als ik een ding niet geloof,is dat ze er geen geld voor hebben. Ik word daar toch een beetje rancuneus van merk ik. Ze krijgen zoveel free publicity. Ik heb de neiging mijn voorraad van hun boeken te beperken tot Harry Potter. Dat ze de rest dan ook maar via andere kanalen verkopen.
Verder Consent, de onderwijsbegeleidingsdiens heeft zich teruggetrokken uit Zwaan Kleef Aan. Dat betekent dat de administratie voor het scholenprogramma in de kinderboekenweek nu ook op het bord van de Boekenwurm ligt. Maar soms komt er hulp uit onverwachte hoek. Ik trof mijn vroegere directeur uit de transportwereld. Hij is inmiddels met pensioen. Hij puzzelt nu voor me op een programmaatje waar ik de aanvragen van de scholen op in kan voeren en dat dan uitrekent wat waar mogelijk is en dergelijke. Dat zal alles in elk geval gemakkelijker maken.
Maar het wordt mooi weer en ik fiets weer en ikmben door alle gedoe een hoop afgevallen. Dus dat valt mee.
Ik werk nu aan mijn relatie met Gijs. Hij ziet zijn moeder veel te weinig, dat moet niet te lang gaan duren. Ik had zaterdag een klant in de winkel die stond te beweren dat werkende moeders slecht zijn voor kinderen. Ze zei het niet zo en ze bedoelde mij niet(Waarschijnlijk omdat ze niet besefte dat ik, als ik hier ben, werk...), dat wist ik, maar ik reageerde toch. Laten we het op een overgeprikkeld schuldgevoel houden. Wordt vervolgd






18 oktober 2004
Zondagmorgen 17 oktober 2004, ik heb naar dit moment verlangd. De dag na het feest, als ik zal weten of het geslaagd was of niet. Mijn gevoel is een beetje dubbel, maar ik denk dat inherent is aan een leidinggevende positie. Je hoort alles wat mis gaat en je krijgt complimenten.

De opkomst was goed. Er had nog wat meer bij gekund, maar overal waren mensen en iedereen kon overal goed bij. Toch ben ik niet ontevreden, zeker als je het late tijdstip voor een kinderfeest in aanmerking neemt. Waarschijnlijk hebben het Alevitisch feest en de Ramadan de opkomst ook sterk beïnvloed. Ik denk dat er in totaal 150 tot 200 mensen geweest zijn. Het is altijd een beetje moeilijk meten als er op verschillende plaatsen iets te doen is en het publiek circuleert.

De gasten op het feest waren over het algemeen positief. Ze vonden het leuk, sfeervol en de werken van de kinderen op de diverse basisscholen kregen heel veel waardering. De hapjes vielen in de smaak en waren overvloedig aanwezig. Uiteindelijk is er vrijwel niets weggegooid. Veel is meegenomen en ik hoop dat men daar vannacht nog uitgebreid van genoten heeft.

De opening met het filmpje van Jacques Vriens sloeg goed aan en de prijswinnaar van de e-mail aan meester Jaap, Tom Jacobs uit Treebeek was aanwezig om gehuldigd te worden.

Het voorlezen in de prachtig ingerichte voorleesruimte was een groot succes. Zeynep Arslan, Peter Brouwers en joop Vinck vormden een goed trio. Ik vond het heel leuk dat Kemal de uiteindelijke vertaler van Bertje Big (Domuscuk Bert) ook gekomen was. Hij vond de Turkse Bertje mooi gemaakt en ik heb hem beloofd er voor hem ook een te maken.

De poppenkast was leuk en precies lang genoeg. Mehmet en Aysel Gür hadden ook hun kinderen bij zich en Ahmet hun zoon heeft nog viool voor ons gespeeld.
Ik denk dat de meeste Turkse mensen bij de poppenkast zaten. Veel volwassen Turken in elk geval. De zaal zat goed vol en daar was ik erg blij om. Ik wist niet dat schimmenspel zo kleurig kon zijn. Na de voorstelling mochten de kinderen achter de poppenkast komen kijken hoe het schimmenspel in zijn werk gaat.

Marike van de CPNB heeft de locatie op tijd kunnen vinden en ik heb de indruk dat ze een leuke namiddag/avond heeft gehad.Waarschijnlijk ook wel wat hectisch omdat ze zoveel moest telefoneren, maar het was te begrijpen dat de over het land verspreide CPNB mensen elkaar life op de hoogte wilden houden.

Mijn vrijwilligers hebben echt heel hard moeten werken. Het was heel heftig om alles op tijd in orde te hebben. Tijdens het feest was het even rustiger voor ze, geloof ik, maar het opruimen was weer een hele toer. Veel gesjouw met zwaar meubilair, veel afwas ook. We wisten niet hoe en waar de afwasmachine functioneerde, dus hebben ze geïmproviseerd en met beperkte middelen heel de vette troep verwerkt. Ik kan ze weer allemaal kussen. Als ik ze zo hard zie werken, dan vraag ik me toch altijd af waarom ze het toch zo leuk vinden om me te helpen. Ik ben zelf toch echt nog geen zwaan, dus zo nu en dan kon ik flink in de stress schieten. Bas zei op een gegeven moment, toen we samen met een tafel liepen te sjouwen, dat hij het altijd weer een plezier vindt om met me te werken. Het is nooit saai. Ik antwoordde hem dat als hij dat nog een keer zou zeggen ik zou gaan brullen. Bas is en stagiaire van me geweest toen hij op de middelbare Vrije School zat. Bas is van de eerste dag af een van mijn medewerkers die ik in de top van mijn vaandel draag.

Wat ging er mis?
Het ergste dat mis ging, was Halil Gür. Met deze schrijver is bijna alles verkeerd gelopen dat met een schrijver fout kan gaan. Het ophalen aan het station ging goed.
Hij had echter een totaal verkeerd beeld van de avond. Hij was in de veronderstelling dat het om hem alleen ging en het viel dan ook niet zo goed dat hij de aandacht moest delen met de poppenkast en het voorlezen. Hoe dit is kunnen gebeuren snap ik nog steeds niet want ik heb hem zelfs schriftelijk geïnformeerd over de plannen en een uitdraai van dit dagboek meegestuurd omdat hij zelf geen gebruik wil maken van Internet. Na de vakantie had ik dit weer moeten doen en daar ben ik in de fout gegaan. Maar na ons telefoongesprek van afgelopen week meende ik dat hij wel op de hoogte was. De zaal waarin hij moest spreken was ingericht als stadscafe, met houten tafeltjes en stoeltjes. Weliswaar waren de stoelen op het podium gericht, maar hij was toch ontevreden over de opstelling.
In het stadscafe zouden vanaf 20.30 u de hapjes te krijgen zijn. Dit was geen goed plan. Er is in La Bellettsa geen goede routing te maken voor eten waardoor de hapjes al uitgestald stonden in het café voor zijn vertelling begon. Dat maakte de ruimte wat rommelig. Ik heb er spijt van dat ik daar niet beter over nagedacht heb, maar zelfs nu ik er een hele nacht over heb liggen piekeren, weet ik nog niet hoe ik het anders had moeten doen. De mooie tapijten uit de voorleeshoek wilde ik niet bij het eten hebben en voor de poppenkast zou de ruimte te klein zijn. Het eten in de hal leek me geen goed idee omdat de kans dan bestaat dat het door het hele gebouw wordt gesleept. Wanneer ik van tevoren had geweten dat het deze opkomst zou zijn had ik in de gangen meer meubilair durven gebruiken en misschien toch wel de hapjes in de gang gezet. Dan was het ook geen probleem geweest als de vertelling van Halil Gür uit zou lopen. Waar ik heel erg mee zit is dat zijn lezing onderbroken is door iemand die riep dat we bij de hapjes moesten kunnen. Dat was volkomen niet waar, omdat in het programma duidelijk stond dat er vanaf 20.30 u hapjes zouden zijn. Halil Gür had dus nog een kwartier spreektijd tegoed zonder dat er sprake was van uitlopen.
Ik had hem ook beter moeten begeleiden. Uit ons telefoongesprek was al duidelijk geworden dat hij een gevoelige man is, dus ik had het niet aan anderen over moeten laten. Ik weet niet of ik zijn toorn had kunnen voorkomen, maar dan had ik in elk geval zelf alles op mijn kop gekregen. Joost en ik spraken nog over de nachtmerrieachtige toestanden waar schrijvers in verzeild kunnen raken als ze ergens een verhaal gaan houden, daar hadden we over gepraat tijdens het genoeglijke etentje met de schrijvers op 5 oktober de dag voor de opening van de kinderboekenweek. Maar nu is het mezelf overkomen, dat een schrijver met een slecht gevoel is vertrokken en ik heb het niet kunnen verhinderen.

Verder waren het kleine dingetjes die misgingen en die inherent zijn aan een grote organisatie als deze op een nieuwe locatie en met mensen die pas ter plekke echt goed geïnformeerd kunnen worden.
Meneer Wilhelmussen van Servatius is een erg aardige man en hij heeft ons waar hij kon terzijde gestaan, maar ik heb me voorgenomen niet meer naar een locatie te gaan waar niet constant iemand aanwezig is die het gebouw door en door kent en die op praktische weetjes aangesproken kan worden. Het klinkt misschien wat hysterisch, maar ik kon wel gillen toen de 10e persoon me kwam vragen waar de bezem stond. Heb ik niet gedaan (behalve een beetje tegen mijn moeder), want ik had dit organisatorisch moeten ondervangen. Fout van mij maar ach, waar gehakt wordt vallen spaanders…


Er was geen Nederlandse pers, maar Kemal Bolek is journalist voor diverse Turkse bladen en hij heeft uitgebreid met Astrid Bohny gesproken over de beeldende projecten die op de scholen zijn geweest. Ik zou het geweldig vinden als daaraan nu eens in de pers aandacht werd geschonken.






13 oktober 2004
Het is wat met die pers. Vele minuten met Frank van de CPNB getelefoneerd, niet vervelend hoor, het is een aardige man, maar we kunnen het maar niet eens worden over de persbenadering. Ik begrijp hem wel, de CPNB moet persaandacht voor de landelijke kinderboekenweek genereren. Wat ik hem heb proberen duidelijk te maken is dat het zo veel zou uitmaken als de CPNB eens stelling durfde te nemen door zelf voor de provincie te kiezen. De randstedelijke pers, die tot op heden ook de verslaggeving voor ‘de rest van het land’ op zich neemt, heeft nu eenmaal niet de neiging naar die rest van het land toe te reizen. Frank meende uit mijn vorige stukje te begrijpen dat ik bang was dat we een stagiaire zouden krijgen. Even rechtzetten. Dat was bij wijze van spreken, om te illustreren hoe groot ik de te verwachten persbelangstelling schat.

Over persbelangstelling gesproken. NOG een frustratie. De Boekenwurm ligt in Maastricht. Dat is de hoofdstad van Limburg. Uit een of ander hardnekkig misverstand, blijkt echter dat de provinciale pers denkt dat de stadsomwalling van Maastricht nog steeds overeind staat en in functie is. Voorbeeld: gisteravond kreeg ik de Heuvelland Actueel onder ogen. Dat is de gratis weekkrant editie die ik thuis in Noorbeek ontvang. NIETS over de Spekkies. Ik word daar ook gek van hoor. Dat ik nooit eens een bericht over mijn eigen werk in mijn eigen regio kan lezen. Ik doe het ook voor de provincie. De afstand is te fietsen, dames en heren van de pers. Mensen uit Gulpen of Noorbeek of Valkenburg zijn mobiel genoeg om naar activiteiten in Maastricht te komen. Een groot deel van mijn vrijwilligers komt er zelfs iedere keer voor uit Roermond. Er is maar 1 kinderboekwinkel in de provincie. Het is maar een keer kinderboekenweek per jaar. Zouden wij ‘boeren’ dan alsjeblieft ook mogen lezen dat behalve de bibliotheek Margraten nog iemand iets doet??? (Met alle respect voor de bibliotheek in Margraten overigens)

Vanmorgen ook nog een e-mail gestuurd aan de hoofdredacteur van de Kamer van Koophandelkrant. Hij schrijft in zijn, bij ons erg populaire, column geregeld over frustraties waar je als ondernemer in het algemeen en ondernemer in Limburg in het bijzonder tegen aan kunt lopen. Ik heb even mijn hart bij hem gelucht. Dus geen zorgen, ik kan er weer tegen.








12 oktober 2004
Een mooie dag. Vanmorgen is ‘het’ in mijn rug geschoten en tot nu toe helpt een aspirine nog niet. Waarschijnlijk door de lage temperatuur in de winkel. De verwarming staat nog niet aan en doordat de nieuwe huiseigenaar hier zelf nog niet woont kunnen we daar ook niets aan veranderen. Verder gaat alles goed.
De hele zondag met Het Grote Boek bezig geweest. Het wordt heel mooi al zeg ik het zelf. Er zal nog genoeg ruimte overblijven voor een uitgebreide rapportage van het feest zelf.
Een vreemde mail van de CPNB. Ze weten nog niet wie waar heen gaat omdat dat van de persbelangstelling zal afhangen????? Gezien onze ervaringen met de landelijke pers hier, krijgen wij dus waarschijnlijk een stagiaire die zijn of haar studie na kerst afbreekt omdat het toch niet was wat hij/zij zocht.
Sorry hoor, maar ik ga daar toch iets over vragen. Ik vind het een beetje de omgekeerde wereld. Volgen wij nu de pers?
In elk geval was het filmpje bij TV Maastricht mooi gedaan. Heel wervend voor het feest. Jammer dat er niet veel verteld werd over de Alevieten, maar je kunt niet alles hebben.
Ik bedacht dat er twee nachtmerriescenario’s bestaan. 1 Er komt niemand (dat zou jammer zijn, maar dan hebben we in elk geval ons best gedaan) 2 Er komen een paar duizend mensen zoals in de Bonbonnière. Daar kan ik rechtop van in bed zitten ’s nachts. Hoe dan ook, op dit moment gaat alles dus nog goed.

De winnaar van de e-mail aan meester jaap is bekend, maar ik ga hem/haar hier nog niet noemen, want wie weet leest hij/zij dit dagboek.






8 oktober 2004
Gisteren is de muzikale ontmoeting met Turkije geweest. Pak’m beet 400 schoolkinderen hebben bij de Alevitische vereniging kennis kunnen maken met traditionele Turkse dans en muziek. Het was heel goed georganiseerd en ik vond het heel leuk om mee te maken. Umut danste en speelde Saz. Bovendien legde hij uit hoe het instrument gemaakt is en gebruikt wordt. Een van de leerkrachten van de school vroeg of hij mijn zoon was omdat ik zo trots stond te kijken. Nou, ik was nog niet half zo trots als zijn eigen moeder die ook gekomen was.
De televisie (TV Maastricht) heeft opnames gemaakt, die gisteravond werden uitgezonden. Ze hadden naar aanleiding van deze activiteit een item over de Alevieten. Kijk daar ben ik nu blij mee, want dat is toch iets waar weinig mensen over gehoord hebben.
Zelf ben ik nog snel een wegwerpcamera gaan kopen om foto’s te maken voor het Boek. Een van de leerkrachten had een digitale camera. Van haar krijg ik enkele foto’s op schijf om op Internet te zetten. Helaas kreeg ik ook slecht nieuws: een belangrijk Alevitisch feest is van 2 oktober verzet naar… 16 oktober. Dat zal veel invloed hebben op de opkomst bij Spekkies en Turks fruit. Karagös en Hacivat trekken echter hevig, dus ze proberen of ze in elk geval voor de kinderen iets kunnen regelen.

Ik heb toch een mooie tekening, schilderij moet ik eigenlijk zeggen, van Thé Tjong Khing gekregen. Ik ga hem laten inlijsten en ophangen. Ik voel me erg bevoorrecht.
Thé Tjong Khing heeft bij het openingsfeest van woensdag in de Bonbonnière waarschijnlijk een armblessure opgelopen. Hij heeft aan een stuk door zitten signeren. Net als Jacques Vriens die aan het eind van de dag de uitputting nabij was. Alle schrijvers hebben het overigens druk gehad. Kan ook niet anders want er zijn minstens zoveel mensen geweest als vorig jaar en toen stonden er ruim 2000 op de teller. In de Bonbonnière hadden we geen teller, maar de schatting kan niet fout zijn. Het was geweldig. Iedereen was enthousiast, ook de mensen van de Bonbonnière. Volgend jaar weer!!!








30 september 2004
Eerst even weer het dagboek. Het gaat er momenteel zo hectisch aan toe dat dit een beetje in de verdrukking raakt. Waar zijn we? De vergadering met de vrijwilligers is voorbij en ik heb een zeer goed maar wat mager team. Er moet nu echt niets mis gaan. De Bonbonnière lijkt een uitstekende locatie en ik heb een goed gevoel over komende woensdag. Het draaiboek is klaar en ik bijna klaar met het nakijken en ordenen van alle spullen. Ik heb dit jaar een nieuwe vrijwilligster met een bestelbus. Dinsdagmorgen gaan we dus in haar wagen alles, vermoedelijk in een keer, naar de Bonbonnière vervoeren.

Er is een persbericht uitgegaan naar de lokale pers. Ik heb nog even overwogen een persbericht naar de landelijke pers van een brief te voorzien, omdat de CPNB ervan overtuigd is dat je bekende hoofden op je feest moet hebben om van die pers aandacht te krijgen. Ik was even in dubio, zou ik mijn moeder bellen en gebruik maken van haar politieke contacten (en daarmee mijn principes overboord gooien, zie boven) of zou ik gewoon staan voor het product dat we afleveren en waar zoveel kinderen en enkele volwassen heel hard aan gewerkt hebben. Ik vind dat, als een bekende Nederlander die verder niets met het project te maken heeft gehad alleen vanwege zijn bestaan meer perswaarde heeft dan alles wat hier gebeurd is, wat mij betreft het nieuws van die pers niet veel te bieden heeft.
Zeker Maastricht blijft ver van Amsterdam als je in Nederland kijkt. En inderdaad, de kinderboekenweek is een Nederlandse aangelegenheid.
Ik bedacht echter dat ons feest voor het jeugdjournaal op een te laat tijdstip begint en dat uitzending achteraf door de vrije zondag voor hen geen zin meer heeft. Ik heb me de moeite dus maar bespaard en concentreer me wat de pers betreft vooral op de regionale pers.

Op www.kinderboekenweek.nl (1001 nacht… Maastricht) staan nu enkele foto’s van leerlingen van de Fons Olterdissenschool en hun panelen. Op de Elckerlyc Boschpoort is Astrid druk aan het werk om met groep 7 en 8 Karagös en Hacivat vorm te geven. Het wordt weer prachtig. Bovendien is het prettig dat ik Astrid ook deze klus kan uitbetalen. We worden met onze techniek gesponsord door een Roermondse musicus en door mijn buurman uit Noorbeek die jarenlang professioneel als disjockey heeft gewerkt, dus dat bedrag sparen we uit. Ali zorgt voor het Turks fruit (kist van 5 kilo in kleine stukjes) en ik moet niet vergeten binnenkort de spekkies op te halen in Wyck.

Inmiddels ook Lambert ontmoet en hij is, zoals iedereen al beweerde, OK! Donderdagavond na het werk heb ik hem opgezocht en we waren allebei zo moe dat we de simpelste woorden vergaten. Maar hij heeft me desondanks een heleboel verteld over de Saz. Hij heeft me voorgespeeld op het instrument en hij heeft beloofd foto’s te maken van de Saz en van andere Turkse instrumenten die hij verzameld heeft, zodat we die op het feest kunnen laten zien. Om de maten van de instrumenten te laten zien fotografeert hij ze met zijn 4-jarig dochtertje. Hij bouwt dit instrument ook zelf en heeft ook foto’s van de ‘bouwstadia’. We durven het allebei niet aan om de kwetsbare instrumenten zelf die avond tentoon te stellen. Ik zou er bloednerveus van worden.

Trudy, onze actieve en bijzondere buurvrouw van Galerie Amarna, een modezaak in de stokstraat. Heeft ons voor het feest twee van haar paspoppen aangeboden, die gekleed zullen gaan in couturekleding van Umit Unal. Natuurlijk tonen we daarbij de video over Turkse modeontwerpers waar hij ook in te zien is. Umit Unal heeft deze zomer couturekleding gebaseerd op de kledingswijze van de zigeuners: Trec Tiganii, Gipsy Parade. Hij is ervan op de hoogte dat zijn mode getoond wordt op ons feest en ‘we’ hebben beloofd hem enkele foto’s te sturen. Zelf zal Trudy het feest openen met een Turkse dans.


Umut Uslu, 16 jaar VMBO-leerling, krijgt vrij van zijn school om op 7 oktober zijn Saz-spel te laten horen aan de leerlingen van de basisscholen die zich opgegeven hebben voor een muzikale ontmoeting met Turkije. Ik had niet de indruk dat zijn lerares op de hoogte was van het feit dat haar leerling zulke talenten heeft.

El Habib heeft het werk van haar leerlingen in de winkel afgegeven. Het is prachtig, maar helaas te groot voor het boek. We gaan er foto's van maken voor het boek en de originelen tentoonstellen op het feest. Ze geven een warm en kleurrijk beeld van Turkije. Dat beeld kunnen we goed gebruiken, want uit de e-mails voor meester Jaap blijkt dat helaas veel Nederlandse kinderen toch een erg somber beeld van Turkije hebben. Ik vermoed dat de strijd in Irak hun fantasie parten gespeeld heeft. Veel zwarte kleren, armoe, dood en kou. Ons feest is dus hard nodig en niet alleen om de Turkse mensen met kinderboeken in contact te brengen.
Ben Golob heeft zijn leerlingen ook aan het werk gezet. Heel wat e-mails kwamen van zijn school. Misschien komt hij wel 16 oktober. Dat zou betekenen dat er weer een kinderboekenschrijver meer op het feest is. Leuk!






20 september 2004
Soms heb je gevoelens die je niet helemaal kunt uitleggen. Zo heb ik tot nogtoe zonder duidelijke verklaring geen zin om een politicus of hooggeplaatst persoon te vragen ons Turks feest te openen. Zelfs als ik weet dat daardoor de kans op aandacht van de pers groter wordt. Gelukkig weet ik sinds zaterdagavond waar ik voor vrees.
Bij ons in Noorbeek is al een paar jaar door oud en vooral jong hard gewerkt om een nieuw gebouw voor het jeugdwerk Pandores te realiseren. Dat was hard nodig, want het oude gebouw stond op instorten. Zaterdag was het zover en de nieuwbouw kon geopend worden. De hele dag heb ik mijn zoon van zeven niet gezien omdat hij met allerlei activiteiten bezig was die te maken hadden met dat openingsfeest. Het hele programma is bedacht en uitgevoerd door jongeren uit het dorp. Ik heb daar bewondering voor.
Is het openingsfeestje. Komt de burgemeester een praatje houden. Zaagt hij bijna zijn hele speech door over de problemen die jongeren heden ten dagen her en der veroorzaken. En dat de gemeente er alles aan doet om de overlast van jongeren binnen de perken te houden. Oh, hij zal het vast goed bedoeld hebben. Nee, en hij heeft het natuurlijk gezegd om aan te tonen dat Pandores zo’n goed voorbeeld is hoe het wel kan Maar kan het dan nooit zonder geklaag? Mag je er niet gewoon blij mee zijn?
Hier ik zeg het nu: “Het is geweldig wat jullie gedaan hebben en nog steeds doen voor onze kinderen. En we hopen allemaal dat zij straks net zulke jongeren zijn als jullie nu. En wat zullen wij dan trots op ze zijn!”
Het lijkt me duidelijk dat er op ons Turks feest geen hoge piet de microfoon krijgt. Ik moet er niet aan denken wat ze er allemaal bij zouden kunnen slepen.

Gisteren weer bij de Alevitische vereniging geweest in verband met de Muzikale ontmoeting met Turkije. De vrouwen hebben nu de organisatie op zich genomen en mijn intuitie zegt, dat het goed zit. Donderdagavond na het werk ga ik naar Lambert. Hij was een bekende naam bij de alevitische vereniging. Hij wordt daar als Sazbouwer en als muzikant op handen gedragen. Hij is meer dan welkom om een rol te spelen binnen de presentatie. Ik ben erg nieuwsgierig naar hem geworden.








16 september 2004
Dit dagboek wordt langzamerhand onontbeerlijk om mijn gedachten op een rijtje te houden. Over 3 weken begint de kinderboekenweek en de openingsactiviteit en het Turks feest beginnen allebei een beetje opdringerig om aandacht te vragen. Ik moet toegeven dat klanten in de winkel op dit moment, niet altijd de kennis en de service van me krijgen die ze mogen verwachten. Gelukkig zijn ze over het algemeen erg zelfredzaam en bovendien mondig genoeg om me bij de les te trekken als dat nodig is. En steun geven ze ook. En dat nog los van het feit dat ze boeken kopen en zo de winkel in leven houden.

Nog geen bericht van de provincie. Spannend.

Mijn fotograaf heeft af moeten zeggen voor 16 oktober, maar we mogen wel een statief van hem lenen en als het nodig is een camera. Nu nog iemand die kan fotograferen en dat ook wil.

'Boekjes' gemaakt om uit te delen bij de voorstelling van Karagös en Hacivat. Ik ben benieuwd wat mehmet en Aysel Gür ervan vinden.Zij hebben de teksten aangeleverd.

Ik heb uitgerekend dat ik die avond ongeveer 35 mensen nodig heb. Daar kunnen een paar dubbele bijzitten, maar ik hoop toch dat ik 26 september, als ik een bijeenkomst heb gepland met de vrijwilligers, veel toezeggingen krijg om 16 oktober ook te helpen. Ik heb er eigenlijk alle vertrouwen in. Ze hebben me nog nooit in de steek gelaten. Zonder hen hadden we de afgelopen jaren niet zulke grote openingsfeesten kunnen houden en al heel zeker niet zo’n fantastische Harry-Potternacht als vorig jaar op de St-Pietersberg met gat. (De foto’s staan trouwens eindelijk op internet, even klikken op Harry Potter)

Nu ben ik bezig lijsten te maken met wat allemaal nodig is, waar het vandaan gehaald moet worden en wat het eventueel kost. Ik heb er ook maar bij gezet waar en waarvoor het nodig is, dan kan ik tijdens het opbouwen roepen: “ Kijk even op de lijst” Daarbij kan ik zelf ook nog spieken, want ik heb niet het meest gestructureerde brein. Ik heb die geheugensteun hard nodig, want na 26 september als ik dat hele verhaal over de kinderboekenweek heb uitgelegd aan mijn vrijwilligers moet ik het heel precies in mijn ‘hoofd’ hebben. Het ijzingwekkende is namelijk, dat zij wel alles onthouden. Er zitten er een paar bij en dat zijn wandelende harde schijven. Maar Hanneke je had toch gezegd dat… . Hé Hanneke zouden we niet…? Heb ik het nou verkeerd begrepen of… En eigenlijk hebben ze altijd gelijk.






9 september 2004
Zo dat was de vakantie en het was erg prettig. Maandag goed begonnen in Amsterdam waar de CPNB de landelijke persbijeenkomst had georganiseerd in Felix Meritis. Ik kom nog eens ergens door dit project. Leuk was het. Ik heb Paul Biegel ontmoet. Eindelijk, wat een leuke man. Natuurlijk had ik geen enkel boek bij me om te laten signeren. En Sonja Barend heb ik gezien, en Kim van Kooten en Ivo de Wijs en Hennie Vrienten. Maar Thé Tjong khing heb ik gespòken en hij had dit dagboek gelezen en hij wil iets voor me tekenen als ondersteuning in dit project. Ik vindt het zo’n eer. Het geeft me ook zo veel moed om verder te gaan.

Heb ik ook wel nodig, moed. Gisteren en eergisteren aan alle kanten gewerkt aan een gedegen stuk voor de provincie om de subsidie alsnog te kunnen krijgen. Gelukkig hebben een aantal scholen buiten Maastricht zich bij ons aangesloten. Ik kon hen aanbieden om als groepsproject mee te doen aan de ‘e-mail aan meester Jaap’. Als groep maken ze dan kans op een klassebezoek van Jacques Vriens. Kreeg ik zomaar van hem als ondersteuning. Vorige week vrijdag hebben we hem gefilmd. Ugur filmde Jacques had de hoofdrol en ik de bijrol. We gaan hier vast 3 oscars mee winnen. We gaan die film tonen bij de opening op 16 oktober om 19.30 u, omdat Jacques niet persoonlijk kan komen openen. Hij zit dan ergens ver ver weg in een theater.

Gisteren ook met Ali Kara overlegd over het eten en de aankleding van La Bellettsa. Morgen gaan we op locatie kijken en rekenen. We zullen misschien ander meubileir huren als dat van de locatie te modern is voor een Turks Stadscafe. Ali is ontzettend zorgvuldig en aardig. Het is een genoegen met hem samen te werken.

Ik moet ook niet vergeten naar die vloer te vragen in de gymzaal. Daar moet iets overheen, maar wat en hoeveel mensen zijn daar voor nodig?

Voor de opening van de kinderboekenweek moet ik nu ook steeds meer actie ondernemen. En de lessuggesties bij de muziekpakketten zijn niet af omdat dat verdraaide internetadres van ons de laatste twee niet wil doorgeven. Heel vervelend, de scholen zitten erop te wachten. Maar goed, we hebben adsl aangevraagd en als het goed is zijn we dus binnenkort bereikbaarder. Ook erg handig met die bergen e-mails aan meesterJaap die we ongetwijfeld gaan krijgen. De zak spekkies ligt al klaar.

Ugur heeft me een videoband gebracht met de gemonteerde film. Daar ga ik vanavond nog even naar kijken. Ik mag hem tot 23.00 u bellen om commentaar te geven en ik heb zo’n gevoel dat ik dat ook maar beter kan doen.

Ik bezit momenteel een fantastisch mooi, in rood linnen gebonden boek, A2 formaat zo’n beetje, met op het omslag in reliëf de maan en de ster van de Turkse vlag. Het is nog helemaal leeg, maar het wacht op de bijdragen over Turkije van El Habib en eventueel, als er nog ruimte is, op een verslag van dit project. Bert Weijermars heeft het boek gemaakt. Hij is boekbinder, maar hij is ook een oud-leraar Nederlands van me. Uit de tijd dat ik voor kleuterleidster leerde.

Tenslotte Keubeke. Wat is het moeilijk om hem in het Turks vertaald te krijgen. Ramazan heeft zich erover gebogen, Gülay heeft een versie gemaakt en nu heeft Peter Brouwers die laatste vertaling aan zijn Turkse vriend Kemal, professioneel vertaler net als Ramazan, laten zien en nu moet er nog aan geleuteld worden. Het is heel raar als je afhankelijk bent van anderen zonder dat je inzicht hebt in wat er gebeurt. Ik kan geen Turks verstaan of lezen en heb dus absoluut geen idee hoe de vertalingen luiden. Toch heb ik er nog altijd vertrouwen in dat Keubeke en Bertje en Pembecik (werknaam) voor gelezen kunnen worden op 16 oktober. En Peter Brouwers zelf komt ook!

En oh ja, de Boekenwurmbode is on-line. Ik weet zo snel niet meer hoe ik een link moet maken. Maar de site heet www.boekenwurmbode.nl Dat moet toch te onthouden zijn. Trouwens, je kunt ook hiernaast in het menu klikken op 'Boekenwurmbode'. Doen!






5 augustus 2004
Even toch nog een berichtje. Misschien MISSCHIEN krijgen we de provinciale subsidie toch. Ik heb deze week een paar brieven de deur uit gedaan.Ze gaan alles opnieuw bekijken. Duimen!
De Boekenwurmbode wordt prachtig. Roel bijt zich door de digitale heen. ik heb de indruk dat het een beetje tegenvalt, maar hij heeft natuurlijk het handicap dat hij geen ervaring heeft met de boekenwurmbode en de kinderboekenweek in Maastricht en omgeving (En omgeving even heel nadrukkelijk in verband met de regionale uitstraling voor de subsidie) Maar zonder gekheid. De Boekenwurmbode bestrijkt alle basisscholen in de regio. Daarvoor moeten wij jaarlijks heel wat kilometers door het heuvelland rijden om die te bereiken.
De digitale bode dus. Roel heeft natuurlijk niet de ervaring die de trouwe lezers van onze bode hebben. Zij zullen alles op internet goed kunnen vinden denk ik, als Roel mijn, voor hem soms duistere, logica aanhoudt. Vanaf september moet hij in de lucht zijn de de digitale boekenwurmbode En hij wordt goed. Al vindt Roel het wel veel tekst voor internet. Digimensen, daar doe je niks aan.






28 juli 2004
Dit zal voorlopig een van de laatste bijdragen aan dit dagboek worden. Het duurt weliswaar nog een paar weken voor ik zelf vakantie heb, maar de activiteiten rondom Spekkies en Turks fruit liggen toch een beetje stil. De scholen zijn dicht, bijna iedereen is op vakantie of er erg aan toe en mijn moeder, waarvan ik lange tijd vermoedde dat zij de enige lezer van dit dagboek was, vertrekt binnenkort ook naar het buitenland, dus daar hoef ik het evenmin voor te doen. Vanmorgen op de fiets … Daar moet ik even over opscheppen. Ik fiets tegenwoordig geregeld naar mijn werk. Dat is misschien niets bijzonders in de ogen van een westerling, maar ik ben er toch wel trots op. Van Noorbeek naar Maastricht is een kilometer of 15. Goed te doen OP HET PLATTE LAND! Maar het is hier niet plat. Sjoerd Kuyper zei er ooit het volgende over: ‘ In deze omgeving heb je geen pedalen op je fiets nodig, want berg op heb je d’r niks an en bergaf heb je ze niet nodig.’ Kortom ik zit nu geregeld zo’n 2 uur p/dag in het zadel en als het water niet in al te grote bakken over me uitgestort wordt kan ik er hevig van genieten. Vanmorgen was het een feest. Prachtig weer, frisse groene omgeving, koeien in de wei onder de fruitbomen, hier en daar een tractor en als toetje de zachtstromende Maas in het zonlicht, met de slaperige oude St-Servaasbrug en het silhouet van de Onze Lieve Vrouwenbasiliek aan de overkant. Niet tegen Désirée zeggen, want ik blijf een ‘boer’ en daar ben ik trots op, maar op zulke momenten hou ik innig van Maastricht.

Waar was ik? Vanmorgen op de fiets dus, bedacht ik dat ik toch iets van een pauze aan dit dagboek moet breien. Ik ga nog een paar kleine dingetjes regelen voor mijn vakantie, een lesplannetje voor de beide Mannen (karagös en Hacivat) een belletje naar ‘Lambert’. Zijn achternaam weet ik nog niet, maar hij is een Nederlander die verslingerd is geraakt aan de Saz en die deze instrumenten ook bouwt.
Verder moet ik nog wat telefoontjes plegen voor de openingsactiviteit op 6 oktober. Nog een brief schrijven aan de schrijvers en illustratoren die we dan hier ontvangen en dan laat ik het er even bij. Dan ga ik alleen nog wat boekjes verkopen en een beetje drijven op mijn ervaring.
Oh ja en ik ga voorlezen. Voor het kindervakantiewerk hier in Maastricht heb ik drie voorleessessies ingepland, bedoeld voor kinderen van 6 tot 12 jaar. Gisteren was de eerste keer en zowaar er was belangstelling. We hebben hier achter de winkel een ruimte waar we redelijk ongestoord kunnen voorlezen. Op dit moment staan daar ook een rijtje uitverkoop boeken. Echt, het stelt niks voor, het is hooguit een plankje. Terwijl ik gisteren voorlas, kwam er een mevrouw die absoluut op dat moment bij die boeken wilde. Ze was hogelijk beledigd dat ik het niet goed vond dat ze over de kinderen heen stapte om even te kijken. Ze was op vakantie en kon natuurlijk niet een kwartiertje wachten. Ik weet zeker dat zij zelf heel verbaasd geweest zou zijn als zij bij een voordracht zat en iemand anders stapte over haar heen om even dit of dat te doen wat niets met dat optreden te maken had. Respectloos was het. Respectloos ten opzicht van mij, maar vooral ten opzicht van de kinderen.

Ik ga 6 september naar Amsterdam. Daar is dan weer een bijeenkomst in verband met de Nacht van de 1001 kinderboeken. Als ik terug ben zal ik weer schrijven.
Prettige vakantie allemaal

PS mocht je fietsdrang krijgen. De Bouverie is het hele jaar open en, wanneer je zelf geen goede fiets hebt, Jeroen van het Zinkviooltje brengt je de fietsen voor de deur. (op de foto op deze website heb ik zojuist de beesten verzorgd, dus ik heb niet mijn snelste pakje aan. Bovendien is het anderhalf jaar geleden, toen fietste ik nog niet)






21 juli 2004
Voorlopig even een pauze in het Turkijeproject. Deze week beginnen de schoolvakanties hier en iedereen is even met iets anders bezig. Désirée heeft nu twee weken vrij, dus die wil ik benutten om alles af te krijgen wat nog voor de vakantie voor de kinderboekenweek gedaan moet worden. Voor Spekkies en Turks fruit betekent dat, dat ik nog een stukje over Karagös en Hacivat in elkaar moet zetten voor Elckerlyc Boschpoort. Daar beginnen de kinderen na de vakantie met een activiteit rondom de beide mannen. Astrid gaat dat een beetje begeleiden. Niet zo intensief als op de Fons Olterdissenschool, want daar heb ik geen budget voor. De provincie geeft geen subsidie, omdat het project te weinig een regionale uitstraling heeft. Odile Wolfs belde met Desiree om dat uit te leggen. Ze melde ook dat ze ergens voor verhinderd was. Ik weet nog niet waarvoor, want ik kan me niet herinneren dat ik een uitnodiging voor wat dan ook gestuurd heb. Maar misschien worden gedeputeerden zo vaak gevraagd voor openingen, dat een brief als de mijne meteen in het vakje ‘openingen’ wordt gelegd. Aan de muzikale ontmoeting met Turkije doen behalve een aantal Maastrichtse basisscholen overigens ook scholen uit de regio mee. De regionale uitstraling groeit dus gestaag. Maar ja, regio’s groeien voor het subsidiebedrag uit. Dus ik ga er niet van uit dat we wat krijgen.

Morgen 22 juli is weer een bijeenkomst in Amsterdam. Deze keer gaat de bijeenkomst wel door, maar kan ik echt niet. Per e-mail heb ik alvast een paar vragen beantwoord.
Het gaat voornamelijk over het landelijk perstraject en dat is niet iets waar Limburg bij op de kaart staat, tenzij er rampen gebeuren. Kijk maar naar onze Harry Potternacht. Die vond plaats op de Sint Pietersberg en kreeg dus rechtstreeks te maken met het gat dat daarin viel. Het gat was elke dag in het nieuws, maar de link naar de nieuwe Potter wilden de nieuwsmakers niet maken. Ons plezier is er niet kleiner door geweest en dat zal met Spekkies ongetwijfeld weer het geval zijn. Val ik nu in herhalingen? Het is alweer een poos geleden dat ik schreef.
Ik heb zin in vakantie.







9 juli 2004
Een dipje. Niet dat het nodig is want het project loopt goed. Prachtige digitale foto’s van de panelen gekregen. Zo mooi, wat die kinderen gemaakt hebben. Het overtreft mijn verwachtingen. Het lukt me niet om een foto op internet te zetten, dus nog even geduld tot ik een expert bij zijn jas heb. Vanmiddag ga ik naar de Fons Olterdissenschool en ga ik alles echt bekijken.
Deze week is de heer Ali Kara bij me op bezoek geweest. Hij is de man die de prachtige tapijten en kussens bezit waarmee in Wittevrouwenveld de zithoek was ingericht. Hij is vroeger jarenlang tapijtenhandelaar geweest en heeft daar een levenslange verslaving aan mooie tapijten aan overgehouden. Hij vindt het heel leuk om onze voorleesruimte mee in te richten. 10 september gaan we de ruimte bekijken.
Ali Kara blijkt bovendien de kok te zijn waar Ramazan het weken geleden al over had. Maastricht blijkt weer enorm groot te zijn.

De provinciale subsidie is afgewezen. Daar heb ik bezwaar tegen aangetekend. Gelijk ook maar weer eens aan Odile Wolfs geschreven. Dit maal per post. Ze kan het andere bericht als spam hebben weggegooid. Zou mij ook kunnen gebeuren.

En de Islamitische El Habib besteedt haar 15 duizend euro liever helemaal bij een buurman van een teamlid in Heerlen dan bij ons. Het heeft niets met elkaar te maken, maar ik moet toch wel heel veel druk op mijn normen en waarden uitoefenen om niet heel erg te balen van het bezoek van een kinderboekenschrijver dat wij deze school cadeau hebben gedaan. Leesbevorderend is het een belangrijke activiteit, daar blijf ik bij. Voor het project is het een belangrijke activiteit en het een heeft niets te maken met het ander, maar toch verbaas ik mij wel eens over het gemak waarmee mensen iets aannemen.






5 juli 2004
Gisteren samen met Ugur met meneer Aras gaan spreken over de ‘muzikale ontmoeting met Turkije’. Het zal een mix worden van directe informatie en videomateriaal. Meneer Aras stelde voor een indeling van ca 10/15 minuten over de Turkse cultuur, waarbij ook verteld wordt over de Ottomaanse cultuur. 10/15 minuten over de muziek en 10/15 minuten over de dans. Ik heb mezelf voorgenomen een concept lesprogramma voor ze te maken met variatie in aanbod van informatie en activiteit voor de kinderen. Ik heb hen ook gezegd niet te diep op zaken in te gaan, omdat het anders te veel wordt om te behappen voor de kinderen. Het is vooral belangrijk dat het een kennismaking is met een andere cultuur. Dat de kinderen een gemeenschapshuis binnen stappen, waar ze normaalgesproken niet zouden komen, dat ze muziek horen die niet elke dag op MTV is en het lijkt me vooral leuk als ze ervaren dat daar ook kinderen van hun leeftijd mee bezig zijn.

Ugur heeft een prachtige oorkonde gemaakt voor het winnende Turkse kind in Izmir. Hij heeft er als basis de kinderboekwinkelposter met de luchtballon voor gebruikt. De winnaar krijgt een gesigneerd boek van de Gele Ballon. Vandaag vond ik het bij de post. Charlotte Dermatons heeft er een prachtige luchtballon in getekend. In kleur! Ik ben er jaloers op. Als Berkay (de Turkse winnaar) het boek niet wil, dan wil ik het heel graag. Is dat nou toeval of niet die twee luchtballonnen? Het is in elk geval niet afgesproken.

Bij de post vond ik ook een heleboel informatie van Ed Silanoe over Karagös en Hacivat. In het engels. Daar ga ik informatie uit destilleren waar de kinderen mee uit de voeten moeten kunnen. Als ik daar nog een paar voorbeeldverhalen bij vind, denk ik dat de leerkracht het verder zelf wel af kan.










1 juli 2004
Er zijn al genoeg aanmeldingen binnen om een complete dag dans en muziek te vullen in de kinderboekenweek. Als nu nog meer aanmeldingen binnenkomen, moeten we gaan schiften. 6 juli hebben we vergadering van Zwaan Kleef Aan, dan gaan we alles onder de scholen verdelen.

Ugur werkt hard aan de oorkonde voor het winnende turkse verhaal. De winnaar is Bekay Beskouk (als ik het goed schrijf). Ik heb geen idee wat hij geschreven heeft, maar de Turkse jury heeft hem gekozen.






30 juni 2004
Ik kan niet zeggen dat de bergen op het bureau slinken. De redenen dat het vandaag wat minder snel vorderde waren echter erg gezellig. Ten eerste hadden we hier een spontane vergadering met Ugur, Yagmur, Gulay (Ugurs tante) en Tulay (Ugurs moeder) we hebben plannen gemaakt voor het inrichten van de voorleesruimte. We willen het heel sfeervol maken, maar ook informatief. We gaan iets laten zien van het besnijdenisritueel. Niet schrikken!! Er zal geen bloed vloeien. Het is echter zo dat wanneer jongens besneden zijn, men hun bed versiert met doekjes. Ze krijgen ook een speciaal pakje aan. Dat gaan we laten zien. Besnijdenissen vinden in het ziekenhuis plaats in Nederland onder narcose, in Turkije onder plaatselijke verdoving. Dus jullie kunnen allemaal weer rustig uitademen nu. We gaan dus een hoek van het lokaal inrichten als de slaapkamer van een pasbesneden jongetje.
Ugur heeft de reuzen HUP-HOLLAND –ORANJE-EN ROOD-WIT-BLAUWE-SPEKKIES-zak meegenomen om in Turkije aan de winnaar te overhandigen. Hij heeft beloofd er niet van te snoepen (en ik vertrouw je Ugur!!), maar we hebben voor de zekerheid de zak heel erg dichtgeplakt.
Deze zomer gaan ze in Turkije zoeken naar verhalen van Hacivad en Karagös. Als we ze vinden vertalen we er een paar en die kunnen dan als voorbeeld dienen, voor de kinderen van de Elckerlyc Boschpoort.

Ed Silanoe bracht de ruwe versie van het interview. Ik heb mezelf maar een beetje vastgebonden aan mijn stoel. Wat een complimenten, ik zou d’r van gaan zweven.

Vanmiddag heeft Ben Golob enkele uren in de winkel vertoefd om zijn eerste boek te signeren. Er kwamen niet veel mensen op af, maar het was erg genoeglijk. Gelukkig had men op de school waar hij werkt zijn boek met veel bombarie gelanceerd. Het was een enorm feest en hij heeft anderhalf uur zitten signeren. Hij vond het dus niet zo erg dat we hier niet zoveel mensen trokken. Hij heeft me geholpen met het prijzen van boeken. Misschien moet ik vaker schrijvers in de winkel vragen, dan schiet ik lekker op met mijn werk.
Al met al was het een hele goede dag







29 juni 2004
Ramazan heeft me een CD geschonken, met daarop een compilatie van hedendaagse populaire Turkse muziek. Ik vind het een erg leuke CD en speel hem met een hoog volume tijdens mij huishoudelijke werkzaamheden. Ik woon nogal afgelegen dus de kans dat iemand er overlast van heeft is klein. Ik heb in elk geval tot nu toe geen klachten gekregen.

Ik ben op zoek naar verhalen van Karagös en Hacivad. BS Elckerlyc Boschpoort gaat met de beide mannen aan de slag. De hoogste groep gaan hun portretten op panelen zetten. We zoeken echter ook verhalen die als voorbeeld kunnen dienen. De kinderen kunnen dan nieuwe verhalen voor Karagös en Hacivad bedenken en daar maken we dan weer een boek van. Ze kunnen de verhalen trouwens ook tekenen, bedenk ik net. Daar maken we dan een stripslinger van. Lijkt me ook erg leuk! Zo meteen eens voorstellen aan Ed. Hij komt me dadelijk interviewen voor het schoolblad van de Elckerlyc over mijn leesleven. Ik heb een stapeltje gemaakt van mijn lievelingsboeken. Een hoog Sjoerd-Kuypergehalte. Vanmorgen liep Jelle, het vriendje van mijn zoon, met het boek van Sjoerd ‘Robin en Opa’ door de school en aan iedereen die hij tegenkwam las hij een zin voor die hij geweldig vond. Over dat opa niet wil dat oma op zijn hoofd slaapt. Ik weet het, dit heeft niks met Turkije te maken. Maar alles met leesplezier en och wat kiest mijn zoon toch geweldige vrienden!

Zo en nu ga ik de binnengekomen boeken uitpakken. Ik wil dat het klaar en netjes is als Désirée komt. Ze heeft de laatste weken veel te vaak een boekexplosie moeten opruimen omdat ik met de boekenwurmbode bezig was.












26 juni 2004
Zo, de Boekenwurmbode is af. Tenminste voor zover het mijn aandeel betreft. Opeens valt er dan een gigantische druk weg. De teksten hebben de ‘doodstreep’ gehaald, de illustraties zijn gescand en verzonden en het materiaal van de uitgevers komt binnen. Nu is het aan Kara (papieren boekenwurmbode) en Roel (digitale versie) om het werk af te maken. Vandaag kreeg ik het jubileumspeelbord van Peter Brouwers onder ogen. Een plaatje!
Natuurlijk komt er veel over ‘Spekkies en Turks fruit’ in de digitale boekenwurmbode. In de papieren maken we een wervingsposter waarbij we de tekening van Dylan Aarts als achtergrond gaan gebruiken. We hebben voor zijn werk gekozen vanwege de mooie gele kleurcombinatie die hij gebruikt had. Hij heeft een gebouw gemaakt dat een moskee of een paleis zou kunnen zijn. Het viel mijn Turkse gasten zondag meteen op, dat er geen maan met ster op het dak staat. Dat zou een Turks kind er zeker opgezet hebben, zeiden ze. Astrid en ik vinden dat geen probleem. Hij heeft een mooie sfeervolle tekening gemaakt en dat is nu belangrijker dan volledig kloppende details. Iedereen vond deze tekening OK.
Ik heb nog geen nadere informatie over de Alevitische levensbeschouwing en ik voel me niet genoeg onderlegd om zelf iets te maken. Als het nog komt kan het op internet nog wel erbij denk ik.

Vanmorgen was Manon Von Berg van basisschool Wiekerveld in de winkel. Zij gaat bespreken hoe hun school kan aansluiten op het Turks project. Mogelijkheden waar we over gesproken hebben zijn: slingers maken van tekeningen over Turkije, een aanvulling door de Turkse leerlingen van BS Wiekerveld op het grote boek over Turkije dat El Habib gaat maken. Een nieuw idee was om met de kinderen rondom de figuur Nasreddin Hodja te gaan werken. In het boek ‘In geuren en kleuren’ staan veel verhalen over de Hodja. Ik ben vergeten Manon daarop te wijzen. Nog even mailen zo meteen.

De bijeenkomst in Amsterdam is verzet naar 22 juli. Het ziet ernaar uit dat ik dan niet kan gaan, omdat Désirée vakantie heeft. Misschien kan ik een vervanger regelen, maar het lijkt erop dat iedereen dan met vakantie is.

Ine Verbeet heeft me de video bezorgd die bij het Turkije-project van de N.O.T. hoort.
Ik heb hem nog niet bekeken.

Nog niets van Joop gehoord over het schilderproject bij hem op school. Ook niet van Manon trouwens, over de financiering.

Nog geen rekening gezien van de verf. Zolang ik die niet heb, weet ik ook niet of ik Caparol moet noemen in het sponsorverhaal. Voor de papieren boekenwurmbode dringt de tijd. Op Internet kan ik ten alle tijden iemand erbij zetten. Ik hoop nog steeds op een gunstige prijs voor de verf, maar ik wist het graag zeker.

Nog geen bericht van de provincie. Niet over de subsidieaanvraag, maar ook geen teken van leven van Odile Wolfs. Het is nu twee maanden geleden dat ik haar een e-mail stuurde. De subsidietoekenning van de gemeente hebben we al een maand in huis. Ik heb geen idee hoeveel ambtenaren de provinciale molen moeten laten draaien. Dus ik weet ook niet hoelang het normaal duurt voor een antwoord komt. Ik ben in elk geval blij dat ik in een gemeente werk die de waarde van het project onderkent.






21 juni 2004
Gisteren een aantal mensen van het eerste uur bij mij thuis uitgenodigd voor koffie en vlaai. Het was erg gezellig. Ramazan had de Turkse versie van Keubeke meegenomen en Ugur heeft het voorgelezen terwijl ik de plaatjes toonde. Ugur’s oom merkte op dat de strekking van het verhaal zo prettig is in deze tijd van integratiedrift. Dat juist de verschillen het leuk maken. Blijf vooral jezelf.
Ugur’s tante bekijkt de tekst nog eens op ‘kindertaal’. Zeyneb was niet gekomen vanwege vaderdag en door een misverstand zijn er naar alle waarschijnlijkheid nog geen nieuwe tekeningen gemaakt voor Keubeke. We vragen ons af of het eigenlijk nodig is, want het is ook erg leuk om gewoon de tekeningen van Peter te gebruiken.







17 juni 2004
Vandaag kreeg ik de ontwerpen voor de uitnodiging voor het Turkse feest. Ze zijn getekend door leerlingen van groep 7 van de Fons Olterdissenschool. Ik zie aan deze tekeningen dat de kinderen in elk geval heel goed begrepen hebben wat Astrid hen verteld heeft over de Turkse afbeeldingen en de Ottomaanse patronen. Dit belooft veel voor de panelen. Grappig was dat alle kinderen weinig van Turkije wisten, maar ze wisten allemaal van de oogjes. Dat maakt toch een onuitwisbare indruk op ons West Europeanen. Van de tekeningen die niet voor de uitnodiging of poster gebruikt gaan worden, maken we een slinger. We kunnen eventueel nog meer scholen vragen tekeningen te leveren voor slingers. Astrid had de kinderen gevraagd wat zij vonden dat er moest komen als mensen in bijvoorbeeld Spanje een Nederlands feest zouden geven. Ze vonden dat men niet zonder slingers kon. Nou, dan gaan we een Nederlands element inbrengen op ons Turks feest.

Volgende week donderdag is er weer een bijeenkomst in Amsterdam. Ik vroeg me af of het voor ons wel zinvol is om die hele weg te gaan. Het is hier erg druk door alle organisatiewerk en ik wil niet nodeloos meer gaan vergaderen. Frank van Eunen benadrukte echter dat hij het belangrijk vindt dat alle tien de partners aanwezig zijn. Met name ook omdat het perstraject besproken gaat worden. Ik zei hem weinig hoop te hebben op belangstelling van de landelijke pers. Bij keuze zullen zij altijd voor de Randstad kiezen en als het om allochtonen gaat voor Rotterdam. Ik denk persoonlijk niet dat ik van die kant aandacht voor ons werk hoef te verwachten. Toch wil ik niet een of andere beroemdheid inzetten om de pers te bereiken, omdat ik denk dat voor het welslagen van het feest en het bereiken van het doel ons PR traject afdoende is. Karagös en Hacivad kunnen het alleen wel af. Ik ben eerder bang dat we door de aandacht voor een eventuele beroemdheid ons doel voorbijschieten.

Vandaag de brief gemaakt naar de scholen om in te tekenen op de Turkse muziek- en dansactiviteit. Ik hoop dat er veel belangstelling is, dan kunnen we weliswaar niet alle aanvragen honoreren, maar het is zo bemoedigend. Ik moet nog een paar stukjes voor de Boekenwurmbode schrijven. Gürkan Aras geeft me informatie zodat ik een artikeltje over de Alevitisch overtuiging, kan schrijven. Ik vind het zelf ook belangrijk dat het belicht wordt.

El Habib de Islamitische Basisschool gaat met de leerlingen een boek maken over Turkije. Bovendien gaat Peter Brouwers daar op 5 oktober een lezing geven voor ouders. Daarvoor heeft hij twee korte optredens in een paar groepen.

Vanavond liep onze ‘buurvrouw’ even de zaak in. Zij heeft een heel aparte modezaak in de Stokstraat. Ik ontdekte dat zij mode verkoopt en draagt van de Turkse modeontwerper Umit
Unal. Hij zat ook in die modereportage die ik met Astrid bekeken heb. We hebben toen echter niet zo op hem gelet omdat wij vooral naar de ottomaanse motieven keken. Het is echter wel een leuk idee om de hoek waar de kinderen zichzelf in Turkse traditionele feestkledij kunnen laten fotograferen, te decoreren met fotomateriaal van een hedendaagse Turkse modeontwerper. Het materiaal komt eraan!









14 juni 2004
Een vol weekend was het. Vrijdag is het me in de vrijdagmiddagspits rond Maastricht niet meer gelukt om wat dan ook bij Astrid te brengen. Ik was maar net op tijd bij onze afspraak met Willem Vermeent. Een prettig gesprek met een boel hoopvolle wendingen. Hoe het er allemaal uiteindelijk uit gaat zien weet ik niet, maar als ik mijn oren kan geloven wordt de winkel er mooier en groter van. Kijk en dan voelt een huurverhoging opeens als een investering.
’s Avonds het Abrahamfeest van een buurman. De Limburgse buutkampioen is een van zijn kennissen en deze trad vrijdagavond op. Hij heeft een act waarbij hij als Turk, verteld over zijn ervaringen met de Limburgse cultuur. Soms heel grappig, soms, naar mijn mening, op het randje. Ik had wel het vermoeden dat hij zich behoorlijk verdiept had in, met name, de islamitische cultuur.

Zaterdag familiereünie, dus zondag maar geprobeerd om de panelen en de verf bij Astrid te krijgen. Gijs en ik vertrokken om 10.30 uur uit Noorbeek en hingen 15 minuten later klemvast tussen de processie van Eckelrade en die van Gronsveld. Pas om 12.00 u bereikten we Maastricht (normaalgesproken 5 minuten rijden van Gronsveld) Volgende week is processie in Noorbeek, dus ik moet niet vergeten mijn Turkse en Maastrichtse gasten een alternatieve route te mailen.

Vanwege het oponthoud eerst naar mijn afspraak met Dhr Aras. Het was erg leuk. We hebben allerlei ideeen zitten spuien in verband met het Turkse-muziek-en-dans-op-school-plan. Uiteindelijk hebben we besloten dat we een dag bij hen in het Centrum organiseren. Zij hebben een zaal waar ruim 100 kinderen in passen, dus zouden we in een paar rondes heel wat scholen kunnen bedienen. Omdat de muzikanten en de dansers allemaal mensen zijn die het in hun vrije tijd moeten doen, is dit gemakkelijker dan de spelers naar de scholen te laten gaan. Als er heel veel belangstelling is kunnen we altijd kijken of we nog een tweede dag inlassen.
Meneer Aras heeft me heel veel verteld over het Alevitisch geloof. Muziek maken is voor hen een onderdeel van hun geloofsbeleving. Het is een communicatiemiddel als bidden. Het instrument de Saz is daar onlosmakelijk mee verbonden. Het is erg vervelend voor Aleviten dat wij alle islamieten op een hoop gooien. Wat bijvoorbeeld een heel wezenlijk verschil is; Aleviten zijn voor scheiding van kerk en staat.
Zondag 4 juli heb ik weer een afspraak. Dan bekijken we welke dag het precies wordt en vullen we het programma in. Ik ga nu een brief maken voor de scholen om in te schrijven op dit onderdeel. We bieden het aan in de Zwaan Kleef Aan programmering.

Tenslotte met Desiree en Jan, hij is weer op de been, naar de Turkse Markt in het Witte Vrouwenveld. Het was niet druk, maar erg gezellig. Gijs en ik hebben daar met allerlei Turkse hapjes geluncht, dus wij weten nu wat lekker is. We vonden daar ook een hoek die helemaal ingericht was met tapijten en kussens. Ideaal als voorleeshoek. Dat willen we natuurlijk ook op ons feest. Ik heb het visitekaartje van de man die dat geregeld heeft.






10 juni 2004
Even bijpraten. Dinsdag begint Astrid op de Fons Olterdissenschool aan het project met de panelen en iedereen is wild enthousiast. Morgen breng ik haar nog meer panelen, want het is een groep van 25 kinderen die er mee aan de slag gaat. Dinsdag ga ik even kijken.
Dan kan ik misschien meteen de verf brengen, want als het goed is wordt die morgen bezorgd. Morgen hebben we om halfzes een afspraak met Dhr Vermeent, om kennis te maken en over de nieuwe huursituatie te praten, dus terug naar Maastricht moet ik toch, dan kan ik de verf meteen inladen. Wat er dan ook uit het gesprek komt, ik rij in elk geval niet voor niets.

Dit weekend is er in Maastricht een Turkse Culturele Markt daar ga ik natuurlijk heen. Maar eerst heb ik nog een afspraak met Dhr Aras van de Alevische Bektatische Culturele Vereniging. Ik hoop via hem iets te kunnen regelen om scholen met Turkse dans en muziek kennis te laten maken..

Yagmur, Mehmet en Ugur hebben hun keuze uit de Turkse opstellen al gemaakt. Ik wacht nog op een reactie op de geïnterviewde kinderen op film. Het leukste verhaal wint een zak spekkies en een boek. Ik heb gekozen voor een gesigneerd exemplaar van ‘De gele ballon’ het absoluut onterecht niet bekroonde prentenboek van Charlotte Dematons. Een feest voor de ogen! Joukje van Lemniscaat regelt het voor me.










7 juni 2004
Ok, bericht van de verf, die komt vrijdag. De Fons Olterdissenschool gaat volgende week met de panelen aan de slag. We hebben gekozen voor groep 7 omdat die kinderen het volgend schooljaar ook nog op school zitten. Misschien lukt het om onder schooltijd hetzelfde project ook bij Joop op school te houden. Dan worden er tenminste veel kinderen bij het werk betrokken en dat is toch de bedoeling.
Manon vertelde dat men afgelopen zaterdag met veel plezier en kritisch gewinkeld heeft in Rotterdam. Ik ben zeer benieuwd wat ze gekocht hebben.
Yagmur bracht me een uitnodiging voor een Turkse markt die dit weekend in Witte Vrouwenveld wordt gehouden. Ik heb een familiereunie zaterdag, maar misschien kan ik er even tussenuit piepen. Zaterdag is er namelijk volksdansen, dat wil ik wel graag zien!
Astrid Faxte me een antwoord van het Duitse Beissel op onze klacht. Niet het lezen waard, ik ben blij dat we besloten hebben om in Nederland onze spullen te zoeken.






5 juni 2004
Astrid vertelde dat maar 4 kinderen aangemeld zijn voor het schilderen van de panelen. Dat zijn er veel te weinig. Astrid bood al aan om dan zelf maar alles te gaan maken, maar dat is niet de bedoeling. De panelen moeten de kinderen bij het feest betrekken. Het is jammer dat de school van Joop niet meer betrokken is, tenslotte vindt het feest daar plaats. Gelukkig willen andere scholen uitgebreider meedoen. Vandaag was Annemie Koekelkoren hier. Zij gaan er in de handvaardigjheidslessen van de bovenbouw mee aan de slag.
Jammer vind ik alle tijd en moeite die Astrid al in dit project heeft gestoken. Hoe komt het toch dat er zo weinig motivatie is? Is dat het onderwerp? Maar ja hoe is de werving gegaan. Weten de kinderen wat ze gaan doen en waar het voor is? De voorbereiding op een school is heel belangrijk en die wordt gedragen door de motivatie van de leerkrachten en misschien voelen zij zich niet betrokken omdat het een buitenschoolse activiteit is. Ik denk dat ik Joop niet goed begrepen heb. Ik ben echt teleurgesteld. Op dit moment wilde ik dat we het project op een andere school gepland hadden. Het is zo'n tijdverlies. Ik ga er toch eens met Manon Pachen over praten, misschien kunnen we schuiven of samenvoegen.






3 juni 2004
Soms heb ik het gevoel dat het helemaal niet gaat lukken. Dat er helemaal geen mensen naar het feest gaan komen. Vanavond was Mariella Bakker hier. Het was haar gelukt om één Turkse moeder mee te krijgen naar de winkel. We wilden bespreken wat er nodig is voor het maken van de panelen. Zaterdag gaan ze naar Rotterdam, waar ze onder meer op een markt naar stofjes en dingetjes voor mijn feestmodeproject gaan zoeken. Het idee vindt iedereen heel leuk en ze werken er graag aan mee. Maar naar het feest komen? Nee, dat denken ze niet dat ze zullen doen. Het is maar goed dat we niet alleen het feest hebben. Ik begin er steeds meer van overtuigd te raken dat de andere projecten veel belangrijker zijn. Ik hoop dat El Habib mee doet.
Vandaag een bemoedigende mail van Annemie Koekelkoren van de Fons Olterdissenschool. Ze heeft dit dagboek gelezen en ze wil graag helpen. Precies op het goede moment. Precies toen ik dacht dat het me nooit zou gaan lukken om de scholen mee te krijgen. Natuurlijk lukt dat!
Vandaag ook de witte basisverf gehaald bij Paint'r in de Beatrixhaven.Ik stond al klaar om af te rekenen. Mochten we het zo meenemen!
Nu moet ik vooral aan de Boekenwurmbode werken. Heeft iemand een idee hoe ik alles kan scannen en verzenden zonder dat de winkel telefonisch 24 uur geblokkeerd is? Kom alsjeblieft even langs!






28 mei 2004
Het vordert. Gisteren een uitgebreid gesprek gehad op El Habib. De aanleiding was het feit dat zij hun bibliotheek opnieuw gaan opzetten, maar we hebben natuurlijk uitgebreid over het Turks feest gesproken. Het hoofd van de school vreest dat ik op zaterdagavond in de Ramadan weinig tot geen praktiserende islamieten zal krijgen omdat zij de avond nodig hebben voor hun rituelen. Zij raadden mij aan om het feest niet in La Bellettsa maar in het Turkse Culturele Centrum te houden. De mensen gaan er dan toch al heen voor hun gebeden. Naderhand ontmoette ik Abdullah Cicek. Hij is voor Trajekt de contactpersoon met de Turkse gemeenschap in Maastricht en omgeving. Hij heeft me de moskee laten zien en we hebben uitgebreid gepraat over de doelstellingen van het project en de doelgroep van het feest. Eigenlijk corresponderen die niet helemaal. Leesbevorderend is de Turkse gemeenschap wel een speerpunt, maar voor het feest is iedereen dat. Belangrijk vinden we dat iedereen zich uitgenodigd voelt voor het feest en dan zelf kan beslissen of hij of zij wil gaan. Dat willen we bereiken door de projecten die aan het feest vooraf gaan. Ik hoop op een gemêleerd gezelschap. Wat niet wegneemt, dat het misschien wel heel zinvol is om in de kinderboekenweek iets in het Turks Cultureel Centrum te organiseren. Ik ga er na Pinksteren met Abdullah over spreken.






26 mei 2004
Ik moet nu even prioriteit gaan geven aan de Boekenwurmbode. Dit jaar maken we een papieren en een digitale. Dat laatste heb ik nog nooit gedaan. Het wordt wel heel leuk denk ik. Maar het betekent dat ik nu toch echt vol gas, redactioneel aan de slag moet. We moeten helaas nog een paar adverteerders vinden om kostendekkend te kunnen werken. Uitgeverij Lannoo heeft me laten zitten met een advertentie. Eerst wel mondeling toezeggen en dan afhaken. Dat is balen, want we hebben Sylvia van den Heede, misschien wel de best verkopende schrijfster uit hun fonds. Uit wraak zal onze voorraad Lannoo na de opening minimaal zijn in de kinderboekenweek. Zo! Vanwege het Turks feest is onze krant misschien wel weer voor een paar andere adverteerders juist interessant. Ik ga nog niet huilen!

Morgen ga ik naar El Habib, dat is de islamitische school hier in Maastricht. Ik hoop dat zij inderdaad mee willen werken aan ons feest. Ik ben er eigenlijk wel zeker van, omdat het grootste gedeelte van hun leerlingen Turks is. Daarna ga ik naar Ramazan. Zijn kantoor is vlakbij El Habib. Ik ben benieuwd welke Turkse naam hij onze Keubeke Kuusj uiteindelijk heeft gegeven.

Vandaag de voorraad nog even aanvullen. Vanaf volgende week neemt Désirée dat van me over. Een zorg minder op woensdag.






24 mei 2004
Vandaag is de winkel volledig onbereikbaar geweest. De hele dag gebeld, gemaild en weer gebeld. De verf komt goed. Hoe is nog niet helemaal duidelijk, maar het komt goed. Astrid is ziek, maar ook dat komt goed. Jacques Vriens heeft oogletsel, wat heel vervelend is en misschien ook pijnlijk. Dat weet ik niet, want hij heeft vandaag de presentatie van zijn nieuwe boek. Ik heb dus alleen zijn antwoordapparaat gesproken Maar ik denk dat zijn oog door veel rusten en de goede zorgen van Thérèse ook weer goed komt. Mariëlla Bakker gaat voor mij met een groep Turkse dames winkelen in Rotterdam. Op 5 juni gaan de dames op excursie naar de havenstad en ik zou mee mogen ware het niet dat ik dan, bij hoge uitzondering, gewoon moet werken op zaterdag. Heel jammer voor mij, maar ook de stoffen en dingetjes die nodig zijn voor de panelen met feestmode komen dus goed.
Ine Verbeet van de onderwijsbegeleidingsdienst Consent legt, voor Zwaan Kleef Aan, de laatste hand aan de mailing aan de scholen over de opening van de kinderboekenweek. Er gaat een bijlage mee over ‘Spekkies en Turks fruit’, die heb ik vanmiddag nog snel geschreven.
Maar het aller, aller, allerbeste nieuws is dat we een subsidie van 1500 euro krijgen van de Gemeente Maastricht. En wat ik persoonlijk het aller, aller, aller, allerbeste daarvan vind, is dat een criterium daarvoor was, dat de NEDERLANDSE kinderen door dit project kennis kunnen maken met de Turkse cultuur. Een verademing in de integratiehype van de laatste tijd.







19 mei 2004
De verf komt in zicht. Waarschijnlijk lukt het ons toch om alle materialen op tijd te bemachtigen. De sponsoring loopt ook al leuk. We hebben een financiële bijdrage gekregen van Veldhoen en Company en Jamin in Wijck, voor ons aan de overkant van de brug, sponsort de Spekkies voor het feest. Ik moet niet vergeten te vragen of we al 1 zak mogen hebben voor de grote vakantie. Dan kan Ugur die meenemen voor de winnaar in Turkije. Hij heeft gefilmd op zijn vroegere basisschool. Mooi gezicht al die kinderen in hun blauwe uniformpjes. Voor schooltijd en aan het einde van de dag verzamelen ze zich op het schoolplein voor de dagopening (gedicht) en de afsluiting (lied) Ik vroeg Ugur en Yagmur of dat leuk is. Het is vooral lang, vinden ze en de kinderen staan daar altijd, ook bij kou en sneeuw. Alleen bij hevige regen vinden de ceremonies binnen plaats. Vijf kinderen vertellen voor de camera hoe het volgens hen is om Nederlander te zijn. Ugur heeft ook vijf opstellen meegebracht. De kinderen hebben zich voor deze gelegenheid de hele week verdiept in Nederland. Ik ben er nog niet uit welke prijs de winnaar in Turkije gaat krijgen. Het leukste is een boek, maar welk boek geef je aan een elfjarige die geen Nederlands leest? 'De gele ballon'? Een kijkrijk informatief boek, bijvoorbeeld over dinosaurussen?

Zaterdag, na ons verfdebacle, hebben Astrid en ik een video bekeken over Turkse modeontwerpers. Er kwam ook een historicus aan het woord die uitleg gaf over Ottomaanse kunstuitingen. We hebben het idee om kinderen die op hun beurt zitten te wachten voor een hennaversiering, sjabloontjes te laten maken. We willen enkele vaste patronen uit de Ottomaanse kunst als uitgangspunt nemen. Vaak terugkerende motieven zijn de maan, een golf en een tulp. Vooral de tulp vind ik leuk omdat die voor Nederland ook een symbool is. Bij het songfestival legden ze in hun intermezzofilmpje ook de link tussen beide tulpen, zag ik.
De maan is leuk in verband met het lezen (maan roos vis)De Anjer is ook een motief. Astrid gaat die heel groot in het decor verwerken. Ze heeft me schetsen laten zien. Dat legt een mooie link naar onze hoofdsponsor, het Prins bernhard Cultuurfonds. Voor hen loopt immers de anjercollecte.
Henna hebben we ook al. Van zijn tante had Ugur Henna gekregen, mooi verpakt in kleine zilverkleurige stoffen zakjes. Daarnaast hebben we een grote zak om die avond zelf te gebruiken voor het beschilderen van de gasten.
Een derde plan met de motieven is om kleuters lakens te laten bestempelen met enkele vaste motieven. Die kunnen dan ook als decoratie gebruikt worden.

Met Jacques Vriens een afspraak gemaakt voor de filmsessie. Dat gaan we in de laatste week van de zomervakantie doen. Dan is Ugur weer, weer terug uit Turkije. Jacques is heel druk, volgende week wacht hem een volle dag op OBS de Binnenstad en niet veel later komt zijn nieuwe boek uit. Een historisch verhaal deze keer over onze Zuid-Limburgse mijnen.

Fons de Jong van het Theater aan het Vrijthof benaderd om te vragen of we iets kunnen doen met Ugur’s volksdansgroep uit Izmir. Volgens Ugur is de Turkse regering bereid dit soort projecten te sponsoren om hun land te promoten. We gaan het uitzoeken, want het is toch wel heel erg leuk als we dat in de kinderboekenweek konden aanbieden aan de basisscholen hier. Liefst gratis natuurlijk. Ik moet hem morgen niet vergeten te mailen om meer informatie over dit project te geven. Dat is vandaag alleen een beetje tussen neus en lippen door gelukt. Ik denk dat die gegevens belangrijk zijn voor de subsidie van de Turkse overheid. Het plaatst het optreden van Ugur's dansgezelschap meteen in een groter perspectief.







17 mei 2004
Soms kan het zo tegen zitten. Wil je goede en mooie resultaten, dan moet je werken met goed en mooi materiaal, vinden wij. Om de panelen te beschilderen moet je daarom verf aanbieden aan de kinderen die kleurvast is. Niet dat ze denken dat ze iets moois geschilderd hebben en dat het, na droging een dof kleurarm dingetje blijkt. Daarvoor heb je wat duurdere verf nodig. Astrid mijn expert en gids op dit gebied werkt met een bepaald soort verf dat in Nederland niet of moeilijk te krijgen is. Als je het al vindt, zit het in kleine potjes of tubetjes en is dus stervensduur. Astrid haalt deze verf daarom bij een groot schildersbedrijf in Aken. Ze hebben daar grote flessen en alle kleuren op voorraad. Wij togen daarom afgelopen zaterdag naar Aken om onze slag te slaan. Het was al haasten omdat Duitse bedrijven op zaterdag vaker vroeg dicht zijn. Om 11.30u reden wij voor. Om 11.35 u plaatsten wij onze bestelling en om 11.40 u rijdt de niet onvriendelijke man onze bestelling uit het magazijn. Op zijn karretje staat op dat moment voor een kleine 400 euro verf. Bij betaling blijkt echter dat pinnen niet lukt en dat ze visa en mastercard en dergelijke niet accepteren. Een bank om te pinnen betekend even in de auto springen een stukje rijden, pinnen en terugkeren. Het is inmiddels 11.45 u we zouden het net kunnen halen. We vragen of ze even op oms willen wachten als we een paar minuutjes later zijn…Nee dat kan niet. Voor 400 euro kunnen ze niet een paar minuten wachten.
We hebben nog geen verf, maar we geven niet op.
Vanmiddag Ugurs spullen bekeken. Hij heeft kinderboeken gekocht en een foto gemaakt van onze collega boekhandelaar in Turkije. De videofilm op school is erg leuk geworden. Hij heeft 5 geschreven ‘e-mail’ uit Turkije meegenomen. Ik kreeg een cadeautje… Kortom we hebben de hele middag uitgepakt. Yagmur is ook nog gekomen. We gaan binnenkort samen winkelen. Ik moet een afspraak maken met Manon. Zij is nu tenslotte hoofd kostuums.






13 mei 2004
20.58 uur De subsidieaanvragen zijn de deur uit. We hopen op 3000 euro. We hebben ze ook hard nodig.






12 mei 2004
Ik ben nog lang geen zwaan merk ik. Problemen met de maten van de Boekenwurmbode, boeken bestellen voor een signeersessie van Jacques Vriens, een brief voor sponsoring, oh ja de gewone voorraadaanvulling en dan is het hier COMMUNIETIJD! Dat is een piekje dat nog wel eens vergeten wordt in het (overwegend) protestantse westen. Peddelen denk ik dan, peddelen. Maar goed, het is kwart voor zes en het is allemaal de deur uit.
Morgen bespreek ik met Ramazan de subsidieaanvragen en wie weet komt Ugur. Hij is veilig terug uit Turkije en ‘Het is gelukt’. Ik ben heel benieuwd naar het koffertje. Ik zie hem of morgen of maandag.
Ik heb een middag gepland om met alle Turkse mensen waar ik mee samenwerk bij elkaar te komen. Zo kunnen ze elkaar ook leren kennen. Een Limburgse bijeenkomst met koffie en vlaai en daarna wandelen in het Heuvelland. Ik hoop dat iedereen kan en komt.






10 mei 2004
Nilgün Yerli schrijft in haar boek, dat Nederlanders de neiging hebben
onaardig te worden als ze onder stress komen te staan. En Ja dat heb ik ook.
Ik word er bijterig en snauwerig van. Niet goed, ik weet het. Lieve Turkse
en Nederlandse steunen en toeverlaten van me, vergeef mij alvast. Ik beloof
mijn uiterste best te doen om een zwaan (*) te evenaren.
Zaterdag aanstaande is het songfestival. Ik moet niet vergeten te kijken, want het wordt dit jaar vanuit Turkije uitgezonden. Meestal hebben ze van die aardige filmpjes over het land tussen de zingenden door en een mooie culturele uitsmijter. Lekker ontspannend ook, voor een aanstaande zwaan.
Maar eerst het subsidieformulier van de gemeente.

(* Nilgün Yerli Acht Jaargetijden blz. 88 Een zwaan of een vis)






5 mei 2004
Een eerste contact met de pers gelegd. Maandag 10 mei wil de CPNB de informatiedocumenten over de kinderboekenweek op alle scholen en in alle boekhandels en bibliotheken hebben liggen. Ik vond het beter de Limburgse pers al wat eerder op de hoogte te brengen. Kortom, gisteren eens met L1 gebeld. Ik hoop dat zij het interessant vinden om iets met de ontwikkeling van deze activiteit te doen. Het eindresultaat is altijd zo klaar, zo niets meer aan te doen.

Vanmorgen gebeld met Jan Opreij Bouwmaterialen. Zij hebben een groot bedrijf in Margraten en een filiaal in Maastricht, vlak bij La Bellettsa. Ik hoopte dat ze het een goed idee vinden om ons met de panelen te sponsoren. Ze doen het!! Wat een goed nieuws!
We krijgen 40 panelen, morgenvroeg ga ik ze ophalen.






29 april 2004
Eerste opzet voor een subsidieaanvraag gemaakt. Gisteren van internet het formulier gehaald wat daarvoor nodig is en ik ben met invullen begonnen. Het moet mogelijk zijn om voor dit project subsidie te krijgen, maar geven ze het aan een winkel? Dat is altijd het dilemma. Misschien hebben ze liever dat een stichting het aanvraagt, Zwaan Kleef Aan of zo. Alsof het verschil maakt, het is toch dezelfde gek die het zit te doen. Waarom word ik altijd zo moedeloos van dit onderdeel van het werk? Maar misschien ben ik te pessimistisch.

Vanmiddag stond een enorme doos van het Turks Verkeersbureau op me te wachten. Geweldig!! Ik heb nu voor een leven lang bescherming tegen het ‘boze oog’ in mijn bezit, ik heb een mooi urnachtig potje gevonden en een paar poppen (niet onze mannen uit de poppenkast) allerlei stofjes en dingetjes en heel veel folders met de prachtigste kleurenfoto’s. Het voelde als Sinterklaas toen ik het uitpakte. Kijk daar word ik nu weer blij van, cadeautjes!
Meteen Astrid Bohny gemaild. Ik weet zeker dat zij hier ook erg van kan genieten.

Astrid was gisteren met haar experimenteer-loopvaste isolatievloerplaat in haar bakfietsje naar onze bespreking gekomen. Ze heeft zich, helemaal zoals we haar kennen, in dit Turkijeproject vastgebeten en ze kwam tot de tanden geïnformeerd binnen. Ze had een opzet voor een marktkraam geschilderd en die opzet had ik zo al willen gebruiken, zo mooi.

Ramazan is klaar met de vertaling van Keubeke. Het zoeken is nog naar de goede naam. Gewoon een alliteratie zoals in het Nederlands of het Maastrichts zal het niet worden. Ramazan zoekt een naam die een beetje een tegenhanger vormt voor het onreine van het dier in de islamitische cultuur. Behalve dat iedereen nu naar Turkije gaat, is of is geweest, zit ook iedereen met een gecrashte computer, geloof ik. Ramazan heeft er zelfs het Den Halen door gemist. Maar ach, volgend jaar halen ze weer een nieuwe. Manon gaat met een groep moeders en kinderen aan de slag met Turkse feestkleding op panelen. Manon heeft bovendien ergens worstelaars gesignaleerd, ze dacht in Brunssum. Er is weer hoop!
Ramazan gaat een poging doen om ons allen op een bazaar in het midden des lands te krijgen. Daar moeten Turkse spullen te krijgen zijn, zo mooi dat het water je in de mond loopt.

Gisteren ook nog met Rob van Duin (Studium Generale) gebeld over de ‘etnomarketing’ van de Turkse Global Culture Night van afgelopen vrijdag in de Bonbonnière. Hij gaf een paar tips waar ik zeker gebruik van ga maken. 1) maak een aankondiging die past binnen de smaak van de doelgroep. Klinkt logisch, maar hoe ziet en wervende poster in Turkije eruit? Vragen! 2) Noem het gewoon ‘Turks Feest’. Dat geeft tenminste duidelijk aan wat het is. Misschien kunnen we uitnodigingen via de moskee verspreiden? Misschien is er een Turks verenigingsblad?
Het is voor het bereiken van de Turkse mensen, denk ik, erg belangrijk dat we een goede poppenkastspeler op het feest krijgen. Karagöz en Hacivad worden dus onze boegbeelden uit de cultuur. Kan ik dat meteen invullen op het formulier van de CPNB

OVER DE BOEGBEELDEN (uit ‘Turkije gezien door kinderogen’ van M. Wijk uitgeverij Edu-Actief 13,50 euro ERG LEUK!!)
Meer dan 500 jaar geleden werkten Hacivad de metselaar en Karagöz de smid mee om een moskee te bouwen. Het waren echte grapjassen. Met hun grappen hielden ze de andere arbeiders vaak van hun werk. Sultan Osman, die toen regeerde, vond dat helemaal niet leuk. Toen het al te bar werd liet hij beide mannen onthoofden. Omdat de arbeiders de Sultan wilden laten zien dat ze de grappenmakers erg misten, nam één va hen een linnen scherm mee. Daarop vertoonden ze toen de silhouetten van Karagöz en Hacivad. Nu nog worden deze schimmenspelen opgevoerd. Je kunt het schimmenspel vergelijken met ons poppenkastspel. Zoals iedereen hier Jan Klaassen en Katrijn kent, kennen jong en oud in Turkije Karagöz en Hacivad

Morgen Koninginnedag. Desiree en ik hebben besloten de winkel dicht te houden. Het lijkt de wel of de Nederlandse Cultuur bestaat uit winkelen op feestdagen. Nou wij niet dus, wij gaan ouderwets aan de oranjebitter!







26 april 2004
Halil Gür gesproken, gebeld met het Turks Verkeersbureau, contact gehad met Stichting Dostluk, zonder de moderne media was ik verloren. Vandaag ontdekt dat Mehmet Gür de broer is van Halil Gür. Ik kende de naam omdat ik een verhaal van hem las in een bundel over feesten. Mehmet is behalve schrijver ook poppenkastspeler. Ik voel er veel voor hem voor 16 oktober te vragen. Mehmet Gür is net met zijn gezin voor een paar weken naar Turkije vertrokken, dus we kunnen nog even denken. Halil Gür houdt een vertelling in het Nederlands. Hij vindt het geen goed idee om ook een voordracht te houden in het Turks. Hij is bang voor een lage opkomst als er op een zuiver Turkstalig publiek wordt gemikt. Misschien is vrees niet helemaal ongegrond. Afgelopen vrijdag bezocht ik een feest in het kader van de Global Culture Nights. Deze keer was het een Turkish Dance Night, er speelde een Turkse band en er was een Turkse Diskjockey. De opkomst was bedroevend laag. Ik sprak met een zwarte man die beweerde dat de muziek niet erg dansbaar was, zoals de Afrikaanse en de Latijns-Amerikaanse muziek. Misschien ben ik bevooroordeeld omdat ik nu zo met Turkije bezig ben, maar volgens mij heeft die man er geen verstand van. Ik vond het zeer dansbare en zeer sensuele muziek. Dat bewezen trouwens de mensen op de dansvloer. Het verbaasde me ook dat er pas zo laat gedanst werd. Ik ken iemand van de organisatie en ik heb hem natuurlijk gevraagd hoe de ‘etno-marketing’ voor deze avond was gevoerd. Hij antwoordde: “beroerd dus” Ze hebben een enquête gehouden, ik ga hem zeker nog met veel vragen lastig vallen.
Het Turks verkeersbureau stuurt me allerlei informatie, postermateriaal en een Dvd over Turkije. De stichting Dostluk is een organisatie die ik via de tante van Ugur heb leren kennen. Zij organiseren, als ik het goed begrepen heb, allerlei activiteiten op cultureel en sportgebied om de bekendheid Turkije te vergroten. Ik heb hun een e-mail gestuurd waarin ik onze plannen uiteen zet. Over een paar weken hebben we weer contact, want ook deze meneer gaat voor een paar weken naar Turkije. Het moet daar nu hartstikke druk zijn.






22 april 2004
Nog geen reactie van Odile Wolfs, behalve een automatisch antwoord per mail. Ik overweeg om haar nog eens per post op ons project te wijzen.
Vandaag met Halil Gür gesproken. Het is moeilijk om in één telefoongesprek duidelijk te maken wat de bedoeling is. Ik beloof hem daarom per brief een en ander uiteen te zetten, zodat we kunnen bespreken hoe hij het beste in het geheel past. Het is toch jammer dat Stichting Schrijvers School Samenleving (SSS) je niet in de gelegenheid stelt eerst met een schrijver te overleggen voordat je een contract afsluit. Zeker in een heel andere situatie dan een doorsnee schrijversbezoek. De opzet van het feest maakt het werk van de schrijver beslist zwaarder, dan wanneer hij het middelpunt is in een doodstil zaaltje. Ik heb ook helemaal geen idee hoe SSS Halil Gür geïnformeerd heeft. Het moet toch erg vaag geweest zijn, gezien het prille stadium waarin het project verkeerde toen we hem vroegen.

Uitgeverij Lâle benaderd in verband met de Boekenwurmbode. Zij geven namelijk vertalingen uit van prentenboeken. Zo hebben zij een Turkse versie van ‘Een ijsbeer in de tropen’ en van ‘Welterusten kleine beer’ om maar een paar beroemde titels te noemen. Zij leiden onder de integratiekoorts die op dit moment door Nederland waart. Ik hoop dat deze 50e verjaardag van de kinderboekenweek een steun in de rug voor ze zal zijn.
Even met mevrouw Maussen gepraat. Zij beheert de bibliotheek op MBS de Poort. Ik vroeg haar of ze Turkstalige kinderboeken in de collectie heeft. Ze vertelde dat die er wel zijn maar eigenlijk nauwelijks uitgeleend worden. De Turkse kinderen op de basisschool kunnen vaak niet of niet gemakkelijk Turks lezen, terwijl ze het wel heel goed spreken en verstaan. Zij lezen blijkbaar toch het liefst in het Nederlands. De Turkstalige boeken worden, als ze geleend worden, door Turkse ouders gebruikt om voor te lezen aan hun jongere kinderen. Zie je nu wel, het is net als met Limburgstalige kinderen, als ze thuis hun eigen taal spreken, kunnen ze toch goed meedoen in de Nederlandstalige samenleving. Lâle moet vooral doorgaan met het uitgeven van mooie kinderboeken in de Turkse, Marokkaanse of Surinaamse taal.






20 april 2004
Gisteren een e-mail naar Odile Wolfs gestuurd. Zij is lid van Gedeputeerde Staten in Limburg. Binnen haar werk valt vrijwel alles wat met kinderen en cultuur te maken heeft. Het leek me daarom een project dat haar zou moeten interesseren.
Goed nieuws, misschien hoeven we hier toch niet weg met onze winkel! Als we ons pensioen nog wat jaren uitstellen, kunnen we wellicht de nieuwe huur toch ophoesten.






19 april 2004
Een verrassing als ik in de winkel kom. Het boek 'Acht Jaargetijden' van Nilgün Yerli ligt op me te wachten. Het is ingepakt als een cadeau, maar ik durf niet zomaar te veronderstellen dat het dat ook is. Uit het begeleidend briefje van Ed Silanoe begrijp ik in elk geval, dat het zeer de bedoeling is dat ik het lees. Dat doe ik met plezier. Het zijn columns en lenen zich daarom uitstekend om als snoepje tussendoor gelezen te worden, als ik vind dat ik even een kleine pauze verdiend heb.

Gisteren was bij een herhalingsprogramma van gewest tot gewest een kort fragment over het Den Halen in Noorbeek. Het was een fragment uit 1965. De traditie bestaat al veel langer. In ongeveer 1640 heeft men het voor de eerste keer gedaan, om de heilige Brigida gunstig te stemmen. Zij is de beschermheilige van het vee en men hoopte op die manier van veeziektes verschoond te blijven. Tot op de dag van vandaag is dat ook gelukt, wat niet vanzelfsprekend is zoals we de laatste jaren gemerkt hebben. Het is een echt mannenfeestje. De ongetrouwde mannen van het dorp vertrekken in alle vroegte ergens heen om de enorme boom op te halen. Die brengen zij dan, voortgetrokken door enkele tientallen feestelijk uitgedoste boerenpaarden naar het dorpsplein, waar de den door de getrouwde mannen van het dorp overeind wordt gezet. Wij vrouwen hebben in dit feest geen enkele taak (zeker sinds de horeca voor de versnaperingen zorgt), wat niet wil zeggen dat wij ons niet geweldig amuseren met toekijken naar het gezwoeg van de mannen en lekker betten bij een glaasje van het een of het ander. Op dit moment zijn er meer meisjes dan jongens op de basisschool in Noorbeek en in de toekomst ziet dat er niet anders uit. Er wordt daarom wel eens geopperd dat het misschien toch een idee is om meiden over een paar jaar mee… Nee, hoor liever de jongens hun rug laten breken, dan de traditie veranderen. Ik heb er vrede mee, zelf hoef ik niet zo nodig, maar als de meiden straks wel willen, mijn zegen hebben ze.
Waarom beschrijf ik dit? Misschien om aan te geven dat we in Nederland toch ook over tradities beschikken waar mannen en vrouwen gescheiden zijn? In elk geval vind ik het een hele leuke traditie. Zaterdag aanstaande wordt de nieuwe den gehaald en ik heb Ramazan uitgenodigd het bij te wonen.

In de auto kan je goed nadenken. En terwijl ik gisteren na het poëziefestival in Landgraaf voor de Amstel Gold uit naar huis reed (Heel Nederland heeft weer eens kunnen zien hoe mooi ik woon), bedacht ik dat ik het eigenlijk heel erg oneens ben met een opmerking van Moncef Beekman tijdens zijn voorlichting over etnomarketing (ik heb dit woord niet bedacht, en mijn correctieprogramma kent het ook niet) op 25 maart in Amsterdam. Het was een beetje tussen neus en lippen door en ik snap ook wel dat hij normaalgesproken bezig is met intergratie, maar hij zei, dat zij geen voorstanders van vertalingen zijn.
Dat zinnetje zeurt al langer door mijn hoofd, maar nu weet ik waarom. We zouden ons doel ermee voorbij schieten. Want wat willen wij? Wij willen dat iedereen, ook allochtone ouders en opvoeders, gaan voorlezen! VOORLEZEN!
Dat is een stap! Heel veel mensen denken dat ze dat niet kunnen! Die mensen hebben het dan over voorlezen in hun eigen taal! Hoe wil je allochtonen bewegen om te gaan voorlezen als ze dat niet in hun eigen taal mogen doen? Een Turkse mama leest voor in het Turks! Als wij willen dat de Turkse kinderen in het Nederlands voorgelezen worden, dan moeten wij dat doen. Wij juffen, meesters, kinderopvangers, vrienden, buren, wij Nederlandstaligen! Maar als wij willen dat kinderen thuis voorgelezen worden, dan moeten hun ouders dat kunnen doen in de taal die zij willen. En wellicht, als die kinderen dan straks gemakkelijk Nederlands kunnen begrijpen en lezen en uitspreken, dan kunnen zij allebei de talen voorlezen. Doe ze dat dan maar eens na!
Kortom, op ons feestje gaan we voorlezen in het Nederlands, in het Turks èn in het Limburgs!
Zo en nu heb ik weer een pauzetje verdiend.









15 april 2004
Woensdag 14 april
Dat zal je altijd zien. Is het een hele rustige morgen in de winkel (waarschijnlijk omdat door de protesten van de Vinkenslag op de A2 niemand in of uit de stad kon), wordt het behoorlijk druk als Zeynep in de winkel komt. Ze is samen met haar vriendin Hürriyet. Ze studeren beiden aan de PABO hier in Maastricht. Daarnaast geven ze in het weekend les aan Turkse kinderen. Hürriyet loopt stage in Amby. Misschien krijgt ze het voor elkaar om op die school aan de slag te gaan met een onderdeel van ons project. Ze hebben een paar hele goede ideeën.
Hier in Maastricht is een stichting die onder andere met kinderen en muziek kan werken. We gaan hen vragen of ze een les hebben of kunnen ontwikkelen waarin kinderen kennis maken met Turkse instrumenten als Davul (grote trom) en Zurna (fluitje.) Het plan is om hen tijdens de kinderboekenweek op scholen te laten spelen en op het feest een optreden te laten verzorgen. Zoiets, en dat moeten we dus nog uitwerken. Ik wil dit ook eerst even aan Ramazan voorleggen, omdat ik niet weet of hij al contacten heeft gelegd.
Zeynep heeft dit webdagboek gelezen en ze legt me uit dat Kolonya Eau de cologne is. Een welkomstverfrissing bij aankomst, waarna je een stukje Turks Fruit krijgt aangeboden. Het ritueel is naar het geurwater vernoemd.
De vader van Hürriyet heeft een Turkse delicatessenzaak in Maastricht en we komen erachter dat we nog even buren zijn geweest voordat ik naar Noorbeek verhuisde. Het is niet meer dan logisch dat we bij hem in elk geval de inkopen voor de hapjes zullen doen. Zeynep en Hürriyet hebben een hele lijst gemaakt met praktische en smakelijke lekkernijen. Ik zal navragen hoeveel mensen maximaal op het feest kunnen komen (ivm de capaciteit van de locatie) zodat we een schatting kunnen maken van wat we nodig hebben. Volgens Zeynep en Hürriyet is het voor moslims geen probleem om overdag met voedsel geconfronteerd te worden als ze zelf niet mogen eten. Zij zijn het bovendien gewend van school, waar tijdens de pauzes gewoon gegeten wordt door hun medeleerlingen. De voorbereiding van de hapjes zal dus geen probleem worden. Een hele opluchting.
Ik begrijp ook dat het niet vanzelfsprekend is dat het een feestelijke aangelegenheid is wanneer kinderen voor het eerst aan de Ramadan meedoen. Toch lijkt het me een leuk idee om die kinderen allemaal een grote spek te geven. Het is toch een prestatie voor het eerst een hele dag vasten.
Zeynep en Hürriyet kijken of ze iemand kunnen vinden die verkleed als Nasreddin Hodja op het feest wil verschijnen en wijsheden verkondigen. Ik denk dat het hen gaat lukken, ze kennen veel mensen.


Donderdag 15 april

Ed Silanoe van OBS Elckerlyc Boschpoort, brengt me een hele doos Turkije. Het is een lesprogramma om kinderen van groep 3 en 4 informatie te geven over Turkije. Het eerste wat ik zie als ik in de doos kijk zijn de ‘dingetjes’. Kijk nou, een flesje Kolonya. En henna (kína) en een bandje met een Turks kinderliedje en Turkse feestmuziek. Ik hoop dat het me lukt om dat in de winkel te beluisteren. Misschien doet de oude walkman het nog.
Het pakket heet Post uit Turkije en hoort bij een televisieserie van de NOT uit 1996.
Een van de onderdelen uit het pakket zijn knipkleurplaten van karagös en Haçivat, de poppenkastpoppen. Inmiddels ben ik ze al zo vaak tegen gekomen dat het feest geen feest kan worden zonder die twee mannen.






13 april 2004
Al een reactie binnen op mijn lessuggesties voor de panelen. Gelukkig positief! 28 april komen, Ramazan, Astrid en Manon hier in de winkel bij elkaar om de praktische punten daarvan te bespreken. Ik denk dat we dan in de week na de meivakantie met de leerkrachten om de tafel moeten gaan zitten. Dan kunnen Astrid en ik gaan winkelen bij de bouwmarkten. Ugur zal tegen die tijd ook zo’n beetje van vakantie terugkomen met zijn beloofde koffertje. Misschien moet ik daarna maar eens met een paar Turkse dames naar de markt gaan. Zij zullen daar vast ook bruikbare stoffen kunnen vinden. Ik zal het eens voorstellen aan Yagmur.
Vanmorgen gesproken met een leerkracht van het Jeanne d’Arccollege in Gronsveld. Misschien dat haar Turkse leerlingen ook mee willen werken. Ik heb aangeboden ook met hen een morgen te komen praten.






8 april 2004
Het is lang geleden dat ik lesplannen heb gemaakt. Maar vandaag heb ik me er toch aan gewaagd. Per mail heb ik mijn eerste idee voor het maken van de panelen voor het feest in lesverband aan enkele specialisten doorgestuurd. Ik ben benieuwd naar hun reactie. Ik ben ook benieuwd naar de leeftijd waarvoor zij de activiteit geschikt achten.






7 april 2004
Nog niet gebeld met de tante van Ugur. Ik was vergeten dat er deze week een provinciale ronde van de voorleeswedstrijd tussen zat. Maandag ben ik daarom helemaal niet in de Boekenwurm geweest. Vandaag heeft ze vrij, dus morgen weer proberen.
Als we in juni programma's op de scholen willen gaan draaien, zal ik begin mei iets te bieden moeten hebben. Ik denk dat het tijd wordt een vergadering te beleggen met enkele leerkrachten. Misschien moet ik zelfs een aantal scholen gaan bezoeken. Ik hoop minimaal vier scholen te vinden die een onderdeel van het project willen uitvoeren. Liefst scholen die in verschillende wijken van Maastricht liggen.
Ik denk bijvoorbeeld aan de Fons Olterdissenschool, De Franciscusschool, OBS Binnenstad, MBS de Poort en BS Wiekerveld. Tot nu toe nog geen bericht van enige worstelaar. Ik vrees dat dat het allermoeilijkst wordt.






2 april 2004
Voor het eerst ga ik een dagboekfragment rechtstreeks op Internet plaatsen. Als dat lukt kan ik even rusten. Zondag de presentatie van de Goochelvogel in de winkel. Maandag heb ik beloofd Ugur’s tante te bellen. Zij werkt bij een Turks reisbureau.






1 april 2004
Een mail van een van de contactpersonen bij Trajekt. Ze had met enkele ouders gesproken, ook Turkse en deze vonden een Turks feest niet erg multicultureel. Teruggemaild dat het niet de bedoeling is de 50e verjaardag van de kinderboekenweek multicultureel op 1 plek te vieren, maar op verschillende plaatsen telkens een andere cultuur. Ik heb aangeboden het zelf aan de ouders te komen uitleggen.

Ca 18.45 uur Ugur op bezoek in de winkel. Hij vertrekt over een paar weken naar Turkije. Ik heb voor hem een ‘wegwerpcamera’ gekocht om in Turkije foto’s te maken voor onze projecten. Hij biedt aan uit Turkije schooluniformen mee te brengen. Als ik hem vertel over de ‘e-mail aan Meester Jaap’ vraagt hij of de wedstrijd niet voor Turkse kinderen is? Voor Turkse kinderen is er weinig fantasie nodig om te weten hoe het is een Turks kind te zijn. Ugur heeft een idee. Hij gaat in Turkije Turkse kinderen laten vertellen hoe zij denken dat het is om Nederlander te zijn. Die verhalen laat hij hun vertellen voor een camera. Dat betekent dat ik moet gaan uitzoeken, of we de beschikking hebben over een tv-toestel, waarop we de hele avond de film van Ugur kunnen laten spelen. En ik moet iemand zien te vinden die een film kan knippen plakken etc en die er ondertitels bij kan maken. Ik kan me niet voorstellen dat dat in dit tijdperk van wizkids niet gaat lukken. Tenslotte bedenken we dat het leuk is om alle boekverkopers die hij tegenkomt te fotograferen. Misschien kunnen we daar een collage van maken. Ook beloofd Ugur op de markt op zoek te gaan naar stoffen en spullen die we kunnen gebruiken voor onze modecollages. ‘Ik maak een speciaal koffertje voor je’ belooft hij. Daar wil ik dan wel een foto van, van Ugur met mijn speciale Turkije-koffertje.

20.40 u Zeynep, PABO studente, belt op dat het haar niet lukt om voor 21.00 u in Maastricht te zijn. Ze vraagt of ik op haar kan wachten. Ik begin echter behoorlijk gaar te worden en stel voor op een ander ogenblik een afspraak te maken. Ik wijs haar op het dagboek op internet zodat ze een beetje een beeld kan krijgen van wat we aan het doen zijn. Wel vertel ik haar kort waar ik haar hulp voor hoop te krijgen. Ze loopt stage op een school in Geleen, dat is jammer omdat het onwaarschijnlijk is dat die kinderen ’s avonds naar een feest in Maastricht komen. In het weekend echter werkt ze met een groepje Turkse kinderen van 10 – 12 jaar. Met wil ze heel graag de nieuwe illustratie voor Keubeke maken. Ze vraagt het e-mailadres van Ramazan omdat hij met de vertaling bezig is.
Ik verheug me erop Zeynep te ontmoeten.






31 maart 2004
Met terugwerkende kracht het dagboek geschreven. Een hele middag werk, maar nu ben ik bij. Ik hoop dat Jos het een beetje handig op internet kan plaatsen zodat de volgende datum hierna komt. Anders moet je nu weer naar boven gaan om verder te lezen.






30 maart 2004
Om 11.00 u met Ramazan afgesproken. Hij vraagt of het een goed plan is dat ik een dagboek ga bijhouden op Internet. Dan hebben we later ook een goed naslagwerk en hoeven we niet helemaal opnieuw alles uit te zoeken bij een volgende gelegenheid. Ik liep er zelf ook al aan te denken, maar dit geeft de doorslag. Volgens mijn broer is het gemakkelijk aan onze website te koppelen. Men kan er dan ook op reageren.
Ramazan is vertaler in het Turks. Hij buigt zich momenteel over onze Keubeke. We willen Keubeke in de drie talen laten voorlezen: Nederlands, Maastrichts en Turks. Zijn voorstel is Turkse kinderen nieuwe illustraties te laten maken bij het verhaal. Dat is leuk, dan kopiëren we die, maken er een boek van en geven dat aan Peter Brouwers. (Later bedenk ik dat het misschien een idee is om contact op te nemen met uitgeverij Lale. Wellicht kunnen zij wat met de Turkse vertaling voor hun fonds. Ik wilde ze toch al bellen in verband met de Boekenwurmbode dus dat ga ik combineren.)
Ik bespreek met Ramazan hoe het moet met opbouwen en hapjes en drankjes. Ramazan kent ook een Turkse kok. Die gaan we benaderen voor de hapjes. Als er Turkse vrouwen zijn die het leuk vinden om ook hapjes te maken, is dat te regelen. Maar als we het hun gaan vragen dan ervaren ze dat misschien als misbruik willen maken. Ik zou het wel erg leuk vinden als er Turkse vrouwen zouden willen helpen.

Ramazan stelt ook voor om Manon Pachen erbij te betrekken. Zij werkt via Trajekt met allochtone kinderen en jongeren. We willen graag dat zij het maken van de panelen in hun programma gaat opnemen. We besluiten een nieuwe afspraak te maken met Manon en met Astrid.
Dit weekend vertrekt Ramazan naar Turkije. Hij heeft beloofd om foto’s te maken voor de panelen eventueel op aanwijzing van kinderen daar.
Ik mail hem nog achterna of hij vooral ook foto’s kan maken van marktkramen (recht van voren) en of hij een offerte aan de kok wil vragen. Ik hoop dat hij zijn mails nog leest voordat hij vertrekt.
Ramazan is ook goud waard.






25 maart 2004
Naar Amsterdam voor een ontmoeting met de andere 'projecten'. Ik ga alleen in uiterste nood naar Amsterdam, meestal overkomt me daar iets onprettigs. Deze keer is het een bommelding. Ik had erger gevreesd, dus dat het bij een melding bleef was een meevaller. De bijeenkomst zelf is aangenaam en goed verzorgd. Alles vindt plaats bij het Prins Bernhard Cultuurfonds, omdat zij ook degene zijn die deze projecten financieren.
Er was een inleidend praatje van de CPNB, een verhaal van iemand uit de theaterwereld in Amsterdam, die veel ervaring heeft met multiculturele activiteiten. Hij noemde enkele valkuilen, waarvan ik er een aantal met Ramazan wil bespreken. Onder andere de botsende verschillende culturen binnen Turkije. Hoe belemmerend zijn die voor de voortgang van het feest. Ik heb er nog niets over gehoord van de Turken waar ik mee gesproken heb.
Ik moet ook vragen hoe het zit met de voorbereiding van de hapjes en de drankjes en de Ramadan.
De zonsondergang is op 16 oktober om 18.45 u. Ik besluit dat het dan het beste is om het feest om 19.30 u te laten beginnen. De islamitische mensen hebben dan nog tijd om even wat te eten voor ze naar het feest komen.

Terug in Maastricht ga ik rechtstreeks naar de winkel, want het is koopavond. Voor de winkel ligt de straat open. Gaslek. Waar is het nu ontplofbaarder in Amsterdam of hier? Desiree vliegt ervandoor naar het ziekenhuis. Jan is sinds enkele dagen weer bij kennis.






23 maart 2004
Op uitnodiging van Ramazan naar het Turkse toneelstuk 'De Kus van de Roos' gaan kijken. Iemand vertelde me deze avond dat kinderen die voor het eerst aan de Ramadan meedoen, de eerste avond een soort feest hebben. Zoiets als de eerste plechtige communie hier. Ik besluit het na te vragen en een kleine attentie te bedenken voor de bezoekers van het feest die hun eerste Ramadan dit jaar vierden (16 oktober is de 2e avond van de Ramadan)
La Bellettsa aangevraagd via Servatius. De huurprijs valt gelukkig erg mee voor culturele activiteiten.






22 maart 2004
Een aangetekend, met handtekening retour, schrijven van prof.dr. W.A.F.G. Vermeend. Hij zegt ons de huur op per 31 juli 2005. Daarna mogen we wel verder huren, maar dan moeten we een gedeelte van de winkel afstaan en over het resterende stuk minstens 50% meer huur gaan betalen. (Bij narekening bleek het zelf bijna 100% meer huur te zijn).
We moeten dus naar een andere plek gaan uitkijken. Als we die niet kunnen vinden kan dat het einde betekenen van de kinderboekwinkel in Maastricht.






19 maart 2004
Astrid Bohny, beeldend kunstenaar gaat me helpen met de loopvaste enz panelen. Samen hebben we afgesproken bij Joop in La Bellettsa om het gebouw te bekijken. Joop heeft net deze week problemen gehad met een paar allochtone jongeren die in de omgeving van de school vervelend gedrag vertoonden. Zo erg dat hij de politie heeft moeten bellen. Hij ziet het plan wel zitten, maar vraagt toch enigszins bedrukt voor welke leeftijd het feest bedoeld is.
Ik realiseer me dat we bij het samenstellen van ons programma er echt rekening mee moeten houden dat het de bedoeling is dat het een feest voor kinderen en hun begeleiders is en dat het gaat om lezen en leesbevordering. De jeugd moet betrokken worden via de activiteiten vooraf, niet omdat er een Turks idool op het feest is.






18 maart 2004
Jan is nog niet bij, maar Desiree wil zoveel mogelijk toch gewoon werken. Daarom kan ik vanmorgen als voorgenomen de ISK bezoeken. Ik heb afgesproken met Ibrahim om samen te gaan. Ik had hem mijn ideeën al doorgemaild, en ik ben erg benieuwd naar zijn reactie. Tijdens het koffiedrinken spreek ik een en ander met hem door. Ik vraag zijn mening over Keube. Hij heeft geen bezwaar, 'Mijn wereld is wel groter dan dat', zegt hij. Zijn vrouw en zoon zijn ziek en het lukt Ibrahim daarom niet met mij mee te gaan naar de ISK. Hij wijst me hoe ik moet rijden en ik vind het zonder problemen. Er is zelfs een parkeerplaats.

In de school blijk ik vlak voor de pauze aan te komen. Omdat ik tijd genoeg heb, wacht ik in de lerarenkamer met een kopje koffie tot de pauze voorbij is. Niemand vraagt mij waarom ik daar zit. Niemand vraagt mij zo wie zo iets.
Na de pauze staan ze met z'n zessen op me te wachten. Ik word meegenomen naar een lokaal ergens aan de andere kant van het gebouw. Daar gaan ze op de tafels zitten en vragen of dat goed is. Ik vind het wel goed, maar onhandig voor een gesprek, want als ik ook op een tafel ga zitten zit ik naast ze of ver tegenover hen. We kiezen voor de grond in het midden van het lokaal. Ik heb een lijstje gemaakt van dingen die ik absoluut met hen wil bespreken, en verder laat ik het maar een beetje gebeuren.
Ik vertel hen dat ik van de kinderboekwinkel ben, dat ik gevraagd ben om een Turks feest te organiseren en dat ik nu hier ben om met hen ideeën door te spreken en nieuwe ideeën te krijgen.

Ugur vraagt meteen of er gedanst mag worden, want hij weet een Turkse dansgroep, waar hij in Turkije bij hoorde en die allerlei Turkse klederdrachten hebben. Het klinkt goed, maar kostbaar. Ik leg hem uit dat ik maar 3000 euro heb en dat ik daar in principe het hele feest van wil bekostigen, maar dat het iets is om over te denken als we nog andere potjes met geld kunnen vinden. Niet alleen de muziek en de dans, maar ook het eten en materialen en een schrijver. Hij vraagt wat de entreeprijs is. Geen zeg ik, het is gratis. Hij begrijpt mijn probleem. (Wel geeft hij mij later een tip: vraag het de Turkse regering, het is toch reclame voor Turkije. Ik vind het geen slecht idee)
Mehmet is bereid op zoek te gaan naar Turkse jongeren die zich met het worstelen bezig willen houden. Hij kent er geen die het doet, en hij weet niet of er een sportschool in de omgeving is waar deze sport beoefend wordt. We zullen het leren.
Yagmur heeft veel zin om in het modeproject mee te doen en ook het schilderen met henna (kina) vindt ze een leuk idee.
Van hen leer ik het begrip KOLONYA. Dat is een welkomstritueel. Bij de ingang wordt door een paar kinderen snoep uitgedeeld. Het is me niet helemaal duidelijk, of het een bepaald soort snoep is, maar hoe dan ook. Die houden we erin.
Kan keubeke op het feestje? Natuurlijk, het is toch maar een kinderboekje dat voorgelezen wordt. Nee hoor, geen probleem.
Een tante van Ugur werkt bij een Turks reisbureau hier in de stad. Ik denk dat ik met haar contact op ga nemen, maar ik moet eerst helder hebben wat ik haar ga vragen.
Ugur vraagt enigszins sceptisch of ze nog ooit wat van me zullen horen. Ik beloof dat ik het allemaal een beetje zal samenvatten en het aan hen mailen.

Het was een inspirerend bezoek en ik duik voor nog meer inspiratie, voor ik ga werken nog even een volwassen boekwinkel in om eens te kijken welke boeken er over Turkije bestaan. 'Op de zaak' bestel ik de reisgids die ik de mooiste foto’s vond bevatten en 'Wat en Hoe in het Turks'. Desiree zou over een paar weken naar Turkije op vakantie gaan. Het ziet er niet naar uit dat die reis doorgaat, maar mocht het toch lukken dan heeft ze deze boeken ook alvast.

Verder... Betje Big van Bruna is in het Turks vertaald. Wel, als zo'n aangekleed varken mag, dan mag een naturel varken als Keube toch zeker ook?

Donderdagmiddag 18 maart
Ramazan is hier geweest. Het was een prettige ontmoeting en we ontdekten al snel dat we heel veel ideeen hebben. Hij leert me dat buikdansen iets is dat niet specifiek bij een Turks feest hoort, in elk geval niet bij een feest voor kinderen. Daarvoor heeft het teveel een erotische lading. Jammer voor mij, maar het buikdansen gaat eruit.
Ramazan stelt voor een schrijfwedstrijd te organiseren waarbij de kinderen moeten beschrijven hoe het is om Turk te zijn. Hij zegt dat je dan zo aardig geconfronteerd wordt met de grappige misverstanden en vooroordelen die er leven bij kinderen. Het lijkt ons leuk om dat aan Meester Jaap te koppelen.
(Als ik er later met Frank van Eunen over praat waarschuwt hij dat er al een schrijfwedstrijd gelopen heeft via de scholen en dat ik niet op veel respons moet rekenen.
Goed om te weten. Het moet dus weinig inspanning kosten om mee te doen.
Als ik er met Jacques Vriens over praat komen we tot de conclusie dat het het beste is als de kinderen aan Meester Jaap schrijven. Dan hoeft Meester Jaap de school niet uit.
Het wordt dus een brief of een e-mail aan Meester Jaap.)






17 maart 2004
Weer een goed idee van Thuis. Loopvaste vloerisolatieplaten. Die kun je goed decoratief gebruiken. Hele carnavalswagens worden ervan gebouwd. Het is sterk, snijdbaar, hangbaar, zetbaar, combineerbaar, beschilder en beplakbaar en als iemand het op zijn hoofd krijgt is hij niet dood.
Ik heb Halil Gur gevraagd als kinderboekenschrijver. Volgen SSS is hij geschikt om op te treden voor grotere groepen.






16 maart 2004
In verband met de locatiekeuze de gemeente gebeld met de vraag in welke buurten van Maastricht veel Turken wonen. Voor ik antwoord kreeg legde de betreffende ambtenaar me helemaal uit wanneer je allochtoon bent en wanneer niet. Erg aardig, maar ik dacht: zeg nou gewoon in welke buurt…
Enfin hij mailt me een overzicht van de samenstelling van alle buurten. LA Bellettsa ligt logistiek heel gunstig en is een mooi gebouw. Bovendien gun ik Joop de publiciteit die het oplevert.
In Maastricht wonen 1500 Turken.






11 maart 2004
De echtgenoot van Desiree is met spoed in het ziekenhuis opgenomen. Het ziet er erg slecht uit. Voorlopig werk ik voor Desiree. Eigenlijk komt het me goed uit want ik heb de extra uren hard nodig om het allemaal een beetje op een rij te krijgen. Desiree hoeft zich in elk geval niet bezwaard te voelen.






9 maart 2004
Vergadering Zwaan Kleef Aan. Bijna iedereen is ziek en daardoor zijn alleen de voorzitter Joop Vinck, mijn collega Desiree van Druenen en ikzelf aanwezig. We bespreken de plannen voor de opening en ik vertel over het feest. Ik zeg dat besloten is dat we het project niet onder de Zwaan Kleef Aan vlag laten varen, omdat we op dit moment de publiciteit zelf heel hard nodig hebben. Het pand is gekocht door Willem Vermeend (Oud minister van financiën PvdA) en er staat ons een huurverhoging te wachten. Onze toekomst is even erg onzeker.






8 maart 2004
Maart 2004

Begin maart 2004 belt Frank van Eunen van de CPNB. Of het een idee zou zijn om hier in Maastricht op zaterdagavond 16 oktober een Turks feest te organiseren ter gelegenheid van de 50e verjaardag van de kinderboekenweek.
Waarom Turks? Omdat de CPNB deze gelegenheid aan wil grijpen om het kinderboek en het fenomeen voorlezen ook bij de allochtone bevolkingsgroepen te introduceren. Maar het moet een feest voor iedereen zijn!
Ze zouden graag zien dat er overal in het land, op hetzelfde moment, feesten in verschillende culturen gehouden worden. Via het Prins Bernhard Cultuurfonds is er geld voor goede projecten. Er zijn wel wat aanvragen, maar vanuit het zuiden heeft zich niemand gemeld. Het moet geen feestje van de randstad worden en ze kennen ons als een actieve kinderboekwinkel, dus zouden wij...

Ja, graag, leuk, zuurstof!

Ik heb er weer zin in. Waar ga ik beginnen? Ik zoek Turken! Ibrahim, natuurlijk, de vader van een vriendje van mijn zoon. En de Stichting Trajekt. Via hen heb ik vaker lezingen verzorgd voor allochtone ouders en dat waren meest Turkse vrouwen. Ik hoef de winkel nog niet uit. Iedereen die binnenloopt spreek ik erover aan. Marijk Greweldinger wijst me op Humanitas. Die houden kantoor op hetzelfde adres als waar haar Trappenhuis zit. Een jongeman waar ik altijd uitgebreid mee praat, maar van wie ik de naam niet ken, brengt me op het idee van de Internationale Schakelklas (ISK) waar hij stage heeft gelopen, daar zitten vooral kinderen van asielzoekers, maar ook een paar Turkse jongeren.
Ik ga bellen, mailen en schrijven.

De directeur van de ISK mw. Bettinger vraagt me meteen wanneer ik kom en we spreken af op donderdagmorgen 19 maart.
Ibrahim heeft er wel zin in, maar denkt dat ik meer heb aan Ramazan Ekinci die ook voor de Stichting Trajekt werkzaam is en bovendien gespecialiseerd is in culturele activiteiten. Ramazan is ingevoerd in de theater- en muziekwereld. Ik vraag of Ibrahim er wel bij betrokken wil blijven.

Hoe leg je de link tussen een Turks feest en kinderboeken. Frank van Eunen geeft een voorzet met 'Dikkie Dik aan de Zwarte Zee' als titel voor het feest.

Welke kinderboekenfiguur leent zich voor ons feestje? Keubeke!! Keubeke wordt veel cadeau gedaan als kraamcadeau in Maastricht. Keubeke wordt geregeld voorgelezen in peuterspeelzalen. Keubeke is een van onze meest verkochte prentenboeken en is momenteel aan zijn derde druk toe, wat enorm is voor zo'n klein taalgebied.
Maar... Keubeke is een varken. Kan dat? Stoot je mensen niet voor het hoofd?
Vrijwel alle autochtone Nederlanders die ik erover spreek raden het me af. Niet doen, je beledigt mensen. Er mag geen varken op een islamitisch feest?
Ik besluit de Turkse mensen te laten beslissen.
Ondertussen wandelt Jacques Vriens binnen. Meester Jaap, is hij niet welkom? Ja Jacques goed idee! Dat is een mooi alternatief als Keube niet kan, of weet je wat? We doen of Meester jaap alleen of keubeke en Meester Jaap.
Meester Jaap en Keubeke hebben bovendien iets gemeen. Meester Jaap trakteert kinderen geregeld op spekkies en Keubeke is een...
Kortom, we hebben een feesttitel SPEKKIES EN TURKS FRUIT. Het is prettig dat deze met of zonder onze Keube bruikbaar is.

Als ik er met mijn man over spreek, vraagt hij of ik weet welke sport in Turkije erg populair is? Ik heb geen idee. Worstelen dus. En niet gewoon worstelen. Nee. De sporters zijn volledig geolied en moeten zo elkaar zien te verslaan. Ik heb er een spectaculaire voorstelling bij en wil heel graag iets met worstelen doen.

Het wordt een beetje een rommeltje in mijn hoofd en ik besluit dat het tijd wordt voor wat structuur. Zo krijg ik ook zelf een beetje zicht op wat ik wil.
- Ik wil een Turks feest, bedacht en opgezet door Turkse mensen
- Ik wil dat ook niet Turkse mensen zich bij dat feest betrokken voelen
- Ik wil dat er een duidelijke link is met kinderboeken en voorlezen

Waar denk ik aan:
- Feestmode
- Feesteten
- Feestmuziek
- Feestrituelen
- Kinderboekenschrijver
- Henna
- Buikdansen
- Theehuis/stadscafe
- Nasreddin hadja verhalen
(Veel van mijn ideeen haal ik uit het informatieve jeugdboek 'Turkije gezien door kinderogen')

Maar ik blijk nog meer te willen merk ik. Ik heb namelijk ervaring opgedaan in het dorp waar ik woon (Noorbeek, 1100 inwoners). Het is daar de goede gewoonte dat jongeren activiteiten organiseren voor en met jongere kinderen. Het voorbeeld daarvan vind ik elk jaar het uitroepen van de jeugdprins. Er wordt dan een hele show in mekaar gestoken. De oudere jeugd schrijft de sketches, maakt de decors, verzorgt de techniek en vooral studeert alles met de kinderen in en begeleidt hen die middag.
Dat inspireert mij om het feest wat ruimer op te zetten. In aanloop naar het feest wil ik activiteiten binnen basisscholen die een hoogtepunt vinden op het feest.
Erg vastomlijnd zijn die plannen nog niet, maar ik denk bijvoorbeeld aan een worstelles in groep 7 acht en die moet dan gegeven worden door Turkse jongeren.

Dan moet ik jongeren vinden die dat willen. Maar ik moet hen niet gelijk in het diepe gooien, want lesgeven doe je niet zomaar. Ik bel een oud collega van me die gymleraar is en bovendien een gerenommeerd judotrainer. Wil Lusschen is bereid om, als ik jongeren vind, met hen een les in elkaar te zetten. Wil Lusschen is goud waard. Ik kan gaan zoeken.

Ik denk ook aan activiteiten rondom feestmode op diverse scholen. Dat bijvoorbeeld een school de mode van een bepaalde streek bestudeert, er iets mee maakt en dat een paar kinderen van die school op de feestavond de mode tonen tijdens een modeshow. Die activiteit zou dan weer uitgevoerd moeten worden door een samenwerking van de leerkracht met Turkse vrouwen en/of meisjes
Het leukst lijkt me dan als dat gebeurt op scholen waar geen of weinig Turkse kinderen zitten.
Dat geeft weer een link van niet-Turkse mensen met het feest.






1 maart 2004
NOVEMBER 2003

Start van de voorbereiding van de kinderboekenweek 2004
Een feest proberen we er altijd van te maken, hier in Maastricht. Van de kinderboekenweek dus zeker als het aan ons ligt. Waarom zouden we dat dit jaar anders doen omdat het de 50e kinderboekenweek is?
OK, een andere locatie, we houden de opening op woensdag 6 oktober 2004 in de majestueuze Bonbonnière. We ontvangen de kinderen met muziek in de prachtige Redoute, de spiegelzaal met reuze kroonluchters en ze ontmoeten de schrijvers in de Foyer en de statige Witte Zaal. Goud! Feest! Muziek. Budgettair hebben wij ook onze grenzen dus besluiten we het bij deze Grande Ouverture te laten. Wel spreken we af dat de stadsbibliotheek, een van onze partners binnen de Stichting Leesbevordering Zwaan Kleef Aan op zondag 17 oktober een afsluitend feest zal organiseren op hun eigen lokatie, het Centre Céramique. We kiezen de schrijvers, die we willen uitnodigen, we bedenken een eerste opzet voor de invulling van de middag, kortom we gaan beginnen.

We hebben een prachtige lokatie, we hebben hele goede schrijvers (Jacques Vriens, Erik van Os, Sylvia van den Heede) en illustratoren (Annet Schaap, The Tjong Khing en Peter Brouwers) en toch kom ik er niet goed in. Komt het doordat ons pand te koop staat of door de vaste boekenprijs waar dit jaar een beslissing over genomen wordt? Allebei feiten die onze toekomst onzeker maken. Is het een matheid die voortkomt uit het feit dat het vorig jaar een aantal dingen niet lekker liepen? Een Symposium dat wegens gebrek aan belangstelling niet doorging (over lezen in het voortgezet onderwijs), een politicus die maar niet wilde beslissen of hij ja of nee zou zeggen (Wouter Bos), een lokatie die alle eer van mijn werk naar zich toe trok. Hoe dan ook, ik kom niet lekker op gang.